De grote circusshow in het midden-oosten

In Trouw maakte Inez Polak een fraaie en in zekere zin hoopvolle vergelijking tussen de hoofdrolspelers in het Israelisch-Palestijnse conflict en de leeuwentemmers en koorddansers in een circus. Net als die beroepsartiesten moeten de Palestijnse leider Arafat en de Israelische premier Netanyahu hun publiek er telkens van zien te overtuigen dat hun kunstjes verschrikkelijk gevaarlijk zijn.

Het houdt hun achterban tevreden en ze hopen er de tegenpartij makkelijker door te overtuigen. Maar soms - vaker in het Midden-Oosten dan in het circus - gaat het werkelijk mis. Dan valt de koorddanser naar beneden of hapt de leeuw in zijn temmer.
Dat was weer eens het geval bij de zelfmoordaanslag op de druk bezochte Jehoedamarkt in Jeruzalem op 30 juli, die zestien mensen - inclusief de terroristen - het leven kostte. De eerste reacties waren vanzelfsprekend emotioneel en wanhopig: gooit extremistisch geweld dan altijd weer roet in het eten? Ook progressieve Israeli’s riepen op tot definitieve scheiding van Israel en de Palestijnen. Netanyahu reageerde eerder sluw dan getroffen. Hij stelde Arafat in de eerste plaats verantwoordelijk voor het terroristisch geweld (hoewel nog niet zeker is of de zelfmoordenaars niet uit het buitenland zijn gekomen), hij sloot de Israelische grenzen voor Palestijnse arbeiders (dat hadden Rabin en Peres ook gedaan) en zette als noviteit ook de financiële afdrachten aan de Palestijnse Autoriteit stop.
Fijntjes werd Arafat er daarmee nog eens aan herinnerd hoe afhankelijk hij, ook voor zijn financiën, is van de Israeli’s. Dat geld komt hem echter gewoon toe - op basis van de Oslo-akkoorden heeft Israel toegezegd dat te betalen als compensatie voor de belastingen die Palestijnen in Israel betalen.
Maar als middel om het publiek te laten zien hoe eng het allemaal weer kan zijn, heeft het gewerkt. In elk geval bemoeien de Amerikanen, die zich na het Hebron-akkoord hadden teruggetrokken en de voortgang van het vredesproces aan de twee partijen hadden overgelaten, zich nu weer actief met de zaak. Bemiddelaar Ross werd teruggestuurd naar het Midden-Oosten en kon ook van zijn kant laten zien hoe griezelig het kan worden. Hij dreigde dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright alleen maar komt als beide partijen weer met elkaar praten, om te beginnen over veiligheidsaangelegenheden. Netanyahu is tevreden. Arafat wordt op zijn verantwoordelijkheid gewezen, al zal het de Israelische premier toch ook duidelijk zijn dat als zijn veiligheidsagenten niet in staat zijn Arabische terroristen van vrome joden te onderscheiden, Arafat ook geen wonderen kan doen. De Palestijnen is beloofd dat de serieuze vredesbesprekingen onder leiding van Albright zullen doorgaan, wie weet zelfs - dat heeft Netanyahu ooit in een onbewaakt ogenblik voorgesteld - in een versneld tempo. Dat zou te hopen zijn.
Het vredesproces gaat voortdurend vergezeld van geweld, vooral van de kant van degenen - rechtse Israëli’s en fundamentalistische Palestijnen - die er tegen gekant zijn. Maar beide volkeren zijn in meerderheid nog steeds voor vrede en voor een compromis met de tegenstander. Hoe griezelig hun leiders daar af en toe ook bij doen.