De groene amsterdammer en het slijk der aarde

Dit, traditioneel thematische, kerstnummer van De Groene Amsterdammer gaat over geld.
De Groene met de feestdagen Dit is de laatste Groene van deze jaargang. De komende twee weken zullen wij niet verschijnen. Het eerstvolgende nummer van De Groene zal uitkomen op 10 januari 1996.

Het is een fenomeen in verval, waaraan steeds meer mensen een hekel krijgen. ‘Van links tot paars, van dominee tot imam, van libertijn tot celestijn, van kunstenaar tot prinses.’ Zo schreef NRC Handelsblad, vlaggeschip van een krantenbedrijf dat voor achthonderdvijftig miljoen in de verkoop is gedaan.
De beurswaarde van De Groene ligt wat lager. Beter gezegd, De Groene heeft geen beurswaarde, want de krant is niet verhandelbaar. De Groene is eigendom van zijn redactie en administratie en probeert zich, tenmidden van de mediagiganten, op eigen kracht overeind te houden.
Zover onze krachten reiken. Wij kunnen nog zo overtuigd zijn van onze eigen voortreffelijkheid, de achillespees van een krant als De Groene is zijn onzichtbaarheid. De abonnees weten wat zij aan ons hebben. De abonnees in spe weten ons echter met slechts de grootste moeite te vinden. Dat komt doordat wij over een promotiebudget beschikken dat onverantwoordelijk bescheiden is. Vandaar dat ons de helpende hand is gereikt door het Bedrijfsfonds voor de Pers, dat ons een aanzienlijk bedrag heeft geleend, dat wij deels in redactionele versterking, deels in pagina-uitbreiding, maar vooral in promotie hebben gestoken.
Het klinkt saai en materialistisch, maar het helpt. Du moment, zo blijkt, dat men zijn waar op de advertentiepagina’s kan aanprijzen, van de Volkskrant tot de VPRO-gids, stijgt de belangstelling van nieuwe abonnees en proefabonnees.
Het is nog niet zo dat zij met postzakken vol de trap op worden gezeuld. Niettemin, er zit elke dag wel weer een sympathiek stapeltje bij de post en dat draagt, in deze donkere dagen, veel bij tot ons levensgeluk.
De Groene Amsterdammer blijft een kwetsbare krant en daar zal tot diep in het aanstaande millennium geen verandering in komen. Ons richtsnoer is niet Croeses, de steenrijke koning van Lydie, maar de modale minimumlijer Job, op de dorpel van zijn bedoening wijsgerige teksten mompelend, van Spinoza tot Alain Finkielkraut. De individuele Groene-redacteur hoeft heus niet, zoals elders in dit kerstnummer beschreven, een week lang van een dubbeltje te leven, maar wel wordt dit dubbeltje twee keer omgekeerd alvorens over de balk te worden gesmeten.
Noem het de triomf der soberheid. Armoede, nette armoede is een zegen. Het behoedt je voor vervetting en gemakzuchtig aangehangen ideologieen. Zo permitteren wij ons, ondanks onze nette armoede, nog steeds de luxe van het zogenaamde sociaal tarief. Dat is een, al zeggen wij het zelf, buitengewoon sympathiek fenomeen, waardoor de minder geprivilegieerden onder onze lezers (studenten, uitkeringsgerechtigden) tegen kostprijs De Groene kunnen lezen. Dank zij de meer fortuinlijken onder u, die ons tegen de Kerst - al jaren - een centje extra plegen te doneren. Een centje? U schonk ons verleden jaar meer dan honderdduizend gulden, opgebracht door zo ongeveer een kwart van ons abonneesbestand, wat werkelijk aardig is, want zo goedkoop is het lezen van een weekblad ook weer niet.
Iedereen krijgt cadeautjes met de Kerst. Waarom zou u dan De Groene - de Dichter en Denker onder de weekbladen, arm als alle dichters, apostolisch als alle denkers - in de kou laten staan?
In ruil hiervoor krijgt u dan een cadeautje van ons, te kiezen uit het gevarieerde aanbod dat elders in deze krant wordt omschreven. Het betreffende boek - plus het gratis Groene-certificaat - zal u per kerende post worden toegezonden.
Lees in de tussentijd onze Kerstspecial over geld, het slijk der aarde, een onderwerp waarover men niet uitgesproken en niet uitgelezen raakt. En spiegel u tussen de kerstkrans en de kerstgans aan Ebenezer Scrooge, die proefondervindelijk leerde dat het zaliger is te geven dan te ontvangen.