Laatste saluut

De Groene leest… De Groene (jaargang 142)

Tradities moet je koesteren, vinden ook wij van De Groene, en daarom werd ook dit jaar aan redacteuren en anderen die zich toevallig of minder toevallig op de burelen bevonden gevraagd: welk stuk is je bijgebleven? Wat verdient er zo op de drempel van 2019 nog een laatste saluut? Welke veer moet nog in welk… gat?

Tradities: ze moeten je maar net liggen, want je kunt er zelden omheen en je komt er al helemaal niet vanaf. Zolang ze iets meer om het lijf hebben dan alleen een Unox-muts en zich verre houden van ijskoud zeewater kun je ze meestal maar het best gewoon omarmen. Of nog liever: koesteren. Want een goede traditie is een even heroïsche als naïeve poging je te weren tegen het genadeloze verstrijken van de tijd en het onvermijdelijke veranderen van alle dingen. Het is de vorm die we vinden voor onze hoop dat dat wat voorbij is nooit voor niets zal blijken te zijn geweest. Goed, dit wordt al weer veel te ingewikkeld. Wat ik maar wil zeggen: ook dit jaar belandde een op het eerste gezicht simpel verzoek in de inbox van alle werknemers van weekblad De Groene Amsterdammer. Of men het afgelopen jaar in dat mooie blad iets had gelezen waar rond deze tijd van het jaar nog eens een spotlichtje op mocht worden gericht. Een simpel verzoek met een heldere deadline en de vraag om eventuele aanbevelingen tot maximaal honderd woorden te beperken. Want bij enig animo zou dit bericht wel eens veel te lang kunnen worden.

© Kamagurka

De deadline voor het dubbeldikke winternummer stond op dat moment reeds angstaanjagend helder afgetekend aan de horizon en het bleef stil. Heel stil. De stilte van zwijgend gezwoeg dat je op de redactie van De Groene alleen in die eerste weken van december zult aantreffen. De zon kwam op en de zon ging onder. Hele weken vergleden. Rien. Een dag voor de in de mail vermelde deadline, kort na het ter perse gaan van het dubbeldikke winternummer, was de lijst van mensen die nog niet hadden gereageerd maar één regel korter dan de lijst van mensen die waren aangeschreven. En dan bestond het bericht van Lotje van den Dungen, de enige werknemer die wel tijd had gevonden om even diep na te denken en een antwoord te formuleren, uit niets anders dan:

‘Deze: (!!!!!) https://www.groene.nl/artikel/callgirl-voor-albert-heijn Groetjes!’

Een prachtig verhaal, zonder twijfel een van de belangrijkste stukken die we het afgelopen jaar publiceerden, maar zo mager kon de oogst toch niet zijn? Een bescheiden herinneringsmail leek op zijn plaats. De eerste reactie liet niet lang op zich wachten: ‘Ha Jan, ik reageer niet, met jouw welnemen. Tot op de borrel!’

Maar met dat ene, op het oog alles behalve veelbelovende bericht leek de ban gebroken. Het was alsof de hemel openbrak. En when it rains, it pours. De aanbevelingen stroomden binnen. Het waren er zoveel dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Het enige wat alle inzendingen met elkaar gemeen leken te hebben, naast een flinke dosis enthousiasme en nauw verholen trots, was dat vrijwel niemand erin slaagde zich aan de opdracht te houden. De meeste berichten passeerden de grens van honderd woorden ruimschoots. Al maakte niet iedereen het even bont.

© Kamagurka

Jaap Tielbeke vond na het schrijven van niet één maar twee lange verhalen voor het extra dikke winternummer tijd om diep de archieven in te duiken. Hij mailde: ‘Ha Jan, ik laat je niet in de steek hoor.’ Nee, dat zou wat zijn, Jaap. Hij vervolgde: ‘Coen van de Ven ontleedde vakkundig de ideologie achter de blockchain(hype). Roos van der Lint schreef een stuk over onze veranderende omgang met dieren, waarin ze reportage, filmbespreking en filosofische overpeinzingen op een heerlijke manier vervlecht. Irene van der Linde tekende de gevolgen van het mensonterende grensbeleid indringend op in een knap artikel over het lelijke gezicht van Europa. Marja Pruis maakte een jaar na #MeToo de balans op en dat leverde niet alleen scherpe inzichten, maar ook gewoon een heel fijn essay op. Evert de Vos en Luuk Sengers hielden de klimaattafels nauwgezet in de gaten en maakten in hun onderzoeken korte metten met de argumenten van de fossiele industrie. O ja, en iedereen moet natuurlijk het boek van Casper Thomas kopen.’

© Anone

Nou ja, dat soort marktkoopmannengedag zien we voor één keer door de vingers. Casper Thomas zelf was in voorgaande jaren dikwijls een laatkomer – een enkele keer slaagde hij er zelfs in zijn aanbevelingen in te leveren na de publicatie van het jaaroverzicht. Maar nu was ook hij er op de laatste dag voor de deadline snel bij. Hij mailde: ‘Ik ben kleurenblind dus kon die confetti deadline niet lezen (Briljante smoes).’ De oorspronkelijke mail was inderdaad in een overdaad aan kleuren opgesteld, briljant is wellicht toch wat overdreven, maar het is inderdaad een smoes. ‘Graag noem ik een aantal verhalen, waarbij de trots er in zit dat ons blad de plek is waar dit soort boeiende, actuele, en meeslepende verhalen in staan: Marijn Kruk over de Gele Hesjes en Macron, niemand legt de onderhuidse politieke problemen in Frankrijk zo goed bloot als Marijn. Coen van de Ven over Russische trollen in Nederland. Mooie nieuwe vorm van data-journalistiek, waarvan de methode debat uitlokte en de zorgvuldigheid overwon. Karlijn Kuipers, Thomas Muntz en Tim Staal over de DNA-databanken. Bewijs van hoe De Groene het platform voor geschreven onderzoeksjournalisitiek is geworden. Margreet Fogteloo interviewt Astrid Holleerder. Een genre waar we vaak van wegblijven, het persoonlijke interview. Dit stuk laat zien dat het goed is om af een toe een uitzondering te maken. Roos van der Lint over (niet meer) wonen op de Wallen. Prachtig portret van het versjacheren van de stad. Jaap Tielbeke en Rasit Elibol over racisme in Nederland. Ook onderzoeksjournalistiek, over een onderbelicht probleem. Marcel ten Hooven over waarom onze democratie de beste is. Klopt. De vraag is of dat zo blijft. Dat was het, een selectie uit noodzaak uit veel moois.’ Ik ken het gevoel, Casper. Iedere week krijgt de lezer zo’n pak papier te verstouwen. Tientallen stukken, het ene nog doorwrochter dan het andere. En dan zou je aan het einde van het jaar even moeten zeggen wat er met kop en schouders bovenuit stak?

© Kamagurka

Arthur Eaton was het afgelopen jaar een zeer, zeer, zeer gewaardeerd collega. Hij bemachtigde een van de felbegeerde Martin van Amerongen Fellowships. In die hoedanigheid schreef hij prachtige stukken over onder andere Viagra, cryptozoölogie, Jordan Peterson, de NCPN en verwarde mensen. Arthur: het was een eer en een genoegen.

Hij schreef: ‘Mijn lievelingsstuk was het essay ‘In hoeveel talen thuis’ van Rasit Elibol. Via het prisma van meertaligheid adresseert hij de grote problemen van onze tijd én persoonlijke twijfels, en laat hij mooi zien hoe je die twee dingen eigenlijk nooit los van elkaar kunt zien. Ook heb ik sinds haar stuk over nostalgie en technologie een crush op (de artikelen van) Marian Donner – en ik las óók heel graag ‘Een perfect ronde cirkel’ van Saskia Pieterse, waarin ze Thierry Baudet via zijn jongste roman ontmaskert als een stuk drijfhout in stilstaand water. Hartelijks! Arthur’

Hartelijks. Een groet uit een andere tijd. Maar… hoor ik u zeggen, er werken toch niet alleen jonge mannen, de meesten nog nat achter de oren, op uw redactie? Nou nee. Rosa van Gool mailde:

© Anone

Basje Boer schreef: ‘Ha Jan, Hieronder dan. Misschien zijn het te veel stukken? Waar is de nostalgie van weleer?, het essay van Marian Donner over de manier waarop trends en hypes zich sinds de komst van het internet eindeloos blijven herhalen, is typisch zo’n stuk dat bleef rondzingen in mijn hoofd. Een fijne analyse van een fenomeen waar ik me al bewust van was, maar waar ik niet eerder op zo’n manier over nadacht. Ook de nieuwe column ‘In medias res’, die zij om de beurt met Joost de Vries en Jan Postma (eh, met jou dus) vult, is fijn.

Het stuk dat ik het afgelopen jaar hardop lachend zat te lezen was Marja Pruis’ essay Vergeef hun, ze weten niet wat ze doen, al weet ik nu ik dit schrijf eigenlijk al niet meer waarover het gaat, alleen dat de vrolijke begeleidende tekeningen van Aart-Jan Venema mijn stemming destijds perfect weerspiegelden.

Ook fijn van Pruis: haar recente stuk over de film The Wife, vooral in combinatie met – in hetzelfde nummer – Yolanda Entius’ bijdrage over een andere film, Girl. Twee heel verschillende stukken, die desalniettemin allebei iets hadden wat tegelijkertijd zoekend en toch stellig was. Een mooi tweeluik, voor wie het erin wilde zien.

En dan is De Groene er tegenwoordig ook in te beluisteren vorm, te weten de podcast Boeken FM. Fijn is dat je niet alleen hoort wat voor slims het driekoppige panel allemaal te vertellen heeft, maar dat je bij hen aan tafel wordt uitgenodigd, zoals dat bij de beste podcasts het geval is. Gr, Basje.

© Kamagurka

Christine Rothuizen mailde: ‘Hoi Jan,
Ik ga iets vergeten met deze harde deadline na de deadline, een paar favorieten:
Het Zaandamverhaal van Rasit en Coen, omdat het knap meerdere verhalen tegelijk vertelt en mooi van toon is. Bonus is hoe het de maatschappelijke rol van architectuur illustreert. De bewogen, van binnenuit geschreven Braziliëverhalen van correspondent Marjon van Royen. Belangrijke onderzoeken, zoals dat over arbeidsuitbuiting, en Jaap en Rasit over discriminatie. En dan zeker: Margreets interview met Astrid Holleeder. Je begrijpt waarom Holleeder alleen met De Groene sprak. Een wederzijds zeer waarachtig gesprek. Vol psychologische suspense.
Allerbeste kop van dit jaar. Slimste cartoon. Groet Christine.’

Irene van der Linde schreef: ‘Ha Jan, Trots. Op een stuk van Marja Pruis. Dat popt als eerste bij me op. Hoe ze laverend in het mijnenveld van #MeToo een standpunt zoekt ‘…omdat we ons in het oog van een revolutie bevinden waarbij vrouwen aan zet zijn’. En dan omdat ze ergens in haar prachtig opgebouwde verhaal – van haar allergie voor het slachtofferschap, het breed gedeelde gevoel van onvermijdelijkheid naar de huidige houding van ontoelaatbaarheid –, weer die twijfel laat zien na het vertellen van een anekdote over een ongewenste seksuele benadering uit het verleden. ‘Hij zou hier niet meer mee wegkomen, omdat de weerzin openlijker en breder dan ooit gedeeld zou worden. Toch?’

© Joep Bertrams

‘En natuurlijk op het onderzoek van Rasit Elibol en Jaap Tielbeke ‘Rachid is ook gewoon een nette jongen’. Het lijkt een simpel onderzoek, ‘Rachid’ en ‘Jaap’ zoeken beiden een woning. Ze schrijven zich her en der in met als enige verschil hun naam, diverse gemeenten, diverse plekken. Al snel krijgt ‘Rachid’ de ene afwijzing na de andere en wordt Jaap wél uitgenodigd. Zo eenvoudig is het dus om discriminatie, in dit geval op de woningmarkt, bloot te leggen. Pijnlijk onderzoek dus.
 
‘Ik zit al over de 100 woorden en heb nog veel meer: het interview met Astrid Holleeder door Margreet Fogteloo, bijvoorbeeld. En het stuk van Arthur Eaton over de verwarde mens, het portret van Zaandam van Rasit en Coen. En Tjitske Lingsma en Coen van de Ven over de moeizame jacht op mensensmokkelaars … Het is ondoenlijk, zo weinig woorden. Irene.’

© Kamagurka

Ook Jules van Hal liet zich niet onbetuigd: ‘Ha Jan, Voila: Er kan wat mij betreft niet genoeg over de precaire positie van de millennial geschreven worden. Totdat we de macht in handen hebben zeg maar. Als Hadjar Benmiloud het dan ook nog zo fantastisch, scherp en persoonlijk opschrijft; kan het niet in ‘t lijstje topstukken ontbreken. Niets is wat mij betreft fijner dan wanneer Jaap Tielbeke zich in een actueel onderwerp vastbijt en het gewoon even haarfijn en helder uitlegt. Zoals over Gramsci of het Ecomarxisme.
Ook het vermelden waard. 2018 heeft zich ook onderscheiden door briljante, zeer nuttige onderzoeksjournalistiek. Neem Rasit en Jaap over racisme. Of de serie van Investico over de schuldenproblematiek. Of Karlijn Kuijpers over het regenwoud in Brazilië. Groet!’

© Kamagurka

Charley Ladee mailde: ‘Ha Jan, het was er helemaal bij ingeschoten, maar ik doe graag een vlugge bijdrage, namelijk dit inspirerende stuk: Met z’n allen een tasje rollen. In zijn essay analyseert Willem Jan Otten een essentiële paradigmaverschuiving in persoonlijke identiteit en de uitdrukking daarvan in de filmkunst van de afgelopen decennia.
Hij beschrijft op prachtige wijze hoe een kunstig geëdit movimentum de macht heeft om op fenomenologisch niveau het tijdsbesef en de ervaring van de kijker te kunnen verdiepen. Rolprenten bewerkstelligen vaak een kortstondige verbondenheid van kijker en personage (wiens realiteit hij/zij betreedt). Het gevoel dat de kijker wordt aangedaan in ‘hedendaagse’ film legt een tendens bloot: een verschuiving van het ‘ego-tijdperk’ naar een besef van verbondenheid met het grotere geheel. De godverlatenheid, die bij het Interbellum zijn intrede deed, deed ons beseffen hoe de mens afhankelijk is van iets groters. Wij maken deel uit van leefwerelden van anderen. Hoe dat besef verbeeld wordt in recente films zien we bijvoorbeeld in (mijn persoonlijke favoriet) Lars von Triers Dancer in the Dark: een schuldgevoel dat niet verbonden is aan jurisdictie, maar aan iets kernachtigers dat in ons leeft en dat tot openstelling tot het leven kan leiden. Ottens essay is belangrijk omdat het tot zelfreflectie aanzet en een antwoord poogt te geven op de postmoderne vraag naar waarheid en betekenis. En dat via het prachtige medium film; hoe kan het ook anders. Tot morgen! Charley’

© Kamagurka

Kijk, dat is nog eens een gemotiveerde keuze. Ik kon er niet te lang bij stilstaan, want daar was al weer een mail van Coen van de Ven: ‘Ha Jan: Je kan heel lang praten over institutioneel racisme, je kan het ook uitzoeken. Rasit en Jaap deden dat dit jaar en de resultaten waren schrikbarend: 92 procent van de verhuurmakelaars die zij raadpleegden werkte mee aan racistische verzoeken. Opvallend aan Investico-stukken is dat ze aan de ene kant iets heel pijnlijks blootleggen en aan de andere kant vaak de aanstichters van die ellende zo ver krijgen om daar openlijk over te spreken. Zo ook in het ontluisterende stuk ‘Vonnis te koop’, dat beschrijft hoe commerciële robotrechters vonnissen wijzen.Daarnaast dook Joost dit voorjaar in de psyche van de ‘boze witte man’. Hij keek hun programma’s, las hun boeken en schetste een mooi portret van hoe ze zich angstig terugtrekken in hun grotten, zich verbergend voor moderniteit. Best tragisch. Oké nog eentje dan al is het vast al honderd keer genoemd. Marja’s stuk over arrogantie. Waarschijnlijk veel te lang maar doei! Coen’

Rasit Elibol schreef: ‘Ha Jan, Ik ben Frank! Gefeliciteerd! We hebben weer een enorme hoeveelheid goede stukken geproduceerd in 2018. Zonder dollen: er staan elke week wel pareltjes in het blad. Een absoluut hoogtepunt het afgelopen jaar was Marja’s Mijn leven als snob (en haar columns, maar die had ik vorig jaar ook al). Daarnaast was het geregeld genieten van actuele onderwerpen die door ons op een heel eigen manier werden beschreven, zoals het stuk van Joost over Anne Faber en de opening van Jaap over hoe de journalistiek zou moeten omgaan met rechtse onruststokers. Ook een erg goed stuk: Thomas Heerma van Voss over zijn Slotervaartziekenhuis. Wat verder echt niet mag ontbreken in een best of 2018 zijn de geweldige onderzoeksstukken die we hebben gebracht. In dat kader: Investico doet fantastisch werk, denk aan de verhalen over moderne slaven, Poolse werknemers bij AH en de Ecourts. Het is geen definitieve lijst, dat is onmogelijk (appels en peren). Groet, Rasit.’

© Kamagurka

En, praktisch op het moment van de deadline zelf, terwijl ik al op de fiets naar de kerstborrel zat, was daar de mail van mevrouw Marja Pruis.

‘Jan Postma speelde het afgelopen jaar klaar om toch weer iets nieuws over de kat te schrijven, als spiegel van de menselijke conditie.
Basje Boer is voor mij de gids op filmgebied; haar stuk over de mij tot dan toe onbekende Diablo Cody vond ik een eyeopener.
Een heerlijk en inzichtelijk stuk van Stephan Sanders over kunstenares Raquel van Haver.
Hoe Joost de Vries over Arnon Grunberg schreef, én over de ‘vreemde patroonheiligen van de opgejaagde man’; cultuurkritiek zoals ik die het liefst lees.’

© Kamagurka

Lang nadat de deadline verstreken was, volgde een bericht van redactiechef Evert de Vos. Hij weet waar hij mee wegkomt. ’Ik was dit jaar zeer onder de indruk van het racisme-onderzoek van Rasit Elibol en Jaap Tielbeke. Uit allerlei data komt naar voren dat Nederland veel racistischer is dan we denken. Hun onderzoek naar discriminatie op de woningmarkt is ronduit schokkend. https://www.groene.nl/artikel/rachid-is-ook-gewoon-een-nette-jongen. De race to the bottom op de Europese arbeidsmarkt wordt ook pijnlijk duidelijk gemaakt in het onderzoek dat Jef Poortmans deed met tal van collega’s van Investigate Europe. En ik hou erg van mooie reconstructie, zoals bijvoorbeeld Irene van der Linde en Tjitske Lingsma: hoe het Haagse Institute for Global Justice 20 miljoen subsidie verspeelde.’

De lange stilte die hierop volgde werd onderbroken door een vreemd geluid dat bij nadere inspectie bleek te zijn voortgebracht door een tweede e-mail van Marja Pruis. ‘Hé John, alsof je niks anders te doen hebt… Maarreh, ik lag natuurlijk nog even na te denken over het afgelopen jaar Groene. Er waren nog twee stukken die indruk op me maakten: van Rasit over de dilemma’s zijn dochter al dan niet Turks bij te brengen. Illustreert eerlijk en indringend de theorie over tweede taalverwerving. En het stuk van Thomas over het sluiten van “zijn” ziekenhuis. Gaf de actualiteit een schokkend, betrokken en toch ook geestig gezicht. Verder: de column van Opheffer. Constante kwaliteit. M.’

Alles goed en wel, maar het begon toch een beetje te knagen: waar bleef Xandra Schuttes lijstje? Zou er nog een nieuwe herinneringsmail aan te pas moeten komen? Of, en dat was pas echt een doodenge gedachte, zou ze al die tijd aan een gigantische e-mail hebben geschreven? Ook eerdere jaren trok ze zich weinig aan van de voor normale stervelingen geldende deadlines en maximale woordaantallen – waarschijnlijk om mij te laten voelen wat ik ieder jaar maar niet lijk te willen horen – maar wat als ze nu plots de ambitie had opgevat een jaaroverzicht te produceren dat samenviel met de totale productie? Zoals in dat zeer korte verhaal van Jorge Luis Borges waarin hij een oude civilisatie beschreef waarin de cartografie zulke grote hoogten had bereikt dat men een kaart maakte die volledig samenviel met het gebied? Wat als ze nu in het postkantoor stond, met in haar armen een loodzware kartonnen doos met daarin grofweg vijftig Groene Amsterdammers, mijn adres op het label en binnenin alleen een post-it met de woorden: ‘Dit was in alle bescheidenheid wat mij betreft ongeveer het beste, of in ieder geval de moeite van het herlezen waard.’

© Gorilla

Gelukkig niets van dit alles. Want uiteindelijk ruim op tijd kondigde een krachtig geronk in de verte een bericht aan dat van niemand anders dan onze onvolprezen hoofdredacteur kon zijn. Toen het eenmaal voor de deur parkeerde, las ik: ‘Ha Jan, na een hele week keuzestress heb ik de volgende verhalen geselecteerd als beste van het jaar, maar zoals altijd plaats ik er graag een kanttekening bij: het hadden ook andere verhalen kunnen zijn, want van de honderden stukken die we in 2018 publiceerden zijn er heel veel me lief. Maar goed: deze twaalf zet ik graag nog een keer in het zonnetje.

In de categorie persoonlijke verhalen met een grote reikwijdte zijn de volgende drie me zeer bijgebleven:

  • In de eerste plaats het verhaal van Ralf Bodelier over het afstaan van een nier aan een onbekende. Het is een groots gebaar, je nier geven aan iemand die je niet kent, maar Bodelier schrijft bewonderenswaardig nuchter en bescheiden over zijn daad.

  • Kiza Magendane verliet eind jaren negentig zijn geboorteland Congo en belandde in Nederland. Zijn oom kwam in Zuid-Afrika terecht. Negentien jaar later zoekt hij zijn oom op en onderzoekt hij hoe de Zuid-Afrikaanse droom van zijn voormalige landgenoten eruitziet. Zijn oom heeft een kapsalon en het gaat hem redelijk goed, maar voor veel andere Congolezen is het sappelen. Een aangrijpend verhaal.

  • En niemand kan dat zoals Marja Pruis: een verslag van een groepsreis naar Brazilië verbinden met buitengewoon eerlijke bespiegelingen over snobisme. Het levert een even hilarisch als pijnlijk essay op over een van de moeilijkste opdrachten die er zijn: aangenaam gezelschap zijn.

Om nog even in de categorie essay te blijven:

  • In de benarde, gepolariseerde tijd waarin we nu leven stemt het nostalgisch om de lofzang op de jaren negentig van Rutger van der Hoeven en Mathieu Segers te lezen. Ze nemen het op voor dat verguisde decennium, dat volgens criticasters de kiem in zich droeg van het consumentisme, het egoïsme en de terreur waardoor we nu geplaagd worden. Dat klopt niet, volgens de auteurs. De jaren negentig verdienen een herwaardering als tijdperk van openheid, energie en cultureel en maatschappelijk experiment.

  • Het kostte Ian Buruma zijn hoofdredacteurschap van The New York Review of Books toen hij de vraag aan de orde stelde: wat te doen met de mannen na #MeToo? Joost de Vries schreef een helder en evenwichtig essay over de belangrijke vraag over wat we moeten met het kerkhof van gevallen handtastelijke mannen.

© Gorilla

We plaatsten dit jaar meer dan veertig grote onderzoeksverhalen – een record.

Dit jaar plaatsten we ook twee bijzondere portretten die ik niet snel zal vergeten.

  • Het grote, portretterende interview dat Margreet Fogteloo met Astrid Holleeder hield is zo huiveringwekkend omdat ze via jou, de lezer, het gesprek aangaat met haar broer Willem. Ze verandert daarbij voortdurend van register, ze kan buitengewoon wijs en zelfreflectief zijn en op andere momenten haast intimiderend direct.

  • Dit jaar kreeg de Amerikaanse journaliste Barbara Ehrenreich de Erasmusprijs. Casper Thomas zocht haar op in Washington en maakte een prachtig portret van een gedreven vrouw die al vanaf de jaren negentig de groeiende ongelijkheid in Amerika aan de kaak stelt.

  • Ze staan nog steeds met regelmaat in de media: de reportages over de erbarmelijke omstandigheden waarin vluchtelingen aan de Europese grenzen verkeren, of het nu in Griekenland, Italië of Kroatië is. Het is om moedeloos van te worden, want die omstandigheden lijken maar niet te veranderen. Irene van der Linde schreef dit belangrijke stuk daarover, waarin ze de vraag stelt of dit is wat we werkelijk willen.

  • Tot slot het inzichtelijke en somber makende drieluik dat Marjon van Royen schreef in de aanloop naar de Braziliaanse presidentsverkiezingen. Onder de noemer Koe, Kerk, Kogel wierp ze licht op de groeiende macht van achtereenvolgens de grootgrondbezitters, de evangelisten en het leger.

  • En vooruit, dan nog als toetje, om wat opgewekter te eindigen, een contra-intuïtief verhaal van Hidde Boersma die uiteenzet dat we veel gelukkiger zijn dan we denken.

Dank, Xandra. Een rijke maar toch ook overzichtelijke lijst. Wat moet ikzelf dan nog kwijt? Er is al zo veel genoemd en nog zo veel dat onterecht ongenoemd moet blijven. Uit mijn hoofd nog wat dingen: twee stukken over musea, Roos van der Lint schreef over het Louvre in Abu Dhabi en Thijs Kleinpaste over het slavernijmuseum in Washington. Jaap Tielbeke die over de ware vijanden van de planeet schrijft. Anton Jäger schreef een scherp essay over zin en onzin rond in het debat over populisme. De columns van Marja. Arnon Grunberg schreef prachtig over Judith Herzberg en Pieter van Os heerlijk over hoe hij lang veel te gemakkelijk sorry zei. En als laatste geheimtip: Joost de Vries die plaatjes van legpuzzels instagramt.


PS. De namen van twitterende redacteuren en medewerkers zijn voorzien van een linkje naar hun Twitter-profiel. Volg hen voor meer moois in 2019. Daarnaast ook nog het volgende: voor Groene-abonnees is er De Groene Filmclub waarin luchtigere en zwaardere documentaires elkaar afwisselen, vandaag nog te zien: China’s Van Gogh, morgen iets heel anders.