De Groene en de Onderzoeksredactie

De dode-bomen-media mogen onder druk staan, tegelijkertijd wordt vaak gesteld dat we juist nu een nieuw gouden tijdperk van de journalistiek ingaan. Natuurlijk zijn het vooral de believers in de alles omverwerpende kracht van de nieuwe media die de nieuwe glorietijd voor de journalistiek voorspellen. Dankzij smartphone, internet en sociale media kan iedereen zich als journalist ontpoppen; er zijn geen dure drukpersen en distributiesystemen meer nodig om journalistiek te verspreiden: iedereen heeft toegang.

Dat is helemaal waar, maar toegang betekent nog geen kwaliteit. Een miljoen bloggende huismussen met een opgewonden opinie brengen nog geen gouden tijdperk. Ze produceren vooral trivia en pompen steeds weer hetzelfde rond. Het is de serieuze journalistiek, en met name onderzoeksjournalistiek, per definitie traag en duur, die het moeilijk heeft in deze tijd waarin alles snel moet zijn en tot klikken moet uitlokken. In de nieuwe media zijn heel veel meningen te vinden, en een stuk minder feiten en bronnen.

Maar de digitale ontwikkelingen vormen wel degelijk ook goed nieuws voor de onderzoeksjournalistiek. Paul Steiger, oprichter van de Amerikaanse onderzoeksjournalistieke site ProPublica, stelde in een prikkelende toespraak dat hoogtij in de journalistiek samenhangt met technologische ontwikkelingen. De eerste ‘Golden Age’ in de Amerikaanse journalistiek, de tijd van de zogenaamde muckrakers van rond de vorige eeuwwisseling, ging gepaard met nieuwe druktechnieken waardoor foto’s sneller en goedkoper konden worden afgedrukt. Het tweede gouden tijdperk van de jaren zestig en zeventig had alles te maken met de doorbraak van de televisie als nieuwsmedium, waardoor ter plekke direct de werkelijkheid kon worden betrapt. Het inspireerde de geschreven media tot eigen spitwerk naar de waarheid.

En nu? Door de digitale ontwikkelingen zijn de onderzoeksjournalistieke middelen revolutionair toegenomen als het gaat om het vinden en analyseren van grote hoeveelheden data en het in kaart brengen van netwerken. Internationale samenwerking is er eenvoudiger door geworden. En via digitale media kan journalistiek onderzoek niet alleen breed worden verspreid, het kan ook, met datavisualisaties, op een nieuwe, inzichtelijke manier worden gepresenteerd. Nieuwe heydays voor onderzoeksjournalistiek? Het zou heel goed kunnen.

Dit alles vraagt wel om nieuwe manieren van uitoefening van het vak. De nieuwe journalistieke technieken vragen om specialisatie, en daarmee om samenwerking tussen verscheidene gespecialiseerde journalisten. Om, als het even kan, de bundeling van onderzoekskracht met andere lokale, nationale en internationale media. De wereld waarin we leven is zo complex dat samenwerking de mogelijkheid biedt ingewikkelde structuren bloot te leggen.

Daarom heeft De Groene Amsterdammer zich, samen met Marcel Metze, met overtuiging ingezet voor de oprichting van De Onderzoeksredactie. De Groene richt zich niet op het snelle nieuws, niet op de laatste hype, maar op wat we zelf graag de diepere actualiteit noemen. Op de structurele ontwikkelingen die veel van de incidenten die de waan van de dag bepalen met elkaar verbinden. Naast diepgravende meningsvorming is onderzoeksjournalistiek daar een onlosmakelijk bestanddeel van.

De masterclasses die Marcel Metze sinds 2011 in het souterrain van De Groene geeft, leiden tot verhalen die op een genuanceerde manier laten zien hoe de macht functioneert. Misbruik van macht is daar vanzelfsprekend een onderdeel van, maar minstens even belangrijk is dat de masterclasses de complexiteit van de werkelijkheid inzichtelijk maken. Het behelst een eigenzinnige vorm van onderzoeksjournalistiek: research naar zeer grote thema’s, van de Nederlandse energiepolitiek tot ons zorgsysteem (te publiceren in april); niet een incident maar structuren die worden ontrafeld. De Onderzoeksredactie zal die vorm van onderzoeksjournalistiek verder ontwikkelen en De Groene ziet ernaar uit haar grote verhalen te publiceren.


Lees hier het eerste verhaal van de Onderzoeksredactie over de energiemiljarden in ’s-Hertogenbosch.