Het Migrantenmuseum

De halsband

Het Migrantenmuseum zit niet in een duur, geluiddicht pand. We horen daarom bijna alles wat zich op straat afspeelt. Dit heeft zijn leuke en minder leuke kanten, maar wat ons echt gek maakte, was de hond die elke dag urenlang bij het Migrantenmuseum kwam staan en tot sluitingstijd bleef blaffen. We gingen eerst kijken of deze Duitse herder ergens een verwonding had opgelopen. Dat was niet het geval. We aaiden hem, zeiden lieve dingen tegen hem, maar hij bleef terugkomen. En maar blaffen…
Heeft dit beest geen eigenaar? dachten we na een paar dagen en keken op zijn halsband. De hond werd plotseling rustig toen we naar de halsband keken. Toen begreep ik het opeens. Ik ontdeed de hond van zijn halsband, kuste hem op zijn kop en fluisterde in zijn oor: ‘Ga maar weer, ik heb het door.’ De hond keek toen met blije ogen, rende en verdween uit ons zicht.
Hannie Verkerk, Korenbloemstraat 41, Utrecht. Dat stond op de halsband. Ik ging naar dit adres, uiteraard met de oude halsband in mijn zak, en belde aan. Het motregende, de regendruppels sijpelden van het dak van de Korenbloemstraat 41 naar beneden, een paar van die druppels vielen ook op mijn hoofd. Ik belde voor de derde keer aan en toen ik dacht dat er niemand thuis was en ik aanstalten maakte om weg te gaan, ging de deur heel langzaam open.
‘Bent u Hannie Verkerk?’ vroeg ik aan de mevrouw die tegenover me stond. Ze had een goedkope pruik op, de ouderdom had haar doen inkrimpen, de rimpels om haar lippen stopten zelfs niet bij het vlees. Zo oud was ze. Ze zei: ‘Ja, ik ben Hannie Verkerk.’
Toen ik haar de halsband liet zien, mocht ik meteen binnenkomen. De vrouw was opeens erg nerveus geworden en vroeg, zonder een kop koffie aan te bieden, hoe ik aan de halsband was gekomen. ‘Vertel eerst het verhaal, dan vertel ik hoe ik eraan kom’, zei ik en leunde tegen haar duizend jaar oude bank aan.
Zij stak met een trillende stem van wal: ‘Nikki heb ik voor mijn 25ste verjaardag van mijn zusje gekregen. Een half jaar later ontmoette ik Mustafa. Eerst heeft hij heel lang volgehouden dat ik Nikki weg moest doen. Hij vond dat in een huis geen beest hoorde te leven. Toen ik tegen hem zei dat wat hij deed ook niet hoorde, er een vriendin op nahouden terwijl je in je moederland een vrouw en drie kinderen hebt, ja toen hield hij zijn mond. Op een dag zag ik hem Nikki aaien. Ze begonnen vrienden te worden. Maar één ding mocht ik hem nooit vragen en dat was of hij Nikki wilde uitlaten. Hij zou dan de eerste migrant zijn die een hond uitliet. Dat zou zijn einde zijn. Al zijn vrienden en kennissen zouden hem uitlachen. Je bent als man geen stuiver meer waard als je de ketting van een hond vasthoudt, terwijl het beest staat te poepen. Wat een schande voor elke migrant, zo leerde ik van Mustafa.
Een paar jaar later hield hij zo veel van Nikki dat hij hem constant bij zich wilde hebben. Dat gold trouwens ook voor Nikki. Ze hadden alleen oog voor elkaar en zagen me niet eens. Weet u hoe hij onder zijn vrienden bekendstaat hier? Hij heet “Mustafa met de hond”. Het kon hem niets meer schelen. Hij liet hem gewoon uit.’
Hannie Verkerk pinkte een traantje weg en vertelde dat Mustafa op zeer jonge leeftijd en zeer onverwacht overleed. ‘Voordat hij doodging zei hij tegen mij dat Nikki op dezelfde manier keek als kinderen. Niet lang na zijn dood is ook Nikki heengegaan. Uit verdriet natuurlijk.’
De oude mevrouw stond op om koffie te maken. Onderweg naar de keuken vroeg ze hoe ik de halsband had gekregen. Ik mompelde dat Nikki langs ons museum was gekomen. De oude mevrouw kon mijn antwoord niet horen. Ze kwam even later met koffie terug en herhaalde de vraag. Ik verhief mijn stem en riep: ‘Wij van het museum hebben de laatste dagen bezoek gehad uit de hemel.’ Ze schonk de koffie in en was niet eens verbaasd.