De grootgrondbezitters houden Zuid-Spanje arm

Barcelona – Spanje is een van de meest ongelijke landen van Europa. De statistieken bevestigen het keer op keer.

De ongelijkheid tussen het arme zuiden en het rijke noorden (en Madrid) blijft ondanks miljarden investeringen hardnekkig voortbestaan. De arme regio’s van nu (vooral Andalusië en Extremadura) zijn dezelfde als die van 1955, bevestigt een recente studie. En sinds de crisis van 2008-2013 wordt het gat zelfs weer groter.

Waarom is het zuiden van Spanje structureel arm? Waarom heeft Barcelona een inkomen per hoofd van de bevolking dat 48 procent hoger is dan dat van Sevilla, de stad die toch schatrijk is geweest door het monopolie op de handel met de Nieuwe Wereld?

Twee economen uit Sevilla komen met een intrigerende verklaring. De sleutel ligt in de Reconquista, de herovering van Spanje op de Moren (722-1492), zeggen Daniel Oto-Peralías en Diego Romero-Ávila.

In het noorden verliep de Reconquista langzaam. De op de Moren veroverde gebieden werden bevolkt met een dicht netwerk van kleine nederzettingen, die later hun goedkeuring kregen van de koning of de adel. Eigen initiatief was doorslaggevend bij deze geleidelijke kolonisatie. Het resulteerde in veel kleine grondbezitters.

Na 1212 komt de Reconquista in een stroomversnelling. In amper een halve eeuw wordt bijna een derde van het Iberische schiereiland veroverd. Ook het gebied rond de rivier Guadalquivir en Sevilla, dat nu een van de armste regio’s van Spanje is. Koningen en individuele kolonisten kunnen de herbevolking niet zo snel organiseren. Edelen en militairen grijpen hun kans om grote stukken land in te pikken. Daarmee krijgen zij de macht over de economie en de politiek in het zuiden. De elites beletten dat grote delen van de bevolking een actieve rol spelen in de economie. En dat zet volgens de Sevillaanse economen een rem op de ontwikkeling.

Lange tijd is die ongelijkheid nauwelijks terug te zien in het bruto binnenlands product per hoofd. In een agrarische economie speelt het menselijk kapitaal een kleine rol vergeleken met de vruchtbaarheid van het land of het weer. Dat verandert met de industriële revolutie. De ondernemerscultuur van de kleine boeren in het noorden geeft de doorslag. In het feodale zuiden beslist alleen de grootgrondbezitter. De dagloner is volledig van hem afhankelijk, gedwongen in een passieve rol. Het cliché van de luie zuiderling is onzinnig, concluderen de Sevillaanse economen. Het is de Reconquista, stupid!