Hoofdcommentaar

De grote mislukking van oorlogspremier Balkenende

De eerste bodybag met een gesneuvelde Nederlandse soldaat wordt ingevlogen. Premier Balkenende en minister Kamp van Defensie zijn terug in het vaderland. Eindelijk. Na tien dagen doodse stilte van hun kant is dat een potsierlijke vorm van patriottisme. Vanaf de eerste dag dat de pornografische fantasieën van Amerikaanse militairen in beeld verschenen, hebben ze gezwegen. Hoewel er elke dag meer reden was om te spreken, ging hun leven op oude voet door.

Formeel hoeft Nederland zich niet aangesproken te voelen door de onthullingen over de martelpraktijken van hun bondgenoten. Elke arrestant die in de Hollandse zone wordt gemaakt en in een container op Camp Smitty opgesloten, wordt binnen zestien uur overgedragen aan de Engelsen, waarna de uitgeleverde gevangenen conform een protocol regelmatig worden bezocht. Op de basis is bovendien een jurist gestationeerd om de koninklijke marechaussee bij te staan. Maar was die instructie afdoende? Ook prime minister Blair excuseert zich voor wan gedrag en wordt door Amnesty International met nog meer beschuldigingen geconfronteerd. Nederland opereert in die Britse zone. Het is daarom het één of het ander: Nederland zag niets óf hield de ogen afgewend.

Informeel zit Nederland nu al tot over de oren in de troep. Het experiment Iraqi Freedom is mislukt. Ten eerste: de redenen om de oorlog te beginnen, zijn ondeugdelijk gebleken. Er zijn geen massavernietigingswapens gevonden. Een volgende keer zullen de mogendheden op het Euraziatische continent zich daarom niet weer knollen voor citroenen laten verkopen. Zelfs dictators die werkelijk over zulke wapens beschikken, hebben zo respijt gekregen. Ten tweede: de pacificatie van Irak is vastgelopen. Dat is nog onrustbarender. Het fraaie domino-effect in het Midden-Oosten kunnen we voorlopig vergeten. In en rond Irak worden radicaal antiwesterse denkbeelden populairder en neemt de lokroep van het terrorisme niet af maar toe.

Maar dat, ten derde, de praktijken bij het afdwingen van de vrede haaks blijken te staan op de intenties voor de oorlog is pas echt rampzalig. Ook voor Nederland. De aanvankelijke verklaring dat het om incidenten gaat — op het slagveld komt nu eenmaal het slechte in de mens boven — was al geen argument. In een hiërarchische organisatie moeten de bevelhebbers daarop bedacht zijn. Behalve de foto’s waren de artikelen van bijvoorbeeld de beproefde journalist Hersch in het weekblad The New Yorker dermate gedetailleerd dat het gedraai van het Witte Huis reeds na een paar etmalen schunnig werd. Maar nu we van minister Rumsfeld van Defensie weten dat het uitingen waren van een patroon snijden de verontschuldigingen van de politieke leiders aan het thuisfront helemaal geen hout meer.

De oorlog in Irak is geen gewone oorlog. Het is geen militaire campagne om het eigen land te verdedigen tegen invallende barbaren, die te verjagen en vervolgens een veiligheidskordon te bouwen tegen mogelijke herhaling. Het is geen variant op de Eerste Wereld oorlog. Het is ook geen (politionele) operatie om een koloniaal rijk in stand te houden. De analogie met Nederland in Indonesië, Frankrijk in Algerije of Rusland in Tsjetsjenië gaat niet op. Het is zelfs geen oorlog waarin de meerderheid van de mondiale gemeenschap zich, hoewel allerminst eensgezind, ten doel stelt een gezamenlijk ervaren kwaad uit te roeien. Een parallel met de Tweede Wereldoorlog, waarin Sovjet-Unie en VS tijdelijk samen optrokken tegen de nazi’s en hun bondgenoten in de As, gaat ook mank.

Nee, Iraqi Freedom is een ideologische oorlog. Zo is de aanval althans verdedigd voor het Amerikaanse Congres, in het Britse Lagerhuis en zelfs in de Tweede Kamer. Hoewel de Nederlandse regering de oorlog alleen politiek steunde — als consequentie van de Iraakse weigering om wapeninspecteurs conform een resolutie van de Veiligheidsraad hun werk te laten doen — schaarde ze zich ten volle achter de Amerikaanse en Britse intenties om Irak niet alleen te zuiveren van achteraf niet bestaande massavernietigingswapens maar het volk daar ook te bevrijden van zijn dictator. De oorlog was een politieke strijd met militaire middelen om «hart en hoofd» van de mensheid; een conflict voor al die universele waarden en normen die helaas nog niet door alle landen ter wereld worden erkend of omarmd en die daarom gewapende ondersteuning behoeven. Zo’n pretentieuze oorlog betekent eerst en vooral: een oorlog waarin de middelen per definitie heiliger zijn dan het doel.

Dat daarvan geen sprake blijkt, is schokkend voor alle landen die deel uitmaken van de coalitie. De martelingen en vernederingen van Irakezen hebben alle regeringen en burgers die Amerika geloofden en steunden te schande gemaakt.

Een weldenkend mens zou veronderstellen dat het kabinet-Balkenende de afgelopen weken, toen de impact van de onthullingen duidelijk werd, een spoed beraad agendeerde. Niets van dat alles. Terwijl de eerste beelden rondgingen, vierde het Koninginnedag. Bij de tweede golf berichten maakte men zich op voor het Bevrijdingsconcert van de vijfde mei in Amsterdam, waar Balkenende naast Hare Majesteit vrolijk maar onprotocollair naar het publiek zwaaide. Tijdens de derde serie publicaties was de premier wegens zijn 48ste verjaardag met vakantie en werd hij ogenschijnlijk niet vervangen. Op vrijdag kwam nota bene de ministerraad bij ontstentenis van de jarige premier niet bijeen. De vergadering kon kennelijk wel een weekje wachten.

Pas nu er een Nederlandse dode is gevallen — geen reden om achteraf gelijk te halen — barst de discussie over blijven in Irak wél los. Zoals dat in het huidige smijtwerk met drogredenen gaat, zullen voorstanders van verlenging de tegenstanders verwijten direct bij de eerste dode de biezen te willen pakken. Dat is treurig stemmende demagogie. Deze krant schreef op 24 april dat verlenging van de Irak-missie niet spoort met de doelstelling ervan. De Nederlanders zijn er om politieke redenen: om het land te helpen, niet om mee te vechten in een oorlog. Er moet, anders dan een rol als levende schietschijven, wel wat te doen blijven. Met de dag is er minder te doen en gaat verloren wat tot trots van de minister van Defensie is opgebouwd.

Wat premier Balkenende in zijn hoofd heeft, is nog onbekend, hoewel de signalen doen vermoeden dat hij deze week gaat voorstellen in Irak te blijven. De premier beoordeelt een voortgezet verblijf in Irak als een doodgewone politieke kwestie. Het standpunt van de oppositie doet er niet toe. Zijn besluit «zal niet afhangen van de steun van de PvdA als grootste oppositiepartij». Met minder dan tweederde van de Tweede Kamer kan het ook. De twijfels van D66 worden intussen door coalitiepartner VVD als slap gedoe terzijde geschoven.

«Niet wijken voor terreur» is de stoplap. Een tergend onintelligente formulering. In Irak is geen sprake van klassiek terrorisme maar van een vorm van oorlog die lijkt op stadsguerrilla. Bovendien doet dit cliché onrecht aan burgers die slacht offer zijn of worden van echte terreur.

Zo glijden we onder leiding van Balkenende langzaam weg naar een beslissing die het kabinet zal splijten en uiteindelijk slechts wordt gedragen door 80 tot 85 parlementariërs — te weten de leden van CDA, VVD, LPF en mogelijk ChristenUnie alsmede SGP — ofwel nog geen 57 procent van de volksvertegenwoordiging. De aanwezigheid van ruim duizend Nederlanders in de oorlog die geen oorlog mag heten, dreigt een kwestie te worden van de platste partijpolitiek en ordinaire algebra: 150:2+1=76.

Conclusie 1. De toekomst van Balkenende wordt niet bepaald door de vraag of de sociale partners het toch nog eens worden over het prepensioen noch door een besluit over boren in de Waddenzee. De toekomst van Balkenende hangt af van Bush en Blair. Dat hij dat nu niet ziet, althans niet wil laten zien, is godgeklaagd.

Conclusie 2. Dat Balkenende zich in de kwestie-Irak niet opstelt als premier van alle Nederlanders, en zelfs niet als leider van de driepartijencoalitie, is om gek van te worden. Wanneer het leger wordt uitgezonden en er doden vallen, hoort de minister-president over de partijen heen te stappen en zoveel mogelijk overeenstemming te vergaren voor een missie die een bredere legitimatie nodig heeft dan een simpele parlementaire meerderheid.

Balkenende steunt een mislukte oorlog. De premier is geen staatsman, hij is mislukt.