Het milieubewustzijn van China

De Groene Sprong Voorwaarts

China kwam in Kopenhagen op voor zijn eigenbelang. Maar Peking begrijpt ook wel dat China de planeet niet ongestoord tot kooktemperatuur kan opwarmen. Het land breekt zijn hoofd over hoe het beter kan.

DE BLAMAGE van Kopenhagen is de schuld van Peking, vindt een groot deel van de internationale gemeenschap. China ging de besprekingen in met de belofte de kooldioxide-uitstoot per industriële eenheid tegen 2020 te verlagen met 40 tot 45 procent in vergelijking met 2005. In de praktijk betekent dat echter dat wel degelijk meer CO2 de lucht in wordt gepompt naarmate de economische groei doorzet. De westerse wereld wil dat China minder uitstoot en wil bovendien ook controle over de uitvoer van de plannen. Een eis die Peking zelfverzekerd naast zich neerlegt.
Dat is teleurstellend, want ook 40 tot 45 procent vermindering is een taak waar Peking zich gemakkelijk aan kan vertillen. Dat is nergens zo duidelijk als rond de stad Linfen, zo'n duizend kilometer ten westen van Peking. Een tiental mannen van de ochtendploeg wacht op de lift die hen driehonderd meter diep naar de zwarte ingewanden van de aarde zal brengen. Overalls die ooit blauw waren, lampen op gekraste gele plastic helmen. Praten doen ze niet graag, want ze begrijpen maar al te goed dat ik hun gedachten wil weten over de meest recente Chinese mijnramp, waarbij meer dan honderd mensen omkwamen. ‘Het is nu eenmaal zoals het is’, zegt een oudere man bij wie het kolenstof tot diep in de poriën is doorgedrongen. 'Het is gevaarlijk werk. Maar het land heeft ons nodig. Zonder kolen geen welvaart. Ik weet niet of jullie buitenlanders dat kunnen begrijpen.’
China graaft per jaar tweeënhalf miljard ton steenkool naar boven en de mijnen van Linfen zijn het hart van die industrie. Met het cliché dickensiaans weet ik niet of ik in dit blad wegkom, maar volgens de mythe mijden overvliegende vogels dit gebied en zo ver het oog kan zien zijn alle kleuren vervaagd tot aardtonen. Hoog in de mist doemen slechts de roet uitkotsende schoorstenen van ijzergieterijen, hoogovens en cementfabrieken op. Huidziektes zijn epidemisch onder de drieënhalf miljoen inwoners en zelfs de trots van alleman, de schoolkinderen, zien grauw. Linfen geldt als de meest vervuilde stad op aarde.
Productie, en dan vooral energie-intensieve goederen als staal en cement, zijn de pijlers van China’s explosieve groei. Zelfs tijdens de economische wereldcrisis bouwt het land momenteel de helft van alle huizen en gebouwen op aarde en iedere maand wordt hier ongeveer het equivalent van de Randstad uit de grond gestampt. Alleen dat al is grotendeels verantwoordelijk voor een verdubbeling van de cementproductie in de afgelopen jaren, en de ontzaglijke hoeveelheid energie die daarvoor nodig is komt uit steenkool. Bovendien wordt zeventig procent van alle Chinese elektriciteit daarmee opgewekt en dat gaat ook in de toekomst zeker niet anders worden. Volgens internationale berekeningen zal de totale verstookte hoeveelheid in de komende twintig jaar zelfs verdubbelen tot de reserves uiteindelijk onherroepelijk zijn uitgeput. Dit jaar werd de Volksrepubliek de grootste uitstoter van CO2 ter wereld, en dat terwijl de Chinese consumptiedrift nog maar net echt is begonnen. Ook bij de arme boeren staan wasmachines, tv’s en natuurlijk auto’s op het verlanglijstje en dat is een materiële verwachting waar Peking niet graag mee wil sollen.
De enige populaire rechtvaardiging voor het regime is economische groei en toenemende welvaart. Een taak waarin Peking tot nu toe inderdaad spectaculair succesvol is. Komt daar een einde aan, dan valt de bodem onder de maatschappij weg en stromen de ongewassen massa’s de straten op, zo is de angst.

SYMPATHIE voor Pekings positie in Kopenhagen is dan ook gemakkelijk te vinden in de Chinese media en op internet: 'Met per persoon een vierde van de CO2-uitstoot van Amerika, en de helft van het altijd groen pratende Europa, waarom zou ons land zich verplichten tot verminderde uitstoot? Of hebben witte mensen het recht tweemaal of viermaal zo veel kooldioxide te produceren als gele mensen’, schrijft ene Jiong op de blogsite Wykehamist. 'Ik vind dat de Chinese onderhandelaars het fantastisch deden in Kopenhagen; het was de eerste keer dat ik zag dat China krachtig opkwam voor het eigenbelang, zoals Amerika dat normaal doet. Het enige is dat we nu een dikkere huid moeten kweken zodat we idiote reacties uit tweederangs landen als Engeland gewoon kunnen negeren.’
Een immens populair standpunt in China, maar niet voldoende excuus om de planeet ongestoord tot kooktemperatuur op te warmen. Dat begrijpt Peking maar al te goed. Want China zelf is ook uiterst kwetsbaar voor het broeikaseffect. Een zeespiegelstijging bedreigt Sjanghai en nu al lijdt het noorden van het land onder langdurige droogten terwijl het zuiden jaarlijks met meer overstromingen en orkanen te kampen krijgt dan statistisch verklaarbaar is. De gletsjers van de Himalaya krimpen razendsnel en daarmee komt de wateraanvoer naar de Jangtse-rivier - de levensader van het land - in gevaar.
In maart kondigde premier Wen Jiabao in een speech voor het parlement aan dat verouderde energie verslindende fabrieken worden gesloten om 'vervuiling te beperken en het milieu te beschermen’, terwijl moderne en groene technologie absoluut prioriteit krijgt.
Het zijn aspecten die in Kopenhagen nauwelijks aandacht kregen, maar uit de feiten blijkt dat het China op z'n eigen manier wel degelijk ernst is. Een subsidiepot van niet minder dan 144 miljard euro werd opgezet voor de groene industrie - het grootste ondersteuningspakket ter wereld op dat gebied - en de geproduceerde energie uit windparken verdubbelt per jaar. Tegen 2030 is China vast van plan dertig procent van alle benodigde hoeveelheid uit alternatieve bronnen te halen, waarvan het overgrote deel uit wind.

BINNEN EEN JAAR of wat is dit absoluut de allergrootste markt voor windenergie’, zegt Peter Pronk, China-directeur van het Nederlandse bedrijf Emergya Wind Technologies (EWT) dat in samenwerking met het Chinese ruimtevaartconcern CASC molens bouwt. 'Geen land pakt dat zo massaal aan.’ En ook met zonne-energie is China bepaald niet kleinzielig. Vorige maand werd een miljard euro uit de subsidiepot gelepeld ter ondersteuning van 294 zonne-energieprojecten die aanvankelijk in totaal 650 megawatt gaan produceren. Naar verwachting wil China over tien jaar minstens tien gigawatt uit zonne-installaties halen.
Zelfs de hel van Linfen wordt op de schop genomen: 160 van de 196 ijzergieterijen worden gesloten, alsmede 58 van de 155 cokesfabrieken. 'Eerder was milieu voor de gemeente niet een onderwerp van gesprek’, zegt een ambtenaar. 'Nu is dat prioriteit, zelfs als het ten koste gaat van de lokale economie.’
Een niet geringe mentaliteitsomslag voor een land dat tot voor kort alleen grote energie verslindende bolides toestond op Pekings belangrijkste straat, Chang'an Avenue, omdat alleen dat voldoende sjiek werd geacht. Dat het kersverse Chinese milieubewustzijn niet voldoende is om de wereld te redden, blijkt echter uit het povere resultaat van Kopenhagen. Nog altijd wordt er een kolencentrale per week bij gebouwd en volgens Peking kan dat moeilijk anders. Milieuactivisten op hun beurt wijzen op bijna onbegrensde alternatieve mogelijkheden in het winderige en zonrijke Binnen-Mongolië en roepen op tot het belasten van steenkool om de alternatieve sector nog een extra duw in de rug te geven. Een stap die Peking tot nu toe niet wil nemen om politieke en sociale redenen. Chinese experts zeggen zeker te weten dat een deel van een oplossing moet komen uit kernenergie. Elf kerncentrales zijn ondertussen in operatie en twintig in aanbouw.

'GOD WAS INDERDAAD oneerlijk toen hij de energiebronnen over de wereld verdeelde’, grijnst expert Pan Jiahua, verbonden aan de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen (CASS) en lid van Pekings onderhandelingsteam in Kopenhagen. 'Maar daar is nu eenmaal niets aan te doen. China heeft relatief heel weinig olie en gas. Met steenkool zijn we gelukkig rijker bedeeld, alhoewel het minder is dan in Amerika of Rusland en helaas ook niet van al te beste kwaliteit.’ Dat maakt Chinese steenkool nog vervuilender dan elders, maar volgens Pan is en blijft het de goedkoopste motor voor economische groei en urbanisatie.
Een rapport van Greenpeace waarin de totale prijs van steenkool - vanwege milieu- en medische factoren - vele malen hoger wordt gecalculeerd dan het oppervlakkige kostenplaatje, legt hij niet zonder meer naast zich neer. 'Maar op mijn beurt noem ik het weer een sociale zegen als patiënten in veraf gelegen plattelandsklinieken stroom hebben en kunnen worden behandeld.’ Bovendien is hij er zeker van dat bevredigender resultaten uit steenkool te bereiken zijn door efficiënter gebruik: 'Voor een ton staal was twintig jaar geleden nog 1,5 ton kolen nodig, tien jaar terug 1,2 ton en nu is dat alweer bijna gehalveerd. Dus ga mij niet vertellen dat China niet alles op alles zet om de schadelijke gevolgen te beperken.’
Ook is Pan optimistisch over zogenaamde schone-steenkool-technieken. Een oxymoron volgens milieuactivisten, maar ontzwavelingstechnieken worden in China op steeds grotere schaal toegepast en verbranding in modernere kolencentrales wordt afgesteld op de kwaliteit van de aangeleverde steenkool om vervuiling te beperken. Verder wordt ook aarzelend naar ondergrondse CO2-opslag gekeken. Dat leek voor China tot voor kort nauwelijks mogelijk, maar uit recent geologisch onderzoek blijkt de bodem daarvoor juist prima geschikt.
Volgens Amerikaanse wetenschappers zijn er in China bijna honderd locaties met in totaal ruimte voor 2300 miljard ton CO2. Genoeg voor tientallen jaren uitstoot van de tweeduizend meest vervuilende fabrieken en elektriciteitscentrales. 'Transport komt op zo'n zes dollar per ton en dat is relatief goedkoop’, zegt auteur Robert Dahowski. 'Uitstekend nieuws voor het klimaat, zou ik zeggen. Het moet natuurlijk worden afgewacht of China ertoe bereid is.’
Daar gaat Pan Jiahua zich inderdaad nu niet over uitlaten. De CO2-uitstoot daadwerkelijk met 40 tot 45 procent beperken is voor Chinese omstandigheden misschien te hoog gegrepen, maar ondergrondse opslagmogelijkheden dienen nader bestudeerd te worden, zegt hij. In de praktijk denkt hij dat de aandacht van de overheid nu vooral moet worden gericht op het razendsnel groeiende autobezit en daarbij kijkt hij met een scheef oog naar Europa. 'Ik maak me sterk voor een progressieve belasting op zwaardere automobielen’, zegt hij. 'Als consumenten hun vervoermiddel als bewijs voor hun welvaren willen uitstallen, dan moet dat kunnen, zolang er stevig belasting voor wordt betaald.’
Een liberaal standpunt dat zich echter niet uitstrekt tot de eindeloos voortdurende Hummer-saga. Al maandenlang probeert het Chinese bedrijf Tengzhong van Peking toestemming te krijgen voor de acquisitie van de beruchte Amerikaanse zuipschuit. 'Als het aan mij ligt gebeurt dat nooit’, zegt Pan. 'Belachelijke auto. Helaas heb ik het niet voor het zeggen.’