Essay Holocaust-onderwijs is een mislukt project

De hegemonie van de holocaust

Heeft het herdenken van en het onderwijzen over de holocaust zin gehad? Er vinden nog steeds op grote schaal en op vele plaatsen massamoorden plaats. Misschien moeten we accepteren dat het educatie-project niets heeft opgeleverd.

HOLOCAUST-ONDERWIJS werd niet bedacht door kwaadwillende joden die als slachtoffers gezien wilden worden. Nee, het moest een gift zijn van de joodse gemeenschap aan de wereld. Het Europese jodendom was vernietigd, maar wat het naliet zou toekomstige genocides kunnen voorkomen. Kofi Annan verwoordde vorig jaar het ideaal van holocaust-onderwijs perfect in een opiniestuk: ‘Een essentieel mechanisme om studenten te leren democratie en mensenrechten op waarde te schatten, en ze aan te moedigen zich te verzetten tegen racisme en te strijden voor verdraagzaamheid in hun eigen gemeenschappen.’ De oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties bekent dat hij dacht dat holocaust-onderwijs zou helpen 'toekomstige daden van genocide te voorkomen’, maar dat gebeurde niet: het stuk noemt Cambodja, Congo, Bosnië, Rwanda, Sri Lanka en Soedan. Annan stelt voor te kijken naar 'betere opleiding van leraren’.
Het idee van holocaust-onderwijs begon in 1993 met de opening van het U.S. Holocaust Museum in Washington. De gedachte is eenvoudig, en er zit iets jaren-negentig-achtigs aan de hele onderneming. Vice-president Al Gore - een iconische jaren-negentigfiguur - legde in een speech op de eerste verjaardag van de opening uit hoe het allemaal moest werken: 'Om te voorkomen dat zo'n wreedheid opnieuw plaatsvindt, moeten de mensen die zich betrokken voelen het verhaal vertellen.’ En dat zou het dan zijn. Geef me een kind, zei de holocaust-onderwijs-beweging, en als het mijn tentoonstellingen heeft gezien en mijn cursussen heeft gevolgd, dan geef ik u een vrouw terug als Samantha Power of een man als Warren Christopher of zelfs Kofi Annan - een strijder tegen toekomstige volkerenmoorden, of in elk geval iemand die voorgoed immuun is gemaakt voor racisme en de wens om duizenden burgers te doden met één pennenstreek.
De doelen waren hoog gesteld, en net als veel andere ideeën die na het einde van de Koude Oorlog ontkiemden, leek het aantrekkelijk omdat het niet veel inspanning of kosten vereiste. In Engeland stelde de regering van Tony Blair in 2001 enthousiast een Holocaust Memorial Day in. Als het hele land de holocaust zou herdenken, zou dat volgens hem 'bevestigen dat het goede triomfeert’ over het kwade. Minister van Binnenlandse Zaken Jack Straw was ervan overtuigd dat het herinneren van de holocaust die de joden hadden ondergaan voor iedereen goed was: 'De universele lessen van de holocaust maken deze dag van herdenking betekenisvol voor iedereen in onze samenleving. We delen met ons allen de verantwoordelijkheid om te vechten tegen discriminatie en mee te helpen een waarlijk multicultureel Engeland op te bouwen.’ Vanaf de vroege jaren negentig begonnen veel Europese landen (Frankrijk, België, Luxemburg en een tiental andere), niet gehinderd door gewoonterecht-tradities van vrije meningsuiting, het hunne te doen wat straffen betrof, en initieerden wetten die het ontkennen van de holocaust strafbaar stelden.
Het idee van holocaust-herdenking en -onderwijs is werkelijk uitgeprobeerd. Als studenten überhaupt enig historisch besef bijgebracht krijgen, gaat het over de geschiedenis van de holocaust. Genocide Studies is een academische specialiteit geworden en een goudmijn voor fondsenwerving. Prachtige boeken zijn geschreven en geweldige musea zijn gebouwd - alle in de overtuiging dat ze het ontstaan van toekomstige massamoordenaars en hun gewillige beulen zullen verhinderen. Natuurlijk zijn er versies van holocaust-studie voortgebracht die vulgair, vervormd, versimpeld, onmenselijk en onbedoeld komisch en onwaardig zijn. Maar zelfs oppervlakkige en minderwaardige expressies van 'holocaust-bewustzijn’ bezitten nog oprechte getrouwheid en bezorgdheid en zijn ervan overtuigd dat ook zij een deugdzame strijd voeren tegen de haat.
Over de joden en de staat Israël maakten de oprichters van de beweging zich niet echt zorgen. Het kwam in niemand op dat antisemitisme opnieuw de kop op zou steken, behalve onder enkele holocaust-ontkenners. En wat Israël betreft, de toekomst daarvan zou worden gegarandeerd door het vredesproces van Oslo, dat op de rails werd gezet door dezelfde president die het Holocaust Museum opende in datzelfde jaar 1993, met het vanzelfsprekende vertrouwen dat kenmerkend was voor dat decennium.
Ik denk dat bijna iedereen het erover eens zal zijn dat de theorie van holocaust-onderwijs een van de grote mislukkingen van onze tijd is geweest. Maar het is belangrijk om te weten hoe het is mislukt - en meer nog, te begrijpen dat we nu dan wel zo sentimenteel gehecht zijn aan het herdenken van de holocaust, maar dat dat in de toekomst minder kan worden en grotere gevolgen kan hebben, en hetzelfde geldt voor onze sentimentele afschuw van de schurken die het bestaan van de holocaust ontkennen. Wat gebeurde er toen we leerden over de holocaust? Over het algemeen helemaal niets. Die politici die speechten bij het Holocaust Museum keken in de jaren negentig de andere kant op, net zoals hun voorgangers deden in de jaren dertig, terwijl massamoorden gepleegd bleven worden. Op het antisemitisme-front lijkt de menselijke natuur niet te zijn verbeterd, maar verslechterd. In het ene Europese land na het andere merken - niet-joodse - waarnemers niveaus van antisemitisme op die sinds 1945 niet meer zo hoog zijn geweest, ondanks de Europese lof voor holocaust-herdenking en het straffen van holocaust-ontkenning. Joodse groepen in Zweden verlaten hele steden; de oud-leider van de grootste conservatieve partij van Nederland adviseerde joden die 'herkenbaar joods’ zijn het land te verlaten, omdat de Nederlandse staat ze niet kan beschermen tegen antisemitisch geweld. Het zijn geen holocaust-ontkenners die aanslagen plegen op individuele joden in Nederlandse steden, verre van dat. De Amsterdammers die rabbi Raphael Evers lastigvallen en uitschelden in de tram zijn goed geïnformeerd en roepen 'Joden aan het gas’.
Misschien heeft holocaust-onderwijs meer gedaan dan alleen maar mislukken. Misschien heeft het ook een onbedoeld maar meetbaar effect gehad dat nog slechter is. We denken aan het meisje dat bezwaar had tegen het leren van de Tien Geboden op de zondagsschool: 'Ze zeggen me niet wat ik moet doen en geven me alleen maar ideeën.’ De huidige generatie van studenten aan de universiteit - die van kinds af aan zijn holocaust-onderwezen - zijn op ideeën gebracht. En op campussen over de hele wereld, niet alleen in protestant Europa, kunnen we stellen dat hoe meer de huidige generatie studenten is onderwezen over het kwaad van de holocaust, des te meer Israël voor hen is gaan lijken op nazi-Duitsland en niet op zichzelf. Zelfs als we de verkeerde suggestie afwijzen dat Israël een genocide uitvoert op Palestijnen, heeft ons holocaust-onderricht ons een al even verkeerd idee opgeleverd: dat Israël werd gecreëerd door Europeanen in het Midden-Oosten bij wijze van genoegdoening aan Europese joden voor een Europese holocaust.
De onjuistheid van dat idee is niet puur een kwestie van historisch belang; het is onjuist op een briljant gefocuste manier. Want in feite, afgezien van de ongebroken continuïteit van het joodse leven in Palestina sinds de oudheid, en de terugkerende bevestiging van de connectie van de diaspora met het land Israël, viel de creatie van Israël samen met de creatie van de meeste moderne staten van het Midden-Oosten en Oost-Europa. De joodse staat in Palestina werd gecreëerd door de mensen die de Eerste Wereldoorlog vochten en wonnen, niet de Tweede; en het basismateriaal was hetzelfde als het basismateriaal van de meerderheid van de leden van de Europese Unie en de Arabische Liga: de gebroken territoria van de grote koloniale machten, Duitsland, Rusland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. De begunstigden van die impuls zouden nieuwe staten creëren voor Arabieren en Arabisch sprekenden in het hele Ottomaanse Rijk, voor Zuid-Slaven, Tsjechen, Slowaken, Polen, Litouwers, joden, Armeniërs, Koerden, Esten, Letten, Oekraïeners. Israëls oorsprong is dus postkoloniaal, niet imperialistisch. En degenen die zich zorgen maken over het overleven van Israël moeten zich eigenlijk zorgen maken over het overleven als vrije democratie van andere postkoloniale staten als Libanon, Georgië, Oekraïne en zelfs Litouwen en Polen.

HET IS LEUK om grappen te maken over de naïviteit van Gore, Blair en Annan. Maar we moeten nu net zo hard zijn voor onszelf als we denken aan onze eigen trotse maar sentimentele gehechtheid aan het idee van de holocaust en de lessen ervan voor de mensheid. We moeten slimmer zijn dan zij waren over de politieke en morele kosten voor onze eigen belangen als westerlingen en hoeders van de liberale democratie. Dat zijn we niet.
Vastberaden en handige vijanden van menselijke vrijheid (en zelfs het joodse bestaan) in Israël, in Oost-Europa en elders maken slim gebruik van onze liefde voor clichés over de holocaust en het herinneren. Deze vijanden van de menselijke vrijheid zijn niet noodzakelijk holocaust-ontkenners of geschiedvervalsers. Ze spelen simpelweg in op de historische angsten van de joden en andere volken die zijn opgekomen uit een lange geschiedenis van religieuze of koloniale overheersing.
Neem de postkoloniale relaties tussen Polen en zijn voormalige Russische meesters. Vorige maand erkende de Russische Doema eindelijk Stalins verantwoordelijkheid voor het bloedbad in 1940 in Katyn, waarbij 22.000 Poolse ambtenaren, priesters, hoogleraren en andere notabelen werden vermoord door de geheime politie, de NKVD. Dat Katyn een misdaad van de communistische partij was is nooit betwijfeld. Dus waarom zouden de Polen zich druk moeten maken over wat de Doema nu zegt? De Doema nam de resolutie aan omdat ze graag Polen de baas wilden zijn. Een vooraanstaande afgevaardigde zei tegen de Moscow Times: 'We hebben dit al vaak gezegd en nu wilden [de Polen] het nog een keer van ons horen. In ruil’, voegde hij eraan toe, 'zou de Poolse publieke opinie over Rusland moeten verbeteren.’ En onder moderne Poolse notabelen gebeurde dat ook. De leiders van Polen zijn nu meer bereid om hoge prijzen te betalen aan het Russische Gazprom voor natuurlijk gas dat ze konden onttrekken aan hun eigen olieschaliereserves. Of Poolse toegeeflijkheid jegens de ambities van Rusland iets goeds of iets slechts is moeten de Polen beoordelen - maar duidelijk is dat Rusland de Poolse opinie kan manipuleren door een triviaal gebaar over een grote en gruwelijke misdaad. Poetin - een alumnus van de KGB met institutionele afstamming van de NKVD-massamoordenaars - kon zien hoe gretig de Polen waren om deze erkenning te horen, en hoe weinig het zou kosten om ze tevreden te stellen. Een grote overeenkomst voor Gazprom is een onbetekenende concessie aan 'de geschiedenis’ waard.
Dit is de plot: een tiran met bloed aan zijn handen, die zijn macht wil uitbreiden, doet een 'correcte’ uitspraak tegenover een onschuldige over historische massamoord; onschuldige valt in katzwijm van dankbaarheid. Lezers van Atlantic.com zagen deze zomer zo'n mise-en-scène live worden geblogd vanuit Havana. Onze held, de argeloze Jeffrey Goldberg; de schurk, die hem oneerlijk de baas was, was Fidel Castro. Castro bekende, als gentlemen onder elkaar, dat het onbehouwen antisemitisme van Hugo Chávez van Venezuela en de felle holocaust-ontkenning door Ahmadinejad van Iran beschamend waren voor een man van de wereld als hijzelf. Dit was genoeg om het hart te winnen van Goldberg, die snel Haaretz belde om ze te vertellen hoezeer hij ervan onder de indruk was dat Castro 'oprecht beledigd’ was door holocaust-ontkenning (een generatie nadat Castro de last van hun bedrijven en andere eigendommen had verwijderd uit Cuba’s eigen joodse gemeenschap).
Duizelig door zijn ontdekking dat Castro salonfähig was, was Goldberg bereid om een paar karakterfouten te negeren die veel zwaarwegender waren dan holocaust-ontkenning voor huidige Cubaanse dissidenten, politieke gevangenen, niet-blanken, homoseksuelen en de rest van het al zo lang lijdende Cubaanse volk. Maar de collega-dictators van Castro begrepen de hint. De Boston Globe berichtte wat het resultaat was: 'Chávez heeft virulent antisemitisme in Venezuela getolereerd en zelfs gepropageerd. Maar een dag na Castro’s afkeuring van Ahmadinejads antisemitisme zei Chávez dat hij zou gaan praten met joodse gemeenschapsleiders en verklaarde: “Wij respecteren en houden van het joodse volk.”’ Een paar jaar geleden noemde Chávez joden 'Christus-doders’; een paar maanden terug uitte Chávez het dreigement dat als hij de volgende verkiezing zou verliezen hij het leger erbij zou halen om zelf aan de macht te blijven. Kan hij werkelijk denken dat hij door de juiste geluiden te laten horen tegenover Amerikaanse journalisten kan rekenen op nog vele gelukkige jaren als dictator? Jammer genoeg is Chávez niet zo dom als hij eruitziet. Hij is erachter gekomen dat het bevestigen van de historische waarheid van de holocaust tegenover de juiste naïeveling misschien de prijs is voor het in stand houden van een hedendaagse dictator aan de macht. En Goldberg is niet meer naïef dan welke aanhanger van liberale democratie ook.
Hoe ver kan betrokkenheid bij de holocaust ons het morele moeras in voeren? Als holocaust-bewustzijn kan worden beschreven als een fetisj, dan moeten we rabbi Abraham Cooper nomineren als de Sacher-Masoch ervan. In januari 2010 gaf de goede rabbi dit donderende persbericht uit vanaf zijn kantoor in het Simon Wiesenthal Center: 'Laten Vallen van International Holocaust Memorial Day Zou Ultieme Belediging van de Wereld Zijn van Overlevenden; Zou Aanzetten tot Nieuwe Golf Antisemitisme.’ Het idee dat de holocaust-ontkenning de motor achter antisemitisme is, is absurd - maar het is enkel een extreme versie van onze gehechtheid aan de waarheidswaarde van de holocaust. Het gevolg is dat goedbedoelende liberals in het Westen onopzettelijk meer macht, en niet minder, hebben gegeven aan holocaust-ontkenners, oprecht of cynisch.
Natuurlijk is het ontkennen van de holocaust weerzinwekkend. Maar hoe vaak is het oprecht? Zonder twijfel bestaat authentieke holocaust-ontkenning - en het is een opmerkelijk teken van antisemitisme, van gekte. Maar kijk eens naar een gevaarlijke genocidaire-manqué als Ahmadinejad. Zijn holocaust-ontkenning is te slim om authentiek te zijn. Hij begrijpt dat het fêteren van westerse holocaust-ontkenners zijn vijanden woest maakt - en wanneer zijn vijanden zich druk maken over David Irving denken ze niet aan de beste manier om Iraanse student-dissidenten te steunen of de inzet van zijn kernraketten te vertragen.
De waarheid over de holocaust en het antisemitisme is deze: de meeste antisemieten zijn perfect op de hoogte van de actualiteit van de holocaust; dat zijn de meeste mensen die geloven dat de tijd is gekomen dat de staat Israël wordt geëlimineerd. De meeste antisemieten vinden het authentiek jammer dat het Europese jodendom is vernietigd; ook vinden ze het vaak openlijk jammer dat die Europese joden die ontkwamen aan de nazi’s door te vluchten naar Palestina niet eveneens werden vermoord. Zeg tegen ze dat hun afkeer van het zionisme een symptoom is van ware jodenhaat, en ze zullen geschokt en gekwetst zijn maar ze zullen ze graag de gelijkenis tussen de IDF (Israeli Defende Forces) en de Einsatzgruppen uitleggen. Holocaust-educatie zal, hoe goed de leraren ervan ook worden opgeleid, nooit zulke mensen kunnen ontdoen van hun gebreken in karakter en beoordelingsvermogen - of van hun onderliggende gevoelens over joden als individuen en medeburgers.

EEN LAATSTE VOORBEELD van de onbedoelde destructieve kracht van de hegemonie van holocaust-educatie. Dit najaar publiceerde Yale-historicus Timothy Snyder het goed ontvangen boek Bloodlands, over de Hitler-Stalin-collaboratie bij de vernietiging van Polen en een groot deel van zijn burgers, joods, Pools, Oekraïens en andere minderheden. De meeste critici loofden het - omdat het een nieuwe dimensie onthulde van de Goede Oorlog: dat Stalin en Hitler samenwerkten aan vele gruwelijke projecten en dat hun collaboratie in barbarisme synergetisch was. Recensenten zagen dat Snyder risico nam, en legden omstandig uit dat Snyder niet de misdaden van Stalin vergeleek met de misdaden van Hitler. Maar zijn recensenten redden hem niet, en de man moest zich verdedigen in de Engelse Guardian tegen de aanklacht van morele equivalentie.
Volgens de Guardian-linksen is Snyder een onbewuste medeplichtige van de 'dubbele genocide’ - de notie dat Hitlers misdaden één genocide waren, en de misdaden van Stalin, hoewel anders in vele opzichten, een andere. Communisten en fellow-travellers zijn hartstochtelijke aanhangers van de gedachte dat de joodse holocaust iets unieks is. Zo ook Efraim Zuroff, een bewonderenswaardige nazi-jager in de Israëlische tak van het Wiesenthal Center, die zegt dat het idee dat de 'communistische misdaden even verschrikkelijk waren als die van de nazi’s’ , 'ten onrechte de shoah zou beroven van zijn universeel aanvaarde uniciteit en historische betekenis’. En zo ook Dovid Katz van het Litvak Studies Institute in Vilnius, die in de Tablet de mensen die oproepen tot een herdenking van de Europese slachtoffers van het communisme, aangevoerd door Vaclav Havel, ervan beschuldigde dat ze nazimisdaden wilden goedpraten en 'de holocaust uitwissen’. Katz, Juroff en andere goedbedoelende joden die bekend zijn met de soms onaangename politiek van het tegenwoordige Litouwen zijn enthousiaste strijders, met de Russen, communisten en verschillende trotskistische facties, in de strijd tegen de twee-genocides-theorie.
Denk nog een keer aan de voormalige koloniale macht van Oost-Europa, Rusland. Rusland bedreigt nu een aantal van de kleine landen die de Sovjet-Unie bestuurde omdat het ging om een erfenis van de tsaar. Het heeft een hete oorlog gevoerd tegen Georgië, oorlogen van moordaanslagen en intimidatie tegen Oekraïne, en bedreigt de binnenlandse politiek van Polen, de Tsjechische Republiek en de drie Baltische staten. Allemaal hebben ze gruwelijke historische herinneringen aan verovering en massamoord door opeenvolgende golven van Russisch en Duits imperialisme, eerst tsaristisch, toen wilhelminisch, toen bolsjewistisch, toen nazistisch. Maar de Russen zijn er nog steeds, en links is herboren, in zijn recente postkoloniale en postnationalistische kostuum. Degenen die vasthouden aan de uniciteit van de holocaust en de nazi-gouden-standaard van het kwaad sluiten onbewust een verbond met de hard-linkse activisten die de ideologische oorlog voeren tegen het bestaan van Israël en tegen de mogelijkheid van democratische staten om hun identiteit te bewaren en hun burgers te beschermen. Nazi’s bedreigen niet langer de westerse democratie of het bestaan van joden - het gevaar schuilt ergens anders.
Links heeft het recht om geobsedeerd te zijn door de holocaust. Als trotse en programmatisxche minimaliseerders van communistische massamoord zouden ze verontwaardiging moeten spelen, zo niet voelen, over elke poging de twee wreedheden te vergelijken. Dat is niet omdat de holocaust ze aan het hart gaat maar omdat ze het socialisme weer in de aanval willen zetten - in alliantie met antizionisme indien mogelijk, met antisemitisme indien noodzakelijk, en, vurig, met welke soort van anti-amerikanisme dan ook, zelfs tot zulke hoogte dat terrorisme wordt verontschuldigd. Aan de andere kant, hier zijn wij allemaal, wier holocaust-educatie zo veel mensen uniek lichtgelovig lijkt te hebben gemaakt over de echte vijanden waar tegenwoordig joden en liberale democratieën tegenover staan.


Sam Schulman, voormalig hoogleraar Engels aan Boston University,
is auteur voor de New York Press, The Spectator en Jewish World Review.
Vertaling Rob van Erkelens