De robots rukken op

De hardwerkende machine

Een nieuwe golf van robotisering zal in 2013 de economie ingrijpend doen veranderen. Wat de mens niet meer wil omdat het te duur of te vies is, wordt overgenomen door machines, zelfs in de seksindustrie.

De werknemers van de toekomst zitten in Friesland achter glas. In een fabriek van Philips in Drachten staan tientallen kasten opgesteld in rijen, als een verzameling enorme aquaria. De inhoud: 128 robots.

Jarenlang waren het mensen van vlees en bloed die in een Chinese fabriek de scheer­apparaten in elkaar zetten. Maar in 2011 haalde Philips de productie terug naar Nederland. Nu doen in Friesland robots wat eerder honderden mensenhanden deden. Nieuwe banen zijn er nauwelijks ontstaan. Het werk wordt immers vooral door machines verricht.

Philips is niet het enige voorbeeld. Wereldwijd huren bedrijven hightechrobots in die steeds ingewikkelder werkzaamheden verrichten. De redenen waarom Philips de scheer­apparaten weer in Europa ging produceren, waren vooral stijgende transport- en loonkosten. Robots worden daarentegen steeds goedkoper. Ze kunnen bovendien steeds meer. Wereldwijd worden er jaarlijks bijna tweehonderdduizend nieuwe robots in gebruik genomen. Inmiddels worden er per tienduizend werkers 55 robots ingezet. In landen als Zuid-Korea, Japan en Duitsland zijn het er zelfs 250 tot 350.

De gevolgen voor de economie en de samenleving zijn enorm. Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (mit) schreven er een veelbesproken boek over: Race against the Machine. Zij stellen dat de robotisering een steeds grotere bedreiging vormt voor werk­nemers, ook in industrielanden.

Niet iedereen ziet het zo somber in. Volgens Gerard Pfann, die als hoogleraar economie in Maastricht onderzoek doet naar het functioneren van markten en bedrijven, is het beeld tweeslachtig: ‘Robotics kan een positieve bijdrage leveren aan de werkgelegenheid in de nabije toekomst.’ Tegelijkertijd gaat het daarbij vooral om hoogwaardige productieprocessen, waarvoor hoogopgeleid personeel is vereist. ‘Dat kan leiden tot toenemende inkomensongelijkheid’, aldus Pfann.

In landen waar de lonen laag zijn en de meeste mensen eenvoudige werkzaamheden verrichten, is de impact van robots het grootst. In november vorig jaar arriveerden de eerste tienduizend robots in een Chinese fabriek van Foxconn. Tot eind dit jaar moeten er nog eens twintigduizend ‘Foxbots’ bij komen.

Foxconn is met meer dan één miljoen werknemers een van de grootste werkgevers in China. Het Taiwanese bedrijf produceert onder meer de iPhones en iPads voor Apple, maar ook elektronica voor Nokia en computers voor Dell. Op foto’s van de fabrieken zie je honderden mensen naast elkaar in rijen. Ze dragen allemaal dezelfde witte of blauwe werkpakken, buigen zich over tafeltjes, zetten plastic deeltjes of kabeltjes in elkaar. In één fabriek van Foxconn werken en leven vaak meer dan honderd­duizend mensen. Het bedrijf is meermalen in opspraak geraakt vanwege de miserabele werkomstandigheden. Het afgelopen anderhalf jaar pleegden tientallen werknemers zelfmoord.

De baas van Foxconn, Terry Gou, kwam om die redenen onder vuur te liggen – en bedacht een oplossing. Tot eind 2013 wil hij één miljoen robots aanschaffen, zei hij enkele maanden geleden. De mensen in de Foxconn-fabrieken kunnen dan worden vervangen door machines. Die werknemers moeten volgens Gou in de toekomst ‘higher up the value chain’ gaan werken; meer ingewikkelde taken overnemen dus.

De eerste Foxbots zijn er al. Vooralsnog is niet iedereen overtuigd van hun waarde. De iPhone 5, volgens Foxconn-baas Terry Gou ‘het meest ingewikkelde toestel dat we ooit moesten bouwen’, kunnen ze niet maken. De robots zijn alleen in staat om de oudere versies in elkaar te zetten. Ze zijn daarnaast ook prijzig. Volgens Amerikaanse bloggers heeft Foxconn zo’n 20.000 tot 25.000 dollar in elke robot geïnvesteerd, de kosten voor elektriciteit en onderhoud niet meegerekend. Toch zijn de robots aantrekkelijk, schreef het weekblad The Economist. Robots zijn beter te managen en te controleren, ze klagen niet en zijn op de lange termijn goedkoper. Want ook in China stijgen de lonen fors. Na de zelfmoordgolf moest het bedrijf de salarissen met een kwart verhogen.

De komende tijd zal Foxconn dan ook tien- tot twintigduizend menselijke werknemers ontslaan. Voor elke robot twee mensen. Die ontwikkeling roept vragen op. Als het China lukt om straks een significant aandeel van zijn werkkrachten in de textiel- en elektronica­productie door robots te vervangen, vergroot dat de economische kloof. Er ontbreekt dan een trede op de maatschappelijke ladder. Hoe komen bijvoorbeeld laagopgeleide mensen, boeren, migranten die in ontwikkelingslanden naar de steden trekken aan werk? Tot op heden vonden ze dat in fabrieken. Eenvoudige werkzaamheden verrichten was hun toegangskaart tot de arbeidsmarkt.

De gevolgen reiken nog veel verder omdat er als gevolg van robotisering niet alleen voor individuen een ‘trede’ zal ontbreken, maar ook voor landen. Ontwikkelingslanden, waar de lonen laag zijn, waren aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven. Dat kan wel eens gaan veranderen. Productie outsourcen naar goedkopere landen is niet langer nodig als robots dezelfde werkzaamheden ook in Europa kunnen verrichten.

Hoogleraar Pfann bevestigt dat de robotisering voor meer ongelijkheid kan zorgen, zowel binnenlands als internationaal. Een oplossing voor dit probleem is volgens Pfann ‘democratisch beslissen, eerlijk delen, maar vooral investeren in educatie en opleiding voor de gehele bevolking’. Door scholing kan het probleem van de ontbrekende ‘trap’ worden opgelost.

Toch is ook dat geen wondermiddel. Neem Duitsland. De werkloosheid is er in Europees opzicht laag, rond de zeven procent, en dat ondanks de vele robots in de auto-industrie. Maar veel lager gaat niet, stellen politici en economen. Er zal nooit meer Vollbeschäftigung, volledige werkgelegenheid, komen. Voor een bepaalde groep mensen is er nu eenmaal geen werk. Zelfs met behulp van scholing, speciaal werkloosheidsbeleid en projecten kunnen zij niet het opleidingsniveau bereiken dat nodig is om deel te nemen aan de moderne economie. Zij staan langs de zijlijn – definitief.

Ondanks de crisis zijn er vorig jaar meer dan 180.000 nieuwe robots in gebruik genomen, aldus de International Federation of Robotics (ifr). De komende jaren verwacht deze internationale organisatie, die zich met de promotie en de stimulering van de ontwikkeling van robots bezighoudt, een stijging van vijf procent. Binnen afzienbare tijd wordt de grens van jaarlijks tweehonderdduizend nieuwe robots doorbroken.

Vanuit Frankfurt, waar de ifr gevestigd is, somt secretaris-generaal Gudrun Litzenberger de voordelen op: robots werken nauwkeurig, efficiënter en zuiniger. Ze kunnen vies, gevaarlijk of saai werk overnemen. En ze produceren altijd op hetzelfde kwaliteitsniveau.

Het is een vergissing dat als een bedreiging af te schilderen, vindt Litzenberger: ‘Nog geen vijftig jaar terug moesten mensen heel veel meer en harder werken. Tegenwoordig ben je zaterdag en zondag, soms zelfs ook vrijdagmiddag vrij.’ Dat is mede te danken aan automatisering en robotisering. Door het inzetten van robots zijn landen in staat met minder werk dezelfde hoeveelheid of zelfs meer welvaart te produceren.

Litzenberger noemt als voorbeeld de vergrijzing: ‘Over een paar jaar zijn er veel meer oudere mensen, maar er zullen minder arbeidskrachten beschikbaar zijn. De vraag naar spullen zal echter niet dalen.’ Met name China wordt hard getroffen. Vanwege de snelle vergrijzing als gevolg van het één-kindbeleid, maar ook doordat met de welvaart de vraag naar goederen sterk groeit. ‘Voor Chinese bedrijven zijn robots daarom de enige oplossing om meer te kunnen produceren’, aldus Litzenberger. In 2011 steeg het aantal nieuwe robots in China met 51 procent. In geen ander land ter wereld is de vraag naar robots zo groot, schrijft de ifr in haar jaarlijkse rapport Wordrobotics.

Foxconn is daar het beroemdste voorbeeld van. ‘Foxconn laat echter ook zien dat we pas aan het begin staan’, zegt Litzenberger. Het bedrijf kondigde één miljoen robots binnen drie jaar aan, maar vooralsnog staan er slechts tienduizend. Dat laat volgens Litzenberger al zien dat je mensen niet zomaar kunt vervangen: ‘Een fabriek zonder mensen zal nooit bestaan.’ Sommige taken kunnen waarschijnlijk nooit door robots worden overgenomen. Er zullen bovendien altijd mensen nodig zijn om de robots te controleren en te programmeren.

De robotica-federatie schrijft in een onderzoek dat door het inzetten van robots nieuwe banen ontstaan. Wereldwijd werken inmiddels zo’n 150.000 mensen in de productie en ontwikkeling van robots. Nog eens 150.000 mensen verdienen hun geld met onderhoud en bediening. En dan zijn er de indirecte effecten. Robots produceren spullen die anders wellicht niet zouden bestaan. Daarmee zorgen ze ook voor nieuwe bedrijvigheid, zegt het rapport. In de elektronica zouden bijvoorbeeld wereldwijd, in productie en verkoop, tussen de drie en vijf miljoen banen zijn ontstaan die er zonder de nieuwe mobieltjes en PlayStations niet waren geweest.

De nieuwe golf van robotisering beperkt zich niet tot het bedrijfsleven. ‘Robots werken al lang niet meer alleen in fabrieken’, concluderen drie auteurs van het Rathenau Instituut voor wetenschap en technologie in Den Haag. Robots dringen het alledaagse leven binnen. Overal robots: Automatisering van de liefde tot de dood hebben ze hun afgelopen jaar verschenen boek daarom genoemd.

Rinie van Est, een van de auteurs, denkt dat er een nieuwe robotica ontstaat. Nu werken robots in fabrieken. Maar in de toekomst kunnen ze als soldaten op het slagveld mensen doden, als politierobot dienst doen of als zorg­robots oude en zieke mensen steunen.

Aziatische landen denken zelfs na over het introduceren van seksrobots. Inderdaad, voor in de seksindustrie. Prostituees zouden dan overbodig worden. Neem Zuid-Korea. Omdat prostitutie er verboden is, werden tot nu toe plastic poppen verhuurd. Als dat succesvol is, vragen denkers als de Amerikaan David Levy (tevens auteur van Love and Sex with Robots) zich af, waarom dan niet ook seksrobots verhuren? Anderen menen dat robots niets minder dan de toekomst van de prostitutie zijn. Om dezelfde redenen waarom ze ook in fabrieken worden ingezet: ze doen vies werk. Machines voelen geen schaamte of pijn. In dat opzicht hebben de seksrobot, de soldatenrobot en de robot van Foxconn iets gemeen. Ze verrichten werkzaamheden die de mens niet meer wil doen omdat ze te duur, te vies, te zwaar zijn.

Rinie van Est wijst daarom op een morele vraag die met de introductie van de nieuwe robots ontstaat. Wanneer er een technisch alternatief bestaat voor vieze of gevaarlijke werkzaamheden brengt dat dan geen ethische verplichting met zich mee om robots in te zetten? In hun boek stellen Van Est en zijn collega’s dat men het ‘principe van onnodig risico’ moet toepassen: ‘We accepteren op het werk of in een oorlog geen doden. Daarom worden robots of drones ingezet’, zegt Rinie van Est. Moet dit principe dan niet ook voor prostituees gelden, aangezien prostitutie vaak op dwang en geweld uitloopt?

Een antwoord op deze vraag moet de uitkomst van een maatschappelijke discussie zijn. ‘De robotisering vindt al plaats. Het is hoog tijd om na te denken over de gevolgen hiervan en hoe we daarmee omgaan’, aldus Van Est. ‘Dat is niet iets van 2050, maar van nú.’