De Grote Standbeeldenoorlog

Istanbul - De vrome moslim werd in het uiterste noordoosten van Turkije, in de ijzige kou van de stad Kars, in het gezelschap van duizenden andere vrome moslims, geconfronteerd met een kunstwerk van bijna vijftig meter hoog.

De vrome Turkse premier Tayyip Erdogan kon zich niet inhouden. Hij riep in de microfoon, onder de toeziende ogen van de twee reuzen van steen: ‘Wij kunnen niet tolereren dat dit walgelijke ding nog langer het beeld van Kars bepaalt. Ik heb met de burgemeester gepraat. Het wordt zo snel mogelijk weggehaald.’
Het standbeeld waar de Turkse premier zo van walgt is drie jaar geleden door de vorige burgemeester besteld. Het staat op een heuvel, is erg groot zodat het vanaf de andere kant van de grens door de Armeniërs ook te bewonderen is, en symboliseert de Turk en de Armeniër die niet tot elkaar kunnen komen. Tussen de twee reuzen stroomt traanwater van steen, een allegorie voor het verdriet van de mensheid. Omdat de burgemeester van Kars van dezelfde partij is als Erdogan kunnen we ervan uitgaan dat het beeld snel verdwijnt.
Nu de Turkse premier, die zijn politieke wortels in het islamfundamentalisme heeft, zich boos heeft gemaakt over het standbeeld in een verre hoek van Turkije rijst de vraag of de regeringspartij zich opmaakt voor de grote standbeeldenoorlog. Immers, het is geen publiek geheim dat de islamisten de standbeelden liever kwijt zijn dan rijk. Zij zien de profeet Mohammed als hun grote voorbeeld. Zodra die de macht overnam in Mekka liet hij als eerste alle beelden van de verschillende goden vernietigen. En dus ontketent de islamistische partij na elke verkiezingswinst een nieuw offensief tegen de beelden. Elke paar maanden is er een nieuwe rel: de dingen zijn in de ogen van de Turkse moslims te bloot, te lelijk, te groot of te dicht bij heilige plekken geplaatst.
De grote standbeeldenoorlog zal wel een uitputtingsslag worden, want in Turkije zijn er bijna meer Ataturk-beelden dan Turken zelf. Overal staat de man streng naar zijn volk te kijken: in scholen, hotels, in elk park, op de belangrijkste straten, op de minder belangrijke straten, op straten die er niet toe doen. Voor de nationalistische republikeinen zijn de standbeelden van Ataturk zo heilig dat als er eentje echt te oud geworden is het ding als een familielid begraven wordt. De algemene opvatting is dat het in Turkije oorlog is tussen de islamisten en de republikeinen. Maar die brandt pas echt los als de Ataturk-beelden weggehaald worden - en niet eens begraven worden.