De heilige maagd maria

Moeder der Smarten, Troosteres, Morgenster, Sterre der Zee, Zetel van Wijsheid, Mystieke Roos, Verlosseres - de Moeder van God is de archetypische Maagd, hoewel haar onbevlektheid ten tijde van de geboorte van Jezus Christus niet onomstreden is.

HET VATICAAN, de week van Pasen vorig jaar. In de gangen op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis wachten we op de privé-audiëntie. Johannes Paulus II laat op zich wachten. Het is twaalf uur. Een helder klokje klinkt over de binnenplaats. ‘Monseigneur, het Angelus!’ zeg ik. Henny Bomers, de bisschop van Haarlem, stopt het nerveuze antichambreren en legt even zijn hand op mijn schouder. 'De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt’, zegt de bisschop. 'En zij heeft ontvangen van de Heilige Geest’, antwoord ik, wat verbaasd, vanuit de spelonken van het geheugen. 'Wees gegroet Maria, vol van genade…’
'Zie de dienstmaagd des Heren’, antwoordt Bomers. Ik kijk de bisschop aan en respondeer, volgens regel. Zoals, mogen wij de Schrift geloven, ooit bij de Annunciatie in Nazareth het joodse meisje Mirjam de engel antwoordde: 'Mij geschiede naar uw woord.’
Tot zover Lucas, de kerstevangelist die in het vrije en totale 'ja’ van Mirjam de Maria-mythe tot in deze eeuw brandstof geeft. Mirjam, die door haar 'ja’ Eva’s zondeval overwint, maar die achttienhonderd jaar later met terugwerkende kracht zelf zondevrij, Onbevlekt Ontvangen, verklaard zal moeten worden. Want de vrouw wier baarmoeder de Verlosser heeft gedragen, is, zoals de zesde-eeuwse hymnendichter Caelius Sedulius al constateerde, alleen en zonder precedent; eenling onder heel haar sekse.
We weten bijna niets van Mirjam. Lucas’ Mirjam is theologie, géén geschiedenis, en heet Maria. In de overige evangeliën spreekt ze nauwelijks een handvol zinnen. Maar, op bezoek bij haar nicht Elisabeth, dicht ze, in helder Grieks, het definitieve loflied van de geschiedenis. Het werd dan ook spoedig in het Latijn vertaald. 'Magnificat anima mea; groot maakt mijn ziel de Heer. En mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland, omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd. En zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen’, vervolgt ze.
En zo geschiedde.
EEN STUURSE JONGEN bewaakt het ouderlijk huis van Maria te Jeruzalem. Het ligt, niets is toevallig in Jeruzalem, aan de Via Dolorosa, de Kruisweg die eens haar Zoon zou gaan. Een ijzeren trap voert naar beneden. Een rotsige, spelonkige ruimte. Het Boek van Jacobus, een apocrief geschrift over haar jeugd, uit het einde van de eerste eeuw, heeft het nét niet gehaald. Het verhaal van het verjaardagsfeestje dat haar ouders, Anna en Joachim, voor haar in de tempel gaven, blijft de bijbelgetrouwe lezer dan ook onthouden. Maria was, zo mogen wij geloven als kind, vooral heel erg braaf. Het Boek van Jacobus is net zo interessant als de slechte icoon met de waxinelichtjes in haar geboortehuis. Geen mens aanwezig. Verder geen spoor.
Heftiger is Nazareth. Voor de basiliek van de Annunciatie, de grootste kerk van het Midden-Oosten, heeft de plaatselijke moslimbevolking met lappen en dekens het parkeerterrein pal naast de basiliek bezet. Ze willen een moskee oprichten en ogen heel beslist. Vorige maand sloot het Vaticaan al zijn kerken in het Heilig Land uit protest tegen de eerste steenlegging van het gebedenhuis. De Heilige Stoel heeft gedreigd, indien de moslims niet inbinden, dit met Kerstmis te herhalen. In de ommegang van de naastgelegen basiliek tientallen mozaïeken van de madonna. Gekleed als squaw en in kimono. Binnen in het heiligdom, waar de engel haar haar zwangerschap aankondigde, dalen betonnen trappen naar een spelonkige ruimte. Resten van Byzantijnse kerken. Een groepje Amerikanen.
Verder geen spoor.
'En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang heb met een man?’ Hoewel - zeer opmerkelijk - het naslaan van de oudste conciliedocumenten nergens een plechtige dogmaverklaring van de maagdelijkheid van de Heilige Maagd oplevert, geldt al sinds de late oudheid dat Maria een virgo intacta is. Maagd vóór - zoals zij hierboven zelf al opmerkt - tijdens én na de geboorte van de Heiland. Een virgo intacta post partum dus, gespaard van seks voor eeuwig. Maar een wat cryptische zin in Mattheus die stelt dat Jozef 'geen gemeenschap met haar had voordat zij een zoon had gebaard’ en de vermelding van Jezus’ broers in de bijbel en andere fijngevoeligheden rond de maagdelijkheid, heeft zelfcastrerende theologen als Origenes eeuwen beziggehouden. Totdat het Tweede Vaticaans Concilie in 1964 besliste dat de zaak met enige coulance mag worden bezien. Het post-partum-gedeelte, wel te verstaan. Dat Maria ter verwekking van haar Zoon generlei omgang heeft gehad, wordt als zo vanzelfsprekend gezien dat elke plechtige dogmaverklaring van deze geloofswaarheid overbodig wordt. Jacobijnen en schuieraars die ene Romeinse soldaat Pandera of Panthera verantwoordelijk stellen, dienen dan ook even straf terechtgewezen te worden als de vroedvrouw Salome die, volgens apocrief verhaal, ongelovig haar hand in de maagd Maria steekt, een hand die in brand vliegt bij zo veel blasfemie. Dit voorval gebeurde te Bethlehem, een alleraardigst Arabisch stadje op de Westbank, twintig kilometer onder Jeruzalem. Twee stenen trappen leiden naar een spelonkachtige omgeving. De zilveren geboortester. Ze lijkt toen al een voorkeur te hebben gehad voor grotten. Veel biddende vrouwen.
Verder geen spoor.
ZE VLUCHT, HET is bekend, naar Egypte, waar volgens apocrief verhaal de goden van de Hermopolis van hun voetstukken vallen, en keert na de dood van Herodes terug naar Nazareth, alwaar het gezin een goedlopend timmermansbedrijfje start. Ze wordt, volgens de Schriften, twee keer afgebekt door haar Zoon, die zich als twaalfjarige drie dagen zoekmaakt in de tempel. 'Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart! En hij zeide tot hen: Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet dat ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?’ Wanneer ze, jaren later, op de bruiloft te Kana, wederom haar mond opendoet en zegt: 'Ze hebben geen wijn’, respondeert haar Zoon: 'Vrouw, wat heb ik met U van node?’ Toch heeft ze in de Schrift minder met haar Zoon te stellen dan in het gelukkig apocriefe Evangelie van Thomas, waar Jezus een arrogant ettertje is dat pestende klasgenootjes naar believen dood laat vallen. Hetgeen overigens maar weer bewijst dat het ware Evangelie theologie is en geen geschiedschrijving.
Onder de vele, vaag aangeduide Maria’s die Jezus vergezellen keert ze pas weer met zekerheid terug onder het kruis van haar Zoon. Het zal vele Stabat Maters opleveren. Met de uitstorting van de Heilige Geest is ze er nog bij, volgens alweer Lucas, schrijver van de Handelingen. Daarna wordt het duister rond de Maagd. Volgens het verhaal heeft Johannes, Jezus’ meest geliefde leerling, Maria bij zich in huis genomen in Efeze, waar hij bisschop was. Volgens anderen woonde ze in Jeruzalem. Haar bescheiden optrekje is volgens een legende in 1291 op miraculeuze wijze door 'de engelen’ door de lucht naar het Italiaanse Loreto getransporteerd. Door de Italiaanse familie de'Angelis, zeggen anderen.
Ook haar sterven mondt uit in een theologisch debat. Niet door het Kaïnsteken der erfzonde belast, zal de dood haar nooit kunnen verslinden. De dood is immers het gevolg bij uitstek van de zondeval. Men houdt het er maar op dat ze 'ontslapen’ is. En, zoals paus Pius XII in 1950 plechtig als dogma afkondigde, met lichaam en ziel ten hemel is opgenomen. De logische en ultieme consequentie. In het 'Graf van Maria’ aan de voet van de Olijfberg daalt een brede stenen trap onheilspellende diepten in. Ondanks de honderden zilveren lampen zie je geen hand voor ogen. De aardse aanwezigheid van Maria lost op in volstrekte duisternis.
EEN PAAR EEUWEN is het stil. Een handvol afbeeldingen van Maria als moeder, als iedere moeder, het kind aan de borst in de catacomben van Priscilla (rond 250) en Domitilla (250-310) in Romeinse dracht, haast menselijk. Een enkel gedicht. Dan is daar de theologie als fakkeldraagster, de Kerk als baken in het donker. Met de uiterst plechtige verklaring van Maria tot theotokos, Moeder Gods, geeft het concilie van Efeze in 431 ruim baan aan de Mariaverering. In augustus daalt te Rome sneeuw uit de hemel en tekent de Maagd eigenhandig de plattegrond van de machtige basiliek Santa Maria Maggiore, tot eeuwigdurende dank van ook de moderne toerist. Op de triomfboog van de Santa Maria Maggiore, die van enkele jaren na het concilie van Efeze dateert, gaat Maria gekleed als een Romeinse keizerin. Ze is dochter van God de Vader, Moeder van de Zoon en bruid van de Heilige Geest. In de hemel, zo zien we op veertiende-eeuwse diptieken, kroont haar Zoon haar tot koningin der Hemel. De Kerk, zo groeit de opvatting, is in Maria. In mystieke zin is ze dus met haar Zoon gehuwd, als bruid van Christus. Het Tweede Vaticaans Concilie trapt a posteriori op de rem; niet de kerk is in Maria, maar Maria is als eerste der gelovigen in de kerk. Maar tot en met Mozart hebben de talloze Litanieën van de Heilige Maagd de wereld ongebreideld veraangenaamd.
Vermaagschapt aan de Triniteit daalt ze nu ook zelf ter aarde. In de Middeleeuwen verschijnt ze min of meer gelijkelijk aan mannen en vrouwen. Zij het onderscheiden: Bernardus van Clairvaux krijgt op zijn herhaaldelijk smeken, 'Toon u onze moeder!’ een sensuele straal melk uit de borst in de mond gespoten, Maria lactans. Aan vrouwen verschijnt ze minder uitbundig.
Het lijkt zelfs alsof de Maagd sluipenderwijs de plaats inneemt van de Heilige Geest. Ze wordt Troosteres, Middelares en Voorspreekster. Hoe zal een Zoon ooit Zijn moeder iets kunnen weigeren? In het zicht van de lekkende vlammen van de hel rest de mens, tot in Haydns Stabat Mater, nog maar één uitroep: per te, Virgo, fac, defendar! Haar Zoon is de verschrikkelijke rechter van het Laatste Oordeel. En zij, als de liefde, is lankmoedig en goedertieren. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij en alles verdraagt zij.
Gaandeweg verburgerlijkt zij. Wankelt het hoofd onder de vele kronen, de tientallen eretitels. Morgenster, Sterre der Zee, Ivoren Toren, Zetel van Wijsheid, Mystieke Roos. In plaats van de vroegere stevige verschijningen aan al even stevige heiligen verschijnt ze sinds de negentiende eeuw aan kleinen van geest en kinderen. Het wordt beschouwd als waarheidsteken bij uitstek: een pastoor van Ars die zoveel moeite had met zijn seminariestudie dat zijn wijding een probleem werd, Bernadette Soubirous, de kinderen van Fatima en La Salette, onnozelen, niet in staat zelf de boodschappen te hebben verzonnen. Op vrouwen en homo’s oefent Maria een steeds exclusievere aantrekkingskracht uit, analoog, zo lijkt het, aan de steeds zoetere, sekslozere manier waarop ze optreedt.
ZO OOK IN Amsterdam, waar de definitieve voltrekking van het Maria-mysterie zich zal afspelen. In 1945 krijgt zieneres Ida Peerdeman - 'een allereenvoudigste vrouw’ - een verschijning van de Heilige maagd. Ze draagt het traditionele Mariagewaad, het op de hoog-middeleeuwse mode gebaseerde sluiergeheel waarin we haar tegenwoordig kennen. Achter haar het Kruis. 'Ik ben genaamd Miriam, ofwel Maria. De Vrouwe van Alle Volkeren wil ik zijn’, spreekt ze bij een latere verschijning in 1951. Ze verschijnt nog vele malen, steeds in Amsterdam, en dringt aan op de zo spoedig mogelijke afkondiging van een nieuw en laatste dogma, van Maria Medeverlosseres. 'Vraagt toch aan uw Heilige Vader dat Hij dit dogma zal uitspreken dat de Vrouwe verlangt!’ dringt ze aan. Onderwijl bemoeit ze zich met de Formosa-crisis. 'Speel uw politiek niet te ver uit!’ waarschuwt ze aan het adres van de Amerikanen.
In een door de Brenninkmeijers (C & A) geschonken kloostertje aan de Diepenbrockstraat in Amsterdam-Zuid bidden jonge nonnen nog dagelijks voor de afkondiging van het dogma. Daarna, zo heeft 'de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was’ beloofd, zal Zij vrede geven.
Maria als Medeverlosseres; het besluit van twintig eeuwen apotheose van Mirjam. Het smokkelt haar de Drie-eenheid binnen, beweren de vele en felle tegenstanders. Bisschop Henny Bomers heeft voor zijn dood, als residerend bisschop, de deur op een kier gezet door de verering van Maria als Vrouwe van alle Volkeren toe te staan. Duizenden trekken sindsdien jaarlijks naar de Rai; wat begon in Jeruzalem zal voleinden in Amsterdam.
TERUG OP HET Vaticaan. De pauselijke kamerheer geeft ons het sein dat we naar binnen kunnen. De paus lijkt oud, trilt en leunt op zijn stok. Vol vuur en niet te stuiten, schetst bisschop Bomers hem de nieuwe Mariadevotie: 'Ik nodig U uit om volgend jaar naar de Rai te komen!’
'Ja, ja!’ roept de paus, moe en ongeduldig en schudt van 'nee, nee’.