De grote groene tv-enquete

De wedstrijd Hilversum-Aalsmeer staat garant voor veel tandengeknars op de tribune. Een twintigtal tv-critici, schrijvers, journalisten en politici beoordeelde programma’s uit beide kampen. Erwin Krol of John Bernard? Sonja Barend of Linda de Mol? De publieken halen het net, maar de commercielen slaan zo nu en dan hard terug.
DE KEUZE TUSSEN Vara-voorzitter Marcel van Dam of Veronica- baas Joop van der Reijden is lood om oud ijzer, vindt Martin Bril. Ook Pauline Terreehorst, mode-expert van de Volkskrant, aarzelt: ‘Beiden zijn op hun eigen manier slecht.’ Nelleke Noordervliet: ‘Ze staren zich blind op macht, de kwaliteit doet er niet toe.’ ‘Allebei vervelend’, vindt Theo van Gogh, maar als het moet toch maar Van Dam: ‘Die is interessanter om ruzie mee te maken.’

Voor Joost Niemoller wint Van Der Reijden omdat hij de toekomst van de televisie vertegenwoordigt en Van Dam een gelopen wedstrijd loopt. ‘Van der Reijden is ongetwijfeld de slimste’, meent Jan Blokker, en volgens Anil Ramdas heeft Van Dam er alles aan gedaan om de publieke omroep om zeep te helpen: 'Hij is anti-elitair, populistisch en denkt ondertussen dat hij verstandig is.’
De politici kiezen vaak voor de Vara-voorzitter, behalve Hans Helgers, die vindt dat Van der Reijden uitblinkt door zijn lef. D66-kamerlid Guikje Roethof: 'Van Dam heeft meer oog voor het publieke belang.’ Paul Rosenmoller denkt dat Van Dam als onderhandelaar geslepener is dan zijn commerciele evenknie, terwijl Van Dam voor Annemarie Grewel betrouwbaarder overkomt. Ook Lydia Rood kiest voor Van Dam, want die schijnt ooit gezegd te hebben: 'Het eerste wat ik ’s ochtends doe is mijn onderbroek aantrekken.’
NOS-weerman Erwin Krol heeft een ruime voorsprong op RTL-concurrent John Bernard. Joost Zwagerman krijgt het benauwd bij Bernard, die volgens hem zo uit een buitenwijk van Hoogezand-Sappemeer is weggeplukt, en Theo van Gogh is ingenomen met Krol 'vanwege die onbeholpen handen’. Martin Bril kiest als enige voor John Bernard omdat die altijd mooier weer voor- spelt. Walter van der Kooi krijgt van alletwee evenveel eczeem, volgens Frits Abrahams zeuren beiden te lang over onbenulligheden, en ook Jan Blokker vindt de weerboeren vreselijk: 'John Bernard is een grote valserik. Ik denk dat het een slecht mens is, een onbetrouwbare ouderling.’
Cisca Dresselhuys is gecharmeerd van Erwin Krol: 'Een schat die bovendien bewondering heeft voor sterke onafhankelijke vrouwen.’ Ook Jan Mulder begint 'om onverklaarbare redenen’ een warme sympathie voor Krol te ontwikkelen. Overige argumenten voor Krol zijn zijn overtuigender presentatie (Roethof) en dat hij er geen circusnummer van maakt (Trouw-recensent Ruud Verdonk). Emma Brunt: 'Erwin Krol? Dat is toch een voetballer?’
SOAPSTORIES ALS Goede tijden, slechte tijden en haar publieke tegenhanger Onderweg naar morgen scoren geen van beide hoog. Velen hebben de series nooit gezien, of zappen er razendsnel voorbij: 'Zinloos amusement’, 'pulp’, 'treurigheid troef’ en 'uitermate schadelijk’.
Joost Zwagerman ziet een lichtpunt in Goede tijden, slechte tijden: 'Daar kun je tenminste nog een cultus van slechte smaak omheen bouwen.’ Anderen vinden Onderweg naar morgen te ingewikkeld voor een soap, en ook soapliefhebster Emma Brunt kiest voor GTST, want 'Onderweg naar morgen valt samen met The Bold and the Beautiful’.
Over Sonja Barend versus Linda de Mol zijn de kampen verdeeld. Nelleke Noordervliet vindt De Mol 'scoren met een lieve glimlach’, terwijl Barend tenminste nog 'enigszins kritisch tegenover het medium televisie staat’. Ook Martin Bril opteert voor Barend, in haar jonge jaren. Ze wordt in zijn ogen nu een beetje een oude tante die wel eens van het scherm mag. Voor Joost Zwagerman wint Barend: 'Linda de Mol heeft in haar hele leven nog niets anders gedaan dan plastic ballen door hoepels gooien.’
De dames zijn volgens Ruud Verdonk weliswaar nauwelijks te vergelijken, maar hij geeft uiteindelijk de voorkeur aan een praatprogramma. Als hij moest kiezen tussen Astrid Joosten en Linda de Mol, dan zou de laatste winnen, omdat ze professioneel is in haar voorspelbaarheid. Jan Mulder vindt Barend een sympathiek mens, met meer niveau dan De Mol en volgens Emma Brunt is iedereen altijd erg streng tegen Sonja Barend: 'Ze is wel een vakvrouw.’
Anil Ramdas vindt Barend 'tamelijk verschrikkelijk’ en Theo van Gogh aarzelt geen seconde: 'Linda de Mol is tien keer leuker; veel interessanter dan al die nep-intellectuelen.’ Rosenmoller: 'Geef mij maar Linda de Mol, want Sonja Barend geeft haar gasten slechts een bijrol.’ Hans Helgers vindt De Mol een 'jonge dynamische vrouw’, en Jan Blokker noemt Barend 'een vreselijk verschijnsel in Nederland’: 'Het is immoreel als iemand iets doet wat hij niet kan. Sonja Barend kan geen interviews maken, dus moet ze het niet doen. De Mol is volstrekt oninteressant, maar oefent op professionele wijze haar vak uit.’ Pauline Terreehorst moet diep nadenken maar geeft ten slotte de voorkeur aan De Mol: 'Dan weet je tenminste zeker dat het onzin is.’
AAD VAN DEN HEUVEL en Koos Postema zijn aan elkaar gewaagd, zo blijkt uit de reacties. 'Van den Heuvel’, besluit Niemoller, 'omdat die de publieke omroep trouw is gebleven.’ Verdonk vindt Postema een kankerpit: 'Je moet niet spugen in de put waaruit je gedronken hebt.’ Bril zwicht voor Van den Heuvel vanwege zijn boekenprogramma, en naar Zwagermans smaak drentelt Postema de laatste tijd te veel rond bij Nederlanders in den vreemde.
De vrouwen, met uitzondering van de politici, kiezen voor Koos: Noordervliet vanwege zijn reputatie bij de publieke omroep, Terreehorst vanwege zijn vakmanschap: 'Hij weet gesprekken goed te sturen. Al zappend blijf je toch altijd even hangen.’ Ingrid Harms vindt Postema een lekkere valse Rotterdammer en Van den Heuvel te katholiek. Dresselhuys wordt misselijk van Ook dat nog, een KRO-programma waaraan Van den Heuvel meewerkt, en prefereert Postema. Emma Brunt daarentegen vindt Koos te jolig en Klasgenoten een regelrechte ramp. Ook Grewel en Roethof geven de voorkeur aan Van den Heuvel, die volgens hen geengageerder is en minder een geldwolf.
In Blokkers ogen zijn beiden 'troosteloze oude mannen die nog doorgaan’ en ook Frits Abrahams zegt: 'Vroeger allebei goed, maar nu al lang niet meer.’ Ramdas kiest voor Van den Heuvel omdat 'niemand begrijpt wat Postema nog altijd met z'n Klasgenoten uitvoert’. Van Gogh vindt Postema 'veel leuker’: 'Een oude sociaal-democraat, zo'n corpsbal met pretoogjes. Van den Heuvel is een valse jezuiet.’
VAN PLAYBOY LATE NIGHT zegt de meerderheid van de ondervraagden nog nooit te hebben gehoord. Kunstmest is beter bekend, maar maakt niet veel los. Volgens Abrahams is dat een verdienstelijk programma, hoewel populistisch. Jan Mulder vindt het lichtvoetige kunstmagazine altijd de moeite waard om 'even te kijken wat erin zit’. Van Gogh is van oordeel dat het kunstprogramma buitengewoon dom is, maar hoopt dat presentatrice Mieke van de Wey er een leuke tijd heeft. 'Een Libelle-achtige glossy’, meent Blokker. Het stoort hem dat Mieke van de Wey zichzelf zo mooi voelt.
Terreehorst neemt het op voor Van de Wey, die het 'heel fris’ doet en veel onterechte kritiek krijgt. Ook Dresselhuys vindt Van de Wey naturel en zonder veel poeha, en Grewel beleeft Kunstmest 'alsof ze er zelf geweest was’. Ingrid Harms kiest weliswaar voor het kunstprogramma, maar weet nooit waar het precies over gaat omdat de presentatrice altijd voor het beeld staat.
Bril vindt Playboy Late Night 'lekker slecht’, terwijl Niemoller het erotisch magazine afdoet als weerzinwekkend vanwege de 'geur van ranzigheid en stiekemerigheid’ die er omheen hangt. Noordervliet meent dat het programma helemaal niets aan de verbeelding overlaat en daardoor alleen bestemd kan zijn voor de brave huisvader. Joost Zwagerman: 'Kunstmest wordt met veel goede bedoelingen gemaakt, maar volgens mij zapt iedereen liever door naar Playboy Late Night.’
Over de talkshows van Karel van der Graaf en Jan Lenferink zijn weinigen te spreken. Martin Bril vindt Lenferink slecht, maar Van der Graaf slechter, en ook Van der Kooi wordt van beiden niet vrolijker. 'Een pot nat’, oordeelt Abrahams. Grewel: 'Dat gedweil met mensen door Lenferink staat me tegen, maar Karel doet wel erg popi de laatste tijd.’ Lydia Rood zag het liefst een combinatie: 'Als de redactie van Karel nou eens een programma maakte met Lenferink als presentator.’
Terreehorst stemt af op Van der Graaf omdat die nog wel eens interessante gasten ontvangt, en het roer uit handen geeft als ze interessanter zijn dan hijzelf: 'Lenferink heeft zo'n maniertje ontwikkeld dat het nauwelijks uitmaakt wie er tegenover hem zit.’ Verdonk geeft de voorkeur aan Van der Graaf omdat Lenferink zichzelf volstrekt heeft overleefd, en ook Jan Mulder kijkt liever naar Karel omdat die 'minder formule’ is. Hans Helgers betitelt Van der Graaf als 'een van de beste en aardigste journalisten’, en Dresselhuys ging overstag toen Van der Graaf zich een keer 'onverwacht feministisch’ toonde. Paul Rosenmoller denkt dat Lenferink gebukt gaat onder het 'Robin-Linschotensyndroom’: 'Die types komen nooit voorbij de fase van hun jongensdromen.’ Ramdas ziet in de goeiige Van der Graaf het koffiekopje van de Hollandse burgerlijkheid en in Lenferink 'een spin: buitengewoon onaangenaam’.
Er zijn ook voorstanders van Lenferink, die volgens hen zelf zijn vragen bedenkt, in tegenstelling tot Van der Graaf. Van Gogh vindt Lenferink tien keer leuker dan de valse Karel, die volgens Van Gogh 'de slechtste talkshow na Sonja Barend’ leidt. Zwagerman kiest voor Lenferink 'om het leuk’, Noordervliet omdat hij 'schaamteloos zichzelf is’, en Jan Blokker omdat Van der Graaf een vreselijke man is en Lenferink een aardige jongen 'die veel kan maar vreselijk gemakzuchtig is’: 'Onder mijn dictatoriaal bewind zou ik hem, onder strikte voorwaarden, binnenhalen en aan het werk zetten.’ Brunt is dol op Jan: 'Hij heeft een verwoestend komische uitstraling.’
DE SPORTVERSLAGGEVERS Jansma en Smeets respectievelijk Barend en Van Dorp voeren een nek-aan-nekrace om populariteit. Van der Kooi vindt Barend en Van Dorp een en al oenigheid, maar Smeets een absolute ramp. Verdonk zegt over Barend en Van Dorp: 'Ze zijn teveel deel van het onderwerp zodat je gaat twijfelen of het wel waar is.’ Abrahams daarentegen vindt hen 'journalist in hart en nieren’ en Jansma en Smeets te veel op de show gericht. Noordervliet denkt dat beide duo’s zichzelf belangrijker vinden dan de sporthelden, Roethof heeft Barend en Van Dorp altijd leuk gevonden, en Harms kiest for old time’s sake voor Barend en Van Dorp: 'Het gaat nergens over maar het is wel gezellig.’
Voor Mulder geeft de actualiteit van de NOS-sport de doorslag ('Barend en Van Dorp blijft satire’) en dat geldt ook voor Martin Bril: 'Meer sport, meer dan voetbal, en meer dan alleen Ajax.’ Terreehorst vindt ze allemaal even erg, Ramdas kijkt niet naar sport, en Van Gogh heeft er niet zoveel verstand van, maar vindt dat Barend en Van Dorp betere interviews maken.
Paul Rosenmoller is geen voorstander van duo’s ('Daar hebben we voorgoed afscheid van genomen’) maar betuigt zich een grote fan van Smeets. Ook Grewel is tevreden met Smeets, die ze tenminste 'altijd kan begrijpen’, terwijl Dresselhuys zich groen en geel ergert aan het hoge seksistische gehalte van de man. En Jansma? 'Tja, meer iets voor een Albert-Heijnfiliaal.’
Niets dan lof voor de Avro-serie Pleidooi, behalve van Joost Niemoller, volgens wie de serie schromelijk wordt overschat: 'Er hangt een sfeer van “bijna kunst” omheen, terwijl de dialogen even ongeloofwaardig zijn als in alle andere series.’ Met Vrouwenvleugel heeft hij minder problemen omdat dat gewoon pulp is.
De fans: 'Pleidooi is een van de beste series’ (Zwagerman), 'verassend qua inhoud en achtergronden’ (Noordervliet), 'kwalitatief goed, zulke series zouden frequenter op de Nederlandse televisie moeten’ (Van der Kooi). 'Sommige van die advocaatjes zijn zo leuk en er is meer liefde’ (Harms). 'Heel aardig voor Nederlandse begrippen’, oordeelt Abrahams, die na een aflevering van Vrouwenvleugel ontmoedigd afhaakte. Verdonk was verbijsterd bij het zien van de vrouwenserie: 'In vijf minuten passeerden een manisch depressieve vrouw, een hijgerig vrijend stel, en een exhibitionistische dame die haar borsten ontblootte voor de cipier, zodat ik mij afvroeg wat voor zotte strip dit was.’
Van Gogh noemt Vrouwenvleugel, gezien het beschikbare budget, 'een hele prestatie’, hoewel Pleidooi qua psychologie beter in elkaar zit. Ook Roethof vindt Vrouwenvleugel 'knap gedaan’, rekening houdend met het tempo waarin de serie wordt gemaakt. Dresselhuys’ voorkeur gaat uit naar Pleidooi: de personages van de vrouwenafdeling van de ge vangenis zijn een wel 'erg heavy stel’ bij elkaar.
Violet Falkenburg, gespreksleidster in het NRCV-programma Rondom Tien, scoort mager vergeleken bij haar Amerikaanse collega Oprah Winfrey. 'Die is professioneler en zorgt voor meer sensatie’, meent Martin Bril. 'Honderd keer meer vakvrouw dan Falkenburg, die met haar huilerige toon en bakken medeleven soms wel erg makkelijk scoort’, zegt Niemoller, en voegt daaraan toe dat Winfrey haar langste tijd heeft gehad: 'Dat soort mensen heeft waarschijnlijk toch een beperkte houdbaarheid. Riki Lake vind ik nu leuker.’
Grewel ziet Winfrey als een fenomenale vakvrouw, en ook Van Gogh kiest onomwonden haar partij: 'Oprahs publiek is veel exhibitionistischer. Bij Falkenburg zijn de tranen er later tussen gemonteerd.’ Rood en Harms vinden het prachtig dat Oprah ook zelf bekentenissen aflegt en oprecht schrikt van wat ze hoort. Dresselhuys waardeert dat Oprah er niet voor terugdeinst mannen stevig aan te pakken, en Ramdas staat iedere keer weer versteld van het gladgestreken smoel waarmee Winfrey de banaalste dingen de wereld ingooit: 'Je vraagt je af hoe zoveel domheid mogelijk is.’
Van der Kooi lopen de rillingen over de rug bij de empathische toon van Falkenburg, maar hij concludeert dat hij voor Oprah in het verkeerde land is geboren. Ook Jan Mulder verdraagt Falkenburg slecht vanwege de tuttebolligheid: 'Bij Oprah valt tenminste nog wat te lachen.’ Terreehorst vindt het geestelijk exhibitionisme van beide dames even vreselijk, maar Verdonk kiest uiteindelijk partij voor Violet Falkenburg, omdat hij bij Winfrey het idee heeft naar een stelletje debielen te kijken. Reden te meer voor Jan Blokker om zich te vergapen: 'Moeders die hun eigen kinderen hebben opgegeten, daar valt je bek toch van open?’
HET NOS-JOURNAAL is als gevestigd instituut voorlopig niet omver te blazen. Het heeft nog altijd een betrouwbaar en degelijk imago ('Om acht uur begint de televisie, niet eerder’) waar RTL niet tegenop kan. Het NOS-journaal lijkt informatiever en de decors zijn chiquer, vindt Zwagerman; het RTL-nieuws is te glad en te veel op effect gericht, meent Abrahams, die Harmen Siezen en Pia Dijkstra oerdegelijke nieuwslezers vindt. Siezen kan rekenen op de eindeloze sympathie van Jan Mulder, terwijl Ramdas meer van Joop van Zijl houdt.
Niemoller vindt het NOS-journaal tamelijk oubollig, en Terreehorst meent dat de toon wel erg hurkerig is: 'Soms heb ik het gevoel als een kleuter te worden aangesproken.’ Roethof kijkt liever naar het RTL-nieuws, dat minder concessies doet wat betreft taalgebruik en qua presentatie net iets leuker en frisser is. Bij de NOS zijn ze naar haar mening wel erg bewust bezig het grote publiek te bereiken. Van Gogh vindt het RTL-duo onschuldiger. 'Quasi dynamisch’, smaalt Blokker, die Pia Dijkstra weliswaar een grote schat vindt, maar geen duidelijke voorkeur heeft voor de NOS: 'Dat valse lachje van Harmen Siezen…’
Walter van der Kooi is te spreken over Pia Dijkstra en Loretta Schrijver, maar vindt Jeroen Pauw een arrogante kwast en Harmen Siezen de kleinburgerlijkheid zelve. Verdonk heeft moeite met de duo-presentatie van RTL: 'Ik kijk altijd naar degene die niet praat: Loretta Schrijver die schaapachtig schuin omhoog kijkt naar Jeroen Pauw, die daarna hooghartig neerkijkt op haar.’ Ook Harms wordt afgeleid, door het semi-nonchalante kapsel van Pauw. Ze kiest voor Siezen en Dijkstra: 'Alleen al uit medelijden in verband met het nieuwe decor.’