De Groene Kroket 2008

De Grote Groene Museumrestaurant Test

Sinds de jaren tachtig worden museumrestaurants steeds beter en luxer. Toch krijgt het fenomeen in de kunstjournalistiek nauwelijks aandacht. Daarom looft De Groene Amsterdammer een prijs uit aan het beste museumrestaurant van Nederland. Waar schenkt men de beste koffie? Waar vind je de vriendelijkste bediening? En, het belangrijkste, welk restaurant wint de test en mag zich straks de trotse bezitter noemen van De Groene Kroket 2008?

Medium restauranttest

IN 1988 ADVERTEERDE HET VICTORIA & ALBERT MUSEUM in Londen met de heerlijk Britse tongue-in-cheek-slogan: ‘An Ace Caff with Quite a Nice Museum Attached.’ Slim gevonden: de drie dining rooms van het Victoria & Albert vormen tenslotte het oudste museumrestaurant ter wereld (opgericht in 1866); bovendien weerspiegelde de slogan feilloos een trend die begin jaren tachtig had ingezet: de professionalisering van het museumrestaurant.
Ook in Nederland was deze trend merkbaar. In het Groninger Museum zwoer Frans Haks weliswaar bij de traditionele koffiehoek, omdat hij ‘geen krokettenlucht in het museum’ duldde, maar hij was een uitzondering. Andere musea, zoals het Van Gogh in Amsterdam en het Bonnefanten in Maastricht, zetten grote restauraties op waar je naast koffie, thee en appeltaart ook luxe gerechten en wijnen kon krijgen en waar je dineerde in een ambiance die niet onderdeed voor die van reguliere restaurants.
De opkomst van deze restauraties had te maken met een burgerlijk-liberale regering die de musea maande tot economische zelfstandigheid en uitbreiding van de paramuseale taken, maar ook met een mentaliteitsverandering van het museumpubliek. Dat wilde niet langer slechts mooie dingen zien; het wilde een totaalbeleving. Dus: kijken naar dat prachtige schilderij met woeste korenvelden, maar ook dat broodtrommeltje met de Zonnebloemen-print kopen in de museumwinkel. Opgaan in een sferisch doek van Rothko én een Italiaanse salade met mozzarella en zongedroogde tomaatjes bestellen. Het museumrestaurant groeide uit van extraatje tot vereiste. En soms zelfs tot meer. Zo bleven de bezoekers van het Nuneaton Museum in Londen massaal weg nadat de directie had besloten de tearoom te sluiten.
Hoewel het restaurant niet weg valt te denken bij een bezoekje aan het museum wordt het in de kunstjournalistiek onderbelicht. Nooit lees je in de krant een oordeel als: ‘Mooie schilderijen, vieze koffie.’ Dat is vreemd. Als museumbezoek een totaalbeleving wordt, is het dan niet logisch dat niet alleen de kunstcollectie, maar ook de andere onderdelen van het museum tegen het licht worden gehouden? Waarom wél schrijven over het gebrek aan verbeeldingskracht van de kunstenaar, maar niet over het gebrek aan toiletverfrissers? Waarom wél kritiek hebben op de belabberde inrichting en niet op de kleffe appeltaart? Een slecht bereide soep kan je humeur tenslotte net zo grondig verpesten als een slecht belicht schilderij.

Om dit hiaat te vullen roept De Groene Amsterdammer deze zomer De Groene Kroket in het leven, een prijs voor de beste museumrestauratie van Nederland. Hiertoe bezochten we de afgelopen weken (bijna) alle restauraties (van beeldende-kunst-musea), van Groningen tot Maastricht en van Amsterdam tot Arnhem. We bezochten stokoude restauraties en piepjonge, kleine en grote. We keurden ons misselijk aan de appeltaart en dronken koffie tot we stuiterden van de cafeïne. We proefden, we oordeelden, we schrapten. Uiteindelijk hadden we een shortlist met zeventien museumrestauraties.
Tijdens onze tochten door culinair cultureel Nederland viel ons een aantal dingen op. Om te beginnen het aanbod: dat overtrof onze stoutste dromen. De tijden dat museumbezoekers moesten kiezen tussen gevulde koek met thee of gevulde koek met koffie zijn voorbij. Klassiekers als appeltaart met slagroom, kadetjes kaas en de onverwoestbare Van Dobben-kroket doen het nog altijd goed, alleen worden ze nu vergezeld door broodjes mozzarella met pesto, panini’s met Vera d’Aosta-kaas en gemberbolussen. Ook opvallend: de interieurs. Er lijkt zowaar iets te bestaan als een typisch Nederlandse restauratie-esthetiek: mooi, strak onderkoeld, met veel meubeltjes en loungemuziek, maar weinig knusse hoekjes. Kortom: geschikter voor een koffieafspraak met de schoonfamilie dan voor een romantisch rendez-vous.

Wat verwacht De Groene Amsterdammer van een museumrestaurant? Goede maaltijden en goede koffie vanzelfsprekend, een prettige sfeer en vriendelijk personeel. Daarnaast hebben we gelet op de bijzonderheden die het museum biedt en op de verhouding tussen de ambities van het museum en de kwaliteit van de restauratie: van een toeristenmagneet waar jaarlijks honderdduizenden mensen komen mag je meer verwachten dan van een klein provinciaal museum (hoewel die verwachtingen lang niet altijd worden ingelost). Deze criteria leverden ons een handvol eervolle vermeldingen en één absolute winnaar op. De eervolle vermeldingen gaan naar het Groninger Museum in Groningen (beste eten), Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (beste koffie), Museum Belvedère in Oranjewoud (beste ambiance) en het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek (beste bediening). De beste overall-prestatie werd geleverd door Foam, het Amsterdamse fotomuseum aan de Keizersgracht. Een sfeervol, luxe restaurant, waar veel te zien, te lezen en te proeven valt. Foam is de winnaar van De Groene Kroket 2008. Gefeliciteerd!
(SK & CT)