Vergeten geschiedenis: de Balkan

De grote Europese zuivering

Duitsland is twintig jaar herenigd. Joegoslavië is twintig jaar verbrokkeld. West Europa heet nu ‘multicultureel’, maar in het midden en oosten zijn de staten juist etnisch homogener geworden. Met name in vredestijd werden, met westerse steun, etnische zuiveringsoperaties doorgevoerd.

WAT EEN HOOP jong leven slentert er langs de terrasjes, de alternatieve boetiekjes, internationale merkwinkels en Donau-strandjes van Novi Sad. De Donau-bruggen zijn hersteld, de sfeer is open. De bewoners doen weer graag alsof ze niet bij Servië horen. De vlakke provincie Vojvodina, waarvan Novi Sad de hoofdstad is, is Midden-Europa, zeggen ze. Belgrado, honderd kilometer zuidoostelijker, dat is het echte Servië. Dat is de Balkan.
Dan blikken ze trots op de torenspits van de Mariakerk met het bonte Zsolnay-keramiek, een erfstuk uit het Hongaars-Oostenrijkse rijk waartoe Vojvodina tot 1918 hoorde. Zelfs de orthodoxe kerken in Novi Sad ogen ‘Habsburgs-katholiek’, hoog en stijl naar de hemel reikend. Jammer alleen, vindt men, dat het Plein van de Vrijheid waarop de kerk pronkt zo wordt ontsierd door die langgerekte roestbruine moloch. 'Dit gebouw is een erfenis van het communisme, hè’, verzucht de medewerkster van het toeristenbureau, dat in het pand is gevestigd.
Zij heeft Het boek Blam van haar beroemde stadsgenoot Aleksandar Tisma niet gelezen. Al in de eerste zinnen van zijn roman uit 1972 introduceert Tisma 'de oceaanstomer’ als 'het meest in het oog springende gebouw van Novi Sad’. Hij laat het figureren tijdens de Koude Dagen van 1942. Toen vermoordden Hongaarse fascisten ruim twaalfhonderd joodse en etnisch Servische burgers aan de Donau-oever en wierpen de lijken in de rivier. De 'oceaanstomer’ is niet een communistisch kreng, maar een modernistisch kunststuk uit 1933, geïnspireerd op de Bauhaus-stijl.
Slobodan Milosevic wilde alle etnische Serviërs en heilige plekken 'redden’ die zich na de verbrokkeling van Joegoslavië buiten Servië bevonden. Zijn maniakale plan is in vijftien jaar oorlogsgeweld blijven steken. Het lijkt in Novi Sad allemaal vergeten, inclusief de Navo-bommen die de stad in 1999, vanwege haar militaire industrie, hevig troffen, de euforische steun toen aan Milosevic en de hetzes tegen de niet-Servische stadsgenoten.
Vojvodina van nu is een etnisch gezuiverde versie van het gebied van een eeuw geleden. Ook dat is typerend voor dit deel van Europa. Rond 1900 was een derde van de mensen hier Hongaars en een derde Servisch - naast diverse andere grote volksgroepen. Aleksandar Tisma was met zijn Servisch-Hongaars-joodse afkomst een Vojvodinees bij uitstek.
Maar de holocaust en de naoorlogse repressies hebben hun tol geëist, evenals de recente Balkan-oorlogen. Tisma was van al deze verschrikkingen in Novi Sad getuige; hij stierf in 2003. In zijn oeuvre is dan ook weinig hoop voor de mensheid te vinden. De overlevenden van opeenvolgende onderdrukkende regimes zijn mensen die, uit lijfsbehoud, verledens in diverse zwart-wit- en grijstinten hebben opgebouwd. Grijze verledens, voorbij goed en kwaad, zijn typerend voor Europa’s midden en oosten.
Veel Hongaren en andere niet-Serviërs zijn vertrokken vanwege de vijandige sfeer in de jaren negentig. Gekomen zijn toen gevluchte en verdreven Serviërs uit Kroatië, Bosnië en uit de provincie Kosovo: wel driehonderdduizend in totaal. De grootstedelijke Servische Novi-Sadjer kreeg zijn verbitterde etnische broeder van het platteland naast zich.
Van de twee miljoen inwoners van Vojvodina, op een gebied half zo groot als Nederland, vormen de Serviërs nu een ruime meerderheid. Hooguit vijftien procent is Hongaar en de rest bijna verwaarloosbaar. Maar van die verschraalde bevolkingsopbouw wil het provinciale parlement niets weten. Het zit in ook al zo'n modernistisch 'schip’, ditmaal een stralend wit gebouw met een indrukwekkende hal. Daar staan zes gouden borden met de 'officiële talen van de provincie’, legt de parlementsvoorlichtster enthousiast uit: Servisch, Kroatisch, Hongaars, Roemeens, Slowaaks, en zelfs nog Roetheens, de taal van de ouders van Andy Warhol(a).
'Als de Roma het eens waren geworden over hun taal’, voegt de voorlichtster toe, 'was dat nummer zeven geweest. Zoveel officiële talen heeft zelfs het Europese Parlement niet!’ Op de vraag hoe deze etniën dan over de politieke partijen zijn verdeeld, begint ze te glunderen: 'Ik weet het niet en ik wil het niet weten. In Vojvodina wordt niet naar iemands etnische achtergrond gevraagd. Degenen die daar wél een punt van maakten, zitten nu in Den Haag in de gevangenis.’
Het 'Parlement van de Autonome Provincie Vojvodina’, zoals het zich noemt, bedrijft een aandoenlijke symboolpolitiek. Niet alleen met zijn veeltaligheid, maar ook met die autonomie. Die is een wassen neus. In de naoorlogse federale republiek Joegoslavië had de provincie inderdaad een relatief autonome status, bijna die van een deelstaat. Maar Milosevic hief dit zelfbestuur prompt op toen hij in 1989 aan de macht kwam, tegelijk met die van zijn andere weerbarstige provincie: Kosovo. En Belgrado piekert er niet over om die autonomie terug te geven, zeker niet nu Servië Kosovo kwijt is.

IN DE AFGELOPEN eeuw heeft West-Europa dankzij nieuwkomers 'multiculturele’ samenlevingen opgebouwd: industriearbeiders uit het oosten, immigranten uit de voormalige koloniën, 'gastarbeiders’ uit het zuiden, et cetera. De samenlevingen van Midden- en Oost-Europa zijn in dezelfde periode juist steeds mono-etnischer geworden: oude, samenlevende Europese volkeren werden er uit elkaar gerukt. Aan deze dramatische ontwikkeling heeft het Westen een bijdrage geleverd.
Deze herfst is het twintig jaar geleden dat Duitsland werd herenigd. Om oude angsten af te wenden, bekende de staat zich uitdrukkelijk tot Europa. De nieuwe Bondsrepubliek gaf flinke impulsen aan de Europese Unie-in-oprichting en aan de Oost-West-integratie en -verzoening.
In zijn feestvreugde deed Duitsland echter mee aan het langdurige proces van 'ontmulticulturalisering’ van Europa’s midden en oosten. Zo verstrekte de staat vanaf 1990 gul paspoorten aan de restanten etnische Duitsers in Polen, Roemenië, de Sovjet-Unie, Hongarije, et cetera. Hun niet zo Duitse familieleden konden hen vaak volgen. Zij lieten ontvolkte dorpen achter.
Terwijl Duitsland zich herenigde, begon Joegoslavië uiteen te vallen. Een jaar later was tussen Kroatië en Servië een bloedige burgeroorlog gaande. Rond de jaarwisseling van 1991-92 wist de Bondsrepubliek bij de lidstaten van de EU de versnelde erkenning van Slovenië en Kroatië als onafhankelijke staten door te drukken. Bondskanselier Helmut Kohl wilde niet alleen als 'Kanselier van de Duitse eenheid’ te boek staan, maar ook als 'Vredestichter op de Balkan’.
Heeft Europa, met Helmut Kohl voorop, al doende de doodsteek gegeven aan de laatste grote multi-etnische staat op het continent na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie? Had Joegoslavië niet als geheel naar ons democratisch-kapitalistische bestel kunnen worden geleid? Dat is in het brede midden van Europa nog steeds een discussiepunt. De toenmalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher heeft altijd heftig bestreden dat er toen een minder bloedige keuze was. En hadden Slovenië en Kroatië niet, net als Letland of Litouwen, recht op hun onafhankelijkheid?
Genscher kreeg steun uit verrassende hoek: van Milovan Djilas uit Belgrado, de strijdmakker van de partizanenleider en latere staatspresident van Joegoslavië, Josip Broz Tito. In de jaren vijftig werd Djilas de prominentste rebel van zijn land en belandde hij in de gevangenis. Daags voor zijn dood in april 1995 zei hij tegen het weekblad Der Spiegel dat de veelvolkerenstaat Joegoslavië hoe dan ook niet meer te redden was geweest. En de vrede op de Balkan evenmin: 'Elke staat op de Balkan koestert zijn eigen glorieuze verleden en staart naar de gebieden die hij ooit bezat. (…) Er heeft zich een soort Balkan-fascisme ontwikkeld.’
Djilas sprak van een 'Groot-Servië’ in de maak, maar net zo goed van een 'Groot-Kroatië’ en een 'islamistisch Bosnië met een totalitaire ideologie’. In geen van die staten zouden minderheden worden beschermd, waarschuwde hij.
Toen Djilas in 1995 zijn interview gaf, had het slagveld zich sinds drie jaren naar Bosnië verplaatst. Het heet inmiddels bewezen - onder meer door politieke getuigenissen voor het Haagse oorlogstribunaal - dat Milosevic het direct na de onafhankelijkheid van Kroatië met diens regeringsleider Tudjman op een akkoordje had gegooid: hun bloedige territoriumstrijd in de ijskast en samen naar de drievolkerenstaat Bosnië-Herzegovina, om die op te delen. Daarbij zouden de laatste 'Turken’ op de Balkan, zoals ze de islamitische Bosniërs graag noemden, die feitelijk Slaven als zijzelf zijn, het veld moeten ruimen.
Luttele maanden na Djilas’ waarschuwingen vond de massamoord in het Bosnische Srebrenica plaats. Het vredesverdrag van Dayton dat de internationale gemeenschap kort daarop in elkaar draaide, bevestigde de facto het uiteenvallen van Bosnië-Herzegovina in etnisch-religieuze territoria. Hiermee waren de aanspraken uit het geheime Milosevic-Tudjman-pact nagenoeg werkelijkheid geworden.
Dit feit moet Helmut Kohl als een onaangename echo uit het verleden hebben getroffen: die van het Molotov-Ribbentrop-pact. In augustus 1939 sloten de ministers van Buitenlandse Zaken van respectievelijk nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie eveneens een akkoord dat zowel een niet-aanvalsverdrag inhield als de geheime opdeling van een aantal staten. Die vrede tussen Hitler en Stalin hield, zoals bekend, slechts tot 1941 stand. Maar de gevolgen van het geheime aanhangsel van dit pact heeft Europa in alle heftigheid gevoeld toen het weer vrede was. Op de Conferentie van Jalta in februari 1945 had Stalin van zijn gesprekspartners Roosevelt en Churchill namelijk gedaan gekregen dat zijn gebiedsaanspraken uit 1939 op Estland, Letland en op de Poolse gebieden van, zeg maar, Vilnius tot Lemberg, alsnog gefiatteerd werden. Stalin kreeg zelfs Litouwen erbij, het land dat in 1939 nog aan Hitler toeviel. In de zomer van 1945 sanctioneerden de geallieerde wereldleiders deze aanspraken te Potsdam bij Berlijn.
De vier geallieerde grootmachten bekrachtigden eveneens dat Polen voor het gebied dat het aan Stalin verloor met stukken Duitsland zou worden gecompenseerd. Polen zou pakweg een paar honderd kilometer naar het westen opschuiven. In humanitair opzicht nog dramatischer was de beslissing die eraan werd vastgeknoopt. De bevolking in de betroffen gebieden moest doodleuk meeverhuizen: de Duitsers vanuit de verloren gebieden naar het verkleinde Duitsland, zodat de Oost-Polen met ander los volk hun plek konden innemen. Dan was Stalin meteen van die Poolse lastposten af.
De geallieerden beschouwden de etnische smeltkroes Midden/Oost-Europa namelijk als een pruttelende pot die telkens weer zou kunnen overkoken. Niet alleen Stalin wilde daarvan af. De Britse premier Winston Churchill zag in etnisch homogene staten een waarborg voor de vrede. Al in december 1944 had hij in het Britse Lagerhuis de verdrijving van vele miljoenen Duitsers aangekondigd, ook van gemeenschappen die al acht of meer eeuwen als nationale minderheden buiten het Duitse Rijk leefden, zoals drie miljoen Sudeten-Duitsers in Tsjechisch Bohemen. Churchill wilde, zei hij, na de oorlog in Europa 'schoon schip maken’.
Zo vond, in vredestijd, de vermoedelijk grootste volksverhuizing plaats sinds het einde van het Romeinse Rijk. In totaal zijn langs de brede breuklijn van Oost en West - de nieuwe invloedssferen, die de geallieerden eveneens hadden vastgelegd - tegen het einde van de oorlog en in de eerste jaren daarna naar schatting 25 miljoen mensen uit hun Heimat verdreven.
Het is een onwezenlijk aantal: 25 miljoen burgers die uit hun staat werden gezet dan wel daarbinnen gedeporteerd, als ze niet al waren gevlucht. Onder hen waren veertien miljoen Duitsers, anderhalf miljoen Polen en verder Oekraïners, Wit-Russen, Hongaren, Armeniërs, bewoners van de Baltische staten en vele rest- en menggroepen. Maar het is een vergeten geschiedenis, waarvan in West-Europa hooguit is blijven hangen dat 'Hitler en kornuiten’ werden bestraft. De net opgerichte Verenigde Naties hadden met de humanitaire ramp ingestemd, voorzover die uit de Conferentie van Potsdam voortvloeide. Later hebben de VN dit besluit, vrij schijnheilig, alsnog ter discussie gesteld.
De besluiten in Potsdam leken ook de terreur te rechtvaardigen die al daarvóór op gang was gekomen: 'wilde’ verdrijvingen met moordpartijen door legereenheden en burgers uit nieuw opgerichte volksrepublieken als Polen, Tsjechië en Joegoslavië. Vele honderdduizenden hebben daardoor de vrede niet lang overleefd. Alleen al in Vojvodina - om daarheen terug te keren - werden onder regie van Tito’s partizanen naar schatting zeventigduizend Duitse en twintigduizend Hongaarse burgers, onder wie veel kinderen, vermoord en in massagraven gedumpt. Driehonderdduizend Duitsers die daar van oudsher leefden, werden verdreven. De meeste Hongaarse overlevenden mochten blijven, na een socialistisch onderonsje tussen Joegoslavië en Hongarije.
De massale verdrijvingen waren duurzaam ontwrichtend, zowel voor de achtergelaten dorpen en steden als voor de samenlevingen die de verdrevenen moesten opvangen. De slachtoffers zelf moesten zonder middelen, in een voor hen volledig vreemd gebied, een nieuw bestaan opbouwen. Deze ontheemden werden door hun 'etnische verwanten’ ter plekke, de autochtonen dan wel de mede-verdrevenen, niet zelden als ongewenste indringers respectievelijk concurrenten behandeld. Ze hadden veelal tot in de volgende generaties moeite om weer een normaal sociaal leven op te bouwen.
BIEDT EEN VERZAMELING etnisch homogene staten, zoals die in Midden- en Oost-Europa beetje bij beetje is ontstaan, dan ten minste betere waarborgen voor de vrede dan de meervolkerenstaten van voorheen? Voorzover deze vraag, gezien de aantallen slachtoffers, al zindelijk is, luidt het antwoord nee.
De agressie ging in het Duitse Derde Rijk van de meerderheidscultuur uit. Datzelfde geldt voor de naoorlogse Volksrepubliek Polen - al klinkt die vergelijking wellicht wat boud. Polen werd na zijn metamorfose in 1945 een etnisch zeer homogene staat, waarin het percentage Polen zou oplopen tot rond 95: door de gedwongen polonisering van etnische restgroepen dan wel door hun vertrek. De uittocht van de weinige joodse overlevenden werd door de diverse naoorlogse pogroms bevorderd. Het communisme was in Polen een uitgesproken nationalistisch georiënteerde monocultuur.
Daarvan is de Poolse samenleving nog steeds niet hersteld. De invloedrijke katholieke kerk borduurt naadloos voort op de xenofobie die het communisme zaaide. Maar er klinken ook andere geluiden, zoals in de Silezische stad Wroclaw, tot 1945 het Duitse Breslau, dat na de oorlog een nagenoeg volledig nieuwe bevolking kreeg. In Pools Silezië is het Duitse, Boheemse en joodse culturele erfgoed behoorlijk taboe gebleven. Maar Wroclaw heeft zijn Pruisische jasje uit de mottenballen gehaald en zijn joodse hoeden naar de stomerij gebracht. De stad vermeldt trots zijn Duitse Nobelprijswinnaars, de uitgestrekte joodse begraafplaats wordt gerenoveerd en de universiteit heeft haar oprichtingsdatum van '1946’ terugveranderd in '1703’.
Wroclaws verlichte stadsbestuurders van het afgelopen decennium hebben mogelijk als jongeren in de jaren tachtig het 'Oranje Alternatief’ nog bewonderd. Dat was een invloedrijke groep gepuntmutste dwarse creatievelingen, die het communistische gezag treiterde door honderden kabouters op huizenwanden te tekenen, en meer ludieks. Inderdaad, geïnspireerd op de acties in Amsterdam van een decennium eerder.
Als eerbetoon aan toen duiken nu overal gietijzeren krasnoludki op, kabouters. Is dat de reden dat Wroclaw zich nu als 'multiculturele stad’ afficheert, net als Novi Sad? Want als je de toeristen en buitenlandse bedrijven wegdenkt, is de bevolking homogeen Pools, en niet multicultureel. Dit etiket moet eerder als een roerende bekentenis aan het rijke Europese verleden van de stad worden gezien, aan 'Breslau’.

ETNISCHE HETEROGENITEIT is overigens niet per se een zegen. De nieuwe Baltische sovjetrepublieken werden, tegen de trend in, na 1945 multi-etnischer. Stalin was dankzij de besluiten in Jalta en Potsdam vrij om vanuit het Baltische gebied ruim vierhonderdduizend mensen naar Siberië te deporteren. In hun plaats kwam het dubbele aantal Russen - ook niet vrijwillig. Estland, Letland en Litouwen werden gerussificeerd, en daarmee juist monocultureler dan voorheen. Baltische folklore mocht nog net.
Het naoorlogse Joegoslavië was daarentegen juist wel een echte veelvolkerenstaat. Maar al in het vacuüm na Tito’s dood in 1980 kreeg allerlei oud etnisch zeer er kansen. Het ging echt mis toen de staat was opgedeeld. De nieuwe ultra-nationalistische regeringsleiders wisten daartoe hun eigen minderheden buiten de grenzen te mobiliseren. Datzelfde had Hitler met de Duitsers buiten het rijk gedaan.
Het Rijk van de Zuid-Slaven, later Joegoslaven, was na de Eerste Wereldoorlog gevormd. Het rijk van de overwonnen Hongaren, onderdeel van de Dubbelmonarchie met Oostenrijk, was toen, bij een subverdrag van Versailles in paleis Trianon, tot een derde van zijn territorium verkleind. Drie miljoen Hongaren leefden plotsklaps in Roemenië, in het Zuid-Slavische koninkrijk, met name Vojvodina, in Slowakije en elders. Het bijzondere aan die situatie is, achteraf bekeken, dat deze Hongaren niet naar het nieuwe Klein-Hongarije werden uitgewezen. Zij behielden hun huis en hun Heimat.
Er bestaat een Hongaars grapje: 'Opa heeft in vele staten geleefd, maar zijn dorp heeft hij nooit verlaten.’ Kon men in 1920 zo'n volksverhuizing als die van na 1945 logistiek niet aan? Heus wel, maar een dergelijk megalomaan plan kwam bij de geallieerden van toen niet op. De Grieken en de Turken kwamen, na hun zoveelste oorlog in 1923, wel zo'n megaoperatie overeen: anderhalf miljoen Grieken uit Turkije werden ingeruild tegen vierhonderdduizend moslims uit Griekenland - na een gemengd samenleven van 2500 jaar.
Deze Grieks-Turkse actie in vredestijd heeft die beide volkeren er niet vredelievender op gemaakt. Terwijl de Hongaren die bleven waar ze waren doorgaans in redelijke verstandhouding leefden met de volkeren om hen heen. Althans tot de Tweede Wereldoorlog, maar vaak ook weer daarna, zoals bijvoorbeeld in Novi Sad.
Hongarije zelf heeft 'Trianon’ daarentegen nooit goed verwerkt. De eerstvolgende gelegenheid tot wraak werd twintig jaar later benut, in Hitlers fascistische alliantie. Wat dat voor Novi Sad en Vojvodina betekende, heeft Aleksandar Tisma in Het boek Blam beschreven.
Vorig jaar was in Berlijn een tentoonstelling te zien waarin de ondergang van multi-etnisch Hongarije aan de hand van unieke familiefoto’s uit één dorp werd gedocumenteerd: Multi-etnische dimensies: Zuid-Hongarije 1916-1920. De dorpschroniqueur zette de dorpsbewoners allemaal op de gevoelige plaat: Servische, joodse, Hongaarse, Duitse en Roma-families. De mannen zijn veelal in uniform geportretteerd. Ze zouden voor de laatste keer samen strijden, voor hun Habsburgse keizer. Na 1918 verdwenen eerst de Serviërs naar hun nieuwe land. In de volgende wereldoorlog werden de joodse en Roma-families gedeporteerd of op de vlucht gejaagd. Na 1945 werden veel Duitse Donau-Zwaben verdreven, en na 1990 vertrok een tweede golf vrijwillig naar Duitsland.
De Hongaarse samenstelster van de tentoonstelling, Andrea Vándor, was erg blij met de vondst, vertelde ze. 'Maar helaas bestaat er in mijn land amper interesse voor zulke foto’s. Ik heb vergeefs geprobeerd schoolklassen naar de tentoonstelling te krijgen. Eén klas kwam en liet de spreuk “Hongarije aan de Hongaren” achter.’
Bij 'Trianon’ denkt bijna geen Hongaar nog aan de ondergang van de mooie veelvolkerenstaat, legt Vándor uit. 'Scholieren leren eerder over de ondergang van het roemruchte Groot-Hongaarse rijk. Te veel van onze politici geven daarin het slechte voorbeeld.’ Vándor weet zich te troosten: 'In het Servische Novi Sad en in Berlijn was men veel enthousiaster over de foto’s.’

HET KRUITVAT BALKAN was in 1914 ontploft in het Bosnische Sarajevo. Het werd het begin van de Eerste Wereldoorlog, die de machtsverhoudingen in Europa op z'n kop zou zetten. De Habsburgse keizer Franz Joseph gaf het startschot voor de oorlog, nadat de troonopvolger in Sarajevo door een Servische nationalist was vermoord. Bij die gelegenheid liet de keizer zijn beroemde propagandabrief 'Aan mijne volkeren’ publiceren.
Otto von Habsburg citeert zijn oudoom, de laatste keizer van de Habsburgse Donaumonarchie, graag - in maart 2009 in De Groene Amsterdammer nog. Want in die brief uit 1914, toen Otto twee jaar oud was, bezwoer de keizer zijn volkeren tegen hun regeringen te zullen beschermen. En dat is volgens Otto von Habsburg, die twintig jaar lang europarlementariër was, precies wat de Europese Unie behoort te doen: 'Nationale regeringen maken er vaak een puinhoop van.’
Al is er weinig reden het Habsburgse bewind te verheerlijken, daar zit wat in. Met alle nieuwe multiculturele misverstanden in het Westen van Europa en de oude etnische haarkloverijen in het Oosten is een overkoepelende instantie nodig die de mensen- en minderheidsrechten bewaakt. En de Europese Unie rekent die taak tot de hare. Het lijkt evenwel niet de grootste prioriteit te hebben. In de EU worden, van Oost tot West, systematisch minderheidsrechten geschonden, van homorechten tot die van Roma.
In Sarajevo leeft nog een sprankje hoop dat Europa haar niet zal vergeten, maar koesteren. Net als een eeuw geleden, toen ze werd 'ontdekt’. In een Weense toeristengids uit 1913 worden de voormalige 'Turkse provincies’ Bosnië en Herzegovina, die toen voor even Oostenrijks waren geworden, zeer warm aanbevolen. Voor de eerste generatie fietsers werden de vele rivierdalen geprezen. Dat die dalen ook uitstekend vanuit de omringende heuvels te beschieten zijn, bleek in de jaren negentig nog, toen Bosnisch-Servische troepen de stad lange tijd onder vuur namen.
Sarajevo heeft zijn Turkse wijk en zijn Habsburgse wijk inmiddels hersteld, en oogt verder eigentijds Europees. Een kleine minderheid van gehoofddoekte meisjes loopt veelal vrolijk, arm in arm, over straat met super geminirokte 'Oostblokmeisjes’. Maar midden in de stad prijkt nu prominent het Iraans Cultureel Centrum. Een Engels ondertitelde lokale televisiezender verspreidt haatboodschappen tegen 'dwalers’ - iedereen die geen moslim is. Waar Europa Bosnië aan zijn lot overlaat, springen anderen in het gat.
En wat moet er van Kosovo worden, nu Servië zijn verzet tegen het verlies van zijn voormalige provincie opschort om zich EU-rijper te maken? Het gemaltraiteerde ministaatje is straks van iedere positieve toekomst afgesloten. Hadden al die Europese staten, die zich zo gehaast hebben Kosovo te erkennen, dat niet kunnen bedenken? Voor die andere Servische provincie, Vojvodina, ziet de toekomst er fleuriger uit. Dit zelfverklaarde 'Klein-Europa’ zal graag een brugfunctie tussen Belgrado en Brussel vervullen.
Het herenigde Duitsland is een vredelievende staat geworden. Maar daartoe had de naoorlogse Bondsrepubliek eerst veel druk van buiten nodig: de duurzame geallieerde bezetting en het Marshallplan met zijn geraffineerde combinatie van economisch 'suikerbrood’ en pro-democratische 'zweepslagen’. In 1990 werd de voormalige DDR in een vergelijkbaar ideologisch-economisch wisselbad, warm en koud tegelijk, ondergedompeld.
Uit de geslaagde ontwikkeling van Duitsland kan voor de ex-Joegoslavische staten maar één verstandige conclusie worden getrokken: zo'n verzameling etnisch explosieve kruitvaten maak je niet met internationale vredeslegers onschadelijk. Daar zijn duurzame ideologische en economische impulsen voor nodig. De beste garantie voor de vrede in Europa is de opname van alle ex-Joegoslavische staten in een Europese Unie die wil leren uit de etnische lessen van het verleden.

Van de auteur verscheen recent het boek IJzeren deuren: Zes families tussen Oost- en West-Europa (Contact, 2009)