Interview Arnold Labrie

De hang naar zuiverheid

Crises, oorlogen en bloedbaden. Waarom kunnen naties niet vreedzaam naast elkaar leven? Arnold Labrie, hoogleraar maatschappij- en cultuurgeschiedenis, gebruikt het begrip «zuiverheid» om de westerse samenleving te analyseren.

Historici zijn geïnteresseerd in het bijzondere, het ongewone, de breuken met het alledaagse. Vandaar dat ze vaak een grote belangstelling hebben voor de minder aangename momenten in het menselijke bestaan, voor crises, oorlogen en bloedbaden. Wat zijn de oorzaken van dit soort ellende? Hoe komen mensen ertoe elkaar de hersens in te slaan? Lange tijd is grootschalig bloedvergieten verklaard vanuit botsende religies, nationalisme of klassestrijd. Echt bevredigend waren die verklaringen niet, want hoe kwam het dan dat niet alle godsdiensten opriepen tot vernietiging van andersdenkenden? Waarom bestonden naties soms heel lang vreedzaam naast elkaar? En waarom bleef in de meeste landen de proletarische revolutie uit?
Een begrip dat al wat meer helderheid verschafte, was de utopie. Als gelovigen ervan overtuigd waren dat de hemel op aarde aanstaande was, als politieke bewegingen erop uit waren de heilstaat te verwezenlijken — dan waren spoedig de lijken niet meer te tellen. Het voordeel van deze nadruk op de rol van de utopie, was dat overeenkomsten tussen nationaal-socialisme, communisme en bepaalde vormen van religieus fundamentalisme zichtbaar werden.


Het afgelopen decennium is echter een nieuw thema opgedoken dat mogelijk meer helderheid verschaft dan de oudere verklaringen. Opeens werd er veel aandacht besteed aan wat men zou kunnen noemen «het verlangen naar zuiverheid». In veel culturen speelt het onderscheid tussen «rein» en «onrein», «zuiver» en «onzuiver» een belangrijke rol, waarbij uiteraard de eigen groep geldt als zuiver. Onzuiver, dat zijn de anderen. En onzuiver is alles wat de eigen orde bedreigt, alles wat wordt geïdentificeerd met chaos en verwarring. Om de eigen groep zuiver te houden is vermenging uit den boze, en dienen buitenstaanders ook daadwerkelijk buitengesloten te worden. En dit uitsluitingsproces kan onder bepaalde omstandigheden resulteren in daadwerkelijke uitroeiing van «de anderen». Het op het eerste gezicht onschuldige, aantrekkelijke begrip «zuiverheid» bleek ineens levensgevaarlijk.
In Frankrijk verschenen diverse boeken over dit onderwerp, waaronder Bernard-Henri Lévy’s La pureté dangereuse uit 1994. In hetzelfde jaar aanvaardde Arnold Labrie de leerstoel maatschappij- en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Maastricht met een oratie getiteld Het verlangen naar zuiverheid. Labrie was ook een van de redacteuren van een bundel essays, verschenen onder auspiciën van het Huizinga Instituut, over dit thema. En vorig jaar publiceerde de oude en beroemde socioloog Barrington Moore zijn Moral Purity and Persecution in History.
Het boek van Barrington Moore kwam uit op het moment dat Arnold Labrie de laatste hand legde aan het boek waarin hij de ideeën uit zijn inaugurele rede uitwerkte. Dat boek, Zuiverheid en decadentie, is nu verschenen en analyseert de rol van het begrip «zuiverheid» voor de westerse cultuur tussen 1870 en 1914. De keuze voor dit tijdvak is gebaseerd op de veronderstelling dat zuiverheid vooral een allesoverheersend thema is in crisisperiodes. En de westerse samenleving maakte in deze jaren ongekend snelle en diepgaande veranderingen door. Het boek opent met een inleidend deel, waarin het idee van zuiverheid wordt geanalyseerd vanuit achtereenvolgens een filosofisch, antropologisch en historisch perspectief. Daarna volgt een aantal casestudies van zeer uiteenlopende denkers en schrijvers als Nietzsche, Thomas Mann, Bram Stoker, Zola, Huysmans en Barrès.


Tien jaar lang is Labrie met het thema «zuiverheid» in de weer geweest, en als ik hem spreek op een natte, grijze zaterdagochtend, is hij duidelijk opgelucht dat de klus geklaard is. Voor Labrie, die in ongeveer alles het tegendeel lijkt van de grijze kamergeleerde, wordt het weer tijd voor iets anders. Had hij echter ook niet een beetje de pest in toen het onderwerp «zuiverheid» ineens vrij populair werd en er meerdere boeken verschenen?
Lachend ontkent Labrie dit. «Natuurlijk ben je altijd bang dat anderen jou het gras voor de voeten wegmaaien, maar tegelijkertijd had het merkwaardig genoeg ook iets geruststellends. Het was blijkbaar niet helemaal mijn gekte. Het was dus duidelijk niet zo dat ik dingen in de geschiedenis aan het projecteren was, maar dat er toch echt wat aan de hand was. Origineel zijn is leuk, maar als je de enige bent die iets zegt begin je hem natuurlijk ook wel een beetje te knijpen. Wat dat betreft gaf dat boek van Barrington Moore echt vertrouwen. Dat is immers niet de eerste de beste modieuze schrijver, dat ís echt iemand.»
Dat historici en sociologen zich pas in de jaren negentig gingen verdiepen in het thema «zuiverheid» was wellicht geen toeval. In hoeverre had het te maken met de val van de Muur? Tot het einde van de jaren tachtig waren veel historische verklaringen nogal ideologisch gekleurd, hadden ze een sterk politieke lading. Die tijd lijkt nu achter ons te liggen. Labrie: «Het zogeheten einde der ideologieën speelt op de achtergrond zeker een rol, maar in de jaren negentig kwam het onderwerp ‹zuiverheid› ook gewoon sterk naar voren. Denk aan Bosnië, Rwanda en de Rushdie-affaire. Dat zijn drie situaties waarin met name de gevaren van het zuiverheidsdenken duidelijk worden. Deze gebeurtenissen vonden overigens plaats buiten de westerse context, maar ze vormden natuurlijk wel een aanleiding om naar de eigen cultuur te kijken. En de val van de Muur zorgde ervoor dat het mogelijk was om op een niet-ideologische wijze naar het eigen verleden te kijken. Hebben wij in Europa soms geen ‹Bosnië› gekend? Nou, als je dan terugkijkt naar de twintigste eeuw, zie je dat die wordt gevormd door nationalisme, fascisme en communisme. In die drie ideologieën speelde de zuiverheidsgedachte een prominente rol. Ze claimden alle drie de absolute waarheid en sloten andere daarmee uit. Met alle gevolgen van dien.»
Op zich is de notie van zuiverheid niet geheel nieuw in de wetenschappelijke literatuur, alleen waren het heel lang vooral antropologen die het begrip hanteerden. Historici zijn nogal eens bang voor dit leentjebuur spelen, omdat zij van mening zijn dat de inzichten van antropologen uitsluitend betrekking hebben op primitieve samenlevingen. Volgens Labrie is die huiver onzinnig: «Wij als historici hebben sterk de neiging om de burgerlijke samenleving als modern te beschouwen, en alles wat daaraan voorafging als iets totaal anders te zien. Natuurlijk zijn wij anders, maar ik denk dat we voor negentig procent hetzelfde zijn als mensen in zogenaamde primitieve samenlevingen. Vandaar dat ik vind dat je een begrip als «zuiverheid» goed kunt gebruiken om de burgerlijke samenleving mee te analyseren.
Je moet je de vraag stellen: wat maakt cultuur mogelijk? Je moet een cultuur niet apart zetten. Met inachtneming van de verschillen moet je ook kijken naar de overeenkomsten. Wat maakt het voor mensen mogelijk om in een georganiseerd verband te leven? Kleinschalig of grootschalig, dat verschil komt later. Het onderscheid tussen zuiver en onzuiver is in alle samenlevingen fundamenteel. Je moet een orde aanbrengen, en die ordegedachte staat in mijn boek centraal. Dat betekent dat er een binnen en een buiten is, en dat is geen neutrale scheiding.»


Toen in 1998 de mede door Labrie geredigeerde bundel De hang naar zuiverheid verscheen, waren er critici die erop wezen dat «zuiverheid» hard op weg was een catch all-begrip te worden waarmee werkelijk alles te verklaren viel. Labrie: «Ik ben nogal huiverig voor het woord ‹verklaren›, dat ruikt wel erg sterk naar de negentiende-eeuwse natuurwetenschappen. Wat je probeert te doen, is een zinvol verband plausibel te maken. Ik heb vooral geprobeerd eens op een andere manier naar de zaak te kijken. Als ik me beperkt had tot zaken als racisme, nationalisme en fundamentalisme, dan hadden de conclusies erg voor de hand gelegen. Veel interessanter was het daarom te kijken naar de betekenis van zuiverheid op andere terreinen. Volgens sommige mensen is dat tamelijk link, want de implicaties van al die bewegingen zijn natuurlijk totaal anders. Je kunt zuivere poëzie propageren, maar dat is nog wel iets anders dan antisemitisme. Maar dat is natuurlijk zo evident, moet je dat er nog bij vertellen?
Het gevaar dat zuiverheid verwordt tot een inhoudsloos begrip is zeker aanwezig. Je moet je dat realiseren, je moet voortdurend laten zien dat het idee van zuiverheid per historisch-culturele periode een eigen invulling krijgt, afhankelijk van de context. Natuurlijk verschilt het idee rond 1900 van de invulling in de zestiende eeuw, toen was het nog puur vanuit de religie gedacht. Rond 1900 zijn we uit die context en zie je dat het begrip zich uitstrekt over levensterreinen die ogenschijnlijk verzelfstandigd zijn. We kijken erg gefragmenteerd naar een cultuur, we onderscheiden duidelijk verschillende domeinen. Tegelijkertijd zie je echter dat er overeenkomsten zijn tussen die verschillende domeinen, omdat ze allemaal moeten reageren op dezelfde ontwikkelingen. Het zijn niet alleen maar schotjes naast elkaar. De autonomie van de kunst, van de wetenschap et cetera, dat is toch grotendeels ideologie? Wij weten immers beter, de wetenschap is helemaal niet autonoom. Dat zie je door dit soort begrippen. Hierdoor kun je allerlei parallellieën demonstreren. Dat is tenminste mijn inzet.»
Hoe reëel dit alles ook klinkt, het blijft toch behoorlijk algemeen, je kunt er nog steeds alle kanten mee op. Labrie bevestigt dit, maar vervolgt dan: «Als je kijkt hoe het boek is opgebouwd, dan zie je dat na een aantal algemene beschouwingen er niet voor niets verschillende casestudies volgen. Omdat je daarmee kunt laten zien wat er met zo’n notie gebeurt. Wat verandert de notie van zuiverheid als we daarmee gaan kijken naar het oeuvre van Zola? Krijgen we nieuwe inzichten in Zola, krijgen we via Zola nieuwe inzichten in het Frankrijk in die tijd? Zola stond natuurlijk niet op zichzelf, er was een wisselwerking. Het werk van Zola resoneert als het ware de politieke, maatschappelijke en culturele trillingen van die tijd. Bij Zola is er veel meer aan de hand dan alleen zuiverheid. Huysmans reageerde op dezelfde trillingen heel anders. Een individu staat niet op zichzelf maar is het snijpunt van alle culturele en maatschappelijke invloeden waarop hij reageert, maar de manier waarop hij reageert is misschien wel uniek. Je kunt door middel van één individu heel concreet laten zien hoe zo’n notie van zuiverheid doorwerkt.»


Toch heeft een dergelijke aanpak als nadeel dat de lezer van een aantal figuren heel veel weet en van anderen niets. Je zou je dan kunnen afvragen of de auteur niet precies die voorbeelden heeft gekozen die in zijn kraam te pas komen. Labrie: «In het algemene gedeelte heb ik lijnen uitgezet, tendensen gesignaleerd, verbanden gelegd, daarna heb ik in het werk van afzonderlijke figuren laten zien hoe die zaken steeds terugkeren. Ik hoop dat naarmate de lezer verder komt die tendensen beter zichtbaar worden. Wat mij betreft mag de lezer na lezing van het stuk over Thomas Mann nog twijfels hebben over het belang van de notie van zuiverheid. Bij het stuk over Bram Stoker moet de lezer inmiddels het gevoel krijgen dat er wel degelijk wat aan de hand is. En bij Zola moet hij dan toch echt voor de bijl gaan.
Natuurlijk is de verleiding groot om alleen te kijken naar die schrijvers van wie je van tevoren weet dat voor hen het zuiverheidsdenken belangrijk is, dus naar decadente en nationalistische schrijvers. Het is dus interessanter om ook naar andere figuren te kijken. Zola leek niet erg voor de hand te liggen. Hij stond in Frankrijk immers bekend als de grote liberaal, de democraat, de archetypische intellectueel, de verdediger van Dreyfus. Dat hoofdstuk over hem kun je zien als een vorm van contra-expertise. En dan merk je dat zuiverheid bij hem, ook al was hij zich daar niet echt van bewust, een grote rol speelt. Er waren trouwens ook schrijvers die zich heel sterk bewust waren van de rol van zuiverheid. Thomas Mann speelt duidelijk met dat thema, en Nietzsche thematiseert het zelfs. Hij had zelf al de belangrijkste conclusie getrokken: het streven naar zuiverheid is zelf onzuiver. Duidelijker kan het niet, daar kan ik niet nog eens overheen.»


Het zuiverheidsdenken mag dan van alle tijden zijn, en de hedendaagse lichaamscultus en obsessie met gezondheid zijn hier zeker voorbeelden van, in het huidige tijdsgewricht speelt het in de westerse cultuur toch een veel minder dominante rol dan in de jaren 1870-1914. Bovendien is het nu in de eerste plaats een persoonlijke zaak, terwijl het toen door sommigen werd gebruikt om massa’s mee te mobiliseren. Dat zuiverheidsapostelen levensgevaarlijk kunnen zijn, is het afgelopen decennium bewezen in Bosnië en Rwanda, terwijl ze onder fundamentalistische moslims nog steeds zeer actief zijn. Religie kan kennelijk nog altijd een funeste invloed uitoefenen. Opvallend is het daarom dat Labrie in zijn boek vrij positief is over de rol van de katholieke kerk, een instelling die bij veel intellectuelen toch geen goed kan doen. Labrie: «Het is niet mijn bedoeling om een pleidooi voor de katholieke kerk te houden, laat staan om mensen op te roepen zich te bekeren, maar het is een feit dat die kerk altijd vrij fel gereageerd heeft op zuiverheidsapostelen. Om de eigen machtspositie niet in gevaar te brengen moest de katholieke kerk een stabiliserende rol spelen. Dat is alleen mogelijk als je de ideologie enigszins matigt, als je tegenstellingen niet op de spits drijft. In dat opzicht was het protes tantisme veel meer een exponent van het zuiverheidsdenken, was het veel gevaarlijker omdat het voortdurend de zaak op scherp zette.»
Overigens ontkent Labrie niet dat het zuiverheidsdenken ook aantrekkelijke kanten heeft: «Mijn moeder las vroeger voor uit Tolkien. Nou, als je ergens een obsessie met zuiverheid wilt vinden, dan moet je In de ban van de ring lezen. Het probleem met de notie van zuiverheid is dat het niet werkbaar is, dat je de norm zo hoog stelt dat het altijd moet tegenvallen. Het is een onhaalbaar ideaal, waarbij je telkens op groepen mensen stuit die niet aan jouw criteria voldoen, en die dus ‹gezuiverd› moeten worden. Het streven naar zui ver heid kent een eigen dynamiek, die tot de meest verschrikkelijke consequenties kan voeren.»

Arnold Labrie, Zuiverheid en decadentie: Over de grenzen van de burgerlijke cultuur in West-Europa, 1870-1914. Uitg. Bert Bakker, 536 blz., ƒ66,-