Commentaar buitenland

De haperende motor van Europa

In Duitsland heet hij de «zondagsvraag», de vraag die in Nederland zo verraderlijk werd beantwoord door vele respondenten. «Als er komende zondag verkiezingen waren, op wie zou u dan stemmen?» Op zondag 9 augustus leverde die vraag nog 36 procent van de stemmen op voor de sociaal-democratische SPD van bondskanselier Gerhard Schröder, en 41 procent voor de christen-democratische CDU/CSU geleid door de Beierse Edmund Stoiber. Afgelopen zondag bleek dat de SPD onverwacht is begonnen aan een bescheiden inhaalslag: 38 procent voor de SPD, de CDU/CSU blijft steken op 41 procent.

Afgelopen zondag zag Duitsland voor het eerst in zijn geschiedenis een live televisie debat tussen twee kanselierskandidaten, uitgezonden na het stellen van de «zondagsvraag». Er keken bijna vijftien miljoen mensen, ongeveer net zo veel als naar een belangrijke wedstrijd van het Duitse nationale voetbalelftal. De strijd tussen Schröder en Stoiber eindigde volgens de kijkers onbeslist. Stoiber, voorheen afgeschilderd als een stijve hark en vergeleken met losers als Al Gore en Lionel Jospin, verbaasde vriend en vijand met een aanvallend en betrekkelijk vlot optreden.

De lichte stijging van de SPD in de peilingen is bitter genoeg te danken aan de overstromingen van de afgelopen weken. Die worden in Duitsland ervaren als een nationaal trauma. Schröder beloofde onmiddellijk zoveel mogelijk fondsen in de getroffen gebieden te pompen, en schrapte om dat te bekostigen een geplande belastingverlaging. De kiezers zagen dat als krachtig staatsmanschap en beloonden de kanselier met een voor hem gunstig antwoord op de Sonntagsfrage.

Maar toch, Schröder en zijn regering hebben op een belangrijk punt gefaald. De bondskanselier beloofde de werkloosheid terug te brengen tot 3,5 miljoen. «Anders ben ik het niet waard herkozen te worden.» Inmiddels zijn er meer dan 4,4 miljoen werklozen (9,7 procent van de beroepsbevolking), en is het economische tij gekeerd. Duitsland heeft nauwelijks kunnen profiteren van de economische opleving in de jaren negentig, vooral door de zeer hoge loonkosten van Duitse arbeid. Dat is de regering aan te wrijven: Schröder is de onvermijdelijke confrontatie met de zeer machtige vakbonden uit de weg gegaan. Zijn pogingen om naar Nederlands voorbeeld een driehoeksoverleg in te voeren tussen werkgevers, werknemers en de overheid zijn mede daardoor mislukt, evenals een Duitse versie van de Melkertbaan en de invoering van flexwerk. Uitzendbureaus zijn in Duitsland een zeldzaam verschijnsel.

De Duitse verkiezingen zijn van groot belang voor Europa, belangrijker dan de vierjaarlijkse verkiezing van een Europees parlement. Welke regering na 22 september ook zal zetelen in Berlijn, de belangrijkste taak is de economische hervorming. De Duitse economie is nog altijd de motor van Europa. Blijft die haperen, dan komen niet alleen de Europese aspiraties als «grootste handelsblok ter wereld» in gevaar, maar ook de financiële basis onder de euro.