Jaaroverzicht 2019

De Groene leest… De Groene (jaargang 143)

Tradities moet je koesteren, vinden ook wij van De Groene, en daarom werd ook dit jaar aan redacteuren en anderen die zich toevallig of minder toevallig op de burelen bevonden gevraagd: welk stuk is je bijgebleven? Wat verdient er zo op de drempel van een nieuw decennium nog een laatste saluut? Welke veer moet nog in welk… achterwerk?

De deadlines zijn bij De Groene doorgaans hard als gewapend beton. De drukker wacht immers op niemand. Maar als er voor de site wordt geschreven, worden ze licht en poreus als puimsteen en drijven de redacteuren stuk voor stuk naar een eigen uithoek van het deadline-universum. Ieder jaar weer negeert men massaal de eerste oproep stukken voor dit jaaroverzicht aan te dragen. Ieder jaar volgen na een eerste herinnering massale excuses. Ieder jaar is het de ene helft van de hoofdredactie die per ommegaande reageert en de andere helft die de rode lantaarn over de eindstreep draagt.

De deadline viel zoals ieder jaar samen met de aanvang van de kerstborrel. Medewerkers en redacteuren stonden wat onwennig naar small talk te zoeken toen Jaap Tielbeke nog snel in een e-mail zijn favoriete verhalen van het afgelopen jaar op een rij zette. Hij noemde 2019 het jaar van de profielen: ‘Neem dit heerlijke stuk van Coen van de Ven, die Frans Timmermans maandenlang volgde, nog voordat de Limburgse sociaaldemocraat tot Europese “klimaattsaar” werd gebombardeerd. Of, evenzeer actueel, dit knappe portret van de “nieuwe crimineel”: jong, meedogenloos en met een honger naar status en geld. Geschreven door de onvolprezen Rasit Elibol. Tot slot schreef Joost de Vries (wie anders?) een jaloersmakend goed profiel van Michael Jackson, de gevallen King of Pop, die opmerkelijk lang op zijn voetstuk kon blijven staan, omdat wij zo graag in zijn sprookje geloofden.’

Daarnaast mochten wat hem betreft ook de bijdrages van twee medewerkers niet onbenoemd blijven. ‘Er is veel geschreven over het Brazilië van Bolsonaro, maar bijna niets kon tippen aan de verslaggeving van Marjon van Royen. Keer op keer kwam ze met onthutsende reportages over de ellende in de Amazone, vrouwenhaat en de ontmanteling van de rechtsstaat. De fantastische muziekrecensies van Thomas Heerma van Voss, die er telkens weer in slaagt om in krap vijfhonderd woorden slim en kundig over de meest interessante hiphop-albums te schrijven (bewijsstuk één, twee en drie).
Er werd op dezelfde kerstborrel hier en daar al voorzichtig gedanst toen Rasit Elibol – die zijn woorden blijkbaar liever voor coverstukken bewaart, want dit was de kortste van alle mails – in een donker hoekje van het etablissement nog snel even een paar zaken op een rij zette. ‘Joost over Michael Jackson; dit stuk van Marja (en haar columns!); Mirjam van Hengel over Menno Wigman; dit van Jaap; dit van Jan; Coen en Robert van der Noordaa met hun verhaal over MH17; In medias res.’

Verder waren de meeste reacties eerder die dag binnengestroomd. Zoran Bogdanovic mailde zijn top drie. ‘Afschieten! Stel dat hij mijn kleinkind pakt’ (‘Prachtige reportage van Irene die je meeneemt in haar zoektocht naar de wolf op de Veluwe. Ze brengt heel mooi in kaart wat de terugkeer van een diersoort losmaakt bij verschillende groepen: van boeren tot politici en van milieuclubs tot jagers.’) ‘De jongens van de Piet Hein’ (‘Rasit en Coen doken de archieven in om een reconstructie te maken van de tocht die de mannen van een torpedojager aflegden tijdens de Koreaanse Oorlog. Dit verhaal heb ik verslonden, mede door de interviews met twee zeldzame en interessante overlevenden.’) ‘Land van sneeuw en terreur’ (‘Hester den Boer opende dit jaar met een verhaal over de erfenis de goelagkampen in Siberië: steden waar de Stalin-nostalgie sterker is dan het medeleven met overlevenden. Fascinerend en beangstigend voorbeeld van cognitieve dissonantie!’)
Rosa van Gool mailde een ‘niet-uitputtende lijst hoogtepunten’. Arthur Eaton analyseerde bijvoorbeeld op intelligente wijze de narcisten in de politiek: ‘Een verhaal dat helaas in 2020 onverminderd relevant zal blijven. Datzelfde geldt voor de beste Brexit-reportage die je zult lezen, al in februari geschreven door Coen van de Ven maar na de recente Britse verkiezingen weer actueler dan ooit.’ Tot slot wil ze een bijzonder persoonlijk verhaal van Margalith Kleijwegt aanbevelen, het verslag van een bezoek gebracht aan Sobibor waar Kleijwegts grootvader werd vermoord: ‘Ze weet een onvoorstelbaar zwaar verhaal in een luchtige, ontroerende vorm te vertellen.’
 

Het bericht van Coen van de Ven laat zich niet inkorten. Daarom in zijn geheel:
‘Veel dank dat je dit allemaal weer gaat doen. Dit jaar zal ik wél op tijd zijn al vond ik het onmogelijk om maar een paar verhalen te selecteren in slechts honderd woorden. In een mislukte poging om die limiet te overschrijden heb ik geprobeerd om beknopt een hele hoop te selecteren:
In ieder geval het verhaal waarin Marijn Kruk het nog altijd aanwezige fascisme in Oostenrijk ontrafelt. Verder het grote racisme-onderzoek van Jaap en Rasit, omdat het haast wetenschappelijk laat zien hoe xenofoob Nederland is. Niet ontbreken mag het stuk van Rosa over hoe conservatieven zichzelf de oudheid toe-eigenen, waarmee ze haar grote kennis over het onderwerp toont.
Subliem beschreef Joost dit jaar in een profiel hoe Michael Jackson een sociaal contract met zijn fans sloot, aseksualiteit veinsde en ons daarmee allemaal om de tuin leidde. Wat nooit mag ontbreken zijn alle Investico-onderzoeken en tot slot het Groningen-verhaal van Irene, die experimenteerde met vertelvormen, en zo indringend beschreef hoe het Groningse Overschild uit elkaar is gespeeld door de overheid.
Waar ik nu wel mee zit: ik heb het misogynie-stuk van Marja, jouw stuk over anti-natalisme en het profiel van Henk Bleker door Kim van Keken niet kunnen noemen. Ik heb gepuzzeld en gepiekerd, maar ik ga mij neerleggen bij de twee paragrafen hierboven. In de wetenschap dat het een volstrekt onvolledige lijst is.’
Erg jammer dat het je niet gelukt is die stukken van Marja, Kim en mij te noemen, Coen, maar ik heb er alle begrip voor.

Charley Ladee mailde dat ze graag het essay dat Daphné Dupont-Nivet samen met Jaap Tielbeke schreef over ‘haar’ generatie nog eens onder de aandacht wilde brengen. En daarnaast was ook de reportage van Ditty Eimers over de dierenvoedselbank van Bianca in Utrecht haar bijgebleven: ‘Een ontroerend portret van een mensen die aan de grond zitten en troost halen uit het gezelschap van hun enige kameraad – hun huisdier.’ Joeri Boom schreef: ‘De strijd ging wat mij betreft tussen het prachtige drieluik over het windmolenoproer van Marco Visscher en Ewald Engelens interview met Joseph Stiglitz.’ Hij koos uiteindelijk voor Stiglitz. ‘Niet per se om wat Stiglitz verkondigt, maar om de prettige manier waarop Ewald een overzicht geeft van de economische ontwikkelingen sinds de Depressie. Een helder, zeer goed leesbaar stuk dat complexe zaken haast op een speelse manier inzichtelijk maakt. Kapitalisme, marxisme, neoliberalisme en sociaal-liberalisme: je moet er niet aan denken om een artikel te gaan lezen dat daarover gaat. Maar dat is nu juist wat Ewalds stuk behandelt, zonder een centje pijn bij de lezer, en met als gevolg een beter begrip van de wereld om ons heen.’
Diederik Baazil nomineerde net als Joeri maar één stuk, wat de waarde van de nominatie natuurlijk sterk doet stijgen. Hij mailde: ‘Weet je nog waar je was toen je het artikel las van Jan Postma over het dilemma van kinderen op de wereld te zetten? Op een zeldzaam vrije doordeweekse dag zat ik aan het water in de zon een cappuccino te drinken en me wat in te lezen in mijn toekomstige werkgever. Met zinnen als “maar ergens is het als het kijken naar iemand die in tien seconden een Rubiks Kubus oplost: je bent tegelijkertijd totaal overdonderd door de prestatie en diep doordrongen van het geringe belang ervan”, maak je een zwaar onderwerp lichtvoetig en grappig. 9/11 (een jetski-computerspelletje spelen bij mijn buurjongen), de moord op Pim Fortuyn (de tennisbaan) en het artikel van Jan. Een vrolijke noot in het rijtje.’

Christine Rothuizen schreef: ‘Marja Pruis formuleert in haar sterke essay de alledaagse voorbeelden zó dat je het alomaanwezige seksisme ziet voor wat het is.’ Ook zij prees de reportage die Coen van de Ven maakte vanuit Engeland. ‘Radeloosheid én verdeeldheid onder de naderende Brexit aan de verpauperde Engelse Oostkust. Over “racist-land”, B&B’s waar buitenlandse ondernemers met grootse plannen logeren en frituurvet. Het stuk is filmisch, betrokken en ontzettend mooi geschreven. De badplaats Skegness vergeet ik nooit meer.’ Tot slot: ‘Ook erg genoten van Basje Boers gelaagde stuk over kunstenaar Cindy Sherman en mannen- en vrouwenrollen en van het scherpe woordgebruik van Femke Essink over het “seksuele nationalisme” in Turks Fruit.’

Of de stagiairs ook iets mochten insturen, vroeg Marieke Rotman. Uiteraard. Ze mailde dat ze het stuk over de krokodillentranen van Tata Steel erg mooi vond. ‘Het was de aanzet voor meer onthullende stukken over Tata, dat weer symbool staat voor de grote industrie. Het deed me weer eens inzien dat we als burgers en politiek wel braaf van alles kunnen bedenken over maximale emissies en CO2-maatregelen, maar dat de grote bedrijven die voor onze neus aan hun laars lappen en er liefst nog aan verdienen. Van gratis emissierechten tot veel te lage stikstofberekeningen.’ En ze noemde daarnaast ook het verhaal dat Jaap Tielbeke schreef in het kader van Covering Climate Now, over de relatie tussen de media en het klimaatprobleem en het recente stuk waarin Mira Feticu terugblikte op de Roemeense revolutie dertig jaar geleden, en ook de bijbehorende podcast. ‘Zowel de verhalen van de kinderen van de revolutie die ze optekent als haar persoonlijke anekdotes, verteld op haar poëtische manier, brachten deze vergeten dictatuur weer dichtbij.’

Medestagiair Damy Baumhöer schreef: ‘Ik vond het stuk over Twitter van Coen en Thomas Boeschoten een parel en dit stuk over Pinker en co, van Casper, en tot slot dit verhaal over nieuwtjesjagers op het Binnenhof.

Even ademhalen.

En door. Margreet Fogteloo mailde: ‘Hier mijn selectie uit het laatste jaar van dit bizarre decennium op drift: Jaap Tielbeke over de klimaatcrisis; de serie scherpe onderzoeken naar Russische trollentweets door Robert van der Noordaa en Coen van de Ven, met name de aflevering over ‘Het MH17-complot’; eveneens verontrustend is het surveillancekapitalisme, helder geanalyseerd door Casper Thomas in ‘De mens als grondstof’ – je wilt het misschien liever niet weten, maar hiervoor lees je wél De Groene.’ Maar ze was nog niet klaar. ‘Over #MeToo was al zoveel geschreven dat ik dacht: ajb even niet. En toch: in “Het lichaam vergeet niets” maakt Solange Leibovici pijnlijk duidelijk wat de impact is geweest van een verkrachting op jonge leeftijd: die is levenslang. Zo persoonlijk schrijven is relevant, zeker vergeleken bij het te kust en te keur opvoeren van de ik-vorm in de journalistiek dat soms meer getuigt van geldingsdrang dan van functionaliteit. (Her)lees vooral “De kelder van de weduwen” waarin Minka Nijhuis het indrukwekkende werk/leven van oorlogsjournalist Marie Colvin optekent. Met oren en ogen ter plekke zijn blijft in het tijdperk van nepnieuws en meningen cruciaal. Op naar het volgende decennium…’

Roos van der Lint hield het betrekkelijk kort – ‘omdat ieder woord in deze e-mail tegen je kan worden gebruikt’. Ze prees het stuk dat Koen Kleijn schreef na de brand die de Notre Dame verwoestte en twee verhalen over fotografie: ‘Rutger van der Hoeven over Tankman, de iconische foto die helemaal niet zo iconisch bleek te zijn. En Jan Postma over het fotograferen van vreemden en Ilja Leonard Pfeijffer onder de mooie titel “Kijk nou, de mens”.’ Het verhaal dat Irene van der Linde schreef over het Groningse dorp Overschild was haar ook bijgebleven, en ze kon de Jackson 5 niet meer horen zingen zonder even te denken aan het profiel dat Joost de Vries schreef van de kinderfluisteraar. Maar, zo schreef ze, mocht ze niet gewoon één heel nummer nomineren? ‘Het zomernummer over optimisme had werkelijk álles.’

Over de man, de mythe gesproken: Joost de Vries was uiteraard degene geweest die per ommegaande had geantwoord. Omdat ik, hier aanbeland, de wil om in te korten en te herformuleren een beetje begin te verliezen, volgt zijn reactie in full quote: ‘Voor mij was het profiel dat Jaap en Rasit van Philomena Essed schreven precies wat je van een profiel hoopt: het vertelde een levensverhaal van een interessant iemand, wiens leven ook nog een samenviel met een groot maatschappelijk thema. Marja Pruis schreef weer een stuk in de categorie “Ik leg het nog één keer uit”, maar wat ze uitlegde – de vele vormen van dwangmatige en kokette misogynie – dient blijkbaar elke keer opnieuw uitgelegd te worden. Dat deed ze met verve. Maurice Swirc liet zien dat je soms alleen de moeite hoeft te nemen om het archief in te lopen om te ontdekken hoe cynisch de Nederlandse staat militaire misdaden in Indonesië wegmoffelde en turfde Coen zich rot en liet zien hoe een extreemrechtse zuil ontstaat op de sociale media. Verder wordt het eens tijd dat onze tv-recensent Walter van der Kooi tot ereburger van Hilversum wordt verheven, en dient de koning in Den Haag eens langs te gaan bij Kees ’t Hart, om hem een knuffel te geven voor zijn verbazing, woede en bewondering waarmee hij al zo lang over de Nederlandse literatuur schrijft.’
Uiteraard volgde er nog een PS, waarin hij het verhaal dat Irene van der Linde schreef over de wolf nog eens voor het voetlicht bracht: ‘Voor de redactie is het heel leuk als iemand lang aan een stuk werkt; dan kan je ze daarmee pesten. Zoals Irene, die zich zo lang vastbeet in haar zoektocht naar de Nederlandse wolf dat we er vanuit gingen dat ze niet wilde terugkeren voordat ze dat beest kon laten apporteren. En het werd nog een heel mooi stuk bovendien.’

‘Onze Latijns-Amerika-correspondent Marjon van Royen trapte 2019 af met een indrukwekkend stuk over Brazilië onder de nieuwe president Jaïr Bolsonaro’, schreef Roderick Nieuwenhuis. ‘Sindsdien lees ik haar reportages zowel geboeid als geschokt, of het nou gaat over die piek in geweld tegen vrouwen of de grootschalige verwoesting van het Amazonewoud. Wat me, als anglofiel, ook enorm is bijgebleven is Coen van de Vens reportage uit het Engelse Skegness, waar meer dan zeventig procent van de inwoners voor vertrek uit de EU stemde. Coens stuk maakt die keuze op een knappe manier begrijpelijk. Ook de onderzoeken naar de grootste uitstoter van Nederland, Tata Steel, las ik met aandacht.‘

Irene van der Linde mailde een heus lijstje, er hoefden alleen wat bullet points te worden toegevoegd om het geheel iets officieels te geven.

• Marja Pruis, haar essay over alledaagse misogynie, ‘Glimlachen verplicht’, kan ik niet ongenoemd laten, een dagelijkse ervaring, pruisiaans mooi beschreven.

• Roos van der Lint, over het pretpark Amsterdamse Wallen, ‘Koketteren met het rode licht’, over de gevolgen van het toerisme in deze eeuwenoude wijk.

• En dan het ingenieuze essay ‘Wat doen we ze aan?’ van Jan Postma, over kinderen krijgen in tijden van naderend onheil; ‘Voortplanten is hopen op vergeving.’

• De goede, diepgravende en onthullende onderzoeken van dit jaar zijn talrijk, door Investico bijvoorbeeld over de achterkant van het asielbeleid, van Eline Huisman en Anouk Kootstra.

• Of die van Robert van der Noordaa en Coen van de Ven over het MH17-complot en de symbiose tussen Russische trollen, ideologisch gemotiveerde burgerjournalisten en uitgesproken complotdenkers.

• En die over De Telegraaf,De krant voor de Carmiggelt-man’, van Rasit Elibol, Sal Hagen en Coen van de Ven.

• En dan als extraatje – ik weet het Jan, ik ben al ver over de honderd woorden, maar het is niet te doen: ‘Ik kwam uit Steenbergen, man’, het mooie, persoonlijke profiel van Rasit Elibol over theatermaker Nasrdin Dchar.

Vanuit de Verenigde Staten arriveerde na de eerste herinneringsmail een licht verontwaardigd bericht van Casper Thomas. ‘Heeft zich een cultuurverandering voltrokken op de redactie die ik heb gemist omdat ik in Amerika zit? Ik verwacht streng te worden toegesproken als ik een deadline mis (niet dat dat ooit gebeurt natuurlijk), maar strengheid meer dan 48 uur voor de deadline?’ Ja, had je wat?
Casper wilde de volgende stukken nog eens in de etalage zetten: ‘Het Racisme in Nederland-onderzoek van Rasit Elibol, Jaap Tielbeke en Sal Hagen, omdat het met harde cijfers en goed journalistiek onderzoek laat zien dat alledaags racisme in ons land wel degelijk een groot probleem is. Het stuk van Coen van de Ven en Robert van der Noordaa over hoe Nederlandse activisten MH17-complottheorieën rondpompen. Het probleem van misinformatie en propaganda vormt een ernstige bedreiging voor democratieën wereldwijd. Zeker wat betreft onze grote nationale tragedie moeten feiten en ficties scherp van elkaar gescheiden worden. Coen schreef meer sterke door meta-analyse gedreven stukken dit jaar, maar deze springt er voor mij uit. Marijn Kruk is bezig met een ijzersterke serie over de wortels van het Europees populisme, maar ook zijn Frankrijk-stukken blijven onverminderd scherp. Marijns analyse van de gele hesjes in Frankrijk, de demonstranten van het jaar (sorry, boze boeren), en Macron was het stuk dat je nodig had om de onderstroom te begrijpen. Ik heb genoten van het stuk van Rosa van Gool over het gedweep met de oudheid, met name door rechtse mannen die zich een mentaal kuras hebben aangemeten voor hun cultuurstrijd. Bij het verleden ligt misbruik altijd op de loer, en dat laat Rosa understated zien. Tot slot, in de categorie stukken van buiten, het verhaal over opgroeien in post-muur Oost-Duitsland van Daniel Schulz was prachtig en aangrijpend, en laat zien hoe verschillend de historische ervaring is van de mensen die nu samen Europa moeten vormen.’

Een tussenkopje als rustpunt

IJbert Verweij koos voor een kort stukje over Tsjernobyl-toerisme, geschreven door Tobias Wals. ‘Waarschijnlijk niet het allerbeste stuk, maar “In de wereld” heeft iets prettigs. Mooie verhalen van elders en lekker kort. Dit stukje is grappig en gelaagd in alle eenvoud. Zou wel benieuwd zijn of er meerdere plekken zijn op de wereld waar deze vorm van ramptoerisme bestaat. Gaan mensen straks ook massaal naar de zwartgeblakerde bossen rond Sydney? “In de wereld” is ook een plek waar de potentie lonkt van een langer verhaal, maar dat krijg je niet. Het “is het nu al afgelopen”-gevoel wordt je zo in de schoot geworpen en je wil daarna meer. Waarna je toch lafjes opgeeft in een veel langer stuk. Kortom, “In de wereld” geeft je dat belangrijke gevoel dat je De Groene toch niet voor niets mee hebt genomen of ontvangt. Je hebt tenslotte De Groene gelezen. Weliswaar niet helemaal, maar toch weet je nu wat er in de wereld speelt.’
Ook IJbert stuurde een PS. ‘Toch nog één extra dingetje. Aangezien we De Groene tegenwoordig niet meer alleen als een papieren uitgave kunnen beschouwen, omdat we zo'n mooie website hebben met een prachtig archief, wilde ik graag nog een parel opgooien die ik dit jaar uit het archief viste. Ik kreeg het gedicht “De zon” opgestuurd van een goede vriend. Een geluidsfragment. Het werd voorgelezen door Arjen Duinker en Kees ’t Hart. Zij bleken ooit een wisselende column te hebben gehad in De Groene. Graag dus Arjen Duinker als parel uit het archief ook als aanbeveling. Omdat de woorden zo mooi razen in zijn stukjes. Een pleidooi ook voor de terugkeer van Arjen Duinker!’

Dachten jullie werkelijk dat ik Marja Pruis was vergeten? Ze stuurde een ‘lekker humorloos stukje’ in een heus Word-document. Er viel inderdaad weinig te lachen, maar dat was ook weleens verfrissend.
‘De profielen die dit jaar in De Groene verschenen maakten indruk op mij. Ik hou zowel van de slowe als van de snappy variant. Onder de eerste schaar ik het stuk dat Coen van de Ven aan Frans Timmermans wijdde. Als je bij een stuk denkt “knap gedaan”, is dat vaak geen goed teken. Toch had ik die “knap”-gedachte, omdat het Coen is gelukt het fenomeen Timmermans te ontleden zonder hem op de een of andere manier tekort te doen. Informatief, en behendig balancerend op het scherp van (on)eerbiedigheid. Snappy is het stuk dat Joost de Vries over ook-al-een-fenomeen-op-zichzelf schreef, Ilja Leonard Pfeiffer, bij het verschijnen van zijn roman Grand Hotel Europa. Hoe Joost een zichzelf mystificerend wezen weet te demystificeren, en en passant diens literaire werk terugbrengt tot de bedaagde moppentrommel, o heerlijke gerechtigheid. Rasit Elibol schreef een profiel van de nieuwe crimineel dat knap op een heel andere richel balanceert, die van verbeelding en werkelijkheid. En dan nog een profilerende beschouwing uit onze Dichters & Denkers die ik eruit vond springen: Jan Postma over de fenomenale Annie Dillard en haar werk. Staaltjes van puntig schrijven voortkomend uit langzaam denken zoals ik die het liefst lees. Opheffer is hiervan de personificatie, zijn columns laten mij nooit onberoerd, herlees bijvoorbeeld zijn “Verstervend wild”, maar je kunt ook gewoon alles lezen.’

Kun je op derde Kerstdag, een goede week na de deadline, de hoofdredacteur een voorzichtige herinneringsmail sturen? Een beetje subtiel hinten dat de tijd nu echt begint te dringen? Wis en zeker. Je moet alleen even wat moed verzamelen, maar dan word je ook ruimschoots beloond. Xandra Schutte sluit het bal.

Het bericht van de hoofdredacteur

Beste Jan,
Op de valreep, maar dat lijkt ook een beetje traditie te worden, mijn top tien van het afgelopen jaar, met meteen ook de geijkte opmerking erbij dat ik wel honderd stukken had kunnen kiezen, want bij zoveel verhalen die we publiceren heb ik de ontstaansgeschiedenis kunnen volgen en dat maakt dat ze me des te liever zijn.

Welnu, daar komen ze, in willekeurige volgorde:

• Een van de origineelste verhalen was van onze fellow Rosa van Gool, over hoe de afgelopen jaren de klassieken telkens weer van stal worden gehaald. Niet alleen de val van het Romeinse rijk blijft een geliefde metafoor, met de spreekwoordelijke angst voor de barbaren, politici, met name die aan de rechterflank, citeren tegenwoordig met graagte in het Grieks (Boris Johnson) of speechen in het Latijn (Thierry Baudet). Is de verwijzing naar de oudheid dus een rechtse hobby? Dat is de vraag. De klassieken zijn van iedereen, zegt de beroemde classica Mary Beard tegen Van Gool, doe ermee wat je wilt, dan kan zij daarna op de fouten wijzen – bijvoorbeeld in het Latijn van Baudet.

• Elk jaar ben ik weer bijzonder trots op de masterclass onderzoeksjournalistiek die nu al een jaar of tien in ons souterrain plaatsvindt, eerst door onszelf georganiseerd, totdat platform voor onderzoeksjournalistiek Investico daaruit ontstond, dat de masterclasses nu voor zijn rekening neemt, met De Groene als partner. Elk jaar weer werpen getalenteerde onderzoeksjournalisten in spe zich vijf maanden op een groot thema, de afgelopen keer op de criminaliteitscijfers van de politie, die niet zo solide blijken te zijn als we hopen. Hun grote onderzoeksverhaal is soms hilarisch, als het niet ook zo verbijsterend zou zijn.

• Het verhaal dat Joost de Vries in de zomer publiceerde over dat wat we nog willen ervaren voor onze dood laat zich evengoed als een contemplatief eindejaarsverhaal lezen. Het was de foto van de moedeloos makende lange rij klimmers vlak voor de top van de Mount Everest die hem aanzette tot zijn cultuurkritische beschouwing over hoe zinvol het is een zinvol leven synoniem te stellen met een reeks onvergetelijke ervaringen.

• Dit was het zoveelste jaar van de tragische Brexit-klucht, en een zoveelste apotheose: werd de No Deal-Brexit afgewend? Coen van de Ven schreef een van de meest empathische Brexit-reportages die ik in de Nederlandse media las. Hij ging op zoek naar de Engelse radeloosheid en verdeeldheid in het vervallen kustplaatsje Skegness, waar de leave-stem het hoogste was. De grieven die de Britten daar tegen de EU deden stemmen zijn terecht, en nog lang niet verdwenen, laat hij zien.

• Een geweldige serie dit jaar was het onderzoek van Marijn Kruk naar de wortels van het Europese populisme, waarvoor hij kriskras door Engeland, Oostenrijk en Italië reisde. Hij las de relevante boeken, sprak met intellectuelen, ook die van radicaal rechts signatuur, proefde de sfeer op straat en wist in zijn verhalen steeds tot een synthese daarvan te komen die mijn begrip verdiepte. Het goede nieuws is dat komend jaar nog twee afleveringen van de serie volgen, die over Frankrijk in ons eerste januarinummer. Maar eerst nog een keer aandacht voor zijn prachtige aflevering over Italië.

• Een bijzonder project van het 2019 was dat over dertig jaar neoliberalisme in Nederland, en de ontmanteling van de verzorgingsstaat die dat tot gevolg had. Redacteuren beschreven casussen in onder meer de jeugdzorg, het onderwijs, de rechtspraak, de ziekenhuiszorg en de kinderopvang en Marcel ten Hooven schreef er een grote beschouwing bij die pijnlijk laat zien hoe opeenvolgende regeringen het sociale contract tussen overheid en burger hebben laten verkruimelen.

• Rasit Elibol en Jaap Tielbeke begonnen hun onderzoek naar racisme in Nederland, waarbij zij zich niet zozeer op het gevoel als wel op de feiten richtten, al in 2018, maar hun slotstuk, een portret van Philomena Essed verscheen dit jaar. Essed deed in de jaren tachtig onderzoek naar alledaags racisme in Nederland en kreeg er ongenadig van langs: racisme, dat bestond hier niet. Nu, zo’n dertig jaar later, is zij een inspiratiebron voor een nieuwe generatie activisten. Het is een schaamtevolle ervaring om het portret over haar te lezen.

• Elke week beogen wij een essay te publiceren dat, of het nu om politiek, economie, geschiedenis of het leven zelf gaat, ons inzicht verdiept. Een van de scherpste essays van dit jaar was dat van Marja Pruis over vrouwenhaat. Misogynie mag dan een achterhoedegevecht zijn, Pruis laat zien hoe het nog steeds, en nu vrouwen een gooi naar de hoogste ambten ter wereld doen (en die soms ook verwerven) soms zelfs des te heviger, de kop opsteekt. Het essay leest als een ragfijne ontleding van een oeroude en helaas nog steeds actuele drift.

• Nu ‘kalifaatmeisjes’ tijdens de kerst worden uitgenodigd om op tv te vertellen over hun gemangelde jeugd, is het nuttig de schrijnende verhalen die Brenda Stoter Boscolo voor De Groene schreef over de jezidi-vrouwen in herinnering te brengen. Dit jaar verscheen haar boek Het vergeten volk, wij publiceerden eruit voor.

• En om de samensteller van dit subjectieve jaaroverzicht nog een beetje extra te belonen: hij schreef een slim en tot denken prikkelend essay over straatfotografie in een tijd dat iedereen met een smartphone, dat is dus echt iederéén, onverhoeds vreemden kan vastleggen. Dat kan grappig zijn, en soms ook wreed, maar het roept vooral de vraag op wat dat met ons doet, met onze privacy, met onze menselijkheid.

Al met een al een gigantische berg (her-)leesvoer om u mee zoet te houden tot de volgende Groene van de drukker rolt. Woensdag 8 januari verschijnt het nummer digitaal en vanaf donderdag 9 januari ligt het in de kiosk en op de deurmat. Als ik een tipje van de sluier mag oplichten: in dat nummer speciale aandacht voor een man die ooit het volgende beweerde: ‘De waanzin is bij individuen een zeldzaamheid, – maar bij groepen, partijen, volken en tijdperken de regel.’ Nietzsche had duidelijk weinig op met het idee dat er wijsheid in de menigte schuilgaat, maar hij was even duidelijk ook nog nooit bij een redactievergadering van een sedert 1877 onafhankelijk tijdschrift aanwezig geweest. Anders had hij ongetwijfeld aan zijn aforisme toegevoegd dat een weekbladredactie de enige uitzondering op die regel is. Een weekbladredactie is dat zeldzaamste der zeldzaamheden: een verzameling waanzinnige individuen die samen onmiskenbaar een klein beetje wijs zijn.


Ik beperk de huishoudelijke mededelingen dit jaar tot drie punten:

PS
Ook dit jaar arriveerde er rijkelijk laat nog een allerlaatste bericht in mijn inbox. Katrien Otten mailde: ‘Ha die Jan, vol schaamte mail ik je ver, ver na de deadline. Ik had een Russisch bal in Duitsland (echt) en dat hakte er behoorlijk in. Als het niet meer kan, even goede vrienden.’ Nee, even goede vrienden, daar doe ik het niet voor. Je kunt maar beter betere vrienden worden. Dus hier ook haar keuze: ‘De stukken die me zijn bijgebleven stemmen niet even vrolijk. Het eerste gaat over de GGZ-problematiek alweer uit februari. Het artikel prijkt ook in onze top 10, dus het is meer mensen opgevallen. Ik bewonder de gedrevenheid van de twee onderzoekers, Roos Menkhorst en Catrien Spijkerman. Ook het artikel van Rasit Elibol over de jonge crimineel schokte mij. Het maakt voelbaar dat de politie langzaamaan volledig de grip op deze groep jongeren kwijtraakt. En in het artikel over de rechtelijke macht en de onmacht van de strafrechtadvocaten van Margreet Fogteloo zie je dat het probleem niet alleen de politie betreft, maar dat justitie, advocaten en het OM ook steeds meer aan kracht en macht inboeten. Geen gerustellende gedachte. En dan, ten slotte een heerlijk stuk, zo herkenbaar, met de beste openingszin: “Er zijn twee soorten mensen in de wereld: mensen die begrijpen dat alles van belang is, en mensen die niet begrijpen dat alles van belang is.” Uit “De ode aan de wieg” van Marja Pruis.’

Het verhaal gaat niet verder onder de afbeelding.