Over God en evolutie

«De hamvraag is: wat is de ultieme bron?»

Minister van Onderwijs Maria van der Hoeven wil hernieuwing van het debat over de evolutieleer. Haar inspirator is de fysicus Cees Dekker. Wat beweegt deze wetenschapper en gelovige?

Het begint onschuldig. Cees Dekker wint in 2003 de Spinozaprijs, een prestigieuze onderscheiding voor wetenschappers, die hem wordt uitgereikt door de minister van Onderwijs en Wetenschappen Maria van der Hoeven. Het eerste contact wordt gelegd. Daarna wordt Dekker gevraagd zitting te nemen in een commissie die vergast wordt op een speech van de minister, waarin zij aanstipt geïnteresseerd te zijn in de relatie tussen religie en wetenschap. Dekker stuurt haar een e-mail met een uitnodiging om verder over dit onderwerp te spreken. Van der Hoeven gaat op zijn uitnodiging in en laat zich inspireren.

Er is veel over geschreven en gezegd. «Laat ik de mythe maar doorbreken. Ik heb één keer drie kwartier met minister Van der Hoeven gepraat. Dat is alles», zegt Dekker. «Tijdens het gesprek hadden we het over verschillende zaken. Hoe interpreteren verschillende geloofsgroepen in dit land hun godsdienst? Hoe vinden jonge moslims hun weg in de wetenschap? Hoe is de relatie tussen geloof en wetenschap? En we hadden het over het begrip toeval. Nee, het ging niet alléén over Intelligent Design.»

Zo werd een sneeuwbal aan het rollen gebracht. Want de minister van Onderwijs prees Cees Dekker publiekelijk voor zijn verfrissende visie en pleitte voor een hernieuwing van het debat over de evolutieleer binnen de wetenschap en het onderwijs, aan de hand van het uit Amerika stammende idee van Intelligent Design, waarmee gelovige wetenschappers de gaten in Darwins evolutietheorie trachten op te vullen. De evolutie zou niet berusten op een proces van natuurlijke selectie en «toevallige» mutatie, maar op een plan, afkomstig van een element binnen de natuur; een intelligente ontwerper.

De sneeuwbal bracht een lawine op gang die over wetenschappers en politici heen raasde. Over de evolutietheorie discussiëren? Niet in dit land. Er volgden emotionele redevoeringen in het parlement en in de media. De argumenten van de vele criticasters liggen voor de hand. In de wetenschap is geen plaats voor religieuze rompslomp. De creationistische discussie ligt ver achter ons en is zeker niet voor herhaling vatbaar. Geloof in het boven natuurlijke, prima, maar wél in je eigen tijd. Bioloog en columnist Ronald Plasterk in de Volkskrant: «Straks dient zich een stel Indiase fakirs aan die zeggen dat de zwaartekracht niet bestaat. Moeten we dan de Nederlandse fysici naar het ministerie halen om daarover te praten?» Dat zette de toon.

Wetenschappers die zich begeven op het terrein van de evolutietheorie weigeren vrijwel zonder uitzondering het debat aan te gaan. Daarover is Dekker verbolgen: «De discussie wordt niet serieus gevoerd. Het regent stereotypen. Intelligent De sign wordt moeiteloos verbonden met creationisme, Bush en rechtse christenen in Amerika. En daarmee is het automatisch een fout idee. Maar wat maakt het uit wie het propageert? Ik probeer het idee op zijn waarde te schatten, al was Khomeini ermee gekomen.»

Hoe zou u Intelligent Design uitleggen?

«De agnostisch filosoof Lesley maakte een aardige vergelijking. Je bent ter dood veroordeeld en wordt voor een vuurpeloton ge leid. Honderd soldaten richten een geweer op je en schieten, maar je wordt niet geraakt. Dan kun je concluderen dat ze toevallig allemaal misgeschoten hebben, óf dat er opzet in het spel is. Die laatste conclusie is rationeler. Was dit toeval of zit er een plan achter? Dat is een vraag die ten grondslag ligt aan hoe je de ontwikkeling van de natuur kunt bekijken.»

Dekker doet een greep in de doos met suikerklontjes en gooit een handvol op tafel. «In de manier waarop deze suikerklontjes op tafel vallen zit een wanordelijk element. Maar er is ook sprake van natuurwetten. Zwaartekracht, bijvoorbeeld.» Hij schuift de suikerklontjes over de tafel. «Ik breek geen enkele natuurwet als ik met de suikerklontjes mijn naam spel. Ik werk met mijn intelligentie een bepaald patroon uit, laten we zeggen dat het een patroon is dat voorkomt in de natuur. Dat patroon is er omdat er wordt ingegrepen door een bepaalde kracht. Of dat een kosmologisch ordenend principe is of een intelligente actie van een god is volkomen arbitrair. Het enige wat je wetenschappelijk kunt afleiden is dat zich een patroon ontwikkeld heeft. Daarom ben ik niet blij dat de Intelligent Design-gedachte gekoppeld wordt aan het creationisme dat uitgaat van de bijbel. Intelligent Design is zeker compatibel met een religieus wereldbeeld. Ik ben christen en ik meen dat die ontwerper de God van de bijbel is. Maar dat is een persoonlijke geloofsuitspraak die totaal los staat van het idee dat er een plan zou kunnen schuilen achter de evolutie.

Er zijn ook andere ontwerpers binnen de natuur die in aanmerking komen. Francis Crick, de ontdekker van DNA, toch een zeer gerespecteerde wetenschapper, heeft in zijn boek Life Itself het idee geformuleerd dat aliens ooit in het verleden de eerste cel op aarde hebben gezet en dat dat de basis is geweest van het ontstaan van het leven. Je kunt het een idioot idee vinden – en dat vind ik ook – maar het past ook in het idee van een intelligent ontwerp.»

U wordt gekenschetst als een «believer», een fervent aanhanger van de Intelligent Design-gedachte.

«Ik ben niet een supporter of een aanhanger, zoals in de kranten staat. Ik vind het een interessant idee dat een kans zou moeten krijgen om kritisch te worden getest. Kun je op empirische gronden een ontwerp ontwaren in bepaalde structuren in de natuur? Er is in de afgelopen dertig jaar in de kosmologie een brede discussie gevoerd over het ontwerp in de natuur. Aan de hand van het antropisch principe, bijvoorbeeld. Dat is het idee dat allerlei parameters in de kosmos volledig zijn afgestemd op het mogelijk maken van leven op aarde. Dat is een interessante discussie omdat die gedachte in zekere zin leidt tot een anticopernicaanse revolutie. Copernicus liet zien dat de aarde niet in het midden van het heelal stond. Maar misschien is de aarde wel uniek in het heelal. Misschien nemen wij toch een bijzondere plaats in.»

In de media vuren wetenschappers met zwaar geschut op Intelligent Design. Het is geen serieuze wetenschappelijke theorie maar slechts een vaag idee, zo stellen zij. En inderdaad, verder dan vragen stellen komt Dekker niet, zoals hij zelf ook erkent: «Er is nog geen echt onderzoeksprogramma van de grond gekomen. Er is nog geen stapel onderzoeken die het allemaal bewijst. Maar de vragen die gesteld worden zijn uitermate relevant.»

Volgens Dekker zouden wetenschappers op allerlei gebieden kunnen gaan speuren naar een eventueel ontwerp. In de celbiologie bijvoorbeeld. «Biochemicus Michael J. Behe beschreef in zijn boek Darwins Black Box onder meer een bacterie die zich voortbeweegt in het water via een rotatiemotortje dat bestaat uit allerlei verschillende componenten. Zulke motortjes zijn onherleidbaar complex. Zodra je een van de componenten eruit haalt, werkt de motor niet meer. Hoe zijn die componenten bij elkaar gekomen? Is dat toeval? Die toevalsfactor kun je uitrekenen. Nobelprijswinnaar Martinus Veltman zei vorig jaar in zijn Paradisolezing: ‹Darwins evolutietheorie heeft veel waardevols. Maar ik heb er een groot probleem mee: ze is fantastisch onwaarschijnlijk.› Als je de waarschijnlijkheid van die toevallige variaties uitrekent, krijg je kansen als tien tot de macht min duizend. Belachelijk kleine getallen die wijzen op een grote onwaarschijnlijkheid.»

Biologen nemen u niet serieus; u bent van huis uit fysicus. In ‹NRC Handelsblad› van dit weekeinde wordt u zelfs verweten niet goed op de hoogte te zijn van de huidige stand van het evolutieonderzoek.

«Ik geef direct toe dat ik niet alles weet over evolutiebiologie. Maar ik heb er een heel behoorlijke kennis over, en het gaat over heel fundamentele principes, en op dat niveau praat ik mee. Dat ik natuurkundige ben, is waar. Maar ik ben al tien jaar aan het nadenken en lezen over dit soort zaken. Ik werk nu zeven jaar in de biologie en heb daar veel geleerd. Mijn onderzoeken draaien mee op internationaal niveau. Mij zomaar als een natuurkundige neerzetten is te makkelijk. Blijkbaar mag je niet anders denken dan binnen de regels die er nu liggen. Zo is wetenschap toch niet? Een wetenschapper staat in de werkelijkheid en probeert betekenis te geven aan wat hij ziet, zodat je nieuwe verbanden ziet en dingen beter kunt verklaren.»

Staat u alleen in deze strijd?

«Er is een aantal mensen die deze kant op willen denken. Ronald Meester, hoogleraar wiskunde in Amsterdam, René van Woudenberg, hoogleraar filosofie in Amsterdam, Jan van Bemmel, oud-rector van Erasmus Rotterdam en hoogleraar medische informatica, Arie van de Beukel, emeritus hoogleraar natuurkunde, enzovoort. Er zijn verschillende hoogleraren die sympathie hebben voor deze gedachte.»

Sommige criticasters beweren dat de scheiding van kerk en staat in het geding komt met de introductie van Intelligent Design in de wetenschap.

«Dat is onzin. De wetenschap zal namelijk niet verder kunnen komen dan een academische discussie over de vraag of een ontwerp wel of niet aanwezig is. Dat staat los van religie. Hetzelfde geldt voor het darwinisme. Ook dat is in principe religieus neutraal. Maar sommigen gebruiken wetenschap en darwinisme als bouwstenen voor een atheïstische levensvisie. Daarom ervaren sommige mensen de discussie zo heftig.

Vorige week dinsdag liepen de gemoederen hoog op in de Tweede Kamer, heb ik begrepen. Kamerlid Bert Bakker werd na afloop gevraagd: waarom reageerde u zo emotioneel? Hij antwoordde: dit gaat over heel diepe gevoelens. En zo is het. Uiteindelijk raken oorsprongsvragen aan onze levensovertuiging, of je nu christen, atheïst of moslim bent. Een wetenschappelijk debat is niet volkomen waardevrij. En dit debat zéker niet. In die zin is er een relatie met levensbeschouwing. Ik ben niet naïef. Ik weet dat die relatie bestaat. Dat weet de minister ook. Haar insteek is positief. Al was het prematuur om de discussie te koppelen aan onderwijs. Maar zij is óók minister van Wetenschappen, en dát is het terrein waar deze discussie hoort plaats te vinden. Bovendien heeft ze nadrukkelijk gezegd geen veranderingen te willen in het onderwijs.»

Vindt u dat het debat helder gevoerd wordt, zoals van wetenschappers verwacht mag worden?

Cees Dekker: «Zeker niet. Allerlei zaken lopen door elkaar heen. Het debat speelt zich af op ten minste drie gebieden. Er is het academische debat, een interne discussie tussen mij en evolutiebiologen. Daar is het de vraag of Intelligent Design als wetenschappelijk idee moet afvallen of dat het een impuls geeft voor nieuwe inzichten. Er is het debat over de relatie tussen geloof en wetenschap. Daarover valt veel te zeggen. Het is niet zo dat evolutie en God tegenover elkaar staan. Er zijn een heleboel gelovigen die evolutionist zijn. Een derde discussie gaat over de rol van religie in de maatschappij. Hoe gaan we om met een multiculturele samenleving met daarin verschillende levensovertuigingen? De minister wil daarin een voorzet geven.»

Hoe ziet u de verhouding tussen geloof en wetenschap?

«Wetenschap is gebaseerd op vooronderstellingen. Voor mij is de wetenschap geen levensovertuiging, maar een werktuig. Wetenschap beschrijft heel krachtig een deel van onze materiële werkelijkheid. Het is een methode om meer inzicht te krijgen in de werkelijkheid. Uit mijn wetenschappelijke bevindingen weet ik dat het heelal uit de Big Bang ontstaan is. Maar behalve in een materiële werkelijkheid geloof ik ook in een geestelijke. Daar ligt de waterscheiding tussen een atheïst en een christen, zoals ik.

De hamvraag is: wat is de ultieme bron van de realiteit? Is dat een geestelijk principe zoals God, of geldt: in den beginne waren er deeltjes en meer niet. De atheïst zal zeggen: uiteindelijk is er alleen materie. Dat vind ik geen bevredigende beschrijving van de werkelijkheid die ik ervaar. Je hebt een kader nodig om de wereld te beschouwen. Een atheïstisch wereldbeeld vind ik te beperkt. Ik kan mij niet voorstellen dat materie automatisch de menselijke geest heeft opgeleverd die de werken van Shakespeare schreef en de Beethovens muziekstukken componeerde. Het spijt me, daar geloof ik gewoon niet in.»