Na vijftien valse pogingen hier te openen met een karakterisering van het afgelopen jaar en daarna nog drie minuten vol afgrijzen staren naar mijn eigen onvermogen, samengebald in de zin ‘Het was me het jaartje wel’, leek het me beter het idee iets te moeten zeggen over 2020 maar gewoon te laten varen en me in plaats daarvan te beperken tot een zakelijke introductie van de minst belangwekkende traditie uit de rijke geschiedenis van De Groene Amsterdammer: het jaaroverzicht.

De Groene heeft in veel opzichten een prima jaar achter de rug. We zijn onder niet altijd even gemakkelijke omstandigheden met ijzeren regelmaat barstensvolle nummers blijven maken. Net als ieder jaar waren het er weer zo veel en waren ze weer zo dik en zo rijk gevuld dat je je met recht kunt afvragen: hebben die mensen dat ook allemaal echt gelezen? Het gezond verstand zegt mij dat het eerlijke antwoord in een klein aantal gevallen mogelijk ‘nee’ zal luiden. En daarmee is ook dit jaar weer nood geboren aan een handig overzicht van dat wat men toch echt niet had willen missen.

Redacteuren en medewerkers werd verzocht kort en bondig samen te vatten welke verhalen dit jaar de meeste indruk hadden gemaakt, welke freelancers op de valreep nog een dikke pluim verdienden of wat gewoon het nog een keer teruglezen waard was. Men beweert dat oude honden geen trucjes leren, maar streng toegesproken redacties lijken zich ieder jaar iets beter aan de gestelde randvoorwaarden te kunnen houden. De deadline werd over het algemeen gerespecteerd, alsof het de hoofdredactie zelf was die hem had verordonneerd, de woordaantallen bleven binnen de perken en van noem-jij-mijn-stuk-dan-noem-ik-jouw-stuk en ander schaamteloos gekonkelfoes leek dit jaar geen sprake.

Basje Boer schreef: ‘Het afgelopen jaar heb ik De Groene op verschillende manieren gelezen: als eindredacteur (zeer gefocust, soms afgeleid door komma’s), als redacteur (betrokken; soms schrappend, soms jubelend) en gewoon als lezer (vol overgave natuurlijk). Het stuk van het afgelopen jaar dat me het beste is bijgebleven, is het essay van Marian Donner over astrologie: een mooi, zoekend en toch kraakhelder stuk over een vraag die ook mij bezighoudt: hoe verzoen je een behoefte aan weten, aan harde feiten, met een andere neiging, namelijk die naar dat wat je niet kunt zien?

© Joep Bertrams

Waar ik ook heel blij van werd waren de stukken van Rasit Elibol. Zijn persoonlijke essays (in het kerstnummer staat er weer een) zijn prachtig, en veelgeprezen, maar ik vind ook Rasits stukken over theater erg mooi: het afgelopen jaar over Wie heeft mijn vader vermoord, en Laura H. Joost de Vries lees ik altijd heel graag. Ik ga ook altijd een beetje in discussie met zijn stukken, zo ergens halverwege, omdat ik het ergens niet mee eens ben, of iets zou willen nuanceren, maar op het einde zijn we het altijd weer met elkaar eens. Zijn essay over niets doen vond ik bijvoorbeeld heel mooi. Met Marja Pruis’ stukken ga ik zelden in discussie als ik ze lees, dat is een en al meeknikken en soms meehuilen.’

Rutger van der Hoeven schreef: ‘Voor mij was het essay van Mathieu Segers, “Europa’s Grote Draai”, het hoogtepunt van het jaar. Niet alleen om het stuk, maar vooral ook om de timing. Begin april, lockdown net begonnen, iedereen nog middenin wtf just happened!?, bang voor de toekomst, de meltdown van de wereld wordt openlijk besproken. Om dan als Groene rustig en zorgvuldig duiding te kunnen geven, dan bewijs je als weekblad echt je waarde. Segers legde uit hoe we de Europese reactie op de coronacrisis moesten begrijpen, als deel van ‘een lang verhaal over het organiseren van wederzijds vertrouwen’ in Europa, met zelfstandig Europees optreden in de wereld als eindpunt. Voor mezelf in ieder geval erg waardevol destijds.’

Hij noemde de Amerika-special van 28 oktober het beste, rijkste en mooiste nummer van het jaar. Eervolle vermeldingen waren er voor:
• Coen van de Ven en Rosa van Gool: ‘Het nieuwe complotdenken
• Marijn Kruk: ’Voorbeeld Viktor Orbán
• J. Postma: ‘Aandachtseconomie
• C. Thomas: ’Steeds rijker, steeds armer’, en alles wat Casper Thomas zei in Radio Amerika

Lotje van den Dungen mailde op zakelijke toon dat ze de volgende onderzoeken ‘kudos wilde geven’:

• ‘Hoe door VVD-beleid nu ook de huurmarkt flexibel is (en de huren nóg harder stijgen)’ van Michelle Salomons en Felix Voogt van Investico
• ‘VVD-coryfeeën laten zich inhuren door de beveiligingssector’ van Kim van Keken en Dieuwertje Kuijpers
• ’Waarom een zakenman nu souvenirwinkels in Amsterdam-Centrum opkoopt’ van de nieuwe masterclass van Investico

Diederik Baazil pleitte voor een oeuvreprijs voor de kopij die Marjon van Royen vanuit Brazilië aanlevert. ‘Een speciale vermelding van deze, waarin ze een doodenge persoonlijke ervaring prachtig verweeft met de actuele ontwikkeling in het land. Brazilië is nou niet een land waar ik bovenmatig in geïntresserd ben, maar de stukken van Marjon lees ik als eerste in het blad. Ze laat zien dat een echte goede correspondent niet alleen bondig vertelt wat er gebeurt en waarom dat erg is, maar de lezer ook meeneemt naar het leven ter plaatse.’

‘Heel blij met de rubriek Aan de grens, waarin De Groene elke week weer schrijft over de schrijnende toestanden aan de grenzen van Europa’, mailde Lieke Knijnenburg. ‘En dan was er nog het verhaal van Linda Polman. Over de morele en humanitaire prijs die Europa bereid is te betalen om vluchtelingen te weren. Ze windt er geen doekjes om: “Europa heeft een vluchtelingenbeleid ontwikkeld dat de dood accepteert als effectief antimigratie-instrument.” Bam. Ook wil ik het essay van Maaike Meijer noemen, “Was will der mann?”, dat ik met een marker in de hand nog een keer las. Kan de man echt slechter tegen zijn verlies dan de vrouw? Tot slot jouw persoonlijke essay, Jan, over de verslaving aan onze schermen – heel confronterend.’

© Gorilla

Van tussen de brokstukken van de ooit zo machtige en trotse Verenigde Staten van Amerika berichtte correspondent Casper Thomas dat hij het fraaie profiel dat George Blaustein schreef over Joe Biden nog wel een keer onder de aandacht wilde brengen. Daarnaast was hij ook gecharmeerd van Frank Mulders verhaal over ‘een grote plaag in ons kleine land: de betonnen tuin. Slecht voor mens, natuur en mijn humeur.’
Tot slot: ‘Bijzondere vermelding verdient ook Jop de Vrieze die zich in het coronadossier vastbeet, over plagen gesproken. En in dat kader ook onze gezamenlijke reconstructie van hoe Nederland werd overvallen door het virus, verdient ook zeker een lintje, kunstig bijeen geschreven door Rutger en Irene, maar een productie van velen meer. Net als de stukken van Jop en al onze andere stukken over de grote gebeurtenissen van dit jaar laat het zien dat journalistiek volop op het soms verguisde dagelijkse nieuws kan duiken, zonder daarmee aan inzicht en verdieping in te boeten.’

Na verschijning van het kerstnummer volgde nog een tweede mail: ‘Omdat ik zo ruim voor de deadline was mag ik vast wel een nabrander sturen. Ik erger me en verbaas me dat terwijl hier in de VS de eerste miljoen spuiten in de armen zijn gegaan, een land van 17 miljoen worstelt met logistiek van het coronavaccin. Het Investico-verhaal in het kerstnummer over de puinhoop bij VWS maakt goed duidelijk waar het aan schort, en is exemplarisch voor de geweldige onderzoeksjournalistiek die Investico levert.’

Christine Rothuizen stuurde iets als een lijstje, dus ik heb er maar bulletpoints voor gezet:

• ‘Marja Vuijsje is moedeloos over het “te megalomane en te letterlijk bedachte” Holocaust Namenmonument dat in Amsterdam zal komen. Ze illustreert waarom het geplande monument niet echt over mensen gaat. Het sprak me aan omdat in elk ontwerp een ziel moet zitten. En al helemaal in een herdenkingsmonument. Joost de Vries schreef er twee jaar geleden ook goed over.
• Het onderzoek van Margalith Kleijwegt naar minderjarige meisjes in Amsterdam Nieuw-West die in hotelkamers seks ruilen voor nieuwe kleren of een tasje. Daar doorheen geregen de case van een sympathieke vader die zijn dochter ziet verdwijnen. Pijnlijk “gewoon” opgeschreven en daarmee heel voorstelbaar.
• Marijn Kruks mooi klassiek geschreven portret/analyse van Orbán (in zijn serie over Europees Nationalisme).
• Lisa Doeland over hoe we weliswaar meer recyclen, maar nog steeds vanuit consumentisme. Met intrigerende termen als “Ecorexia” en “het ondode afval”.
• Verder: de Amerika-special.
• Beste cover (beeld: Herman van Bostelen), bij een ontluisterend onderzoek, en deze mooie podcast.’

© Kamagurka

Abel Bormans koos één verhaal, dat van Joost de Vries over eenzaamheid. ‘Ik denk dat onze lezers geabonneerd zijn op ons blad precies hierom: diepgaande, literaire reflecties op structureel-actuele thema’s die ons allen aangaan en raken, maar waar we niet altijd de juiste woorden voor kunnen vinden om die te duiden.
Ik denk dat er ook altijd een behoefte zal blijven (weliswaar onder een kleine groep) om De Groene te blijven lezen, omdat het geschreven woord een veelomvattende nuance kan overbrengen, wat andere mediavormen niet lukt. Volgens Joost betreft alleen-zijn, in willekeurige volgorde: medelijden, jaloezie, vervreemding, geluk, populisme, bohémien en Mark Rutte, zonder dat dit inconsistent oogt.
Het is zo’n essay waarvoor je het hele nummer nog eens uit de kast pakt. Die handeling alleen al, in deze vluchtige eenentwintigste eeuw, verlicht eenzaamheid.’

Marja Pruis stuurde daags na de deadline een tweetal alinea’s. Ze schreef:
‘Bij buitenlandreportages komt het er nog meer op aan dan bij andere journalistieke genres: moed, nieuwsgierigheid, kunnen kijken en schrijven, iets opwekken. Marjon van Royen lees ik huiverend, lachend soms, bewonderend. Of het nu gaat om huiselijk geweld, om de vernietiging van het Amazonegebied of de uitzinnige toespraken van Bolsonaro (‘Iedereen gaat een keer dood, porra!’), ze schrijft meeslepend, betrokken, geïnformeerd. Moet ik er eentje kiezen dan het porra-verhaal, de waarschuwing dat Brazilië rijp is voor een staatsgreep.
Ik wist dit jaar opeens welke hedendaagse columnist met Renate Rubinstein te vergelijken is: Opheffer. En niet alleen omdat hij fans en haters heeft. Hij is persoonlijk en maatschappelijk, verontwaardigd en grappig, niet voorspelbaar, scherp, lief, genadeloos (voor zichzelf). En schrijft krankzinnig goed, stijlvast, helder over de meest complexe zaken. Wonderbaarlijk genoeg wordt hij almaar beter. Zijn beste dit jaar: “Welke schrijver zou je willen zijn?”.’

© Joep Bertrams

Ook Jaap Tielbeke mailde iets als een lijstje.

• ‘De coronajournalistiek van onze medewerker Jop de Vrieze die er vanaf de eerste golf bovenop zat en die dit jaar waarschijnlijk meer heeft geschreven dan menig vaste Groene-redacteur. Geef die man een kerstpakket!
• Het onderzoek van de masterclass van Investico over stalbranden, dat gepubliceerd werd in de week dat Nederland voor het eerst in lockdown ging en daardoor enigszins ondergesneeuwd raakte. Doodzonde, want hun bevindingen waren onthutsend.
De heerlijke briefwisseling van Thijs Kleinpaste en Stephan Sanders die samen het glibberige begrip “cancel culture” ontleden.
• Het data-onderzoek van Coen en Rosa naar het nieuwe complotdenken dat opleeft in pandemische tijden. En over de worsteling van traditionele media om daarmee om te gaan.
• Ik ben vast niet de enige die het prachtige essay van Rasit over identiteit en nationaliteit een van de hoogtepunten vond, maar laat me ter aanvulling wijzen op het bijbehorende interview in de wekelijkse Groene-podcast, gehost door de onvolprezen Kees van den Bosch.’

Was dat Jaaps gehele bericht? Nee, hij voegde nog een PS toe. Ik zou het hier uit bescheidenheid (een van de weinige goede eigenschappen waarover ik in ruime mate beschik) onvermeld kunnen laten. Maar wie zou daarbij gebaat zijn? Niet ik, niet Jaap, niet u. Jaap schreef:

‘PS. Het is dat ik aan mijn max aantal woorden zit en ik weet dat jouw fijne essay over de aandachtseconomie al genoemd wordt, anders had ik de zinnen “Dit is mijn leven. En – zonder mezelf per se belangrijker te willen maken dan ik ben – dit is de beschaving” graag nog eens uitgelicht!’

Was dat dan alles? Nee, Jaap voegde ook nog een PPS toe. Die ik u ook moeilijk kan onthouden.

‘PPS. Je kunt bovenstaande PS er natuurlijk gewoon bijplakken, jij bent de baas, als samensteller van de eindejaarslijst. Het zou van weinig bescheidenheid getuigen, maar van iemand die zijn leven gelijkstelt aan de beschaving hoeven we dat misschien ook niet te verwachten.’

Gepaste bescheidenheid is een mooi ideaal, maar aan valse bescheidenheid heeft niemand iets.

Evert de Vos schreef dat Jop de Vrieze dit jaar zijn coronakoers had bepaald. ‘Vanaf begin februari tot nu schreef hij 24 achtergrondverhalen over het Nederlandse beleid, waarbij hij veelvuldig onafhankelijke Nederlandse en met name buitenlandse deskundigen aanhaalde. Talloze drogredeneringen van overheidswege – zoals het niet beschikbaar zijn van testmatriaal – prikte hij door. Voor Groene-lezers zal de noodzaak van een harde lockdown door Jops berichtgeving niet als een verrassing komen. In het verlengde hiervan waren ook de reportages van Coen van de Ven over de GGD in het Gelderse Warnsveld vaak eyeopeners. De praktijk van artsen, verpleegkundigen en ook contact tracers bleek vele malen weerbarstiger dan de persconferenties van Rutte en De Jonge deden geloven. Omdat Coen de Gelderse medewerkers vaak dagenlang volgt, levert het "fly on the wall”-journalistiek op van de bovenste plank. Ontroerd werd ik, tot slot, door Rasit Elibol in zijn stuk “Ik kom mijn Turkse nationaliteit opzeggen”. Het gaat over wat je identiteit bepaalt, de blik van de ander en de liefde voor je opa en oma.’

© Anone

Zonder de GGD-verhalen van Coen van de Ven en Jops prikkelende corona-bijdragen was het jaar niet hetzelfde geweest, schreef Roos van der Lint. Haar persoonlijke favorieten in dit ‘jaar van herdenken en herwaarderen’ waren verhalen van Bas van Putten over Beethoven, Alice Boots en Rob Woortman over Anton de Kom, Warda El-Kaddouri over Audre Lorde en Arthur Eaton over Carl Jung.
Tot slot wilde ze nog eenmaal de aandacht vestigen op ‘wat waarschijnlijk kan doorgaan voor het somberste verhaal van 2020: Tjitske Lingsma schreef over het leven van asielzoeker Mohammed Abdulrahman dat volledig vastliep op een vinkje op een Grieks formulier. Zonder poespas geeft het inzicht in de ondoorgrondelijke wegen van ons immigratiebeleid.’

‘Er zijn geen feiten, alles is subjectief – dit fnuikende frame is met een loeiende storm overgewaaid uit het land van Trump’, schreef Margreet Fogteloo. ‘Complotdenkers ontzenuwen is dan ook tricky, maar Rosa van Gool en Coen van de Ven doen dat in “Wij zijn het nieuwe nieuws” zoals het moet: door zorgvuldig onderzoek, geschreven in een rustige toon. Hetzelfde geldt voor de reportage “De slachtoffers zijn de grote afwezigen” van Angela Dekker die het proces tegen de Charlie Hebdo-verdachten volgt. Ze neemt de tijd, tekent op (uit het Frans) wat ze hoort en ziet, en het resultaat is niet zogenaamde “ouderwetse” journalistiek. De Koloniale Leeslijst vond ik goed, omdat via boeken diepere lagen worden aangeboord die de discussie over het kolonialisme inkleuren. Uit de vele stukken over de coronacrisis – het uur van de waarheid voor de uitgeklede publieke sector – pik ik “Een zekere maatschappelijke relevantie” van Koen Kleijn, een scherpe analyse over de al veel langer geplaagde cultuursector.’

© Anone

Rasit Elibol mailde dat hij op de bank zat. Eigenlijk moest hij een rondje gaan hardlopen maar in plaats daarvan besloot hij iets nuttigs te doen. ‘Jij schreef een ontzettend mooi essay over de aandachtseconomie (en zoveel meer), Marja over onze ouderen en hoe we met ze omgaan. De stukken van Jop over corona mogen dit jaar zeker niet ontbreken, net als de repo’s van Coen over de GGD. Ook altijd goed: de onderzoeken van Investico. Verder: het stuk van Marijn Kruk over Hongarije en waarom radicaalrechts zich zo aangetrokken voelt tot dat land. Wat me ook is bijgebleven: de reeks van Margreet en Annemie Smolders over onze rechtsstaat en de rol van advocaten. Wat ik trouwens ook fijn vond was de lijst die Joost en Marja samenstelden met de beste romans van de 21e eeuw. En op de valreep: Jaap scheef een mooi essay over zijn jeugdliefde, de orka!

Een beetje vals dat ik hem nu tot het einde heb bewaard, want Coen van de Ven was zeer snel met zijn bijna uitputtende antwoord. Hij schreef:

‘Mijn goede voornemen dit jaar was jou wat sneller terugmailen voor je jaaroverzicht, mijn andere goede voornemen was beknopt zijn, maar dat laatste is dus niet gelukt. Toch nog een score van vijftig procent, niet gek hè?

Natuurlijk, 2020 was het jaar waarin Rasit zijn essay schreef over afscheid nemen van zijn Turkse paspoort, het boekdebuut van Jaap en Jan beschreef confronterend wat er verloren gaat wanneer je tien uur per dag naar een scherm staart. “Kun je een grotere afgrond in jezelf tegenkomen dan naar je kind kijken en naar een scherm verlangen?”
Maar in plaats van nog een hoop briljante andere collega’s wil ik graag een aantal freelancers noemen – omdat De Groene niet zonder ze kan. Zo kwam het mooiste buitenlandverslag dit jaar uit Italië, van Anne Branbergen. Terwijl Nederland nog grapte over “hypochonders”, greep daar het virus om zich heen. Anne beschreef het filmisch en deed mijn beeld over het virus opslag kantelen. Daarnaast overwon stagiair Damy Baumhoër zijn onzekerheden en schreef een fantastisch stuk over eerste-generatiestudenten – zonder in de valkuil te trappen om daar een “ik-verhaaltje” van te maken. Heel knap gedaan.
Verder mag Jop de Vrieze niet ontbreken in het Groene-jaaroverzicht van 2020. Hoewel ik aanvankelijk moest wennen aan zijn activistische pen, gaf hij keer op keer de wetenschappelijke antwoorden op de coronavragen die ik mijzelf stelde. Ook bleek hij vaak gelijk te krijgen. Met als hoogtepunt zijn stuk over de vertrouwensbreuk in Nederland.’

© Kamagurka

Als u tot hier bent gekomen heeft u, als ik goed heb geteld, ruim drieduizend woorden gelezen. Maar een compleet beeld van wat er dit jaar niet te missen was, is nog altijd niet in zicht. Daarom nog een tot mislukken gedoemde poging de witte vlekken op de kaart in te vullen.

• De lijst met dit jaar gepubliceerde essays is lang. Maar mis vooral niet Tjeenk Willink over de overheid in tijden van crisis en de politieke aanval op de rechter. Maaike Meijer las Freud en Eva Meijer luisterde naar de zee. Abram de Swaan zette 10 mei 1940 en 10 mei 2020 naast elkaar en zo banaal als dat misschien klinkt, zo subtiel waren zijn gedachten. Kathalijne Buitenweg beschreef in een pijnlijk verhaal de intimidatie en bedreigingen waarmee vrouwen in het publieke debat worden geconfronteerd.
• Sanne Bloemink schreef over de relatie tussen de mens en de natuur en Floor Milikowski over ons kleine land met verre uithoeken.
• Ook dit jaar weer veel bijzonder onderzoek van Investico. Over sekswerkers, over VWS, over verwarde mensen, over de GGD en over seksueel geweld.
• Het is tijd voor een nieuw jubeljaar,
• In een mooie briefwisseling bogen Thijs Kleinpaste en Stephan Sanders zich over de cultuuroorlog rond het uit Amerika overgewaaide begrip cancel culture.
• Oscar Bouwhuis schreef over ‘witte schuld’.
• Arnon Grunberg schreef over W.G. Sebald .
• Basje Boer schreef over Rebecca.
• Marja Pruis schreef over schrijven.
• P.C. Hooftprijswinnaar Alfred Schaffer en Maarten van der Graaff schreven elkaar brieven vanuit Utrecht en Zuid-Afrika over hoe mens te zijn in een menigte.

Ik weet nooit zo goed hoe je ergens een einde aan breit en sinds ik begin dit jaar las dat Tsjechov een brief afsloot met de woorden ‘Wees gezond, trek je broek op, groet je gezin’, levert zelfs de meest onbeduidende e-mail een kleine existentiële crisis op.

Maar moet ik me iets aantrekken van het gevoel dat ik een heel jaar heb af te sluiten? Waarom niet de continuïteit benadrukken? Mensen hebben de neiging te doen alsof 2020 een uitzonderlijk jaar was, zo uitzinnig dat niemand het had kunnen bedenken, maar niets is minder waar. Het was in verreweg de meeste opzichten niet veel meer dan een jaar waarin wij toevallig werden geconfronteerd met dingen die voor anderen al veel langer evident waren. En dat wat we nu voor gekte houden zal gewoon doorgaan of, erger, terugkijkend als betrekkelijk normaal toeschijnen.

Morgen gaat de zon weer op en dat is het dan. Wordt er schans gesprongen? Of moet je zeggen geschansspringd? Is er een nieuwjaarsconcert? Het antwoord op al die vragen zal wel weer nee zijn. Maar verder gaan de dingen gewoon hun nieuwe normale gangetje. Terwijl Ab Osterhaus zich opmaakt voor een bezoek aan Op1, ploft Angela de Jong ergens neer op een bank. Ze slaat een nieuw notitieblok open en neemt zich voor niet meer aan Oudejaarspromenade te denken. Slachtoffers van de toeslagenaffaire wachten nog altijd op de compensatie die de regeringspartijen, ruimhartig denkend aan de eigen verkiezingscampagne, hebben beloofd. In het Braziliaanse regenwoud en op een Grieks eiland kijken twee correspondenten naar dezelfde wanhopige werkelijkheid. En terwijl u en de in rap tempo opwarmende planeet waarop u zich bevindt met een duizelingwekkende snelheid door het heelal suizen, knipt op de Singel iemand een lamp aan. Nog maar een paar dagen en dan moet er een nummer naar de drukker. 7 januari ligt het op de mat.