De grote goochelshow in de golf is nog niet uitgespeeld

Komt er opnieuw oorlog in de Golf? Te oordelen naar de diplomatieke schermutselingen neemt de kans toe, al valt er over de aard en termijn van het conflict nog weinig zinnigs te zeggen.

De formele aanleiding lijkt niet gering: Irak weigert om de inspecteurs van Unscom toe te laten tot ongeveer zestig locaties - waaronder de paleizen van Saddam Hoessein - die volgens chef-inspecteur Richard Butler en het Amerikaanse departement van Buitenlandse Zaken dienen als geheime opslagplaatsen voor (componenten van) massavernietigingswapens. En als presidenten elkaar ten overstaan van fotografen opbellen, ministers redetwistend in de wandelgangen van de Verenigde Naties worden gesignaleerd en experts van heinde en verre worden opgetrommeld om scenario’s te bespreken, is het waarschijnlijk menens.
Maar daarmee zijn de zekerheden uitgeput. Je vraagt je bijvoorbeeld af wat Unscom de afgelopen zeven jaar heeft uitgevoerd als het waar is dat Saddam nog zoveel vernietigingscapaciteit over heeft. De Unscom-teams hebben sinds 1991 meer dan zevenhonderd inspecties uitgevoerd, tot in de toiletpotten van het Irakese ministerie van Binnenlandse Zaken toe. Honderden Scudraketten, duizenden opslagvaten en dozijnen laboratoria en productiefaciliteiten zijn gebulldozerd of verbrand onder het toeziend oog van Amerikaanse, Britse en Duitse experts, terwijl bewakingscamera’s ervoor zorgden dat elke veiligheidsman die zich met een verdacht koffertje uit de voeten maakte, ogenblikkelijk bij de kladden werd gepakt.
Niettemin heeft Irak volgens Butler het vermogen om met gifgascapsules ter grootte van een suikerklontje een rits middelgrote Amerikaanse steden van de kaart te vegen. Hiervoor zijn maar twee verklaringen mogelijk. Ofwel Saddam is de Hans Kazan van de postmoderne wapenhandel, ofwel Richard Butler is de René Diekstra van de internationale diplomatie.
Dat laatste is het meest aannemelijk, gezien de wijze waarop Butler het State Department telkens naar de mond praat. Zijn voorganger Ekeüs deed dat tenminste nog discreet, al werd ook hij erop betrapt dat hij zijn rapporten aanpaste tot ze naar de zin van de Amerikanen waren. Bij Butler lijkt het wel of hij wekelijks zijn instructies ophaalt bij minister Albright. Hij gaat zijn bevoegdheid te buiten door openlijk te zeggen dat Irak de resoluties van de Veiligheidsraad ‘met voeten treedt’ en op te roepen tot een gepaste 'afstraffing’.
Laat dat nu precies de wens van het Amerikaanse buitenlandestablishment zijn. De Amerikanen hebben laten blijken dat ze Irak - al dan niet onder Saddams leiding - blijvend willen isoleren. Net als resolutie 986 van de Veiligheidsraad, die de Irakezen in staat zou moeten stellen om 'olie in ruil voor voedsel en medicijnen’ te verkopen, is het inspectieregime een zoethoudertje voor de internationale opinie. In november jongstleden zei Madeleine Albright dat het embargo van kracht blijft zolang Saddam aan de macht is, ook al zou hij de inspecteurs ongehinderd toelaten. President Clinton maakte het nog bonter door te zeggen dat het embargo 'desnoods tot in alle eeuwigheid’ zal duren.
Het is duidelijk dat de Amerikanen in dit stadium geen stap meer terug kunnen doen zonder groot gezichtsverlies. De hamvraag is hoe ze een aanval op Irak denken te verkopen aan de rest van de wereld. Er is namelijk geen plausibel scenario voor de periode daarna, afgezien van het kat- en muisspel van de afgelopen zeven jaar. En mocht Saddam erdoor ten val komen, dan wordt hij waarschijnlijk opgevolgd door een van die tientallen officieren die niet alleen dezelfde snor, maar ook dezelfde slechte manieren als de man uit Takrit cultiveren. Mocht zijn opvolger een democraat zijn, dan valt het land uiteen en hebben we de regionale poppen aan het dansen.
De kans op oorlog hangt dus vooral af van de vraag hoeveel landen bereid zijn de Amerikaanse bluf mee te spelen en Saddam tot inbinden te bewegen. Afgezien van Groot-Brittannië kan Albright alvast rekenen op onvoorwaardelijke steun van het oliedwergje Koeweit. Die slag is binnen.