De groene wener

Vorig jaar was het Nederland, dit jaar Oostenrijk: ‘Schwerpunkt’ op de Frankfurter Buchmesse. Het land is twee maal zo groot als Nederland, telt half zo veel inwoners, maar kent een veelvoud aan literaire talenten. In deze Groene: een gesprek met Robert Menasse, openingsredenaar te Frankfurt; een beschouwing over zeventien, door uitgeverij Balans gebundelde en vertaalde schrijvers; en een portret van Marlen Haushofer, analytica van de Oostenrijkse vrouwenziel. Maar eerst een profiel van ‘profil’, het weekblad dat nu al een kwart eeuw de Oostenrijkers van vrijmoedige gedachten voorziet.
IK BEN, DENK IK, in Nederland de enige lezer van het blad, behalve natuurlijk de Oostenrijkse ambassadeur. Al vijfentwintig jaar, zij het met lange onderbrekingen, want er zijn immers belangrijker dingen onder de zon dan de Alpenrepubliek. De sectie binnenland sla ik altijd over, behalve als er weer eens een hypocriete bisschop met zijn vingers aan kleine jongetjes of een sociaal-democratische minister met zijn vingers in de kas heeft gezeten. Ik lees de sectie cultuur, want op dat gebied speelt Oostenrijk, met zijn Burgtheater en zijn Wiener Philharmoniker, een disproportioneel belangrijke rol op ‘s werelds schouwtoneel. En ik lees de sector buitenland. Oostenrijk vormt een vooruitgeschoven post op de Balkan, tijdens het communisme en na de val van het communisme een politiek interessant gebied, waar de krant - om geografische en traditionele redenen - veel verstand van heeft.

Wij spreken over het weekblad profil, dat verleden week zijn vijfentwintigste verjaardag vierde. Vergelijkbare magazines als Newsweek, Der Spiegel of L'Express (tien maal groter, twintig maal rijker) zijn ongetwijfeld, journalistiek gezien, veelzijdiger. Niettemin, ook een betrekkelijke dreumes als profil houdt zich naast zijn publicitaire zusters goed overeind, qua strijdbaarheid en qua stijlcultuur.
IN DE KWART EEUW die het blad bestaat weerspiegelt zich (uiteraard) een kwart eeuw Oostenrijkse geschiedenis, die tamelijk dramatisch is geweest. De geboorte van profil, in november 1970, viel nagenoeg samen met het aantreden van de eerste regering-Kreisky. Het was voor het eerst een socialistisch bewind, aangevoerd door een joodse regeringsleider, opererend in een traditioneel antisemitische natie, bekritiseerd door kranten die werkelijk stuk voor stuk verschrikkelijk waren. Vroeger, toen Wenen nog de hoofdstad van het Habsburgse Rijk was en niet slechts de hoofdstad van een tot bescheiden omvang verschrompelde natie, was de situatie anders. Rond de eeuwwisseling gold een dagblad als de Neue Freie Presse als de toonaangevende intellectuelenkrant van Europa. Ja, er schreven, vond een enkele bezwaarde landgenoot, wel erg veel joden in, maar er moest worden toegegeven dat dit het niveau van de berichtgeving geen kwaad deed. Helaas, toen kwam Dolfuss en even later kwam Hitler, die de joden verdreef respectievelijk vermoordde - en met de joden heeft ook de Oostenrijkse kwaliteitspers de oorlog niet overleefd.
Ik kwam zo'n vijfentwintig jaar geleden om cultuurmasochistische redenen met enige regelmaat in Wenen en viel elke keer weer, al krantenlezend in het Kaffeehaus, van verbazing van mijn stoel. Agitatorische ellende alom. In de katholieke Kleine Zeitung stond nooit een redelijk woord over de socialisten, terwijl in de socialistische Arbeiterzeitung onafgebroken op de katholieken werd gescholden. Zelfs de kwaliteitskranten oogden als boulevardbladen, met blotedamesborsten op pagina vijf en een voorgekookte politieke mening op pagina zeven.
Toen ik er in 1986, bijna tien jaar geleden, weer eens terugkwam, dit keer om journalistieke redenen, wist ik andermaal niet wat ik las. Het ging om presidentskandidaat Kurt Waldheim, waarvan profil had onthuld dat hij zowel bij de SA als de Nationaalsocialistische Studentenbond had gezeten. Het was een mededeling die de natie hoogst onwelkom was, niet in de laatste plaats met het oog op de toeristenindustrie. Er sloeg onmiddellijk een golf van partiottisme over het land, waarbij ook menig dagblad en weekblad zich weerde met een ijver die een betere zaak waardig was. Welke krant in Europa, behalve de Oostenrijkse, durft in zo'n geval van een ‘joodse samenzwering’ te gewagen? Welk dagblad in Engeland, Frankrijk of Duitsland haalt het in zijn hoofd om zijn lezers te bezweren onmiddellijk een einde aan 'de destructieve arbeid van het joodse intellect’ te maken? Het stond allemaal in de krant, zij het natuurlijk niet in alle kranten, en in elk geval niet in profil, dat in al die gevallen van moeizame Vergangenheitsbewaltigung moedig stand heeft gehouden.
Men onderschatte dit niet. Oostenrijkers zijn traditionele Prozesshanseln die om het minste of geringste naar de rechter stappen en Oostenrijkse rechters hebben er niet de minste moeite mee een dagblad of weekblad een verschijningsverbod op te leggen. Dat is voor een klein, kwetsbaar bedrijf lastig en riskant. Het jonge profil opereerde (en opereert) in een positie van volkomen onafhankelijkheid. Met de economische nadelen van dien. Anders dan al die andere kranten heeft het geen politieke bondgenoten, niet de katholieken, niet de liberalen, laat staan de socialisten, met wie de krant al spoedig een aanvaring kreeg.
Wat was het geval? De regering-Kreisky zocht in 1975, even voor de verkiezingen, de steun van de liberalen, die in werkelijkheid geen liberalen maar onvervalste neonazi’s zijn, een feit waar de joods-socialistische regeringsleider merkwaardig onverschillig over deed. Ook nadat profil, geinformeerd door Simon Wiesenthal, publiceerde dat de liberale voorman Friedrich Peter lid van een SS-moordbrigade was geweest. Het was een affaire die de natie verscheurde, net als de wat recentere discussie over het oorlogsverleden van Kurt Waldheim, en profil liet zich hierin andermaal niet onbetuigd.
In de recentelijk verschenen jubileumuitgave van het blad wordt - met onverbloemde spijt - vastgesteld dat die nazi’s inmiddels bijna allemaal dood zijn, zodat er op dit gebied helaas niets meer te onthullen valt. Prettig voor de natie, jammer voor de journalistiek. Wat rest zijn achterhoedegevechten, bijvoorbeeld rond het holocaust-monument dat eindelijk, vijftig jaar na dato, in Wenen zal verrijzen. Het moge, schreef het weekblad twee weken terug, gemodelleerd worden naar het fraaiste aller, Hitlers joodse slachtoffers herdenkende monumenten: het monument in de Praagse Pinkas-synagoge. 'Daar staan op de wanden van het gotische binnenvertrek de namen van alle vermoorde Tsjechoslowaakse joden gecalligrafeerd. Zonder opgewonden teksten, zonder gebalde vuisten, zonder “Nooit meer!”-bezweringen. De namen van diegenen die als ongedierte zijn vergast en nergens een grafsteen hebben, spreken voor zich. Zij zeggen: Wij zijn niet vergeten. Wie de ruimte betreedt wordt onwillekeurig stil. Zelfs de toeristen staken hun geklets en halen hun handen uit hun zakken.’ Kort gezegd, het soort monument waar Wenen behoefte aan heeft.
Ook dit is een discussie waarvan wij, in het buitenland, niet wakker zullen liggen, maar ik geef deze proeve van publieke meningsvorming als voorbeeld van de voortreffelijke wijze waarop in het jubilerende weekblad wordt geschreven en de zuivere wijze waarop ter redactie wordt gedacht.
EEN BLAD ALS profil, constateert profil genadiglijk, is in het Oostenrijke medialandschap geen witte raaf meer. Er zijn inmiddels andere, zonder meer onafhankelijke weekbladen (News) en dagbladen (Der Standard), gesticht en zelfs een reactionaire krant als Die Presse heeft het recentelijk in een hoofdartikel gewaagd het oerconservatieve publiek van de Salzburger Festspiele te bekritiseren. Allicht, elke natie ter wereld verandert in vijfentwintig jaar, zelfs Oostenrijk. Het geldt voor de Alpenrepublikeinse kranten en het geldt ook voor de Alpenrepubliek zelf. Het land is inmiddels wat bedaagder geworden, constateert profil. Niet alleen zijn helaas de nazi’s op, bloedworst-met-rode-wijn is vervangen door diepvriesmaaltijden-met-bronwater, de ritsel- en foezel-politici van de oudere generatie hebben plaats gemaakt voor technocraten met een saaiheidsgehalte dat slechts door het nabijgelegen Zwitserland wordt geevenaard.
Gelukkig maar!
De taboes zijn inmiddels zeldzaam geworden. Maar omdat kranten nu eenmaal moeten worden verkocht, constateren twee ex-profil-functionarissen, hebben zich inmiddels nieuwe fenomenen aangediend: de citatenjagerij en het voyeurisme, de 'McCarthy-journalistiek’ en de 'infotainment-journalistiek’. Plus de elektronische snelweg, die - zegt de spreker - ertoe zal leiden dat een blad als profil over vijfentwintig jaar exclusief via het beeldscherm zal moeten worden geraadpleegd.
Zal er dan inderdaad geen behoefte meer zijn aan drukwerk dat streeft naar 'kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit, die leesbaarheid niet uitsluit maar in werkelijkheid als voorwaarde ziet’? Het is een vraag die niet slechts Oostenrijkse journalisten bezighoudt, maar inmiddels op elk redactielokaal, waar ook ter wereld, wordt gesteld.
Bestaan zij nog in 2020, Vrij Nederland en Time, De Groene Amsterdammer en profil?
Ja, denk ik.
Ja, hoop ik.