Film: ‘Blue Miracle’

De grote vis

Dennis Quaid als kapitein Wade Malloy, Jimmy Gonzales als Omar in Blue Miracle, regie Julio Quintana © Carlos Rodriguez / Netflix

Na maanden van films streamen, aan de vooravond van het heropenen van de bioscopen, is de verzoeking groot om te concluderen dat het thuiskijken het gevolg is van het werk van de duivel, in ieder geval voor wat betreft het algoritme: ‘Aanbevolen voor jou. Deze titel is Hartverwarmend, Inspirerend, Ontroerend.’ Dit doet alleen maar kwaad, want je belandt consequent in een cocon van geruststellende herkenning. Het is net alsof je gegarandeerd zekere gevoelens zult hebben wanneer je een bepaalde film of serie bekijkt. Zo word je verleid je in te dekken tegen ontregeling of verrassing. De streamende kijker moet en zal zich fijn voelen, en al helemaal in het geval van de nieuwe Netflix-productie Blue Miracle.

Maar eerst dit: behalve Blue Miracle kreeg ik ook de aanbeveling Army of the Dead te bekijken (‘Deze titel is: Meeslepend’). Zack Snyder is inderdaad een regisseur die ik een warm hart toedraag. Het was echt mijn bedoeling eerst Blue Miracle (Hartverwarmend, Inspirerend, Ontroerend) te zien, maar de zombies waren té verleidelijk. En dus bekeek ik Army. Een vergissing. Want volledig mislukt. Een afgang voor Snyder die onlangs juist indruk maakte met zijn regisseursversie van Justice League. Dan maar Blue Miracle. Een film die vreemd genoeg allerminst bij mij past. Je zou denken dat dit precies is wat kunst zou moeten doen: je confronteren met het ongewone, het onverwachte, met nieuwe vergezichten. Maar ook dit pakte verkeerd uit.

Het verhaal is waargebeurd: in oktober 2017 won een team van Mexicaanse weeskinderen en hun verzorger ‘Papa Omar’ – geen van allen had eerder een hengel in de hand – een internationale viswedstrijd door een enorme blauwe marlijn te vangen. Met het prijsgeld, een kwart miljoen euro, werd hun weeshuis in Cabo San Lucas gered. Hartverwarmend allemaal.

Maar is het ‘film’? Nee. Nu kun je zeggen: wees niet zo cynisch, geef je over. Het is allemaal immers zo ‘hartverwarmend’. Maar dat gaat niet. Regisseur Julio Quintana, protegé van grootmeester Terrence Malick, gebruikt bombastische muziek en weidse beelden van de zee om de kijker net zo lang te manipuleren totdat die denkt iets spiritueels te voelen. Verder trok hij de Amerikaanse acteur Dennis Quaid aan om de rol van een aan lager wal geraakte diepzeehengelaar te spelen die de weesjes helpt om de grote vis te vangen. Quaid maakte vooral in de jaren tachtig furore als sexy acteur in een handvol films, bijvoorbeeld de neo-noir The Big Easy. Hij moet inmiddels wel diep in de zeventig zijn, maar hij ziet er nog behoorlijk fit uit. Maar zelfs Quaid kan de film niet redden.

Blue Miracle is oppervlakkig en saai, een film gemaakt niet conform de genreconventies, maar om te passen bij het algoritme van ‘inspirerend en ontroerend’. Op de open zee wil Quintana ons de hand van God laten zien die de weeskinderen op magische wijze beschermt, maar thuis op de bank voel je je overgeleverd aan de aanwezigheid van de duivel die gestaag, grijnslachend, werkt aan je online-algoritme. De bioscoop moet ons hiervan verlossen.


Nu te zien op Netflix