TELEVISIE Robert Wilson

DE GROTE TOESPRAAK

Elke theaterliefhebber zag ooit voorstellingen die niet alleen indruk maakten, maar ook een nieuwe richting wezen in het denken over kunst en soms zelfs het levensgevoel veranderden. Zo een was Bob Wilsons eerste grote productie Deafman Glance (Holland Festival 1971). ‘Visionair theater, waarin de tijd door vertraging en herhaling gemanipuleerd wordt en de kijkervaring iets van een trance krijgt’, zegt deel 18 van het Kritisch Theater Lexicon, gewijd aan regisseur Franz Marijnen. Marijnen had Wilson op studiereis in de Verenigde Staten gezien, waar hij sowieso onder de indruk raakte van ‘de autonomie en het belang van het beeld, de muziek en de fysieke aanwezigheid van de acteur, het collectieve werkproces en het zoeken naar eigen thema’s’ in voorstellingen van de avant-garde. Die kenmerken slaan alle op Wilsons werk, behalve de collectiviteit van het werkproces.
Dat valt af te leiden uit de documentaire Walking op Oerol van Murk-Jaep van der Schaaf. Daarin speelt Wilson een hoofdrol vanwege het project Walking dat hij afgelopen zomer voor het Terschellinger festival realiseerde. De film biedt een unieke kans om achter de schermen te kijken bij de totstandkoming van dit event en kennis te maken met een van de grootste theatermakers/beeldend kunstenaars. Walking is resultaat van de inspanning van veel harde werkers, maar meer dan uitvoerders zijn zij niet. Dat is geen kritiek (de meeste grote kunst moest geschrapt als het criterium collectiviteit was) maar wel thema van de documentaire zelf, omdat Wilsons stijl van werken en communiceren (of het gebrek daaraan) zwaar weegt. En dat wordt extra duidelijk omdat de echte hoofdpersoon niet Wilson maar diens jonge assistent/tovenaarsleerling en vooral collega-theatermaker en -vormgever Theun Mosk is. Via hem komen we de film binnen terwijl hij als eerste de vertraagde wandeling van Wadden naar Noordzee maakt die Walking behelsde; terwijl hij een theaterinstallatie schetst; terwijl hij voor het Festival aan de Werf een bouwwerk met gras laat bedekken; terwijl hij zijn artistiek credo zoekend verwoordt (paradoxaal omdat hij juist geen statements en meningen te berde wil brengen maar zijn gevoel wil laten werken); terwijl hij in een boek bladert met foto’s van decors en ensceneringen uit het adembenemende werk van Robert Wilson dat een van zijn belangrijkste inspiratiebronnen is. En pas daarna staat de kijker samen met Mosk op de kade om Wilson op Terschelling en in de film te verwelkomen. Een fysiek hartelijke ontmoeting die geen vervolg vindt in geanimeerde gesprekken en discussies omdat beiden meer maker dan prater zijn. En omdat Mosk bereid is zich volledig in dienst van Wilson te stellen, waardoor diens oekazes en veelvuldig zwijgen richtlijn voor de verhouding worden. Dat leidt tot pijnlijke situaties als andere medewerkers laten merken het met die eenzijdige besluitvorming en de resultaten daarvan oneens te zijn: voor Mosk zichtbaar moeilijke momenten.
Als het werk af is bedankt Wilson onhandig alle medewerkers: ‘Ik haat het over mijn werk te praten. Ik maakte de megastructuren. Belangrijker is hoe jullie het invulden.’ Sociaal correct maar artistiek onwaar. Klaar is de Grote Toespraak. Ongemakkelijke stilte. Dan breekt Wilson die met een ‘Obama all the way’. Opgelucht lachen en klappen. De film biedt veel meer: Mosks drijfveren en dilemma’s; zijn aandacht voor details binnen grote projecten; de schoonheid van het eiland en van de voor Walking gemaakte installaties; de vraag of de kijker zich ook zou willen overgeven aan die wat bizar lijkende ervaring. Redenen genoeg om te kijken.

Walking op Oerol. NPS, Uur van de wolf, maandag 17 november, 23.25 uur.
Erwin Jans, Kritisch Theater Lexicon over Marijnen: http//depot.vti.be