De hand van god

De onderlinge verschillen tussen mensen vallen weg, alle betrokkenen beseffen ineens weer hoeveel ze om elkaar geven en hoe waardevol het leven is. Reddingsacties op tv: het nieuwe feel-good-genre.
HET IS RUSTIG op het strand van Baywatch, de populaire jongerenserie die Veronica op zaterdagavond op prime time uitzendt. De camera overziet het zonnige tafereel. Samen met Mitch, de stoere baas van de strandwacht. Zonaanbidders in een halve coma, kinderen die in het water spetteren, mooie meiden die lopen te flaneren in minuscule badpakken.

Maar Mitch is niet gerust. De gemoedelijkheid van het strandtafereel is maar schijn. Dat weet hij en dat weten wij. Rust is in een serie als Baywatch slechts de voorbode van een naderend onheil. Een omgeslagen boot, een vervaarlijke draaikolk, een loslopende verkrachter - er is nog heel wat variatie in de rampen die zich per aflevering voordoen op het immer zonnige strand. Het beroep van strandwacht is een gevarieerd beroep. Maar een ondergewaardeerd beroep. Daar weet Mitch alles van. De donkere blik waarmee hij het strand afspiedt, wordt mede veroorzaakt door de onrust in zijn hoofd. In de vorige scene heeft hij een gesprek gehad over zijn overleden vader. De vader die niet zoveel zag in het beroep van zijn zoon. Die liever had gewild dat Mitch architect was geworden in plaats van een simpele strandwacht. Die nooit heeft gezegd: ‘Ik ben trots op je, zoon…’
Maar daar is ineens de eerste ramp van de aflevering. Gelukkig maar, want veel langer kan het peinzende hoofd van Mitch het drama niet meer vasthouden. Tijd voor actie. Een brandende boot! Midden op het water!
WAT VOLGT is een scene zoals je die tegenwoordig dagelijks op televisie kan tegenkomen. Een brand, een verkeersongeluk, een overstroming, een schietpartij. Echt of namaak, dat maakt op televisie nog maar weinig verschil. Het filmen van een werkelijk ongeluk en het voor de camera naspelen van eenzelfde ongeluk levert precies dezelfde soort beelden op. Met dezelfde paniekerige cameravoering, dezelfde hoeveelheid rotzooi, vlammen en bloed, en hetzelfde chaotische, vervormde geluid. Het enige wat een fictief ongeluk misschien nog onderscheidt is de steevaste ontploffing. Die is in het echt slecht te filmen, daar moeten zelfs de aanwezige cameraploegen zich voor uit de voeten maken.
Ook bij de brandende boot in Baywatch is er ontploffingsgevaar. Dat zie je bijvoorbeeld aan de steeds terugkerende shots waarin de boot vanaf een grote afstand is gefilmd. Opdat er zodadelijk genoeg ruimte in het beeld is voor de uitdijende vuurwolken en de rondvliegende resten van de boot. Maar voorlopig ontploft er nog niks. Er is nog precies tijd genoeg voor een redding-op-het-nippertje. Verschillende strandwachten arriveren bij de boot. Mitch als eerste. Hij klimt over de rand en verdwijnt in de vlammen. Hij komt terug met een man en een vrouw, die beiden worden opgevangen door de leden van het Baywatch-reddingsteam.
Maar we zijn er nog niet. 'My baby, my baby!’ gilt de zojuist geredde vrouw. (Waarom ze de baby niet zelf heeft meegenomen, daar moeten we even niet bij stilstaan. Waarschijnlijk om Mitch de kans te geven zich te bewijzen tegenover zijn overleden vader.) 'Save my baby!’ gilt de vrouw, en van schrik is haar stem de slow-motion in geschoten.
De rest van de redding gebeurt in slow- motion. Een prachtige uitvinding is dat. Met slow-motion kun je een gebeurtenis die zich in werkelijkheid binnen een paar seconden afspeelt, uitrekken over een langere tijdsspanne. Dat is voor iedereen handig. De kijkers kunnen precies volgen wat er in die beslissende seconden gebeurt. Ze zijn ook meteen onder de indruk, want slow- motion heeft een zwaar dramatisch effect. De makers hoeven minder te filmen voor meer resultaat. En voor de redders in de betreffende scene is het makkelijker want die hoeven niet zo hard te rennen. Het langzaam afspelen van een snelle handeling suggereert vreemd genoeg dat deze handeling zich in het echt in een bovenmenselijk tempo heeft afgespeeld. Zo snel dat deze voor het oog (van de camera) niet te volgen was geweest.
Een educatief bij-effect is dat de kijkers thuis zo'n handeling in slow-motion eenvoudig kunnen naspelen. In de eerste klas van de middelbare school speelde ik met mijn vriendinnen in de pauze de man van zes miljoen. Deze hoofdpersoon uit de gelijknamige Amerikaanse televisieserie (gespeeld door Lee Majors) is in mijn herinnering de eerste televisieheld wiens superkrachten zich per definitie in slow-motion manifesteerden. Als hij met zijn zogenaamde bionische oog in de verre verte een situatie bespeurde die zijn hulp noodzakelijk maakte, was hij daar in een oogwenk, maar je zag hem in vertraging rennen. Ook zijn bionische arm gebruikte de man van zes miljoen in slow-motion. Dus als wij in de pauze een zware schooltas optilden met bionische kracht, hoefden we dat alleen maar heel langzaam te doen, onder het uitspreken van het magische slow-motion-geluid 'diggediggediggedig’.
DIT EDUCATIEVE aspect lijkt misschien onbelangrijk, maar dat is het niet. Let maar eens op: alle programma’s waarin ongelukken en reddingsacties centraal staan, hebben een opvoedend tintje. Ze doen alsof ze gemaakt zijn om ongelukken te voorkomen. Rescue 911, het veelbekeken Amerikaanse reality-programma van RTL4 dat als voorbeeld fungeerde voor een stroom aan navolgers, is gemaakt om bekendheid te geven aan het alarmnummer 911. Een vast onderdeel in ieder item is het draaien van dit nummer. En in weerwil van '911 is a Joke’, de smalende popsong die Public Enemy over deze hulpdienst schreef, is in de televisieserie de redding altijd nabij. Rescue 911 vertelt waargebeurde verhalen over kleine kindertjes die het alarmnummer belden, of die hun moeder van de verstikkingsdood redden door een speciale handeling na te doen die ze op televisie hebben gezien. Rescue 911 laat zien hoe informatie levens kan redden. Informatie zoals het programma zelf die en passant verstrekt.
Het programma wordt aan elkaar gepraat door een vertrouwenwekkende man met een donkerbruine stem. 'Kinderen moeten oppassen bij het verlaten van de schoolbus’, zegt hij ter afsluiting van het nagespeelde drama van het meisje Angel dat door haar eigen schoolbus werd aangereden. Hij geeft nog wat recente informatie over nieuwe detectoren op de schoolbussen, een verhaal dat de Nederlandse kijkers niks zegt want wij hebben hier heel andere bussen.
Maar wat doet het ertoe. Die afsluitende waarschuwing en die paar woorden degelijke informatie hebben slechts een symbolische functie. Zij geven een schijn van nuttigheid aan het naspelen van een ongeluk zoals dat in Rescue 911 gebeurt. Opdat wij vooral niet denken dat deze programma’s er voornamelijk zijn voor het plezier van de kijkers en de producenten.
'DE CHAUFFEUR HAD de rondweg moeten nemen’, zegt Jan Douwe Kroeske ernstig aan het eind van de Vara-serie Twaalf steden, dertien ongelukken, die ongeveer tegelijkertijd met Baywatch wordt uitgezonden. Achter hem worden de brokstukken nog opgeruimd van het ongeluk waarmee de aflevering eindigde. Het embleem van Veilig Verkeer Nederland dat bij de aftiteling verschijnt, suggereert dat er in dit programma voorlichting wordt gegeven. Dat er levensgevaarlijke verkeerssituaties worden ontrafeld, met een uitleg over de verkeersregels die werden overtreden.
Twaalf steden, dertien ongelukken toont weliswaar wat er voorafging aan een ongeluk dat werkelijk heeft plaatsgevonden, maar een analyse van de verkeerssituatie is ver te zoeken. Wat we per aflevering zien zijn de levens van de betrokken personen in de laatste dagen, uren, minuten voor het ongeluk. Een zoon krijgt ruzie met z'n ouders en springt woest op z'n brommer. Computerleveranciers krijgen hun vrachtje niet afgeleverd en jakkeren geirriteerd terug naar het magazijn.
Het ongeluk als resultaat van botsende karakters of belangen. En als katalysator van dramatische spanning. Want net als bij Baywatch weet je als kijker dat iedere achteloze gebeurtenis de oorzaak kan zijn van het ongeluk dat onvermijdelijk gaat komen. Zo'n te verwachten ongeluk geeft zelfs het meest slordige verhaaltje de schijn van een doordachte opbouw.
De brandende boot in Baywatch werd bijvoorbeeld voorafgegaan door een onbetekenend vuurtje in een olievat, ergens op het strand. Logan, een blonde strandwacht die jonger is dan Mitch maar met minstens zo'n gespierde borstkas, ziet het vuurtje. Het herinnert hem aan iets verschrikkelijks, maar hij weet niet precies wat. Het gevoel keert sterker terug bij de brandende boot, en het belemmert hem om Mitch te helpen bij zijn heldhaftige reddingsactie. Als Mitch in slow-motion de baby uit de boot haalt, kijkt Logan in slow-motion toe. Tijdens die eindeloze, uitgerekte seconden waarin Mitch een leven redt, staart Logan in de vlammen alsof hij thuis voor het haardvuur zit te dromen. Zijn collega strandwacht had voor z'n ogen kunnen verbranden, met de baby erbij, en hij deed helemaal niks. De nachtmerrie van een beroepsredder.
De verlamming van de jonge strandwacht is essentieel voor dit reddingsverhaal. Zijn weigering maakt het optreden van zijn collega minder vanzelfsprekend. Zelfs als je van beroep strandwacht bent, stelt iedere noodsituatie je voor een keuze. En die keuze is niet alleen bepalend voor het lot van het slachtoffer dat je eventueel kunt redden. Die keuze is net zo ingrijpend voor de rest van je eigen leven. En de doorslaggevende argumenten zijn niet rationeel. De beslissing om in te grijpen moet razendsnel worden genomen, nog voor het slow-motion gedeelte van de reddingsactie begint.
Dat beslissingsmoment, daar draait het om in al die reddingsverhalen waar de televisie momenteel van vergeven is. Of het nou gaat om brandweerseries, gereconstrueerde ongelukken, om vliegende dokters of om reality-verslagen over de ambulance en het politiebureau, de hoofdpersoon in deze verhalen is niet het slachtoffer of een eventuele dader. Centraal staan de personen die meewerken aan een reddende handeling. In de interviews met de betrokkenen die terugblikken op de nagespeelde actiescenes in Rescue 911 komt het slachtoffer aanvankelijk niet eens aan het woord. Dat is niet alleen om de spanning erin te houden - heeft hij of zij het ongeluk overleefd, en zo ja, in wat voor fysieke en geestelijke toestand? -, de visie van het slachtoffer is ook niet interessant genoeg. Het slachtoffer is immers maar een lijdend voorwerp in het reddingsverhaal. Belangrijker is de rol van de reddende persoon. Zijn of haar optreden wordt geanalyseerd. Wat bracht deze persoon ertoe om z'n eigen leven te riskeren voor iemand anders die hij meestal niet eens kent?
'Ik heb ook kinderen van die leeftijd,’ zegt de verpleger op de ambulance die het meisje Angel liefdevol begeleidde in de helicopter naar het ziekenhuis. 'Het had mijn eigen kind kunnen zijn.’ De vrouw die een pasgeboren baby in een bus langs de snelweg mond-op-mondbeademing gaf, zegt dat de aanblik van het hulpeloze wezentje het beste in haar bovenbracht. 'Toen ik de baby zag liggen, wilde ik er alles aan doen om haar in leven te houden.’ De jongen die een meisje uit de skilift redde, handelde volgens de vader van het meisje uit pure naastenliefde. 'Ach’, zei de jongen met een verlegen lachje. 'Sommige mensen in dit leven zijn “watchers”. Anderen zijn “doers”. En ik ben blij dat ik tot de “doers” blijk te behoren.’
DAT IS NOU HET aantrekkelijke van reddingsprogramma’s: ze maken de wereld zo overzichtelijk. Morele waarden waarvan we in het dagelijkse leven niet meer weten hoe we ze inhoud moeten geven, duiken bij een ongeluk in hun meest pure en eenvoudige vorm op. Er is ineens weer een duidelijk onderscheid tussen goed en slecht handelen. Goed handelen leidt tot een onbetwistbaar heldendom. Niet meteen, we moeten altijd even afwachten of en hoe het slachtoffer het ervan af brengt, maar het loopt altijd redelijk goed af. Een enkele keer belandt het slachtoffer in een rolstoel, en er moet nog even flink geknokt worden bij de revalidatie. Maar een beetje reddingsprogramma eindigt met de ontroerende hereniging van slachtoffer en redder, waarbij het slachtoffer stuntelig probeert uiting te geven aan zijn/haar oneindige dankbaarheid.
Het fijne gevoel dat reddingsacties op tv je kunnen geven wordt ook veroorzaakt door de saamhorigheid die ervan afdruipt. De onderlinge verschillen tussen mensen vallen weg, botsende karakters of belangen spelen geen rol meer. Familieleden of vrienden beseffen weer hoeveel ze om elkaar geven. Alle betrokkenen beseffen ineens weer hoe waardevol het leven is. Ze hebben weer oog voor het wonder van het bestaan.
Erg mooi zijn ook de programma’s waarbij de natuur het geredde slachtoffer is. Gestrande walvissen die door het juiste wiebelen in de branding de weg naar de zee weer vinden. Een verdwaalde beer die geelektrokuteerd wordt door een hoogspanningskabel, door mensenhanden wordt opgelapt en dan in het bos haar jong weer vindt. Dat geeft het broodnodige tegengewicht voor sombere gedachten over de puinhoop die de mens heeft aangericht in de onschuldige natuur.
Slachtoffers herkennen in een onverwachte redding de hand van God, redders voelen zich de uitverkoren uitvoerders van een plan van hogerhand. 'Dat ik nu naar hem kan kijken en kan zien dat hij om mijn grapjes lacht, dat is goud waard’, zegt de politieman over zijn neergeschoten collega wiens slagader hij net op tijd en op de juiste manier dichtdrukte. Dat je voor een geslaagde reddingsactie geen bionische arm nodig hebt, tonen de dappere telefonisten uit Rescue 911. Zij krijgen de oproep voor hulp binnen, ze houden de draad vast waar het leven van de slachtoffers aan bungelt.
'Ik was de enige die haar kon helpen’, zegt de telefoniste die de vrouw bijstond die door haar eigen man in haar benen was geschoten. 'Ik moest haar kalmeren.’ Wat was de telefoniste gelukkig dat de ambulance op tijd kwam. 'Ik had een band met haar gekregen tijdens het gesprek. Ik was een vriendin van haar geworden.’ Rescue 911 maakt duidelijk dat iedereen een redder kan worden. Als je maar goed naar het programma kijkt. (En als je bij een echt ongeluk maar beseft dat je niet naar de televisie zit te kijken.)
WAS DAT AAN DE HAND met de falende blonde god Logan uit Baywatch? Greep hij daarom niet in bij de brandende boot? Omdat hij niet besefte dat het ongeluk dat hij aanschouwde levensecht was? Hij beleefde de brand als een herinnering. Een herinnering aan zijn vader. Die was strandwacht, in tegenstelling tot de ondankbare vader van Mitch, en was bij een reddingsactie om het leven gekomen. Gelukkig: Logan bleek dus niet echt tot de watchers te behoren. Een onverwerkt trauma veroordeelde hem tot de schuldeloze categorie van de slachtoffers.
Maar ook zijn redding was nabij, in de persoon van een hypnotherapeut. Die zocht Logan nog tijdens dezelfde aflevering op. En om te bewijzen wat het resultaat was van die reddingsactie, mocht Logan tot slot nog eigenhandig een kind uit een diepe put halen. Iedereen kan gered worden, is de uiteindelijke boodschap. Zelfs van verlammende trauma’s. Als we maar aan het werk gaan, en vooral voorkomen dat we een watcher worden van het ongeluk van ons eigen leven.