H.J.A. Hofland

De grote vergisser

Voor het eerst heeft president Bush toegegeven dat hij zich heeft vergist in zijn verwachtingen over het Irak van na de oorlog. Maar, zei hij in een interview met The New York Times, dat was een onbedoeld bijproduct van de snelle overwinning op het leger van Saddam Hoessein. De Amerikaanse troepen weten zich aan te passen, zoals in Najaf wordt bewezen (daar deelt grootayatollah Ali al-Sistani nu de lakens uit, nadat de Amerikanen zijn vertrokken). Over de vergissing van de massavernietigingswapens werd niet meer gerept. Verdere vragen over de bezetting werden afgeweerd. Daar moest «de geschiedenis» een antwoord op geven.

Op economisch gebied heeft de president zich geprofileerd door de hoogste inkomens met de grootste belastingverlaging te bedelen. Vorige week is bekend geworden dat dit jaar het aantal Amerikanen dat onder de armoedegrens leeft voor de derde keer zal stijgen, nu tot 12,5 procent, dat wil zeggen naar 35,8 miljoen. Binnen een jaar is het aantal onverzekerden gestegen van 44,1 naar 45 miljoen, ofwel 15,6 procent. De groei van de werkgelegenheid blijft achter bij de verwachtingen; hoe het met de hoge olieprijs zal gaan, weet niemand.

Na tweeënhalf jaar gevangenschap komen de eerste van de zevenhonderd gevangenen uit de oorlog in Afghanistan voor de rechter. Ze worden beschouwd als «vijandelijke strijders», die in deze hoedanigheid vrijwel alles ontberen wat tot de rechten van een gewone verdachte hoort. Met een gewone rechtsgang hebben deze processen niets meer te maken. Denk eerder aan Kafka, schrijft Isabel Hilton in een uitvoerige reportage in de Financial Times (28 augustus). Naar westerse juridische maatstaven gemeten is het niets anders dan een schandalig experiment, zegt Richard Bourke, een Australische advocaat, horend tot de kleine groep die actie blijft voeren. Dit experiment dient twee doelen: hoe ver kan een ondervragingstechniek worden doorgedreven, en hoe lang duurt het dan voor het publiek begint te protesteren. Als er al geprotesteerd is, dan in ieder geval lang niet genoeg, zoals intussen is bewezen. Over «schuld» in de gebruikelijke zin zal daar niets worden vastgesteld.

Nog voor de oorlog in Irak deden de president cum suis al van zich spreken door de opzegging van het verdrag van Kyoto tot beperking van de uitstoot van CO2, om zodoende het broeikaseffect te beperken. Hij rechtvaardigde zich met verwijzing naar wetenschappelijke rapporten waarin iets anders werd bewezen, en met het argument dat het economische nadeel van Kyoto veel groter was dan het natuurkundige voordeel. Vorige week is door een Amerikaanse regeringsinstantie een nieuw rapport gepubliceerd. Daarin staat dat de uitstoot van gassen waarschijnlijk de enige oorzaak van de opwarming is. Het wordt over een paar dagen aan het Congres voorgelegd. In het gesprek met The New York Times bleek dat de president daar nog niets van wist. «Hoe komt het dat de regering haar mening heeft veranderd?» vroeg de krant. «Ah, did we? I don’t think so», zei hij.

Zijn grote strijd voert de oorlogspresident tegen het internationale terrorisme. We will prevail, heet het boek waarin zijn redevoeringen sinds 11 september zijn verzameld. In een vraaggesprek voor de televisie, met NBC, zei Bush maandag: «I don’t think you can win it. But I think you can create conditions so those who use terror as a tool are less accepted in parts of the world.» Daarmee wilde hij natuurlijk niet zeggen dat het «niet winnen» de terugtocht zou betekenen, want dat zou «een ramp» zijn. «De natie moet nooit toegeven, nooit zwakheid tonen», daar kwam het op neer.

Vergissingen bij de bezetting in Irak, belastingverlagingen voor de rijken die de armen niet helpen, verdachten bloot gesteld aan een rechteloosheid die aan een geraffineerd soort Middeleeuwen doet denken, het opblazen van een internationaal verdrag en dan drie jaar later tot een conclusie komen die de grond aan het eerste besluit ontneemt, en ten slotte het hoofdnummer van je bewind dusdanig amenderen dat daarmee je hele mondiale strategie in feite een ander principe krijgt – is dat bij elkaar voor een geweldige meerderheid al niet ruim voldoende om deze wereldleider op 2 november te ontslaan? Dit weekeinde waren de straten van Manhattan gevuld met 150.000 demonstranten die dit op de allerduidelijkste manier hebben laten weten.

Zo komen we aan een van de raadsels van de postmoderne Amerikaanse democratie. Ook na alle veiligheidsmaatregelen die onder leiding van minister Ashcroft zijn verzonnen, en ondanks het onrecht dat dit alles hier en daar ten gevolge heeft gehad, gaan de tegenstanders in massa’s de straat op, met de onversneden boodschap: ophoepelen! Toch ligt Bush in de peilingen weer iets voor. Straks verschijnt hij op het podium en houdt de toespraak waarin hij weer als de unieke onfeilbare verschijnt.

De carrière van Bush is opgebouwd uit vergissingen.

Maar de kans groeit dat een voldoende aantal Amerikanen zich straks zo ernstig zal vergissen dat we tot 2008 moeten wachten voor er een nieuwe tijd aanbreekt.