De handdruk

In een heftig conflict is niets vanzelfsprekend. Bij het begin van de beslissende besprekingen over het vredesakkoord tussen Israel en de Palestijnen wensten Arafat en Rabin zelfs niet in één ruimte aanwezig te zijn. Clinton pendelde van de ene zaal naar de andere. En of het nu gaat om onderhandelingen tussen de Israeli’s en de Palestijnen of tussen de Noord-Ierse protestanten en katholieken, altijd is de eerste ontmoeting een mijnenveld. Over de wijze van begroeten kan al weken heftig zijn overlegd. Elkaar de hand schudden is immers allesbehalve neutraal. En als het dan toch gebeurt, mag dat niet zonder toestemming worden gefotografeerd of gefilmd. Voor de achterban kan deze eenvoudige geste van beleefdheid immers al teveel zijn.

De moordenaars van mijn broeders en zusters geef je geen hand. Dat is een erkenning die de vijand niet verdient en de indruk wekt dat de helft van zijn schuld al is vergeven. Het is bovendien een verwijzing naar de handdruk die later wellicht een akkoord bezegelt. De vijand moet het respect met concessies verdienen, niet op een presenteerblad aangereikt krijgen.
Mensen die zijn opgegroeid in een land dat al een halve eeuw in vrede leeft en waar in het parlement nooit wordt gescholden, waar nooit een politieke moord gebeurt en waar de consensus zo verstikkend is dat iedereen zonder vrees oproept tot meer debat, is het niet gemakkelijk om zich deze zware symboliek eigen te maken. In Nederland schud je gedachteloos vele handen, zonder daarmee ook maar iets te willen zeggen. Generaal Karremans komt uit deze vriendelijke samenleving. Dus liet hij zich, zoals de etiquette vereist, door zijn gastheer Mladic vriendelijk begeleiden naar de deur, nam met een glimlach de cadeautjes in ontvangst voor zijn vrouw thuis, gaf de Servische generaal een hand en verliet Srebrenica. Afgelopen maandag liet Nova deze nog nooit vertoonde beelden zien van dit kameraadschappelijke afscheid. De onschuld van de uitwisseling van beleefdheden maakte het tafereel ondraaglijk. Karremans beseft geen moment de symboliek van wat hij doet. Met de handdruk lijkt hij een duivelspact te bezegelen, waarin Mladic in ruil voor een paar lullige presentjes de vrijheid krijgt duizenden moslims te vermoorden.
Martha Nussbaum heeft in The Fragility of Goodness beschreven dat machthebbers soms voor tragische keuzen komen te staan, waarbij pijnlo ze alternatieven ontbreken. Wat ze ook doen, offers zijn onvermijdelijk. Het minste dat machthebbers volgens Nussbaum in zo'n geval kunnen doen is het leed niet verdoezelen, maar erkennen. Het rapport van de Verenigde Naties toont nogmaals aan dat Karremans de macht niet had om de Serviërs te weerstaan. Luchtsteun is door zijn superieuren bij de Verenigde Naties nooit serieus overwogen. Dat de Nederlandse bevelhebber zich liet verdrijven valt daarom te billijken, maar laakbaar is dat hij na deze nederlaag niet meer wilde weten hoe pijnlijk de terugtocht was. In interviews hield hij vol dat hij niet wist wat er met de Moslims gebeurde. En dat zie je ook terug in het door Nova uitgezonden afscheidsritueel. De generaal houdt vast aan een militaire erecode, aan een misplaatst gentlemensidee van sportiviteit. Eerst vecht je met elkaar, daarna drink je een goed glas. Voor het gemak vergeet hij even dat hij nu juist niet had gevochten en dat de heer Mladic nu juist geen gentleman is. Voor deze welopgevoede Hollandse heer is het ondenkbaar dat soms juist beleefdheid ongepast is.