De haagse spagaat rond het wao-debat

De privatisering van de WAO gaat een beetje wel en een iets groter beetje niet door. Is dit nu de lang verbeide uitkomst van het al jaren slepende WAO-debat? Of hebben we slechts te maken met de zoveelste tussenstand? Het regeerakkoord ging ervan uit dat bedrijven zouden mogen kiezen tussen de bestaande collectieve of een particuliere verzekering, de zogeheten opting out. Het risico van die benadering lag voor de hand: bedrijven met een laag arbeidsongeschiktheidsrisico kunnen tegen een goedkope premie terecht bij een particuliere verzekeraar. Maar bedrijven die dat doen, zijn nog niet af van hun collectieve verantwoordelijkheid: naast de particuliere premie moet een opslag worden betaald voor de publieke regeling. Na vijf jaar moet men bovendien de particuliere verzekeraar vaarwel zeggen en terug naar de collectieve verzekering.

Het akkoord is met een oorverdovende stilte begroet. Natuurlijk zou je als VVD kunnen zeggen dat het principe van de opting out is gered, maar eigenlijk kun je als pleitbezorger van een ministelsel, waarin alles boven een basisuitkering aan de markt wordt overgelaten, beter je mond houden. En natuurlijk kan de PvdA nu de vlag uithangen en roepen dat het publieke stelsel is gered, maar ook dat zou luttele weken na de privatisering van de Ziektewet van een wat ongepaste luidruchtigheid getuigen.
Het merkwaardige is dat dezelfde argumenten die nu de doorslag geven bij het niet verder doorzetten van de privatisering van de WAO geen enkel gewicht in de schaal legden toen de privatisering van de Ziektewet aan de orde was. Ook daar blijft de overheid met de slecht verzekerbare risico’s zitten, terwijl de particuliere verzekeraars de krenten uit de pap halen. Daar komt bij dat de beoogde daling van het ziekteverzuim al gerealiseerd was door premiedifferentiatie en vooral door het risico voor de eerste twee tot zes weken ziekte bij de werkgevers te leggen. Dat vertelden de door Linschoten verzwegen CTSV-cijfers. Als gevolg van het afschaffen van de wet wordt deze periode nu verlengd met een jaar. Dat is een risico dat veel werkgevers niet zullen nemen. Zij gaan dat dus herverzekeren, met als gevolg dat de prikkel die in de korte risicotermijn van twee tot zes weken zat, ook verdwijnt. Niet ondenkbaar is dus dat het ziekteverzuim over een tijdje weer stijgt juist als gevolg van de privatisering. Argumenten die niet werden weerlegd, maar stuitten op de eenvoudige mededeling: ‘Het staat nu eenmaal in het regeerakkoord.’
En nu dan de WAO. Is het publieke systeem werkelijk gered? Dat is zeer de vraag. De WAO zoals die er nu uitziet is een wat pijnlijke spagaat tussen publieke en private regeling. Omdat een spagaat nu eenmaal een houding is die niet lang is vol te houden, hebben we opnieuw niet te maken met een oplossing, maar met de zoveelste tussenstand. Kennelijk was een tweede privatiseringsoperatie onder leiding van een intussen wankelende staatssecretaris op dit moment een te groot bedrijfsrisico.
Zo blijft de herziening van de sociale zekerheid bepaald worden door de dynamiek van de Haagse evenwichtskunst.