De heelheid van het kind

In Amsterdam ligt het Montessori-onderwijs steeds vaker onder vuur. Vooral de besturen van de stadsdeelraden lijken weinig op te hebben met de inzichten van Maria Montessori. Betekent dit het begin van het einde?

OVER DE ZEGENINGEN van het Montessori-onderwijs zijn de meningen van oudsher verdeeld. In zijn roman Red ons, Maria Montanelli (1989) liet de bekende montessoriaan Herman Koch (Jiskefet) weinig ruimte over voor optimisme. Hij schreef over kinderen van ouders ‘die voortdurend de hete adem van het ontzettend creatief moeten zijn in hun nek voelen hijgen’ en 'vlees-noch-vis-leraren die het allemaal te goed bedoelen’. Kochs sardonische haatverklaring aan het pedagogische systeem van Maria Montessori vond haar culminatie in een droomscène waarin de oude dame zelf over ging tot een precisiebombardement van haar onderwijstempels in de lage landen, Kochs eigen school voorop. Andere ex-montessorianen kijken juist weemoedig terug op hun kinderjaren onder de postume vleugels van Maria Montessori (1870-1952). Tijdens de lancering van de door de Utrechtse hoogleraar vrouwengeschiedenis Marjan Schwegman geschreven biografie Maria Montessori: Kind van haar tijd, vrouw van de wereld, stonden diverse meer of minder bekende Nederlanders op 3 mei jongstleden nostalgisch stil bij hun Montessori-tijd. Ex-theaterdirectrice Cox Habbema, ex-politicus Gerrit-Jan Wolffensperger en Groene-redacteur Max Arian waren drie van de sprekers tijdens de presentatie van de biografie, die uitkwam ter gelegenheid van het vijfenzeventigjarige bestaan van de Nederlandse Montessori Vereniging. In hun causerieën vochten ironie en melancholie om voorrang. VOLGENS VOORZITTER R.F. de Jongh van de Nederlandse Montessori Vereniging is bij montessorianen 'een gezonde dosis zelfspot’ gebruikelijk. 'Er wordt wel eens gezegd dat het Montessori-onderwijs opleidt tot lastige, eigenwijze mensen. Die houding richt zich dan ook tegen de eigen school.’ Het vijfenzeventigste jubeljaar van de Nederlandse Montessori Vereniging is volgens De Jongh vooral een gepast moment om met enige kritische distantie terug te kijken. 'Niet alles wat Maria Montessori heeft geschreven is heilig. Ze heeft hier en daar merkwaardig radicale opvattingen geventileerd. Wat de oude dame bijvoorbeeld heeft beweerd over de Derde Wereld - volgens haar waren de arme landen arm omdat men er niet wilde werken - zou je haar tegenwoordig toch niet graag na willen zeggen, al was het maar om redenen van politieke correctheid. Ook op haar persoon valt wel wat af te dingen. Maria Montessori was een gewiekste zakenvrouw, haar familie deed gemene zaken met Mussolini, en zo zijn er wel meer schaduwkantjes. Wat recht overeind blijft, zijn haar pedagogische inzichten, waarmee ze haar tijd ver vooruit was. Montessori was de eerste pedagoge die rekening hield met de individuele ontwikkelingen van ieder kind. Daar mee zette ze een revolutie in gang die in feite nog altijd voortduurt. De plek die Montessori vroeg voor het zelfstandig leervermogen van ieder kind wordt tegenwoordig ook door niet-Montessori-scholen erkend. In het vwo werkt men tegenwoordig over de gehele linie op individuele wijze.’ (AL BIJ LEVEN onderhield Maria Montessori een warme band met Nederland. Al in de Eerste Wereldoorlog vonden de inzichten van de Italiaanse hier ingang bij een selecte groep vertrouwelingen. Nergens werd zo driftig geëxperimenteerd met haar revolutionaire inzichten als in Nederland. Montessori, een van de eerste vrouwelijke artsen in Italië, ontleende haar visie op het kind aan een mengeling van avantgardistische psychologische inzichten en mystiek uit de theosofische school. In een tijd dat de schoolse tucht vooral met lijfstraffen placht te worden gehandhaafd, kwam zij met een pedagogisch stelsel dat 0 op de eerste plaats uitging van het kind als individu. In de biografie van Marjan Schwegman wordt een fascinerend beeld geschetst van de diepere zieleroerselen van de charismatische onderwijsvernieuwster. Montessori was een uiterst gedreven vrouw, die ijdel genoeg was om te accepteren dat Mussolini haar onderscheidde met de eretitel 'heldin van het vaderland’, maar tegelijkertijd geen millimeter wenste af te wijken van het ingeslagen pad. Ze ontwikkelde haar 'kosmische’ onderwijsprogramma’s op het door haar geleide schooltje voor achterbuurtkinderen in Napels. Naast een bevlogen idealiste was ze ook een geduchte zakenvrouw. Ze had het patent op de productie van het speciale Montessori-lesmateriaal en dat leverde haar en haar nabestaanden een aardig fortuin op. Haar privé-leven werd niet weinig getroebleerd door het feit dat ze als alleenstaande vrouw het bestaan van haar uit een verhouding geboren zoon voor de buitenwereld verborgen moest houden. De 'kosmische’ benadering die Montessori voorstond, ging vooral uit van de 'heelheid’ van het kind. Collectieve disciplinering maakte juist datgene dood wat het kind bij zijn verdere leven nodig had: karakter, talent en individualiteit. Een van de Nederlandse bewonderaars van Maria Montessori was koningin Juliana, die de flamboyante Italiaanse pedagoge diverse malen ten paleize ontving. Om haar band met Nederland nog verder te onderstrepen ligt Maria Montessori begraven in Noordwijk aan Zee, waar ze ook lange tijd heeft gewoond. (HEDEN ZIJN ER volgens een opgave van de Nederlandse Montessori Vereniging in Nederland maar liefst veertigduizend Montessori-kinderen, verdeeld over honderdzestig basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Aan de explosieve groei van weleer is een eind gekomen, maar het aantal leerlingen breidt zich nog steeds gestaag uit. Toch beginnen zich vandaag de dag nieuwe problemen af te tekenen voor het Montessori-onderwijs in Nederland. Die problemen duiken vooral op in Amsterdam, van oudsher Montessori-stad nummer één. Daar kreeg het imago van het Montessori-onderwijs onlangs een geduchte knauw toen de rechter de leiding van de Veertiende Montessori-school in de Jordaan verantwoordelijk stelde voor een gigantische leerachterstand die bij een van de leerlingen was geconstateerd. Volgens de rechtbank was de school zodanig tekortgeschoten dat de jongen in kwestie maar liefst twee jaar zou achterlopen op leeftijdgenoten op andere scholen. De school werd veroordeeld tot het betalen van alle onkosten die de ouders voor bijlessen hadden gemaakt. Een en ander leidde tot een felle polemiek over de zegeningen van het Montessori-onderwijs, dat al van oudsher kampt met het beeld van een school waar kinderen niets hoeven te leren. Eerder, eind 1997, had dagblad Trouw de uitkomsten van een landelijk onderzoek naar het onderwijs in Nederland gepubliceerd waarbij de Montessori-scholen zeer slecht - gemiddeld een vijf-plusje - scoorden. De Nederlandse Montessori Vereniging bond onmiddellijk de strijd aan door te beweren dat de berekeningen van Trouw malicieus en opzettelijk vertekend waren, maar de paniek werd er niet minder om. Deze maand kreeg het Amsterdamse Montessori-wezen weer een klap te verwerken. Het docentenkorps van de Tiende Montessori Basischool de Meidoorn in de Amsterdamse Baarsjes bleek ten prooi te zijn gevallen aan een fundamentele crisis over aard en wezen van het Montessori-onderwijs. Als gevolg van de crisis zijn niet alleen de directeur en de adjunct halsoverkop uit de school getre3 den, ook nog eens vier docenten - het personeel van de gehele middenbouw - bleken het bijltje erbij neer te hebben gegooid. Het plaatselijke stadsdeelbestuur, belast met het toezicht op het openbare onderwijs in de buurt, plaatste de school gelijk onder curatele. G. Biemans, hoofd afdeling Onderwijs van de Baarsjes, legt uit: 'De verschillen in beleving van wat het Montessori-onderwijs nu precies moet zijn bleken bij de docenten van de Meidoorn zo ver uiteen te lopen dat men niet meer met elkaar door een deur kon. Er was een richtingenstrijd tussen rekkelijken en preciezen ontstaan met als inzet datgene wat men het kosmische onderwijs noemt. Er waren enorme verschillen van mening ontstaan over de wijze waarop men de kinderen tegemoet wilde treden en over datgene wat men qua leerprestatie van het kind wilde vragen. Het leidde tot een grote ideologische scheuring, die weer aanleiding gaf tot vele kleine irritaties tussen de docenten onder4 ling. Op een gegeven moment leidde dat tot tafereeltjes die eigenlijk te gek voor woorden zijn. VOLGENS BIEMANS is het de komende weken vooral zaak om de rust op de school terug te krijgen. 'Men blijkt nu al weken met deze problemen te hebben doorgemodderd. Er bleek al lange tijd geen leiding meer te worden gegeven. Daardoor zijn de problemen aanzienlijk verergerd.’ Biemans wil toe naar een 'bezinningsperiode’, waarin de 'uitgangspunten van het Montessori-onderwijs door het docentenkorps in zijn geheel moet worden onderschreven’. Voorzitter De Jongh van de Nederlandse Montessori Vereniging is niet geïmponeerd door de krachtige uitspraken van de deelgemeente De Baarsjes. 'Crisis op scholen komt overal voor, dus ook onder Montessori-scholen. Het is nu eenmaal steeds lastiger om een goede directie te vinden 5 voor de scholen. Ook het gebrek aan goede docenten wreekt zich. Bij ons misschien nog een graadje erger, omdat er in ons soort onderwijs toch speciale kwaliteiten zijn vereist.’ De Jongh zegt vooral te vrezen dat de Montessori-scholen in Amsterdam worden verlamd door het toezicht van de stadsdeelraden. De Jongh: 'Die deelraden hebben het toezicht op het openbaar onderwijs pas sinds kort in hun takenpakket zitten. We hebben moeten constateren dat die deelraden echter niet over de specifieke kennis beschikken die nodig is om een Montessori-school goed te kunnen beoordelen. Men is geneigd ze over één kam te scheren met de andere scholen in de buurt. Zo weigeren de deelraden ook extra geld uit te keren aan Montessori-scholen, terwijl bij ons het speciale leermateriaal nu eenmaal veel meer kost dan voor een normale school. Tegelijkertijd verbieden de deelraden dat we de ouders iets meer aan ouderbijdrage in rekening brengen. Op die manier wordt het voor ons in Amsterdam wel erg moeilijk opereren. Daarom pleiten we als belangenorganisatie voor het instellen van speciale commissies die toezicht hebben op scholen als de onze. Om het Montessori-onderwijs op zijn merites te kunnen beoordelen, is nu eenmaal speciale kennis noodzakelijk. Alleen al het feit dat die Amsterdamse mini-gemeentebesturen melding maken van zoiets als leerachterstanden op de Montessori-scholen, zegt dat ze niets begrijpen van de Montessori-methodiek. Bij ons kunnen er geen leerachterstanden zijn, want ieder kind werkt in zijn eigen tempo en wordt beoordeeld aan de hand van zijn eigen vooruitgang.’