Instortende ecosystemen

‘De heide is een steppe geworden’

De stikstofmaatregelen moeten ervoor zorgen dat noodlijdende Natura2000-gebieden, waaronder de Brabantse Kampina, gered worden. Maar het ziet er niet naar uit dat het genoeg is. ‘Voor veel gebieden spant het er nu echt om.’

Natuurgebied Kampina bij Oisterwijk. 2010 © Marcel van den Bergh / ANP

‘Dit is gewoon heel erg triest’, zegt Toine Cooijmans terwijl hij vanonder een eikenboom naar boven tuurt. Achter de takken steekt een strakblauwe hemel af. Daar hoort een dicht, groen bladerdak te zitten, legt de medewerker van Natuurmonumenten uit. ‘De mens rommelt met de bodem. Zestig tot tachtig procent van de eikenbomen op zandgronden als deze is ziek; stikstof is de grote boosdoener.’

We zijn in de Kampina, een natuurgebied tussen de driehoek Tilburg, Eindhoven en Den Bosch. Door een landschap van bos, heide en vennen kronkelt hier het riviertje de Beerze, wat de Kampina een van de meest diverse natuurgebieden van Nederland maakt. Maar tegelijkertijd herbergt het gebied megastallen, snelwegen en de industrie van de Brabantse steden. De ammoniak en stikstofdioxiden (onder de gezamenlijke noemer stikstof) die zij uitstoten, bereiken via de lucht en regenbuien de Kampina.

De stikstof werkt als een meststof voor planten die baat hebben bij een voedselrijke bodem. De makkelijk groeiende bramen, grassen en brandnetels verdringen de meer kwetsbare plantensoorten waar insecten en dieren van afhankelijk zijn. Hun aantallen nemen dan ook in rap tempo af. Neem de zeldzame wulp – een lang gesnavelde zangvogel die met zijn stem trillende tonen maakt. Die floreerde hier twintig jaar geleden nog met een populatie van vijftig. Nu zijn er nog maar twee paren over.

Ook verzuurt stikstof de bodem, waardoor belangrijke mineralen gemakkelijk wegspoelen. Planten en bodemdieren kunnen daardoor niet de juiste voedingsstoffen opnemen. Op zandgronden als de Veluwe en de Kampina zijn de effecten het grootst. Eiken worden ziek en sterven af en jonge koolmezen breken zelfs hun pootjes door kalkgebrek.

‘Kijk, hij is aan het bidden!’ Cooijmans grijpt zijn verrekijker. Boven de uitgestrekte heide hangt een torenvalk doodstil in de lucht. Hij heeft iets in zijn vizier, vertelt Cooijmans zachtjes. ‘Waarschijnlijk een muis.’ Uit het niets duikt de vogel naar beneden. Mis. ‘Ook de roofdieren overleven steeds moeilijker’, vervolgt hij. ‘Hun menu krimpt. Als er niets verandert, stort dit ecosysteem als een kaartenhuis in elkaar.’

De overheid moet nu krachtig ingrijpen om dat te voorkomen, zeggen deskundigen. ‘Maar de minister weet zelf ook dat de plannen niet ver genoeg gaan om de natuur te redden’, zegt Jan Willem Erisman, directeur van het Louis Bolk Instituut en tot vorig jaar hoogleraar integrale stikstofstudies aan de Vrije Universiteit, over de telefoon. ‘Dat staat in de toelichting op voorstellen: 26 procent reductie geldt als een eerste stap in de juiste richting. En dat er na 2030 meer beleid nodig is, maar er is geen plan voor na 2030. Dat moet je juist nu al vastleggen: duidelijke doelen met harde eisen.’

‘Het enige wat ik mis in het advies van de commissie-Remkes is een plan voor Europa’

Zestig procent van de 166 beschermde Natura2000-gebieden in Nederland kent nu te hoge stikstofwaarden. In de meeste van deze gebieden gaat het om overschrijdingen van tussen de 25 en 50 procent van de gezonde hoeveelheid stikstof op de bodem. Het gevolg? ‘Instortende ecosystemen’, zegt Erisman.

‘Niet gek dat ik elke dag vrolijk op het werk verschijn, toch?’ Cooijmans vraagt het met een lach op zijn gezicht. De zon schijnt en er klinkt vredig vogelgezang. We fietsen over de bosweg die hij dagelijks aflegt, dwars door de Kampina, van Boxtel naar Oisterwijk. Hij draagt een donkergroene trui, een petje en een bril. We stoppen bij een heide waar tussen de droge, gele grassen hier en daar wat groen uitsteekt. Zijn blik is somber. ‘De heide is een steppe geworden.’

Met het verdwijnen van zeldzame planten verdwijnen ook symbioses tussen dieren. Neem het gentiaanblauwtje. De rups van deze vlinder stoot dezelfde stof af als de larven van steekmieren. Zij nemen de rups mee naar hun nest en geven hem voeding en bescherming. Na een jaar ontpopt de rups zich tot een vlinder en vliegt snel weg, zijn verzorgers achterlatend.

Maar de klokjesgentiaan, een blauwe bloem waar de vlinder haar eieren in legt, wordt steeds zeldzamer in de Kampina. ‘Stikstof is junkfood voor de grassen, brandnetels en bramen. Zij nemen alles over’, zegt Cooijmans. Hij veegt met zijn voet de bovenste laag grond weg. ‘Er is geen plek voor klokjesgentiaan, zonnedauw en heidelblad. Allemaal verdrongen.’

Voor ons liggen drie groene stroken gras. Hier is de bovenste, stikstofrijke grondlaag weggehaald om ruimte te geven aan verdrongen plantensoorten. ‘We doen ons best’, zegt Cooijmans. ‘Maar over een paar jaar is die stikstof weer terug. Bovendien halen we met die bovenste laag ook bodemdieren, nestjes en andere voedingsstoffen uit de grond. Je kunt die maatregel daarom niet blijven herhalen, de stikstofkraan moet gewoon dicht.’

Net achter ons klinkt een bel. Vijf koeien steken het zandpad over en beginnen vlak bij ons te grazen. ‘Die zijn van een biologische boer’, zegt Cooijmans. Verderop smult ook een kudde schapen van het heidegras. Begrazing is ook een manier om te voorkomen dat de heide permanent wordt overgenomen door grassen en bomen.

‘Als de zeldzame soorten verdwijnen ben je dat ecosysteem kwijt. Dat tuinier je niet meer terug’

Vereniging Natuurmonumenten biedt lokale boeren cursussen aan om natuurinclusiever aan de slag te gaan. Koeien- en schapenhouders maken daar gebruik van. Voor kippen- en varkensboeren zijn er minder mogelijkheden om natuurinclusief te werken, zegt Cooijmans. ‘Zij hebben geen grond, alleen kippen en varkens in megastallen en die stoten ammoniak uit. Bovendien vragen zij vergunningen aan zonder met ons in gesprek te gaan.’

Een geplande megastal met zestienduizend varkens in Boxtel, pal naast de Kampina, kon gelukkig voorkomen worden. Natuurmonumenten protesteerde met de Brabantse Milieufederatie en omwonenden met succes tegen de komst van de stal. De uitspraak van de Bossche rechter is een unicum: de vernietiging van de Programma Aanpak Stikstof (PAS) vorig jaar zou in eerste instantie geen gevolgen hebben voor al eerder toegewezen vergunningen, zoals hier het geval was. Dit opent mogelijk een juridisch pad om nog meer megastallen tegen te houden.

Niet een kwart, maar de helft minder stikstofuitstoot in 2030. Dat is het speerpunt van de commissie-Remkes, die deze zomer haar plannen presenteerde. Die plannen zijn een stuk ambitieuzer dan de voornemens van de overheid tot nu toe. De veeteelt moet bijvoorbeeld de stikstofuitstoot in tien jaar halveren. ‘En dat hoeft niet ten koste te gaan van boeren’, zegt Erisman. Het Louis Bolk Instituut waar hij directeur is doet onderzoek naar natuurinclusieve landbouw. ‘Het kan de sterke Nederlandse positie op de wereldmarkt omzetten naar een positie met kwaliteitsproducten. Dan moet de overheid deze transitie wel ondersteunen zodat ook de boer tevreden is. Ook moet zij de sector aanzetten om de meerwaarde van kwaliteitsproducten op de wereldmarkt te verzilveren. Dat vergt een switch in onze denkwijze over landbouw.’

Toch zijn al deze maatregelen niet genoeg om veertig Natura2000-gebieden te redden, waaronder de Kampina, blijkt uit de stikstofanalyse van wetenschapsjournalist Geesje Rotgers uit januari dit jaar. Het gaat vooral om grensgebieden. Dertig procent van de totale stikstofneerslag komt namelijk uit het buitenland. ‘Het enige wat ik mis in dit advies van de commissie-Remkes is een plan voor Europa’, zegt Erisman. ‘Minister Schouten moet in Brussel zeggen: “Kijk, wij gaan naar vijftig procent stikstofreductie.” Dat heeft ook positief effect voor de andere landen. Laten we niet vergeten dat Nederland drie keer zoveel stikstof naar het buitenland uitstoot als er binnen komt.’

‘Koek-koek! Koek-koek!’ Cooijmans stopt midden in zijn verhaal wanneer hij de koekoek hoort, ergens bij de bosrand. Deze vogel vliegt in de lente van Afrika naar de Kampina om haar ei in het nest van een kleinere zangvogel te leggen, zoals de bosrietzanger. Het jong wordt zo grootgebracht door een ander, maar pas nadat de koekoek de eitjes van de bosrietzanger uit het nest heeft gegooid. ‘De natuur kan wreed zijn, maar ook fascinerend’, zegt Cooijmans. ‘Je hoeft National Geographic niet eens aan te zetten. De Kampina barst van verhalen als deze.’

Om deze verhalen in leven te houden, wil de overheid, naast tweehonderd miljoen euro voor stikstofreductie, jaarlijks ook driehonderd miljoen euro besteden aan het versterken van kwetsbare natuurgebieden als de Kampina. ‘Maar dat is dweilen met de kraan open’, zegt Cooijmans. Met zijn hand gebaart hij ver weg, in de richting van de megastallen en industrie. ‘Het probleem ontstaat niet hier; maar wij worden er als natuurbeheerders wel mee opgescheept.’

In 2030 moet de helft van alle hectares stikstofgevoelige natuur veilig zijn, is het streven van de overheid. Maar Cooijmans vreest dat hiermee de makkelijk te redden natuurgebieden prioriteit krijgen. ‘Dan klopt de boekhouding bij de overheid, maar is het hier game over voor veel soorten.’

Erisman herkent de perverse prikkel voor de overheid om zich vooral te focussen op gebieden die nét over de stikstofgrenswaarden liggen. ‘Daarnaast zeggen de huidige plannen niets over de bescherming van dier- en plantsoorten. En door je alleen op Natura2000-gebieden te focussen verdwijnt de rest van de natuur uit het oog. Maar voor veel gebieden spant het er nu echt om: als de zeldzame diersoorten en planten verdwijnen ben je dat ecosysteem gewoon kwijt. Dat kun je niet terug tuinieren.’

Op dit moment hebben we de ideale kans om de toch al onhoudbare landbouwmodellen om te zetten in duurzame varianten, vindt Erisman. ‘We hebben drie jaar droogte op een rij en de biodiversiteit zakt. Door de coronapandemie staat ook internationale handel onder druk. We kunnen dit allemaal als aanleiding nemen, maar ik zou vooral zeggen: landbouw, pak je kans en zorg dat je toekomstbestendig wordt.’