Het grote Zelf-Doe-Bouwpakket van Rederij Hofland

De Groene Vakantie

Het is het beste er nú mee te beginnen. Straks is het te laat, je vader en moeder zijn aan het koffers pakken, iedereen heeft haast, en dan ontdek je dat je niet meer kunt vinden wat je nodig hebt. Laat je niet verrassen!

Voor deze bijzondere vakantie moet je meenemen:
stevige schaar
ijzerzaagje
combinatietang
scherp zakmes
lijm waarmee je alles aan elkaar kunt plakken (bisonkit bijvoorbeeld)
stuk of vijf ijzeren klerenhangers
rolletje dun ijzerdraad
stuk of tien postbode-elastiekjes
viltstift
liniaal of een «centimeter» waarmee je kunt meten hoe lang iets is.

Pak alles netjes in. Als jullie met het vliegtuig gaan, stop het dan in een grote koffer. Die gaat in de ruimbagage. Scharen en messen mag je niet meenemen in de cabine, wegens het terrorisme. En zeker niet meenemen: je mobieltje en je computerspelletjes want op de toetsen drukken kun je de hele winter nog.
En dan: de vogels zijn nu in het laatst van de rui. Kraaien en duiven verliezen de prachtigste veren. Die liggen op straat. Raap ze op, bewaar ze apart van de rest van je spullen in een doosje, want dat zijn de zeilen van de scheepjes die je gaat bouwen. Dat laat je zeilen, in zee, in een meertje, in het zwembad. Overal is water. Overal is wind.

Het windmolentje
Ik waarschuw je. Dit is een nauwkeurig prutswerkje! Maar als je niet tijdens de bouw uit je vel springt van woede, als je rustig aan de slag blijft, heb je straks een windmolentje dat draait als een tierelier, uit welke hoek de wind ook waait.
Neem een plastic anderhalve literfles waarin «bronwater» heeft gezeten. Je hebt die flessen in allerlei modellen. De beste fles is die waarin over de volle lengte, in de breedte op regelmatige afstand, ter versteviging van de constructie, diepe ribbels zijn aangebracht. Die van Evian bijvoorbeeld, of in Griekenland is de fles van Loutraki heel goed.
Bekijk van de buitenkant de bodem van deze fles. Je ziet daarin vijf of tien van weer dat soort ribbels. Precies in het middelpunt zit een oneffenheid, veroorzaakt door de machine die de fles heeft gemaakt. Boor daar een gaatje. Markeer nu met een viltstift het uiteinde van de vijf of tien ribbels en trek dan verticale lijnen. Deze lijnen beginnen op ongeveer 4 centimeter onder de kromming van de hals, en eindigen op 4 centimeter boven de bodem. Je moet op gelijke afstand van elkaar tien verticale lijnen trekken.
Snij nu met het vlijmscherpe mes de fles langs vijf van deze lijnen (op gelijke afstand) open. Wees voorzichtig. Dat is al een pestwerkje. Het ergste komt nog. Maak met een schaar, in horizontale richting, boven en onder, sneden tot de volgende streep die je met viltstift hebt aangebracht. Je hebt als het ware repen uit de fles gesneden, met dien verstande dat ze in de lengte nog half vastzitten.
Vouw deze «repen» voorzichtig zo ver mogelijk naar buiten, en steek er stokjes tussen, bijvoorbeeld van dun bamboe, zodat ze in deze toestand blijven staan. Lijm de stokjes boven en onder vast. Daarmee is het moeilijkste achter de rug.
Maak in het middelpunt van de dop van de fles ook een gaatje. Neem een ijzeren klerenhanger, knip met de combinatietang de haak eraf en buig de rest tot een recht ijzerdraad. Dit is de as van de molen. Steek de as door de gaatjes in bodem en dop, en houd de constructie in de wind, verticaal, horizontaal, ondersteboven, of hoe dan ook. Als je alles gedaan hebt volgens de beschrijving gaat het ding draaien.
Nu nog een standaard verzinnen. Dat moet je zelf doen. Je kunt het overgebleven deel van het ijzerdraad, de as, gebruiken om er een driehoek van te buigen. Of het overgeblevene zo buigen dat je een verticale parallelstaak hebt, en dan as en staak bijvoorbeeld op een plankje bevestigen. Zo zijn er meer mogelijkheden. Daar kom je vanzelf achter. Als eerst dit molentje maar draait!

Het oerscheepje
Zoek een plankje van ongeveer 15 centimeter lang en 4 centimeter breed. Maak aan het ene eind met je mes een splitsing van ongeveer 4 centimeter. Dat is de achterkant. Doe dat heel voorzichtig zodat het plankje niet splijt of/en je jezelf in je vingers snijdt.
Nu heb je een stuk of vijftien kurken nodig. Die vraag je aan de baas van het café in de buurt. Snij de kurken in de lengte links en rechts aan twee kanten af, zodat je evenzoveel platte kurkrepen overhoudt. Lijm deze repen onder het plankje. Dat is om het drijfvermogen van je scheepje te vergroten.
Neem het ijzerdraad. Draai het begin van de draad om een spijker of zoiets tot een spiraal met een lengte van ongeveer 3 centimeter. Deze spiraal moet in het midden van het plankje worden bevestigd, op ongeveer tweederde van de splitsing af, dus op 10 centimeter van de achterkant. Wikkel het ijzerdraad, met de spiraal rechtstandig gehouden, drie, vier of vijf keer om het plankje. Knip het draad af, met dien verstande dat je een stuk overhoudt. Draai daarvan de tweede spiraal.
Duw de twee spiralen in elkaar. Je ziet dat er een soort kokertje is ontstaan. Daar duw je straks de «mast plus zeil», d.w.z. de vogelveer in.
Maar nu eerst ervoor zorgen dat het scheepje straks niet omslaat. Neem twee kleine «plankjes». Dat kunnen roerhoutjes zijn die je bij de koffie van McDonald’s krijgt, of stokjes die je zelf hebt gesneden. Ze moeten ook wel 15 centimeter lang zijn. Het ene «plankje» lijm je vast een stukje vóór die spiralen, het andere een stukje erachter.
Neem nog een kurk, snij die overlangs door, en lijm de twee helften aan de uiteinden van de plankjes.
Ten slotte heb je een stuk blik nodig van ongeveer 4 bij 5. Een beetje meer of minder kan ook. Dat knip je uit een conservenblik of de dubbele afmeting uit een frisdrankblikje waarna je dat dubbelvouwt. Voorzichtig! De randen zijn vlijmscherp! Dat stukje blik schuif je in de splitsing die je net hebt gemaakt. Dit is het roer dat ook min of meer als kiel dient.
Steek de veer in de spiraal en laat het bootje te water. Let op! Dit is de eerste proefvaart! Je schip kan mankementen hebben, kinderziekten. Dan moet je iets bijstellen, het roer meer diepgang geven, de mast plus zeil verschuiven. Dat zie je vanzelf. In ieder geval zal jou niet gebeuren wat die grote Zweedse scheepsbouwer overkwam toen zijn meesterwerk de Wasa te water werd gelaten. Het kapseisde (kantelde) meteen. Jouw schip kan niet kapseizen, en ook niet lek worden!

Een windwagentje
Het frame. Dat bestaat uit twee ijzeren klerenhangers. Knip met de combinatietang de haken eraf en buig de rest recht. Zo’n hanger is gemaakt van een soort ijzer dat gemakkelijk buigt, en dan toch weer goed in de vorm blijft waarin je het gebogen hebt.
Zonder haak is de hanger 90 centimeter. Markeer er afstanden op van 30, 10, 10, 10 en 30 centimeter. Buig het stuk van 30 in een hoek van 90 graden. Buig dan het tweede stuk van 10, ook haaks, maar zó dat het horizontaal staat ten opzichte van het stuk van 30. Doe hetzelfde met het derde, waarna je ten slotte het laatste stuk van 30 weer verticaal haaks buigt.
Doe hetzelfde met de tweede hanger, met dien verstande dat de verdeling nu 20, 20, 10, 20, 20 is. De lange stukken moeten straks als masten dienen.
Zet de twee delen van de constructie tegen elkaar, en bevestig ze stevig aan elkaar met ijzerdraad. Het beste is te beginnen aan de onderkant van de masten, daarna bovenaan de verbinding te maken, en desnoods in het midden nog één. Dat zit onwrikbaar.
Neem vier frisdrankblikjes. Maak een gat in het middelpunt van de bodem. Niet te groot, want daar moet straks de as door, die ook van een klerenhanger is gemaakt. Trek nu met de combinatietang het lipje uit het deksel, en verwijder ook dat kleine klinknageltje waarmee het lipje bevestigd was. Dat is even kracht zetten. Misschien steken er nu vlijmscherpe stukjes uit het deksel. Buig die voorzichtig naar binnen.
Knip vier ronde stukken van stevig karton ter grootte van het deksel, bijvoorbeeld uit een schoenendoos, maak een klein gat in het middelpunt. Dat is voor de andere kant van de as. Lijm dit stuk karton op het deksel. Als de vier blikjes op deze manier zijn behandeld, heb je de wielen.
Steek de assen erdoor en bevestig die met ijzerdraad aan het frame. Het wagentje kan rijden.
Neem twee stevige rechte stokjes van een centimeter of 30. Dat zijn de ra’s. Bevestig die met ijzerdraad op een onderlinge afstand van ongeveer 12 centimeter aan de masten. Zo hoog als je zelf het mooist vindt.
Zoek een niet al te grote plastic zak met hengsels. Stroop de hengsels over de ra’s en maak ze vast. Hiermee is het zeil gehesen.
Zet het wagentje in de wind en het rijdt onder je handen vandaan!