Hoofdcommentaar

De groteske van de regering-Beatrix

De regering-Beatrix is net zo stabiel als de kapper van de koningin. De monarchie heeft tijdens de vijftig jaar durende regering-Wilhel mina («vergissing van Troelstra», Duitse bezetting en koloniale oorlogen) en de 32-jarige van Juliana (Hofmans, Lockheed) wel grotere problemen gekend. Die kwesties openbaarden het probleem van ons hybride stelsel waarin het staatshoofd nominaal de regering leidt maar achter de brede rug van premier en kabinet niet alleen onschendbaar is maar ook niet vrijuit mag spreken. De verlovingsperikelen van twee kroonprinsen en wat oprispingen van koningin Beatrix zelf («de leugen regeert») waren daarbij vergeleken van ondergeschikte betekenis. Vandaar dat niet de kroon maar het kabinet vaak in strijd met het staatsrecht abusievelijk de «regering» wordt genoemd.

Toch is Nederland onherkenbaar veranderd onder de regering-Beatrix. Voordat zij op 30 april 1980 met jankende sirenes en traangaswolken werd ingehuldigd, dacht Nederland een speelse natie te zijn geworden. In Den Haag was het kabinet-Van Agt/Wiegel met het bezuinigingsproject Bestek ’81 bezig. In Amsterdam werden panden gekraakt, zonder dat de politie ingreep. En in de rest van Nederland maakte het Interkerkelijk Vredesberaad zich op voor actie tegen de kruisraketten.

Na de plechtigheden van de 30ste april 1980 werd de samenleving steeds minder ludiek. De economie stortte in. Het eerste kabinet-Lubbers moest soms vaker dan wekelijks bijeenkomen om zich te beraden op de overheidsuitgaven. De kraakbeweging, die in 1980 haar eerste public-relations-fiasco had geïncasseerd, verloor een aantal principiële rechtszaken en uiteindelijk haar prestige buiten de eigen parochie. En het IKV moest onder ogen zien dat een half miljoen mensen op een plein minder belangrijk zijn dan twee mannen (Ronald Reagan en Michail Gorbatsjov) in Witte Huis of Kremlin.

Toen er eeuwige vrede leek na de Muur, wilden maar weinigen de nieuwe wereld begrijpen, afgeleid als ze waren door de jaren negentig die fungeerden als tranquillizer voor de massa en amfetamine voor de runners-up. Pas in het derde decennium brak de ban.

Opmerkelijk is dat de regering-Beatrix sindsdien zo luid zwijgt. De 11de september 2001 was geen reden voor verstandige en bemoedigende woorden. De moord op Pim Fortuyn werd behandeld door de kroonprins. En de liquidatie van Theo van Gogh was evenmin aanleiding voor een hart onder de riem van hen die de pacificerende consensus niet bij het grof vuil zouden willen zetten.

Wat is er aan de hand? Na de heftige inhuldiging 25 jaar geleden en conform de tijdgeest heeft de regering-Beatrix zich al die jaren geconcentreerd op de elite: een concert met moderne klassieke muziek op een paleisje hier, een symposium met prominente geleerden in een paleisje daar. Gewoon eens een kop koffie drinken bij Truus ergens in de Borgerstraat driehoog achter, zoals Juliana soms deed, is er voor Fatima niet bij. De regering-Beatrix heeft kennelijk moeite die koers te verlaten.

Natuurlijk, haar positie is onmogelijk. Had ze zich in 2002 of 2004 publiek uitgelaten over de twee politieke moorden, dan zou ze onvermijdelijk partij hebben gekozen. Hoe vaag ook geformuleerd, er was altijd wel een partij geweest die aanleiding zou hebben gevonden om de regering te politiseren. Maar nu is haar zwijgen ook opgevat als een indirecte keuze. Niets zeggen over Fortuyn is door velen opgevat als partij trekken tegen Fortuyn. De kerst redes hebben dat niet voorkomen. Die zijn er namelijk voor het «establishment».

Beatrix heeft daarmee echter wel een taxatiefout gemaakt. Ze heeft niet, althans te laat, ingezien dat de monarchie in Nederland nooit zal worden omarmd door het maatschappelijke of economische establishment, ook al krijgt menige middenkaderfunctionaris in de top der piramide last van hyperventilatie als er een invitatie op geschept papier van het hof op de deurmat ligt. De monarchie is voor én van de massa. Maar die massa is na 25 jaar etnisch niet meer eenvormig.

Sinds 1848 is de kroon de hoogste instantie voor alle Nederlanders, al dan niet bij de gratie Gods. Bij Huis ten Bosch worden meer brieven bezorgd dan bij de Nationale Ombudsman. Zeker wanneer maatschappelijke partijen hopeloos met elkaar in conflict raken, sublimeert de vorst de eenheid van de natie, kort gezegd, het poldermodel waarin iedereen met zandzakken moet sjouwen als het water over de dijken dreigt te stromen.

Maar het is precies dat model dat de spraakmakende gemeente overboord wil zetten. De regering-Beatrix is daarmee hard geconfronteerd. Nederland is meer in de war dan welk verwant westers land dan ook. Nieuwe profeten en ideologen dienen zich met de snelheid van drukpersen en tv-kabels aan met simpele en ondoordachte oplossingen.

In dit klimaat – én door de ministeriële verantwoordelijkheid – is de regering-Beatrix juist geen serieuze machtsfactor meer, niettegenstaande de vaak verkondigde mythe dat ze harder is dan haar moeder. Er is steeds minder nationale eenheid die de kroon kan symboliseren. Zelfs de «boel bij elkaar houden» is tegenwoordig al een politieke daad die door een deel van het volk niet wordt gewaardeerd en dus niet meer door de mazen van de ministeriële verantwoordelijkheid kan glippen.

De enige optie voor Beatrix om deze lang zame ontmanteling te keren, is het Scandinavische model. Daar heeft de vorst geen formele macht maar kan wel zeggen wat hij denkt en aldus, paradoxaal genoeg, meer maatschappelijke macht opbouwen. De meeste politici lijken zich van deze paradox terdege bewust. Niet voor niets baggert de discussie over constitutionele monarchie versus parlementaire republiek oeverloos voort.

Het rationele gelijk van veel republikeinen miskent de behoefte aan mystiek van het volk. De constitutionele monarchisten verdedigen een zinloos bestel dat geen risico’s mag nemen en daarom een anachronisme is.

Wat dan? Ontneem de koningin haar heimelijke politieke macht, bevrijd haar van haar publieke muilkorf en tuig om te beginnen eens een Zweeds model op. Want, in 2005, na 25 jaar regeren, is het zwijgen van koningin Beatrix een groteske.