Anatol Lieven

‘De grote stokebrand is niet Rusland’

Historici zullen met ongeloof naar deze tijd terugkijken, denkt politicoloog Anatol Lieven: een tijd van migratie, klimaatverandering en instabiliteit in het Midden-Oosten, terwijl Europa en de VS geobsedeerd blijven door Rusland.

Medium hh 44307585

Het is niet ongewoon dat hoogleraren in de politicologie tot de conclusie komen dat een stabiele status-quo in de wereld, ondersteund door verstandige leiders die de beperkingen van hun macht kennen, het beste is voor iedereen. Een stuk minder vaak komt het voor dat journalisten tot dezelfde conclusie komen nadat ze verslag hebben gedaan van slepende conflicten in moeilijke delen van de wereld en van landen die zich in een draaikolk van afbraak bevinden. En al helemaal zeldzaam is het wanneer dat één en dezelfde persoon betreft. Zoals in het geval van de Brit Anatol Lieven, telg uit een oud-Duits-Baltisch geslacht, hoogleraar in Londen, Washington en Qatar en oud-verslaggever in Afghanistan, Pakistan, de Sovjet-Unie en haar erfgenamen en rafelranden, zoals Tsjetsjenië.

Anatol Lieven is ook geen wetenschapper die een paar jaar werkte als journalist en sindsdien niet meer buiten de veilige wereld van de academie trad: hij is altijd voor tijdschriften als Prospect of The New York Review of Books naar landen als Afghanistan en Pakistan blijven reizen. De blik van de verslaggever blijft dan ook zichtbaar in hoe hij als politicoloog de wereld beschouwt: altijd wantrouwig voor grote vergezichten en ideologieën, altijd gericht op feiten en werkelijke gevolgen. ‘Het idee dat er een “internationale orde” bestaat, die “te verdedigen” valt, is voor een groot deel ontsproten aan de wens van denkers over internationale zaken, planners in Washington, Londen en andere staten’, zegt hij. ‘Juist op momenten als nu – waarop zij die “orde” weg zien glippen – maken ze het idee dat westerse landen die orde moeten verdedigen tot iets van een bijna hemels belang. Als je met een scherp oog gaat kijken naar de geschiedenis en naar de werkelijke wereld, dan klopt het eigenlijk nooit met elkaar.’

Ik spreek Anatol Lieven (geboren in 1960) via Skype als hij in Qatar is, waar hij internationale politiek doceert aan de lokale dependance van Georgetown University. Daarvoor was hij hoofd oorlogsstudies aan King’s College, Londen, en onderzoeker aan de ‘radicaal centristische’ denktank New America Foundation en het Carnegie Center. Maar tussen zijn promotie aan Cambridge en zijn academische carrière zat anderhalf decennium van verslaggeving voor The Times en The Financial Times: eerst als freelancer vanuit India, daarna uit Afghanistan (waar de Sovjet-Unie spijkers in haar lijkkist aan het slaan was) en vervolgens vanuit de Sovjet-Unie zelf. In Moskou zag hij hoe het machtige communistische rijk ineenzeeg en hoe Rusland ten prooi viel aan roverskapitalisme en politieke chaos. Ten slotte keek hij verbijsterd toe hoe Rusland zich gewonnen moest geven aan een paar duizend strijders in Tsjetsjenië, een landje amper groter dan de provincie Utrecht.

Hij schreef er een boek over, Chechnya: Tombstone of Russian Power, net zoals hij boeken schreef over andere onderwerpen waar hij zich langere tijd mee bezighield. Pakistan: A Hard Country is zijn laatste, een zeer goed boek over een van ’s werelds grootste kopzorglanden. Ook schreef hij boeken over de Amerikaanse buitenlandse politiek en het nationalisme in de VS, over de rivaliteit tussen Rusland en Oekraïne en over de nieuwe onafhankelijkheid van de Baltische republieken.

In die Baltische republieken liggen, zoals vermeld, zijn familiewortels, die zich uitstrekken naar een prinselijke familie met onder meer een nationalistische legeraanvoerder in de Russische burgeroorlog van een eeuw geleden en een gezant van de Britse troon ten tijde van Napoleon. Een van zijn boeken vermeldt verder als voorname invloed op zijn denken ‘de sociaal en economisch progressieve katholieke cultuur’ waarin hij werd opgevoed, en die hem ‘een toewijding aan de verbetering van de menselijke conditie meegaf, een overtuiging van de noodzaak van internationale vrede voor menselijke vooruitgang en een geloof in de plicht van de huidige generatie om als rentmeester voor toekomstige generaties te fungeren’.

In de politicologie vond Lieven een onwaarschijnlijke invulling van die morele houding. Of, om preciezer te zijn, in de school van machtsrealisme, die naar de wereld kijkt als een samenspel van verschillende ‘spelers’ (meestal staten) die belangen hebben en hun macht proberen te vergroten om die belangen te verdedigen. Nu is machtsrealisme meestal het terrein van gefilosofeer over kernwapens en invloedssferen, niet van ethiek. Maar Lieven ziet dat anders.

‘Ik beschouw vrede en internationale samenwerking als ethische doelen’, zegt hij. ‘En dus beschouw ik de manieren om tot vrede en samenwerking te komen in principe ook als ethisch – ook als dat het toepassen van macht inhoudt. Mensen denken bij “ethiek” vaak aan zaken die je kunt afkondigen en waarmee je eigenlijk aangeeft dat je verheven bent boven anderen. Denk aan mensenrechten, vrouwenrechten, het vreedzaam oplossen van conflicten. Ik geloof sterk in het belang van Verantwortungsethik boven Gesinnungsethik: dat je je afvraagt of je bereid bent tot het commitment dat je ethische positie vereist, en dat je ook werkelijk verantwoordelijkheid wilt nemen voor het bereiken daarvan, in plaats van alleen afkondigen wat je het beste vindt. Wat internationale politiek betreft kom je dan al snel terecht bij een essentieel punt: ethische doelen zijn in de wereld vrijwel altijd het best te bereiken via de macht die staten kunnen uitoefenen.’

‘Mensenrechten worden het ergst geschonden op plaatsen waar de staat niet meer functioneert’

Lieven heeft daarom weinig op met theorieën die de macht van ngo’s, burgemeesters of netwerken bewieroken. ‘Alleen als die in staat zijn om wetten te handhaven en orde op te leggen, kun je aan progressieve en ethische doelen werken’, vervolgt hij. ‘Dat feit wordt door liberale denkers voortdurend gemist. Als je kijkt waar mensenrechten het ergst worden geschonden, zoals in Syrië en Irak, dan is dat op plaatsen waar de staat niet meer functioneert. In Washington hoor je veel over een wereld waarin staten minder belangrijk worden en wat dat allemaal betekent. Het is enorm in de mode om dat te beweren. Maar het is een pipe dream van westerse intellectuelen. Het negeert alle realiteiten over hoe de wereld in werkelijkheid werkt.’

De hardste confrontatie met hoe de wereld wel werkt, waren voor westerse landen de afgelopen jaren de confrontaties met Rusland. Tot Lievens frustratie is de standaardinterpretatie van die confrontaties in het Westen dat Rusland een internationale ‘spelbederver’ is die zichzelf buiten de kring van nette landen plaatst en zich daarmee als groot gevaar openbaart. In plaats van een droge analyse van hoe de Russische politiek werkt, wat de Russische regering wil en hoe ze dat wil bereiken, is er in het Westen telkens ontzetting als Rusland zijn macht inzet om gedaan te krijgen wat het wil.

‘Rusland is een land waar de machtselite, belichaamd door Poetin, een helder idee vooropzet over de Russische nationale veiligheid en bereid is om die te verdedigen, ook met middelen die in het Westen onkies worden gevonden. Daar zit het idee bij dat Oekraïne nooit in een anti-Russisch bondgenootschap mag komen en dat de staat in Syrië overeind moet blijven. Het is verbijsterend hoeveel verwarring en woede die positie in het Westen oproept, bij mensen die ook helder zouden kunnen analyseren wat onze eigen positie daartegen zou moeten zijn. Een opiniepeiling onder Amerikaanse functionarissen wees onlangs nog uit dat zij Rusland als de grootste dreiging in de wereld zien. Werkelijk waar – in een wereld met IS’, schampert Lieven. ‘Maar stel jezelf eerlijk de vraag: had Rusland gelijk over Irak? Had Rusland gelijk over Libië? Het antwoord is zeker ja. Over Syrië is dat onduidelijk, maar je kunt wel al vragen: hebben de VS iets beters gedaan? Rusland heeft de conclusie getrokken dat de ineenstorting van het Syrische regime een onaanvaardbare verslechtering van de stabiliteit in het Midden-Oosten zou betekenen, met onaanvaardbaar risico dat dit de Kaukasus aan het wankelen zou brengen. Dat is een helderder positie dan ik bij welke westerse regering dan ook heb gezien. Sterker nog: wie eerlijk naar de internationale betrekkingen kijkt, kan moeilijk beweren dat de VS de hoeder zijn van de internationale orde en dat Rusland de grote stokebrand is. Het is vaak eerder andersom.’

Medium hh 11030963

Het beeld dat Rusland een dodelijke vijand van het Westen en de wereld is, is volgens Anatol Lieven een soort verslaving die westerse beleidselites tijdens de Koude Oorlog hebben opgedaan. Maar die grenst onderhand aan zelfbedrog: ‘Wie kijkt naar de problemen die op het Westen af komen, moet de obsessie met Rusland wel voorkomen als een soort bezwering om niet aan de grotere zaken te hoeven denken. De westerse democratie is in een diepe crisis, maar Rusland heeft daar vrijwel niets aan bijgedragen.’

‘Er komen in het Westen nu veel problemen bij elkaar. De achtergrond daarbij is wat economen secular stagnation noemen, of collectieve neergang. De opkomst van Trump of de Britse stem voor een Brexit is niet uit te leggen zonder erop te wijzen dat de reële lonen van de midden- en onderklasse in westerse landen al decennia zijn gestagneerd of achteruit zijn gegaan, met een verslechtering vanaf 2008. Je leest het in studies, en ik ervaar het als kind van de jaren zestig en zeventig, dat mensen nog steeds naar de wereld kijken met een morele economie, zoals dat genoemd wordt, gebaseerd op de fantastische groei van na de Tweede Wereldoorlog. In de drie decennia daarna bleef de welvaart maar eindeloos stijgen. Veel mensen begrijpen gewoon niet hoe het kan dat daar een einde aan is gekomen, en waarom geen regering er iets aan lijkt te kunnen doen. Als je die economische onzekerheid combineert met grote demografische veranderingen en nieuwe veiligheidsbedreigingen, dan heb je een vrij giftige mix. Terwijl mensen die ondergaan concluderen ze, doorgaans terecht, dat hun elites – de bankiers en de politieke klasse voorop – ze in de steek hebben gelaten.’

Wat onze tijd anders maakt dan eerdere is volgens Lieven in de eerste plaats de nieuwe dynamiek van mondialisering, die zich voor het eerst tegen westerse landen begint te keren. ‘De afgelopen vijfhonderd jaar was globalisering iets wat het Westen deed bij andere mensen, via mannen als Vásquez de Coronado of Vasco da Gama. Het kwam neer op de expansie van westerse handel, economie, migratie. Dat had een enorm effect. Rond 1700 maakte China een derde uit van de wereldeconomie, India een vijfde. Rond 1900 was dat vijf respectievelijk twee procent.

‘Je kunt uittekenen dat binnen vijftien jaar een belangrijk Europees land een extreem-rechtse regering heeft’

Mondialisering was dus nooit erg leuk als het je werd aangedaan. Nu zitten westerse burgers aan die kant en die houden daar helemaal niet van. Zeker niet als het om migratie gaat. Ook wat migratie betreft was mondialisering iets wat westerse landen deden bij anderen, nu is het andersom. In de geschiedenis heeft migratie politieke systemen neergebracht en het is een legitieme vraag geworden of migratie de liberale democratie zal veranderen. Je kunt uittekenen dat binnen vijftien jaar een belangrijk Europees land een extreem-rechtse regering heeft. Dan wordt het een grap als westerse landen de liberale democratie blijven aanprijzen.’

Islamitisch extremisme ontbreekt natuurlijk niet in een rijtje evidente problemen – Lieven ziet het als continuering van IS-achtige bewegingen als de Mahdi in Soedan of de Pashtun in Afghanistan in de negentiende eeuw, maar nu met veel meer middelen om westerse landen te raken. En ten slotte klimaatverandering. Voor Lieven is het evident dat leiders die denken uit staatsbelang en verantwoordelijkheid voor hun burgers het voortouw zouden moeten nemen in maatregelen tegen klimaatverandering. ‘Dat het tegendeel het geval is, onderschrijft het falen en de ontrouw van regeringselites. Historici zullen met ongeloof terugkijken naar onze tijd, waarin de dagelijkse politiek geobsedeerd bleef door vijandschap met Rusland en China of zelf gecreëerde problemen als de Brexit, terwijl zich zulke grote problemen aftekenden.’

Ondanks zijn zwartgallige toekomstbeeld verwacht Lieven niet dat de internationale betrekkingen in de nabije toekomst grondig worden verstoord. ‘Ik verwacht in de nabije toekomst wel meer onrust op internationale schaal, maar niet een grote wanorde of rampzalige scenario’s. We zien weliswaar een heel nieuw niveau van geweld, chaos en het ineenstorten van staten, maar dat gaat één regio aan: het Midden-Oosten. Gelukkig vertaalt zich dat niet op mondiaal niveau. Hoewel het in onze kranten niet zo lijkt, zijn de internationale betrekkingen in het overgrote deel van de wereld rustig. Dus “nieuwe chaos”? Ik zou zeggen: nog niet.’

Wel baart het uitblijven van effectief optreden tegen de grote problemen die Lieven noemde hem zorgen, en frustreert het hem dat veel onrust in de internationale orde wordt veroorzaakt door de VS, uitgerekend vanuit de motivatie om orde te houden. ‘Voor Amerikaanse beleidsmakers zijn de VS het land dat de wereld unilateraal vormgeeft’, zegt hij. ‘Dat was altijd een wensdroom, die alleen in de elf jaar tussen de val van de Sovjet-Unie en de aanslagen van 11 september 2001 enige basis had in de realiteit. De controle van de VS op wereldzaken was daarvoor en daarna altijd kleiner dan de VS dachten. We hebben dat recent gezien in Irak, maar ook eerder was er alleen de schijn van een ordening met twee machtsblokken, onder leiding van de Sovjet-Unie en de VS.

Die schijn verhulde de immense verwarring en chaos die het einde van de Europese koloniale controle op grote delen van de wereld teweegbracht. De greep van de VS op die tijd was altijd kleiner dan het leek, zoals ook bleek uit de oorlog in Vietnam, het gelijkspel in Korea, het verlies van hun regionale anker in het Midden-Oosten, Iran, door de Iraanse revolutie. De VS hadden altijd al minder greep op de wereld in een tijd die volgens de geschiedenisboeken in hun handpalm lag. En dat geldt net zo voor het Britse Rijk daarvoor. Nu de VS steeds meer de greep op de wereld kwijtraken – en die is al een stuk kleiner dan de Amerikaanse beleidselite denkt – gaan we terug naar een normale staat van internationale zaken.’

In die wereld zullen de VS – en zeker kleinere westerse landen – minder invloed kunnen uitoefenen. En dat is volgens de gospel van ‘de liberale wereldorde’ iets vreselijks. ‘Mannen als Walter Russel Mead en Henry Kissinger omarmden niet alleen het idee dat er een liberale wereldorde bestond, maar ook dat die in allerlei landen verdedigd moest worden’, zegt Lieven. ‘Ik begeleid een studente die promoveert op de geopolitiek van Centraal-Azië. Zij stuit voortdurend op denkers die stellen dat de VS, Groot-Brittannië of de westerse wereld “vitale belangen” hebben in Afghanistan, Pakistan of landen in die regio. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar het idee dat de VS belangen hadden – laat staan vitale belangen – in een plek als Afghanistan was nog niet zo lang geleden volstrekt absurd. Een jaar of 25 geleden werd dat meestal nog vrij vergezocht gevonden, laat staan in de tijd van Eisenhower of Roosevelt. Je zou uitgelachen zijn als je beweerde dat de VS daar de internationale orde moest gaan verdedigen, of in Oost-Oekraïne, of op een paar riffen in de Zuid-Chinese Zee.’


Nieuwe chaos

De wereld anno 2016 zit vol problemen die niemand lijkt te kunnen oplossen. Wie niet goed begrijpt hoe die wereld werkt, is niet gek of dom. Want de wereld ís ook complexer, chaotischer en moeilijker te besturen dan voorheen. In een serie interviews laat De Groene Amsterdammer toonaangevende denkers over internationale betrekkingen hierover aan het woord. Deze week: de Britse politicoloog en journalist Anatol Lieven.

Beeld: (1) Caïro, februari 2015. Egypte verwelkomt de Russische president Poetin voor een tweedaags bezoek. Poetin zegt dat mogelijk snel de handel tussen de beide landen in eigen valuta zalverlopen in plaats van in de dollar (René Clement / HH)