De haat van apartheid slijt langzaam

Kaapstad – Toen ik hem leerde kennen was hij 24 jaar oud en boos, heel boos. We noemen hem maar even Sandile. Sandile haatte blanken.

Hij studeerde aan de Universiteit van Witwatersrand en was betrokken bij ieder protest. Of het nou ging om de positie van zwarte schoonmakers of een concert van een Israëlische pianist, Sandile stond vooraan. En als zijn studie niet wilde vlotten, dan wendde hij zich tot de sociale media om te melden dat dat de schuld was van racistische blanke docenten.

Op een dag in een café vertelde hij me zijn levensverhaal. Hij groeide op in een provinciaal gat. Toen hij vijf was werd zijn vader doodgeschoten. Als kostwinner werkte zijn moeder eerst als onderbetaalde aspergeplukker voor een blanke boer en daarna als onderbetaalde schoonmaakster voor een blank gezin. Eigenlijk had ze verpleegster willen worden, maar daar had ze tijdens de apartheid nooit de kans voor gekregen. Dat Sandile uiteindelijk naar de universiteit ging mag een godswonder heten. Op zijn zestiende bezocht hij voor het eerst een bibliotheek, en pas twee jaar later zou hij met een computer werken. >

Met woedetranen vertelde hij over die keer dat hij langs ging bij de mensen bij wie zijn moeder schoonmaakte. Ze waren beleefd, hoor, maar toen het tijd was voor limonade kregen de blanken dat in een glas opgediend en hij in een tinnen mok, bedoeld voor ‘de meid’ en de ‘tuinjongen’. Sandile werd allengs radicaler en zette uiteindelijk de rode baret op van de Economic Freedom Fighters (eff) van Julius Malema. Hij roerde zich flink en nam het onder meer op voor een student die een _‘Fuck All Whites’-_T-shirt droeg. Hij betoogde dat dit een uiting was van ‘zwarte pijn’ en herhaalde dat hij blanken haatte. Sandile was een typisch product van de apartheidsideologie die blanke superioriteit inpeperde en de mens in soorten indeelde. Sandile’s soort was dat van de woedende, onverzoenlijke zwarte.

Vorige week zag ik hem weer. We dronken koffie in hetzelfde café. Sandile vertelde dat hij nog steeds eff-activist is, en nog immer voorstander van de nationalisatie van mijnen en onteigening van grond die in blanke handen is. Niets veranderd dus? Toch wel. Want hij vertelde ook dat hij blanken niet langer haat. En sterker, dat hij inmiddels goede blanke vrienden heeft. Bij het vorige afscheid schudden we elkaar de hand, nu werd het een omhelzing. Schoorvoetend, heel voorzichtig verlaten we onze vakjes.