De grote genenroof

DE ‘GENENKOORTS’ heeft toegeslagen. Farmaceutische multinationals en universiteiten stropen alle uithoeken van de wereld af op zoek naar genetisch materiaal. De jacht beperkt zich niet tot planten en dieren. Ook menselijk weefsel wordt naarstig ingeslagen, in de hoop dat er via genetische decodering remedies tegen tal van ziektes en aandoeningen wordt gevonden. Vooral genetisch materiaal van ‘inheemse volkeren’ staat nadrukkelijk in de belangstelling. Door hun isolement zijn hun genen door de jaren heen ‘puur’ gebleven. Daardoor vallen bijzondere eigenschappen eerder op. Erfelijke ziektes kunnen zo eerder worden gedetecteerd en geanalyseerd.

Vandaar dat stukjes indianenweefsel inmiddels voor grof geld van de hand gaan. In 1994 betaalde farmaciegigant Hoffmann La Roche de Universiteit van Rockefeller twintig miljoen dollar voor een patent op het zogenaamde vet-gen, afkomstig van de Pima-indianen. Dat gen zou verantwoordelijk zijn voor de aanleg om dik te worden. Het Duitse concern Boehringer Ingelheim betaalde enkele jaren geleden zeventig miljoen dollar voor het astma-gen dat het biotechbedrijf Sequana aantrof bij bewoners van Tristan da Cunha, een eilandengroep in de Atlantische oceaan.
De huidige octrooiwetgeving maakt geen onderscheid tussen technologische vindingen en levend materiaal en staat dus toe dat kopers een patent nemen op genetische informatie van dierlijk en menselijk weefsel. Door het aanvragen van een octrooi eigenen zij zich een monopolie toe dat hun het recht geeft anderen het gebruik ervan te verbieden. Veelal gebeurt dit zonder medeweten van degenen van wie de genenmonsters genomen zijn. Deze delen dan ook niet mee in de gemaakte winsten.
Tijdens een openbare hoorzitting op zondag 16 november jl. in Amsterdam stelde het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV) vertegenwoordigers van deze volken in de gelegenheid te ageren tegen deze vorm van ‘biopiraterij’. Een van de sprekers was Alejandro Argumedo, directeur van de organisatie Cultural Survival in Canada en coördinator van het Biodiversiteits Netwerk van Inheemse Volken, een mondiaal netwerk dat zich richt op bescherming van biologische en culturele kennis. Argumedo, een K'echua-indiaan uit Peru, vindt dat het verzamelen en octrooieren van dit genetisch materiaal een 'inbreuk is op het recht op zelfbeschikking en volledig indruist tegen de menselijke waardigheid’.
Argumedo: 'Toen ze voor het eerst kwamen, doodden ze de dieren. Toen namen ze de mineralen en kapten ze het bos. En nu alleen wij nog over zijn, komen ze voor ons. Ze trachten de informatie die wij in onze genen hebben te bemachtigen om haar te verkopen. Zo wordt er een vorm van genetische slavernij ontwikkeld.’
Het wereldhandelsverdrag staat het patenteren van menselijk genetisch materiaal toe. De regering van de Verenigde Staten en het Nationaal Instituut voor Volksgezondheid hebben al patent aangevraagd op enkele menselijke genen. Ook Europa wil een deel van de koek. Op 27 november jl. kwam de Europese raad van ministers bijeen om te praten over een voorgestelde richtlijn ter wettelijke bescherming van biotechnologische uitvindingen. Die richtlijn moet het ook mogelijk maken dat menselijk weefsel wordt gepatenteerd.
'Dat druist in tegen alle menselijke waardigheid’, meent Argumedo. 'Het betekent letterlijk dat een stukje van jouw lichaam het bezit wordt van iemand anders.’ Hij wijst op de onethische wijze waarmee onderzoekers zich genetisch materiaal toe-eigenen: 'Wetenschappers en bedrijven liegen inheemse gemeenschappen maar wat voor. Ze zeggen: “We willen medisch onderzoek verrichten om jullie te redden, want jullie zijn ziek. Jullie leven als dieren, jullie hebben geen elektra, geen tinnen dak boven jullie hoofd en geen stromend water.” Al die zaken waarvan mensen denken dat dat beschaving is. Vervolgens worden er monsters genomen en verdwijnt men weer. Wettelijke bescherming is er niet. Ook het leger van de Verenigde Staten heeft genetisch materiaal van inheemse volken in bezit. Zogenaamd ten behoeve van de vooruitgang. Op het Research ter of Biological Warfare in Maryland, bevindt zich zeer veel materiaal.’
De Canadees-Amerikaanse organisatie Rural Advancement Foundation International (RAFI), gespecialiseerd in onderzoek naar de impact van genentechnologie op het Zuiden, bracht onlangs het netwerk van bedrijven, wetenschappers, leger en zelfs geheime diensten in kaart dat betrokken is bij het verzamelen van DNA-gegevens van 'inheemse volkeren’. Indigo, het maandblad van het NCIV, drukte de belangrijkste uitkomsten van dat RAFI-onderzoek onlangs af.
Volgens RAFI is het hoofdkwartier van het genetische inlichtingenwerk gevestigd in het Amerikaanse Fort Detrick, vroeger een centrum voor onderzoek naar biologische en chemische wapens, tegenwoordig het thuishonk van AMRID, een legeronderdeel dat onderzoek doet naar tegengif voor biologische wapens. Verder bevinden zich in Fort Detrick verschillende medische organisaties, ook die van de militaire inlichtingendienst. Deze faciliteiten worden gerund door een particuliere onderneming, Science Applications International Corporations (SIAC).
In het SIAC-bestuur zitten of zaten recentelijk onder meer een voormalige minister van Defensie en twee voormalige directeuren van de CIA. SIAC werkt samen met InCyte, een bedrijf dat duizenden patentaanvragen op menselijk genetisch materiaal heeft lopen. Het Amerikaanse leger erkent dat deze monsters worden gebruikt in defensieprogramma’s.
Argumedo is bezorgd omdat dit erfelijke materiaal belangrijke informatie bevat over bepaalde groepen mensen. 'Op deze manier kunnen speciale biologische wapens worden gemaakt die specifieke groepen van mensen kunnen doden. Die gegevens zijn nu in handen van het Amerikaanse leger. Deze wapens kunnen nu worden gefabriceerd en er lopen genoeg gekken rond die dat zouden willen doen.’
ARGUMEDO ROEPT alle inheemse gemeenschappen op tot een boycot van de 'genenjagers’. In Panama werd op 14 november jl. door vertegenwoordigers van 27 verschillende inheemse volkeren gesproken over het Human Genome Diversity Project (HGDP), door hen ook wel het 'Vampierproject’ genoemd. Dit project moet duidelijk maken hoe de mens zich over de aarde heeft verspreid. Ongeveer zevenhonderd volkeren dreigen momenteel uit te sterven. Voor het zover is, wil men via HGDP bloed inzamelen om het genetisch materiaal te vereeuwigen in de laboratoria.
'Dat is natuurlijk een schandelijk voorstel’, aldus Argumedo. 'Want als je werkelijk wilt dat mensen overleven, dan zorg je ervoor dat het hen niet ontbreekt aan voedsel, veiligheid, onderwijs en vooral land, recht op hun eigen cultuur.’
De technologie voor toegepast genetisch onderzoek ten behoeve van geneesmiddelen is volgens Argumedo de snelst groeiende industrie van de wereld. 'Maar de meerderheid van dat medisch onderzoek is exclusief bedoeld voor de geïndustrialiseerde landen. Aids is daar een voorbeeld van. Als er een medicijn tegen ontwikkeld wordt, zullen mensen in Afrika het niet kunnen kopen, omdat het te duur is. De meeste inheemsen lijden aan eenvoudige ziekten als diarree en malaria, maar daar wordt geen onderzoek naar gedaan, want dat levert geen geld op.
Sommige bedrijven produceren medicijnen waarbij ze zich op onze kennis van de natuur baseren. De zes meest gebruikte medicijnen in de wereld zijn afkomstig van inheemse volken, maar dat is nooit erkend. In de toekomst zullen onze genezers de planten die door de eeuwen heen door ons behouden werden, niet meer kunnen gebruiken doordat er een patent op rust.
Tot nu toe kunnen we met onze klachten alleen terecht bij de Verenigde Naties. Een land ergens op de wereld moet deze problematiek aankaarten, moet het Internationaal Tribunaal in Den Haag vragen of het ethisch verantwoord is om menselijk weefsel te patenteren. Want als de hele schepping wordt geprivatiseerd, zal zij in het bezit komen van slechts enkele individuen.’