De grote afwezige

Medium dend

Vraag van een kikker geen veren. Het lijkt me regel nummer 1 van de recensent: beoordeel een boek op zijn eigen criteria, niet op die van jou. Toch kun je verbaasd zijn over een boek. Dat ben ik. Ik had van Jan Banks God in de oorlog iets volstrekt anders verwacht. Dat komt doordat ik me had laten verleiden door de titel en gemakshalve over de ondertitel (als die er destijds al was) heen gelezen had. Ik verwachtte een boek over de enorme betekenis die God tijdens de oorlog voor individuen en groepen gehad zou hebben. Illustraties daarvan ben ik in de loop van de jaren talloze malen tegengekomen, zo vaak dat je sceptisch wordt over het in verband met de twintigste eeuw altijd weer genoemde secularisatieproces. Het bleek ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Loe de Jong bijvoorbeeld vertelt erover in deel 8 van Het Koninkrijk en schrijft dat hij de indruk heeft dat er ‘velen [waren] die vuriger baden dan ooit, ja die als Christenen eigenlijk pas voor het eerst in hun leven reëel beseften wat hun Heiland doorstaan had’.

Je vindt dit bevestigd in dagboeken, herinneringen, verslagen en studies. Voorzover cijfers voorradig zijn, wijst alles er ook op dat het kerkbezoek in de oorlogsjaren sterk toenam. Zeker is dat op vele plekken, Gouda onder meer, grote behoefte bestond aan zielzorgers. Het is waar dat er eveneens veel mensen zijn geweest die hun geloof door de oorlog juist verloren. Hoe kon een god bestaan die zoiets toelaat? Hij zou als oorlogsmisdadiger veroordeeld moeten worden, schreef de van oorsprong Pools-joodse emigrant en journalist Herman Bleich kort voor zijn dood in dit blad. Ook dat was een verre van uitzonderlijke mening. Genoeg materiaal voor een beschouwende geschiedenis van een weinig onderzocht verschijnsel. Ik had me erop verheugd die te kunnen lezen.

Helaas vind je in dit boek van Jan Bank van dit alles weinig tot niets. Het was ook niet zijn bedoeling. Hij wilde iets volstrekt anders, namelijk een overzicht geven van het wel en wee van de kerk en zijn bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Weliswaar neemt hij zich in zijn inleiding voor ook het denken en doen van individuele gelovigen ter sprake te brengen, maar dat gebeurt slechts hapsnap. Zijn boek gaat over de kerk, politiek en kerkpolitiek. God, in ieder geval de moderne God die meer een persoonlijke vriend is dan een onpersoonlijke macht en meer een zachte dan een harde kracht, is hier de grote afwezige. In zoverre is dit een ouderwets boek. Het handelt over klassiek-politieke geschiedenis, zij het dat die bedreven wordt door een instituut dat door genoemde secularisatie in het huidige onderzoek veelal ondergeschoven is. Precies daaraan probeert Bank een eind te maken. Terecht. Want de kerken hebben in en tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol gespeeld, zoals die oorlog een nauwelijks minder cruciale rol speelde in de kerken – de christelijke welteverstaan, Bank heeft het alleen daarover.

In onze geglobaliseerde wereld maak je een boek als dit met een groep

Een en ander blijkt duidelijk uit de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie, waar de kerk het onder het communisme verre van eenvoudig had. Maar de oorlog bracht verandering. Al op de dag dat de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen richtte de man die in facto het hoofd van de Byzantijnse kerk was zich in een emotionele oproep tot de gelovigen en noemde de aanstaande strijd niets minder dan een Grote Vaderlandse Oorlog. Deze onvoorwaardelijkheid legde hem en zijn kerk geen windeieren. Er kwam enige verlichting in de atheïstische propaganda. Her en der mochten in het openbaar weer processies gehouden worden. En in september 1943 werden maar liefst drie metropolieten (orthodox-christelijke bisschoppen) door Stalin ontvangen. Het werd geen onplezierige ontmoeting. De dictator had daarvoor zo zijn redenen. Eind 1943 waren de kansen gekeerd.

De Sovjet-Unie stond er goed voor. En de Russische kerk had daarbij zonder twijfel een rol gespeeld door velen het gevoel te geven dat er meer op het spel stond dan een strijd om communisme en Sovjet-Unie. Deze oorlog ging om beschaving, cultuur, Rusland, traditie. Veel mensen hadden daar een sterkere band mee dan met de communistische nieuwlichterij. En dus zetten zij zich met alle macht in. Opmerkelijk is overigens, aldus Bank op basis van Catherine Merridale’s belangrijke boek over het Rode leger (Ivan’s War: Life and Death in the Red Army, 2007), dat ook jongeren tijdens de strijd hun toevlucht zochten tot het geloof. ‘Met de dood voor ogen verbrandden ze hun partijkaarten maar hun kruizen gooiden ze niet weg.’

Deze gebeurtenissen zijn in dit dikke boek niet meer dan een detail. Want niet alleen de kerk in de Sovjet-Unie maar ook in Polen, Scandinavië, Nederland, Duitsland, Joegoslavië en elders in Europa komt ter sprake. Bank heeft zich onmiskenbaar ten doel gesteld een overzicht te geven, vermoedelijk ook omdat zijn studie deel uitmaakt van een internationaal en met extern geld ondersteund ‘onderzoeksprogramma’. Zo’n overzicht is nuttig maar heeft ook nadelen. Bijvoorbeeld dat een auteur bijna alles uit de tweede hand moet halen. Aan de noten te zien heeft Bank geen Russische, Poolse, Hongaarse enzovoort teksten geraadpleegd. Dat lijkt mij in onze geglobaliseerde wereld uit de tijd. Tegenwoordig maak je een boek als dit met een groep. Een tweede nadeel van een overzichtswerk is een gevolg van de digitalisering. Het is niet langer nodig feiten op feiten te stapelen. Ze zijn met een paar muisklikken te vinden.

Ik treed de eerste wet van de recensent met voeten, maar toch: jammer dat zo’n goed historicus als Jan Bank op zijn oude dag geen eigenzinniger boek geschreven heeft.


beeld: Watford/mirrorpx/corbis/HH