Tata Steel en de cijfers

De grote uitstootkloof

Volgens een alternatieve berekening stoot Tata Steel in IJmuiden minstens twintig procent meer CO2 uit dan het bedrijf officieel rapporteert. Als dit zo is, brengt dit het felbevochten Klimaatakkoord in gevaar. De oppositie eist opheldering.

Luchtfoto van Tata Steel, 2017 © John Gundlach / De Beeldunie

Het is de droom van iedere journalist: daags na de publicatie van een onthulling een mail te ontvangen van iemand die schrijft: ‘Er is nog veel méér aan de hand.’

Het overkwam ons na het verhaal, op 5 juni in De Groene, over de hoeveelheden subsidies die Tata Steel, ondanks zijn onverminderde vervuiling, ontvangt. In dat artikel schreven we dat Tata in IJmuiden jaarlijks twaalf miljoen ton CO2 in de atmosfeer brengt: zes miljoen rechtstreeks en zes miljoen via de schoorstenen van Nuon dat hoogovengas gebruikt om elektriciteit op te wekken. Dat cijfer – twaalf miljoen – kwam van Tata zelf. Maar volgens de alerte brievenschrijver stoot Tata veel méér broeikasgassen uit. ‘Berekend op basis van de vergunningaanvraag van de vigerende vergunning van Tata Steel IJmuiden.’ We waren geïntrigeerd.

De bron, Arie van Eck, bleek een bedachtzame gepensioneerde luchtdeskundige van de provincie Noord-Holland, die 25 jaar lang alle milieurapportages van Tata, van alle installaties, heeft beoordeeld. Hij toonde ons een verzorgde spreadsheet die tot zijn conclusie had geleid en vertelde hoe het controleren van de CO2-uitstoot vroeger, vóór de oprichting van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) in 2005, door inspecteurs van de provincies werd gedaan. ‘Meten is zweten’, zei hij, terugdenkend aan al die keren dat hij in een schoorsteen was geklommen.

Hij vertelde ook dat hij elke week het van Tata overgewaaide zwarte grafiet van zijn balkon veegt en dat hij zes jaar geleden samen met de dorpsraad van Wijk aan Zee en de Noord-Hollandse milieufederatie bezwaar had aangetekend tegen een nieuwe vergunning voor Nuon, omdat deze weigerde een stikstofkatalysator te installeren. ‘Sindsdien verzamel ik alle cijfers die ik kan vinden.’ Een strijdvaardige man, maar dat maakte zijn keurige Excel-document, meenden we, niet bij voorbaat waardeloos.

De weken daarna hebben we met wetenschappers en experts bij overheidsdiensten geprobeerd gaten te schieten in Van Ecks methode: zijn de ingevoerde getallen misschien onbetrouwbaar? Zijn er misschien dingen dubbel geteld? Is Tata sinds de vergunning in 2004 misschien op een veel milieuvriendelijker manier staal gaan maken? Niets hiervan hield stand.

De rekenmethode die Van Eck hanteert, wordt zowel door wetenschappers als de wet erkend als een deugdelijke manier om de CO2-uitstoot te berekenen en wordt bovendien door sommige andere bedrijven dan Tata toegepast. En de rekengetallen die hij gebruikt zijn afkomstig uit de milieuvergunningaanvraag van Tata en andere betrouwbare openbare documenten, sommige van Tata zelf. Zijn spreadsheet was nog ongeschonden toen we deze op een middag in augustus meenamen naar de Emissieautoriteit.

Er zijn twee manieren om te bepalen hoeveel CO2 er bij een productieproces vrijkomt: door te kijken hoeveel koolstof er in de grondstoffen zit (bij Tata hoofdzakelijk steenkool, aardgas en kalk) of door te kijken hoeveel koolstof er uit de schoorstenen komt. Tata hanteert de eerste methode. Deze wordt ‘massabalans’ genoemd, omdat de hoeveelheid koolstof in de grondstoffen wordt vergeleken met de hoeveelheid koolstof in het eindproduct, in dit geval staal. Het verschil moet ergens tijdens de productie in de atmosfeer zijn verdwenen.

De andere methode, die Van Eck heeft gebruikt, wordt veel minder toegepast. Door de hoeveelheid gas die binnen een tijdseenheid door een pijp naar buiten gaat (‘debiet’) te vermenigvuldigen met de concentratie koolstof in dat gas, krijg je óók een getal voor de CO2-uitstoot. Dat vergt echter wel een voortdurende meting van uitlaatgassen en concentraties. Bedrijven mogen volgens de Europese ets-richtlijn, de regeling voor de handel in emissierechten, zelf kiezen welke methode ze toepassen.

De massabalansmethode is voor veel bedrijven een handig toepasbare rekensom. Een energiecentrale, bijvoorbeeld, verbrandt kolen of aardgas en dat is het. Maar bij een staalbedrijf is het plaatje complexer. Bij Tata komt niet alleen CO2 vrij door verbranding, maar ook door het productieproces zelf. Zijn massabalans is de uitkomst van een enorme hoeveelheid data. Om een idee te geven: voor het bepalen van de hoeveelheid aangevoerde kolen wordt zelfs het zoutgehalte en de temperatuur van het water in de zeehaven gemeten.

Er gaapt een gat van 2,5 miljoen ton CO2 – de uitstoot van een kleine kolencentrale

Uitvoerbaarheid is één reden waarom de massabalansmethode door het intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties (ipcc) wordt aanbevolen: ze leidt tot weinig weerstand. Nauwkeurigheid is een andere. Overheidsexperts die we spraken – van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (rivm) en de NEa – hebben een voorkeur voor de massabalansmethode, omdat de foutmarge kleiner is.

Beide methoden zijn volgens deskundigen valide en aan beide methoden kleven bezwaren. Bij de massabalansmethode moeten alle in- en uitgaande stromen gemeten worden en daar kunnen fouten gemaakt worden. Bij de debietmethode kennen de daadwerkelijke metingen in de schoorsteen een foutmarge. Beide methoden zouden echter wel tot ongeveer dezelfde uitkomsten moeten leiden.

Volgens Wouter Peters, hoogleraar luchtkwaliteit en Atmospheric Composition Modeling aan de Universiteit van Wageningen, verdient de ‘debietmethode’, zoals Van Eck die heeft toegepast, meer serieuze aandacht. ‘Ik heb er zelf ook wel eens aan gedacht om op deze manier te meten en te vergelijken. Maar daar heb je interne bedrijfsgegevens voor nodig, zoals uitlaatgassen en koolstofconcentraties, en daar kunnen wij moeilijk de hand op leggen.’ Hij noemt de massabalansmethode zelfs ‘diëten zonder jezelf te wegen’: ‘Je kijkt alleen naar het eten dat erin gaat, maar niet naar het effect op je gewicht.’

Zijn collega, de Groningse hoogleraar broeikasgassen in de lucht, Harro Meijer, weigert zich evenmin blind te staren op de massabalansmethode. ‘Deze is het resultaat van politieke afspraken en niet van wetenschappelijke consensus over wat het beste is. Of de rekenmethode goed is voor de atmosfeer werd minder belangrijk gevonden dan of ze makkelijk te rapporteren valt. Maar voor ons telt natuurlijk de atmosfeer, de rest is rekenarij.’

Dat er een verschil zit tussen wat bedrijven berekenen en wat er daadwerkelijk in de lucht wordt gemeten, verbaast de hoogleraren niet. Bij metingen met vliegtuigjes boven de regio Rijnmond in de jaren negentig was wetenschappers al opgevallen dat de percentages broeikasgassen een stuk hoger waren dan aangenomen mocht worden op basis van de door bedrijven aangeleverde cijfers.

We besluiten onze zoektocht te vervolgen.

Tata Steel, Velsen, 2018 © Bas Beentjes / De Beeldunie

Ruim negentig schoorstenen steken er omhoog uit Tata in IJmuiden. Volgens de milieuvergunning komt alle luchtvervuiling van acht installaties: twee hoogovens, een kooksfabriek, een oxystaalfabriek, een sinterfabriek, een pelletfabriek en twee aardgasstations. De milieuvergunning vermeldt ook hoevéél gas er uit deze installaties komt bij een bepaalde productie van ruwijzer. Als je weet wat de concentraties koolstof zijn in die uitlaatgassen, kun je eenvoudig de CO2-uitstoot berekenen. Dat is wat oud-inspecteur Van Eck heeft gedaan.

In de hoogovens worden kolen verstookt om de temperatuur van ruim tweeduizend graden te bereiken die nodig is om het ijzererts te laten smelten. Erts bevat zuurstof en deze bindt zich aan de koolstof uit de kolen met als resultaat: CO en CO2. Voordat het ijzererts de ovens wordt ingebracht, wordt het eerst voorbewerkt. Het wordt samengeperst tot knikkers (‘pellets’) of samengekoekt tot kleine brokken (‘sinter’). Ook daarbij worden kolen gebruikt voor de verhitting. De steenkool zelf wordt eveneens voorbewerkt om haar steviger te maken. Ze wordt verhit in grote ovens totdat alle gassen en vloeistoffen, zoals water en olie, eruit zijn verdampt. Deze bewerkte steenkool wordt ‘kooks’ genoemd.

De extra CO2-reductie sinds 2015 zou door de ‘tegenvaller’ van Tata al twee keer zijn ingehaald

Ruwijzer zoals het uit de hoogovens komt, is veel te bros om bruikbaar te zijn. Dat komt door de koolstof die erin zit. Om er kwaliteitsstaal van te maken, moet de meeste koolstof worden verwijderd. Dit gebeurt in een oxystaalfabriek door zuurstof op het vloeibare ruwijzer te blazen. De koolstof bindt zich aan de zuurstof en gaat verder door het leven als CO of CO2.

Tot slot zijn er op het terrein twee aansluitpunten op het aardgasnet: station ‘Noord’ en station ‘Zuid’. Tata hergebruikt restgassen van de hoogovens om andere installaties bij te verwarmen, maar dat is meestal niet genoeg. Naar gelang het productievolume moet er óók aardgas worden verstookt. Al deze installaties samen stootten vorig jaar, volgens de berekening van Van Eck, geen twaalf maar 14,5 miljoen ton CO2 uit.

Alle getallen van Van Eck zijn afkomstig uit betrouwbare documenten, blijkt uit de vele checks die we uitvoeren. De hoeveelheden uitlaatgassen (debieten) in Van Ecks berekening hebben hun oorsprong in de vergunningaanvraag van Tata, de concentraties in gegevens van Tata zelf en de Gasunie.

Twee keer zijn we bij de Emissieautoriteit in Den Haag op bezoek geweest. De tweede keer samen met Van Eck. Deskundigen van de NEa hebben zijn spreadsheet en onderliggende bronnen nauwkeurig bestudeerd. Het waren achtergrondgesprekken waaruit we niet mogen citeren. De NEa doet publiekelijk geen uitspraken over de bedrijven die ze moet controleren. Wel kunnen we onze eigen conclusie uit de twee gesprekken trekken. De deskundigen van de NEa uitten geen bezwaren tegen de alternatieve rekenmethode. En ze gaan er net als wij van uit dat de ‘methode-Van Eck’ dezelfde uitkomst zou moeten hebben als de massabalansmethode van Tata. Naar aanleiding van de bijeenkomsten hebben we één post in de spreadsheet naar beneden bijgesteld: het aardgasverbruik van Tata zoals destijds in de vergunningaanvraag was geschat, is de laatste jaren waarschijnlijk lager geweest. Bovendien bleek later dat een van de twee kooksfabrieken een poos buiten bedrijf is geweest.

Maar daarna gaapt er nog steeds een gat van 2,5 miljoen ton CO2 – vergelijkbaar met de uitstoot van een kleine kolencentrale.

Het verschil spitst zich vooral toe op wat er uit de hoogoveninstallaties komt – de belangrijkste bronnen van broeikasgassen op het terrein van Tata. De emissies die het staalbedrijf aan de Emissieautoriteit heeft doorgegeven verschillen van wat de berekening van Van Eck laat zien.

In een latere reactie op ons verhaal stelt de NEa dat de uitstootcijfers van Van Eck afwijken van de gegevens die Tata aanlevert bij de NEa en die zijn geverifieerd door een onafhankelijke verificateur. De NEa geeft aan dat ze de opgegeven debieten in de milieuvergunning als een maximum beschouwt. Ook Tata stelt in een reactie dat het in de vergunning om ‘maximale waarden’ gaat en niet om daadwerkelijke metingen en ze dus niet geschikt zijn voor de berekeningen.

De cruciale vraag is dus deze: zijn de debieten uit de milieuvergunning – en die Van Eck gebruikt – (maximale) ramingen of een resultaat van daadwerkelijke metingen? De omgevingsdienst, die de vergunning verleent, gaat uit van het laatste, zo blijkt als we later navraag doen. In een e-mail aan De Groene stelt de dienst, die ook niet publiekelijk kan ingaan op individuele bedrijven: ‘de debieten die in vergunningaanvragen zijn opgenomen’ zijn ‘in het algemeen gebaseerd op metingen’. Bovendien blijkt uit een recente brief van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied aan de advocaat die namens de Stichting IJmondig een handhavingsverzoek had ingediend dat de ‘emissies van belangrijkste puntbronnen’ in de vergunning gecontroleerd zijn met een ‘meetplan’.

We kunnen dus concluderen dat de waarden die in milieuvergunningen zijn opgenomen volgens de vergunningverlenende instantie wel degelijk afkomstig zijn van daadwerkelijke metingen van de uitstoot. Dit betekent dat Van Eck ze terecht gebruikt.

‘Meten is weten. Desnoods gaat de NEa met een drone boven de grote uitstoters hangen’

En dan zijn er nog de controles door een onafhankelijke verificateur, waar zowel de NEa als Tata Steel op wijst. Dit zijn inderdaad intensieve controles waarbij fabrieken worden bezocht en de boeken gecontroleerd, zoals Tata Steel in een reactie zegt. Daadwerkelijke metingen van de uitstoot vinden echter door de verificatiebedrijven zelf slechts steekproefsgewijs plaats en gedurende een zeer korte tijd, zo blijkt bij navraag bij een van de grotere verificatiebedrijven van Nederland.

De politieke gevolgen zijn groot als zou blijken dat de werkelijke jaarlijkse uitstoot van Tata Steel dichter bij de vijftien dan bij de twaalf miljoen ton ligt. Het rekenverschil treedt immers niet alleen op in 2018, maar vanaf het begin van het ets in 2005. Vanaf dat moment moest Tata zijn CO2-uitstoot doorgeven aan de NEa en de Europese Commissie, en begon het gerapporteerde cijfer af te wijken van het rekenmodel van Van Eck. De extra CO2-reductie die het kabinet sinds het Urgenda-vonnis in 2015 met veel pijn en moeite voor elkaar heeft gekregen (vier miljoen ton), zou door de ‘tegenvaller’ van Tata al twee keer zijn ingehaald.

Het zou ook een gevoelige deuk slaan in het Klimaatakkoord: 2,5 miljoen ton extra uitstoot bij Tata zou in één klap een groot deel van de milieuwinst van het aardgasvrij maken van alle woningen in Nederland tenietdoen.

Zou het staalbedrijf inderdaad jaarlijks 2,5 miljoen ton meer uitstoten, dan zou het ook te weinig emissierechten hebben gekocht. Op jaarbasis zou het voordeel hiervan voor het bedrijf neerkomen op zestig miljoen euro – een derde van zijn jaarwinst. De Nederlandse staat zou voor hetzelfde bedrag inkomsten zijn misgelopen. De NEa moet in zulke gevallen een boete opleggen. Het zou de grootste boete zijn die ze ooit heeft uitgeschreven.

Alle alarmbellen zouden moeten gaan rinkelen als twee valide rekenmethoden twee zeer verschillende uitkomsten opleveren. Een kloof van twintig procent is te groot – daarover zijn alle deskundigen die we spraken het met elkaar eens. In ieder geval zou er nader onderzoek moeten worden gedaan. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn: Tata heeft in de schoorstenen van de hoogovens meters gehangen die de debieten en concentraties nauwlettend in de gaten houden. Dat heeft het bedrijf gedaan omdat het zwavel, stikstofoxiden en zware metalen moet rapporteren.

‘Als het grote verschil dan nog niet verklaard kan worden, willen we wel met een drone testmetingen komen doen boven Tata’, biedt de Groningse hoogleraar Meijer serieus aan. ‘Dat hebben we laatst bij een grote boer gedaan, op zijn verzoek. De boer berekende keurig volgens de voorschriften hoeveel methaan er van zijn bedrijf kwam, op basis van het aantal koeien en het voer dat erin ging. Maar wat wij in een paar dagen maten suggereerde hogere concentraties in de lucht. Wat bleek? Koeien zijn de afgelopen decennia gemiddeld zwaarder geworden, maar de norm voor de hoeveelheid methaan per koe was niet aangepast.’

GroenLinks vraagt naar aanleiding van dit onderzoek een spoeddebat aan. ‘Ik neem deze nieuwe berekening zeer serieus’, reageert Tom van der Lee, Tweede-Kamerlid van de partij. ‘Het gebeurt vaker dat de modellen niet overeenkomen met de daadwerkelijke CO2-uitstoot. Begin dit jaar moest het Planbureau voor de Leefomgeving de ramingen ook al bijstellen omdat emissies van lachgas bij Chemelot in Zuid-Limburg en het aardgasgebruik van raffinaderijen niet in de rapportages voorkwamen. Ik wil weten hoe de minister tegen jullie cijfers aankijkt en, als de emissie van Tata inderdaad hoger is, of hier sprake is van bewuste manipulatie.’

De grote uitstoters moeten beter gecontroleerd worden, vindt Van der Lee. ‘Meten is weten. Desnoods gaat de NEa er met een drone boven hangen, of er komen snuffelpalen bij de grote industrieën.’ Een onafhankelijke instantie moet de betrouwbaarheid van de cijfers garanderen. ‘Want voor de industrie worden de belangen steeds groter. Tot voor kort kostte het hooguit vijf euro om een ton CO2 uit te stoten, met de stijgende ets-prijs en de afspraken uit het Klimaatakkoord wordt dat op termijn tussen de honderd en honderdvijftig euro. Dus moet je als overheid steeds beter gaan opletten.’

Reactie Tata Steel

Het artikel bevat niet alleen een volstrekt onjuiste conclusie, de beweringen die zouden moeten opgaan voor een onderbouwing raken kant noch wal.

De rapportage van CO2-emissie neemt Tata Steel zeer serieus en gebeurt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, volgens de voor onze industrie wereldwijd gebruikte en gevalideerde methode. Gecontroleerd door onafhankelijke deskundigen en de verantwoordelijke overheidsinstanties. De suggestie van het tegendeel, zeker zonder valide onderbouwing en bewijs, is kwalijk.

De heer Van Eck heeft geen kennis van de procesvoering op de site van Tata Steel. Het artikel baseert zijn berekeningen op vergunde waarden en niet op de daadwerkelijke uitstoot. Een cruciale misser. De schrijvers werken met aannames en kengetallen die niet correct zijn. De berekeningen van de heer Van Eck (of de journalisten?) zijn daardoor aantoonbaar onjuist. In het artikel worden meerdere methoden door elkaar gebruikt, dit zorgt voor nog meer onjuiste conclusies. Overigens bedient De Groene zich van een groot aantal speculaties, die de geloofwaardigheid van het artikel aantasten.

Onze berekeningen zijn zorgvuldig geverifieerd en goedgekeurd door de NEa, de onafhankelijke instantie die CO2-emissies in ons land vaststelt en bij Tata Steel jaarlijks inspecties uitvoert. De berekening die wordt gebruikt om de CO2-uitstoot van Tata Steel vast te stellen (massabalansmethode) is conform de Europese regels en veel nauwkeuriger dan de in het artikel genoemde schoorsteenmethode en kan aan de wettelijk vereiste 1,5 procent nauwkeurigheid voldoen. De schoorsteenmethode haalt dat bij lange na niet. Dat is dan ook de reden waarom de massabalansmethode wereldwijd wordt toegepast voor complexe inrichtingen zoals Tata Steel IJmuiden en geaccepteerd door alle relevante instanties. De rapportage van Tata Steel wordt ook nog twee keer per jaar door een extern bureau (DNV-GL) gecontroleerd.


Een uitvoerige toelichting op de cijfers is te vinden op groene.nl/emissies.