Jan Nagel

De grote verdwijntruc

Jan Nagel, Boven het maaiveld

Uitg. Aspekt, 288 blz., ƒ39,95

De dood van Wim Bosboom maakte bij mij herinneringen los aan een zomeravond op een terras in Straatsburg, waar het boegbeeld van de zwijgende meerderheid mij eens onderhield over de politieke valkuilen van ons geliefde polderland. We namen deel aan een groeps excursie van het europarlement, met als doel de euroscepsis weg te masseren bij het Hollandse journaille, en dat betekende het ene na het andere met rieslingwijn besprenkelde aspergefeest. Een ideaal uitje voor een vermoeide verslaggever, al moest je de europarlementariërs die zich vergeefs uit de anonimiteit trachtten te kletsen op de koop toe nemen.

Gelukkig was daar Wim Bosboom met zijn nooit vervelende verhalen. Hij vertelde de ene na de andere kostelijke anekdote uit zijn rijke omroepverleden, en dan natuurlijk vooral over zijn Vara-tijd, de rode familie die hij zo bruusk de rug had toegekeerd voor een nieuw leven bij de Tros en waarmee hij nooit meer in het reine was gekomen. Bosboom kon het met name niet verdragen dat hij nu werd gezien als de verpersoonlijking van Rechts Nederland. «Je moet eens op die Vara-feestjes komen», sprak hij gedecideerd. «Daar zeggen ze heel andere dingen dan in hun programma’s. Daar ben ik nog altijd een heel linkse jongen bij.» Die uitspraak bleef altijd bij me hangen, helemaal toen ik afgelopen weekend Bosbooms oude Vara-kameraad Jan Nagel als voorzitter van Leefbaar Nederland Pim Fortuyn naar een glorieuze entree in de Tweede Kamer zag hameren.

Bosboom en Nagel kenden elkaar goed. Ze werkten onder meer samen bij In de rooie haan, het in de jaren zeventig zo gevreesde radioprogramma waarbij het publiek al begon te brommen als Wiegel achter de microfoon plaatsnam. Het waren de jaren dat links een vanzelfsprekendheid was. Het was de tijd van de polarisatie; het conflict met het «establishment» werd niet geschuwd. Huishippie Koos Zwart droeg zijn befaamde beursberichten over de koers van hasj en wiet voor via de Vara-microfoon en het kabinet-Den Uyl ging over tot de «definitieve herverdeling van macht, kennis en inkomen».

Nagel was een belangrijke gangmaker van deze ideologische volksverhuizing. Als jongmaatje kwam hij in 1961 via de afdeling Tekstcontrole en Lezingen binnen bij de Vara. In die tijd hakte het trauma van de oorlog er nog hard in, zo schrijft Nagel in zijn gedenkboek Boven het maaiveld. Een oudere collega van de afdeling Propaganda maakte er een gewoonte van om bij het verlaten van de trein achtergebleven exemplaren van de foute Telegraaf uit de coupés te rapen om ze op het perron met een krachtig armgebaar in de vuilnisbak te deponeren.

De socialistische omroep was niettemin een enigszins ingeslapen zuil, en Nagels taak bestond uit het ideologisch en taalkundig screenen van de teksten voor programma’s als Door de rode bril bekeken, Voor de middenstand en Socialistisch nieuws in esperanto. Via jongerenprogramma’s als Uitlaat (met provo’s als Wim de Bie en Jan Cremer) slaagde hij erin de Vara langzaam maar zeker aansluiting te laten krijgen bij de eerste revolutionaire woelingen.

Als hij gekozen wordt in het PvdA-bestuur kan zijn carrière als chef agitprop van de Vara echt beginnen. De Telegraaf spreekt van «de zeer linkse PvdA-jongere Jan Nagel». Samen met zijn boezemvriend André van der Louw tekent Nagel onder meer voor het pamflet Tien over rood, waarmee de geest van de oude Drees de wacht wordt aangezegd. In 1972 is hij erbij als voor het eerst in de geschiedenis van de PvdA een partijdelegatie wordt afgevaardigd naar het Oostblok. Daar worden vriendschappelijke contacten aangeknoopt met Ceausescu in Roemenië en Honecker in de DDR. De PvdA is dan vooral gefixeerd op het liquideren van de laatste resten van het fascisme. Den Uyl gaat als premier voor in de protesten tegen de wurgpalen in het Spanje van Franco en internationaal secretaris Harry van den Bergh vliegt met koffers zwart geld naar Lissabon ter ondersteuning van socialist Soares in het Portugal van na de Anjerrevolutie. Eind jaren zeventig komt de strijd tegen de apartheid hoog op de agenda. Hoe de Vara met de jaren ook veranderde, altijd was daar achter de schermen de figuur van Nagel, de grote regisseur van de sociaal-democratische mediamacht.

Nagels plotselinge metamorfose als peetvader van Leefbaar Nederland wekte enige jaren geleden dan ook verbazing. In zijn boek vertelt hij dat het allemaal de schuld was van het PvdA-bestuur. Na zijn pensioen wierp Nagel zich op de lokale politiek met Leefbaar Hilversum. Hij gaf aan op landelijk niveau de PvdA trouw te willen blijven. Maar de partijbaronnen accepteerden dat niet, hoezeer voorzitter Rottenberg zich ook inspande om Nagel te behouden.

En zo ontstond de curieuze Gideonsbende rondom Pim Fortuyn, die Nagel inmiddels inschat op twaalf zetels. Wie wil weten wat Nagel nu precies heeft bewogen met Leefbaar Nederland, zal door Boven het maaiveld worden teleurgesteld. Hij laat niet het achterste van zijn tong zien. Zou het, zoals Wim Bosboom suggereerde, zo zijn dat Nagel al die tijd een stuk rechtser is geweest dan zijn imago deed geloven? Of bewijst hij in het geniep de PvdA juist een enorme dienst, door met Leefbaar Nederland de rechterzijde van de VVD los te weken van zijn natuurlijke bedding? Nagel is, zo blijkt uit zijn boek, genoeg strateeg om zo’n ingewikkelde manoeuvre te bedenken en tot een goed einde te brengen. In dat geval zou Fortuyn niet meer zijn dan Nagels golem, die zelf niet eens weet met welk doel hij werkelijk op aarde is gezet. Het is in ieder geval een intrigerende gedachte.