Afghaanse verkiezingen

‘De grootste vijand van Afghanistan is de huidige regering’

De kans dat de presidentsverkiezingen in Afghanistan worden gewonnen door Karzai is groot. Hij heeft zich verzekerd van de steun van de krijgsheren. De internationale gemeenschap zal zijn zege een overwinning voor de democratie noemen. Wat kan ze anders zeggen?

IN DE VROEGE OCHTEND van augustus 2003 verscheen een politiemacht uitgerust met bulldozers bij de armzalige huisjes van Shir Pur, grenzend aan Kabuls dure Wazir Akbar Khan-district. Zonder aankondiging begonnen de agenten huizen te slopen, soms met de mensen er nog in. Abdul Salam en zijn zeskoppige gezin zaten net aan het ontbijt toen hun woning begon te schudden. ‘We dachten dat het een bomaanslag was of een aardbeving’, vertelde hij aan journalisten. Twee van zijn kinderen raakten gewond toen ze hun instortende huisje door de ramen probeerden te ontvluchten.
Toen ik iets meer dan een jaar later, tijdens Afghanistans eerste presidentsverkiezingen in oktober 2004, door een vriend naar de buurt werd meegevoerd, waren de huisjes van geharde modder verdwenen. Het gebied was één grote bouwput, waar honderden werklieden bezig waren fundamenten te gieten en beton te vlechten.
De grond van Shir Pur was goud waard. Na de val van de Taliban, eind 2001, overspoelden westerse hulporganisaties en diplomaten het land en zij waren bereid forse bedragen neer te tellen voor luxe huisvesting in de hoofdstad. In de loop van de tijd kwamen daar nog eens de puissant rijk geworden Afghaanse militiecommandanten bij, de krijgsheren, die hun fortuin maakten met smokkel en opiumhandel in de gebieden die zij controleerden. Ook zij wilden een villa in Shir Pur dicht bij het centrum van de macht.
De slopers van Shir Pur werden aangevoerd door Abdul Basir Salangi, de machtige politiecommissaris van Kabul. Hij had opdracht tot de schoonmaak gekregen van zijn baas, de minister van Binnenlandse Zaken, Ahmad Jalali. Beiden hadden persoonlijk belang bij het verjagen van de bewoners. Ze hadden er een perceel gekregen van defensieminister Mohammed Fahim, een van de machtigste militieleiders van Afghanistan. Het land van Shir Pur behoorde eigenlijk aan Defensie, dat daar nog enkele oude barakken had staan. Fahim besloot het te verdelen in percelen die hij weggaf aan familieleden en aan mensen die hij graag te vriend hield. Als een landheer in feodale tijden breidde hij zijn machtsbasis uit. Met dit verschil dat Fahim niet zijn eigen bezit maar staatsgrond aan het ronddelen was. Hij gaf driehonderd percelen weg met waarden tussen de zeventig- en honderdduizend dollar aan achttien kabinetsleden, 22 commandanten en tientallen bevriende zakenlieden.
Het drama van Shir Pur is tekenend voor de misstanden in het Afghanistan van president Hamid Karzai, de lieveling van de internationale gemeenschap. Na het verdrijven van de Taliban eind 2001 werd hij benoemd tot voorzitter van de overgangsregering. Een half jaar later werd hij door de Loya Jirga, de nationale vergadering van stamleiders en afgevaardigden uit alle windstreken van het land, gekozen tot interim-president en in 2004 versloeg hij moeiteloos de achttien overige kandidaten voor Afghanistans hoogste post. Op 20 augustus zijn er opnieuw presidentsverkiezingen en Karzai dingt weer mee. Ook al heeft hij Afghanistan niet gebracht wat de bevolking van hem verwachtte.
In 2004 werd Karzai tot president gekozen omdat hij beloofde een einde te maken aan oorlog en corruptie, en de krijgsheren, die verantwoordelijk waren voor duizenden burgerdoden, vooral tijdens de burgeroorlog van 1992 tot 1996, te ontdoen van hun macht. Hij bracht er niets van terecht. De oorlog verloopt rampzalig. De corruptie neemt toe. Sinds 2005 is Afghanistan zestig plaatsen gezakt op Transparency Internationals lijst van corrupte landen; Afghanistan is nu het op-vijf-na corruptste land ter wereld. En de krijgsheren zijn helemaal terug nu Afghanistan zich voorbereidt op de tweede presidentsverkiezingen sinds de val van de Taliban.
Karzai heeft steeds een balanceeract opgevoerd. Hij was een president zonder middelen: geen geld, een corrupt politieapparaat en een haveloos leger. Hij moest de Amerikanen en de Navo te vriend houden, en de krijgsheren, die koffers vol dollars kregen van de CIA om hun milities te laten jagen op ‘terroristen’. Intussen probeerde Karzai zich te profileren als kampioen van de gewone mensen. Tranen biggelden over zijn wangen als hij sprak over de burgers die door westerse militairen en de Taliban werden gedood in de almaar voortrazende oorlog. Maar toen de huisjes van Shir Pur werden platgewalst, weigerde de president een bewonersdelegatie te ontvangen. Onder druk van de Verenigde Naties werd politiecommissaris Salangi ontslagen. De kwade genius achter de landdiefstal, Mohammed Fahim, werd ongemoeid gelaten. Hij behield zijn perceel, net als alle andere overheidsdienaren die door Fahim gefêteerd waren. Shir Pur toonde voor het eerst de onmacht van Karzai, die niet durfde optreden tegen de krijgsheren.
Shir Pur toont ook hoe weinig de mooie woorden van de internationale gemeenschap, over het streven naar ‘goed bestuur’, het bestrijden van corruptie en het herstellen van de rechtsstaat, in Afghanistan waard zijn. Na het ontslag van de politiecommissaris deden de VN er het zwijgen toe. Ook de Europese Unie deed niets. De overgebleven huisjes van Shir Pur werden alsnog platgewalst terwijl de internationale gemeenschap de andere kant op keek. Op het dure land verrezen pompeuze betonnen kolossen, met spiegelruiten en omgeven door hoge muren met prikkeldraad. EU-lid Spanje vestigde zelfs zijn ambassade in een van de villa’s op het gestolen land.
Toen ik daarover contact zocht met het kantoor van de Speciale Vertegenwoordiger van de EU in Afghanistan bleek dat men slechts off the record wilde praten over Shir Pur. Officieel had de EU ‘geen mening’ over Fahims landjepik, wat neerkomt op het accepteren van de brutaalste vorm van corruptie denkbaar in de allerhoogste regionen van het nieuwe Afghanistan.

DE AANKOMENDE presidentsverkiezing telt 41 kandidaten en wederom gooit Karzai de hoogste ogen. De vraag is echter welk beleid Karzai’s eventuele nieuwe termijn zal opleveren. Toen hij de interim-regering leidde, probeerde hij machtige krijgsheren aan zich te binden. Dat was een logische zet omdat Karzai hun kracht nodig had en eenheid wilde smeden. Hij hield hen buiten zijn regering toen hij eenmaal door het volk tot president was gekozen. Ook dat was logisch: de bevolking haatte de krijgsheren en eiste herstel van recht en orde. Maar nu heeft hij Mohammed Fahim gekozen als running mate en beoogd vice-president. ‘Als Fahim terugkeert in het hart van de regering is dat een verschrikkelijke stap terug voor Afghanistan’, zei Brad Adams, Azië-directeur van Human Rights Watch. ‘Hij is een van de beruchtste krijgsheren van het land, met het bloed van vele Afghanen aan zijn handen.’
Fahim was commandant van een van de grootste Tadzjiekse milities. Tijdens de strijd om Kabul in 1993 doodden zijn strijders duizenden Afghaanse burgers en schoten ze vanaf de heuvels de stad aan flarden. Ook de Hazara-krijgsheren Khalili en Mohaqiq, de Tadzjiek Yunis Qanuni en de fundamentalistische Pasjtoen Abdul Sayyaf, ooit een nauwe bondgenoot van Osama bin Laden, hebben vele misdaden op hun geweten. Toch belooft Hamid Karzai hen nu ministersposten en adviseurschappen. Ook de Oezbeekse krijgsheer Abdul Rashid Dostum is door Karzai gepaaid. Dostum, die ongehoorzame militieleden liet verpletteren onder tanks, heeft volgens mensenrechtenorganisaties eind 2001 honderden en misschien zelfs duizenden Taliban-strijders laten stikken in containers in de woestijn bij Mazar-i Sharif.
De Afghaanse kiezers krijgen geen kans om met de falende president af te rekenen. Karzai’s hernieuwde omhelzing van de krijgsheren verzekert hem van de steun van hun cliëntèle. Hij verkoopt zijn zwenking door te wijzen op het risico dat de krijgsheren overlopen naar de steeds machtiger Taliban. Maar volgens sommige waarnemers speelt ook Karzai’s groeiende paranoia een rol. Hij zou ervan overtuigd zijn geraakt dat de Amerikanen en de Britten bezig zijn hem uit het zadel te wippen.
Volgens een van Karzai’s uitdagers voor het presidentsambt, Ashraf Ghani, de oud-minister van Financiën die momenteel derde staat in de peilingen, pleegt Karzai ‘verraad aan het volk’ door met de krijgsheren samen te werken. ‘Als je doel is om een groep drugsdealers tot de regering van Afghanistan te verheffen, wat is dan je visie?’ vroeg hij zich vorige week af in The New York Times. Ghani studeerde in de Verenigde Staten en was tien jaar adviseur voor de Wereldbank. Hij heeft schone handen. Dat kan niet gezegd worden van de nummer twee in de peilingen, ‘doctor’ Abdullah Abdullah, oud-minister van Buitenlandse Zaken en net als Fahim een van de commandanten van de Noordelijke Alliantie. Ook hij leidde een militie van Tadzjieken in de bloedige strijd om Kabul.
Algemeen is de verwachting dat slechts Ashraf Ghani de corruptie, die de Taliban in de kaart speelt, zou kunnen terugdringen. Maar hij maakt geen schijn van kans de verkiezingen te winnen. Dat komt niet in de laatste plaats door de fraude die georganiseerd wordt door de krijgsheren uit Karzai’s kamp. Al tijdens de eerste presidentsverkiezingen in 2004 was sprake van het vervalsen van identiteitsbewijzen waarmee gestemd kon worden. Er was niet veel moeite voor nodig om in Kabul jonge jongens te vinden met meer dan één stemkaart. Eén had er twaalf, goed voor twaalf stemmen op Karzai, niet gehinderd door de ‘onuitwisbare’ inkt die hij na elke stemming op zijn duim gesmeerd kreeg. Die verdween met een beetje boenen.
Toen, in 2004, was het aantonen van fraude niet populair bij journalisten. Ondeugdelijke stemlijsten, een satelliettelefoon die werd gevonden in een ‘verzegelde’ stembus, het uitbrengen van verscheidene stemmen per persoon – het werd onder het tapijt geschoven, want de hoop van de Afghanen mocht niet de grond in worden geboord. Terwijl vrijwel alle kandidaten behalve Karzai woedend nieuwe verkiezingen eisten, verschenen juichende stukken in de westerse kranten en noemden de westerse waarnemers de verkiezingen democratisch, ondanks ‘kleine onvolkomenheden’. Achteraf gezien was 2004 een repetitie voor het echte werk. Bij de laatste registratiefase die een kwart van de provincies omvatte, bleken in veertig procent van de kiescentra individuele kiezers zich meervoudig te hebben geregistreerd. Eén persoon had maar liefst vijfhonderd registratiekaarten. Een ander claimde achtduizend valse registraties te bezitten, die hij voor twintig dollar per stuk verkocht.
Dit keer wordt het misbruik niet verdonkeremaand. Het zijn Afghanen zelf die de fraude blootleggen, verenigd in de Free and Fair Election Foundation of Afghanistan. De gewone Afghanen zijn de macht van dieven en oorlogsmisdadigers al heel lang zat. Volgens de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie is zeventig procent van de bevolking getroffen door wreedheden van de milities. ‘De grootste vijand van Afghanistan is de huidige regering’, zegt Ashraf Ghani, die als een van de weinige kabinetsleden niet meedeelde in de landroof van Shir Pur. Ghani, net als Karzai afkomstig uit de grootste bevolkingsgroep, de Pasjtoen, verwoordt het gevoel van steeds meer Afghanen.
Door zich te verzekeren van de steun van de krijgsheren is de kans dat Karzai het land opnieuw vijf jaar zal regeren groot. Waarschijnlijk zal de internationale gemeenschap dat opnieuw een overwinning noemen voor de democratie. Het is nu eenmaal lastig toe te geven dat westerse troepen in Afghanistan vechten op uitnodiging van een boevenbende.