De heelheid van het cda

Het CDA likt de wonden. En maakt zich op voor een nieuwe toekomst. Een toekomst die ‘zekerheid, rechtshandhaving en warmte in de samenleving’ moet bieden. Want, zo bezwoer een gereanimeerde Lubbers: ‘Een toekomst zonder waarden is de woestijn.’
HET KOMT VAKER voor dat een Europarlementarier als buikspreker voor zijn nationale partij fungeert, maar ditmaal was de volgorde wel heel opvallend. Op een besloten symposium afgelopen vrijdag in Amsterdam zei de christen-democratische Europarlementarier Arie Oostlander, sprekend over het ‘Bolkestein-effect’ bij de recente gemeenteraadsverkiezingen: ‘Wat mij opvalt is dat veel partijen Bolkestein benijden om zijn succesvolle gebruik van het thema van de buitenlanders. Ze denken: als wij dat thema eerder hadden aangesneden, hadden misschien wij en niet de VVD die stemmen binnengehaald.’ Doelde Oostlander hiermee op de interne discussie in zijn eigen partij over de vraag hoe de historische verkiezingsnederlaag van vorig jaar ongedaan moet worden gemaakt? Heeft de partijleiding in vertrouwelijke stukken, waarover al enige tijd geruchten de ronde doen, aangekondigd meer nadruk te gaan leggen op de migratieproblemen om op die manier de VVD de wind uit de zeilen te nemen?

Het kan natuurlijk toeval zijn, maar de volgende dag verraste de buitenlandwoordvoerder van de partij, Jaap de Hoop Scheffer, een bijeenkomst van CDA-jongeren in Den Bosch met het plan om de rechten van vluchtelingen verder aan banden te leggen. ‘Uit de samenleving stijgen onmiskenbaar steeds vaker vragen op hoe, waarom en aan wie wij als Nederlandse samenleving opvang willen en kunnen bieden. Vragen die de politiek niet mag afdoen als borrelpraat’, aldus De Hoop Scheffer. De CDA-fractie heeft 'een eigen verhaal op dit terrein, omdat er voor ons geen taboe op rust. Dat brengt bijvoorbeeld met zich mee dat wij het uitgangspunt hanteren dat Nederland geen immigratieland is.’
De stukken waarin het nieuwe fractiestandpunt wordt uitgestippeld, blijven weliswaar vertrouwelijk, maar De Hoop Scheffer wilde graag alvast een tip van de sluier oplichten. Bij wijze van nieuwe maatregelen denkt het CDA onder meer aan een verkorting van de asielprocedure tot dertig dagen, gedurende welke de asielzoeker permanent wordt opgesloten. Na een afwijzing dient hij of zij meteen op straat of over de grens te worden gezet. Indien het land van herkomst niet meewerkt, moet de ontwikkelingshulp aan dat land worden verminderd. En om de vlucht van afgewezen asielzoekers in de illegaliteit tegen te gaan, moet Nederland een algemene identificatieplicht invoeren en de vliegende brigades achter de grenzen intensiveren.
KORTOM, DE HOOP Scheffer was in zijn element. De voormalige D66'er, die in 1986 rooms werd om een plaats op de CDA-kieslijst te bemachtigen en met de hakken over de sloot in de kamer kwam, profileert zich sindsdien voornamelijk op het onderwerp van de asielzoekers. Dat wordt hem niet door alle partijgenoten in dank afgenomen en zijn zoveelste aanval op de Nederlandse asielpraktijk deed de CDA-jongeren steigeren van verontwaardiging. De zaal ging onmiddellijk in de tegenaanval en confronteerde de spreker met de partijbeginselen: wat blijft er over van de uitgangspunten van solidariteit en gerechtigheid als deze maatregelen erdoor komen? Maar De Hoop Scheffer was niet van zijn stuk te brengen; volgens hem is er helemaal geen sprake van een tegenstelling. Dat mensen met een donkere huid zich bij voortduring zullen moeten legitimeren, lijkt hem geen bezwaar: 'Ach, natuurlijk wordt de moeder die in haar zomerjurkje haar kind naar school brengt niet naar haar identiteit gevraagd.’ Hij vond het ook een heel sociale gedachte dat asielzoekers 'zo snel mogelijk het besluit horen en gedurende de opvangprocedure in de opvangcentra blijven. Daarvoor mogen ze in onze ogen geen gewoon huis hebben, zoals dat nu uit nood gebeurt.’ Acties van vluchtelingencomites en kerken om de uitzetting van groepen asielzoekers te voorkomen, zijn hem een gruwel: 'Dat maakt me echt boos. Ik vind het heel begrijpelijk dat zo'n straat of kerk zich met die mensen solidariseert, maar van ons moet het zo ver niet komen. Ze mogen geen gezicht hebben.’
Een dag later bevestigde fractievoorzitter Enneus Heerma dat de Bossche redevoering van De Hoop Scheffer het fractiebeleid weergaf. Wordt dit werkelijk de nieuwe koers van de Nederlandse christen-democratie? Gaat het danig geslonken CDA, dat tot nu toe niet meer dan halfslachtig oppositie tegen paars heeft kunnen bieden, werkelijk proberen zijn gezicht te redden door de allerzwaksten in ons land een gezicht te ontzeggen? Het is een bescheiden geruststelling dat zo'n strategie de partij in elk geval niet veel stemmen zal opleveren. Kiezersonderzoek wijst uit dat de electorale problemen van het CDA niet incidenteel maar structureel zijn. De WAO-blunder die de partij bij de landelijke verkiezingen van mei vorig jaar de kop kostte, blijkt eerder een symptoom dan een oorzaak van de vervreemding van de achterban te zijn geweest. En daaraan is niet alleen de secularisering van de Nederlandse kiezer debet. In zijn veelbesproken onderzoek Afscheid van de verzuiling? concludeert de Leidse politicoloog Andeweg: 'Aan de electorale aderlating van het CDA leverde de ontzuiling weliswaar een bijdrage, maar het CDA verloor aantrekkingskracht op alle groepen kiezers, en de verminderde werfkracht onder niet-kerkse kiezers heeft bij het CDA meer schade aangericht dan de ontzuiling van de eigen, natuurlijke achterban.’ Die vervreemding kan niet zomaar ongedaan worden gemaakt door een openlijk beroep te doen op het aanpalende electoraat van de VVD of het Algemeen Ouderen Verbond, laat staan dat van de Centrumdemocraten. Daarvoor is meer vereist.
EEN MEERDERHEID in de partij lijkt dat gelukkig te beseffen. Terwijl De Hoop Scheffer in Den Bosch zijn plengoffer aan de oprukkende vreemdelingenhaat bracht, besprak de rest van de partijtop in de gerestaureerde Nieuwe Kerk in Den Haag de werkelijke problemen. Onder het motto De christen-democratie als beweging van de toekomst confereerden tal van oude en nieuwe CDA-coryfeeen, van Norbert Schmelzer en Jelle Zijlstra tot Ernst Hirsch Ballin en Yvonne van Rooy, over de oorzaken en consequenties van de historische terugval naar 34 kamerzetels. Opvallend afwezig was de hoofdschuldige, voormalig lijsttrekker Elco Brinkman, wiens 'gereformeerde rompstand’ - de uitdrukking is van de katholieke historicus Bornewasser - vorig jaar talloze kiezers heeft weggejaagd. Het was dan ook een bijna surrealistische gewaarwording om het kale hoofd van Frits Wester - destijds Brinkmans pr-adviseur en nu chef van de parlementaire redactie van RTL4 - onbekommerd door de somber gestemde christen-democratische gelederen te zien deinen, op zoek naar leuke plaatjes.
En die waren er genoeg. De eerste dag van het symposium viel al bijna in het water door een onbesuisd interview van de kersverse partijvoorzitter Hans Helgers met de Volkskrant, waarin hij de indruk wekte de langstzittende leden van de CDA-fractie te beschouwen als 'eigenwijze harken’ die bij de volgende verkiezingen onverwijld van de lijst moesten worden afgevoerd: 'Na twaalf jaar is het mooi geweest.’ Verwijzend naar de vijftig tot zestig procent katholieken onder de CDA-stemmers zei hij: 'We moeten nadrukkelijk investeren in de jonge generatie onder de veertig jaar, katholieken en vrouwen.’ Hij had moeten weten dat elke zinspeling op de bloedgroepen binnen het CDA taboe is. Fractie en partijbestuur stonden op hun achterste benen, en op vrijdagmiddag, terwijl het symposium al begonnen was, waren Helgers en fractievoorzitter Enneus Heerma nog altijd bijeen in spoedberaad - het zoveelste sinds de partij naar de oppositiebanken werd verbannen. Toen Helgers ten slotte bij de Nieuwe Kerk arriveerde met een schriftelijke verklaring waarin alle commotie werd toegeschreven aan een door de Volkskrant 'geschapen werkelijkheid,’ stond hij tot overmaat van ramp tien minuten voor een dichte deur en moest hij met het zweet in de handen het aanstormende journaille van zich af zien te houden.
Gelukkig voor Helgers toonde de vergadering begrip voor de 'relatieve onervarenheid’ van haar verloren zoon, zodat de crisis bezworen leek, maar op maandag legde Trouw in een commentaar de vinger op de wonde plek: bij een door de wol geverfde voormalige regeringspartij als het CDA kan zo'n krampachtige omgang met de pers niet worden afgedaan met een beroep op onervarenheid of onwennigheid in de rol van oppositiepartij. Er is sprake van een ideologische verwarring en politieke desorientatie die voortdurend tot crisisberaad en noodoplossingen dwingen. Sinds de Arscop-soap van april vorig jaar - toen de electoraal reeds zieltogende Brinkman zich moest verdedigen vanwege zijn commissariaat bij het frauderende bedrijf van zijn oom 'pistolen-Arie’ - wordt de kijker dan ook bij praktisch elke uitzending over het CDA getrakteerd op blunderende woordvoerders, schielijk wegduikende fractiemedewerkers en onophoudelijk geween en geknars van tanden achter gesloten deuren.
MAAR WELLICHT is het einde van de lange tocht door de woestijn dan toch nabij. Tijdens het laatste, openbare gedeelte van het symposium in de Nieuwe Kerk bleek dat de Bossche redevoering van De Hoop Scheffer inderdaad de opmaat is voor een harder, rechtser CDA-beleid. De ware taak van het CDA is weliswaar gelegen in 'het oprichten van tekenen van het komende Koninkrijk Gods’, zo bezwoer de directeur van het wetenschappelijk instituut, Jos van Gennip, maar voor het zover is, moet de partij haar 'bastionfunctie tegen links’ weer terugkrijgen: 'De aanhang van het CDA vindt zichzelf rechts. Even rechts als de kiezers van de VVD. Weet u wat een centraal probleem is voor de aanhang van het CDA? Het minderhedenvraagstuk. Meer nog dan voor de VVD-achterban. Een hoge waarde hechten de kiezers van het CDA ook aan het gezin. Een zeer laag vertrouwen is er in het probleemoplossend vermogen van de politiek.’ Volgens Van Gennip verlangt de burger naar 'zekerheid, rechtshandhaving en warmte in de samenleving’, naar een overheid die 'sober, krachtig en betrouwbaar’ is, maar bovenal naar honorering van het tegenwoordig bijna vergeten ideaal van de kleinburger: 'werk, ondernemen, sparen, huisbezit, duidelijke erkenningen van relaties van wederzijdse afhankelijkheid’.
De overige redevoeringen waren al evenzeer doordrenkt van cultuurpessimisme, zondebesef en christelijk waardenproza. Onophoudelijk hamerden de sprekers op herstel van 'gemeenschapszin’ en 'gemeenschapsbesef’. Alleen de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, J. P. H. Donner, liet weten de individualisering ook te beschouwen als een gezonde uitdaging: 'Sociale structuren verdwijnen niet, ze worden gevarieerder. Ieder heeft binnen die structuur meer ruimte en vrijheid.’ In zijn ogen liep het CDA door het benadrukken van de slechtheid van mens en wereld juist het risico om voor zichzelf de deur naar de toekomst dicht te slaan.
Even leek de discussie over de recente verkiezingsnederlagen zelfs diepgang te krijgen door een ingelast gesprek tussen vijf gewone CDA-leden uit kringen van de vakbond, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke organisaties. Dit panel noemde onder meer de zelfgenoegzaamheid en zelfs de 'arrogantie van de macht’ als oorzaken, maar tot een debat met de zaal kwam het niet. Aller ogen waren inmiddels gericht op Ruud Lubbers, die met zijn langverbeide slottoespraak (het symposium was al twee keer uitgesteld omdat hij nog niet over de teleurstelling van het verkiezingsdebacle heen was) het oude christen-democratische vuur moest doen oplaaien.
En inderdaad, even leek het of Lubbers nooit weg was geweest. Al was het maar vanwege die ene, adembenemende retorische zwaai waarmee hij het succes van paars naar zich toe trok: 'Het driesporenbeleid van onze voorgaande drie kabinetten heeft de grondslag gelegd voor het beleid van paars. Het CDA-beleid is zo succesvol geweest, zo overtuigend voor VVD en PvdA, dat deze partijen nu samen een regering vormen.’ En na een ogenblik stilte, de blik naar het kerkgewelf geheven: 'Veel van wat toen gezaaid werd, wordt nu geoogst.’ Toch liet ook hij, onder verwijzing naar de bevrijdingstoespraak van de koningin, niet na te wijzen op de 'vervlakking en verbrokkeling, ja zelfs, zoals het op 5 mei heette, de ontbinding van de samenleving.’ Nederland moet weer leren vertrouwen op de sociale cohesie, de eigen identiteit en cultuur onder een 'sobere en strenge overheid’, een overheid die de oude, vertrouwde waarden nieuwe inhoud geeft, want 'de heelheid van de samenleving staat voorop’. En met een zorgelijke frons van de wenkbrauwen: 'Een toekomst zonder waarden is de woestijn.’ De conclusie was duidelijk: de ondergang van het CDA staat gelijk aan de ondergang van de samenleving.
Toch ontkwam de toehoorder niet aan de indruk dat met de heelheid van de samenleving toch vooral de heelheid van de oude christen-democratische machtspositie werd bedoeld. Er viel een doodse stilte over het gehoor toen Lubbers, als summum van paarse onverantwoordelijkheid en verzakelijking, de verlaging van de kinderbijslag aan de kaak stelde: 'Dat was letterlijk een waarden-loze maatregel.’ Het medeleven van de aanwezigen met de bloedjes van christenkinderen die het CDA-electoraat van de toekomst vormen, was op dat moment bijna tastbaar.