Film: ‘Bohemian Rhapsody’

De heilige Mercury

Hoe willen we dat onze helden verbeeld worden? In Bohemian Rhapsody, de langverwachte biopic van de band Queen, wordt het leven van voorman Freddie Mercury versimpeld en gekuist. De film vertelt niet zijn verhaal, maar dat van de overlevenden.

Rami Malek als Freddie Mercury © 20th Century Fox

Deze weken hebben sommige Queen-liefhebbers een nieuwe favoriete bezigheid: op online fora of in uitgebreide blogposts verslag doen van wat er feitelijk gezien niet klopt aan de film Bohemian Rhapsody. Dat Freddie Mercury helemaal nog niet zijn kenmerkende snor had toen de groep dat ene specifieke concert gaf, bijvoorbeeld. Of dat hij zijn toekomstige echtgenote niet, zoals de film suggereert, ontmoette op dezelfde avond als waarop hij, in 1970 te Londen, de andere leden van Queen leerde kennen – en dat die hele kennismaking bovendien veel te simpel is weergegeven, ergerlijk geromantiseerd vooral; er zijn sleutelfiguren weggesneden, in werkelijkheid duurde het veel langer voordat Queen een onderscheidende sound kreeg, enzovoort.

Het heeft natuurlijk iets irritants, de hyperalerte blik waarmee liefhebbers bij zulke grote biopics elke scène over hun idolen ontleden, alsof het gaat om een documentaire en niet om een speelfilm. Maar zulk betweterig commentaar verraadt ook een zeldzame liefde: dit is immers, bijna tien jaar na de eerste officiële aankondiging, eindelijk de Grote Speelfilm over de in sommige kringen bijna heilige Mercury (1946-1991). Over zijn groep, dat door-en-door Britse viertal waarvan de populairste nummers wereldwijd jaarlijks nog steeds tientallen, soms zelfs honderden miljoenen keren worden beluisterd. Queen behoort tot het zeldzame segment van popacts waarvan de populariteit maar niet lijkt te verdwijnen, wat ook in Nederland keer op keer blijkt: vrijwel elk jaar staat het nummer Bohemian Rhapsody op plek één van de Top 2000, en alleen al in de eerste dagen trok deze speelfilm binnen onze landsgrenzen meer dan honderdduizend filmkijkers naar de bioscoop, waarmee nationaal een bezoekersrecord voor muziekfilms werd verbroken en waarmee de Nederlandse ontvangst zich voegt bij de massale internationale respons.

Een succesvolle verfilming van een wat geromantiseerde succesgeschiedenis dus – nou ja, dat is hoe Bohemian Rhapsody op het eerste gezicht overkomt en dat lijkt de film vooral ook te willen uitstralen: het is een licht, vlot verteld geheel, vol snelle montages en door muziek ondersteunde close-ups van Mercury’s katten (echt waar) en natuurlijk vele flarden van succesoptredens. Volle zalen, juichende massa’s en wereldwijd succes, met als slotstuk een langdurige en werkelijk prachtig in beeld gebrachte concertregistratie van het beroemde benefietconcert Live Aid, in 1985 te Wembley.

Bij wijze van rode draad zien we Queen de twee uur voor deze climax braaf het stappenplan van een geijkte biopic volgen: de band ontstaat met een talentvol buitenbeentje als leider, de band verovert in razend tempo Amerika en het buitenbeentje heeft intussen nog een half uitgewerkt conflict met zijn vader, en o ja, ondanks zijn huwelijk met een vrouw blijkt hij toch echt op mannen te vallen, maar daarop reflecteert hij amper, de meeste screentime gaat op aan Queens vele hoogtepunten. We zien het viertal onvermoeibaar van succes naar succes hoppen, en op de achtergrond zijn natuurlijk heel veel Queen-nummers te horen die – het moet gezegd – inderdaad aanstekelijk zijn, ook nu nog; ze doen weer eens beseffen hoeveel monumentale melodieën de groep in de jaren zeventig en tachtig toch heeft gemaakt.

Rami Malek als Freddie Mercury en Gwilym Lee als Brian May © 20th Century Fox

Maar welk verhaal vertelt Bohemian Rhapsody over die muziek? Over de achterliggende thema’s, de verwijzingen, de inspiratie? Of over hoofdpersonage Mercury zelf, die ondanks zijn excentrieke uitdossingen en optredens tamelijk mediaschuw bleef, en zich volgens bronnen soms ronduit onuitstaanbaar gedroeg? Wat laat Bohemian Rhapsody zien over zijn (bi?)seksualiteit die in tabloids zo onterend breed werd uitgemeten maar waar hij zelf bij voorkeur over zweeg? Over die wrange kloof tussen zijn publieke persona en zijn gekwelde privéleven, over het feit dat hij ondanks de jaren van roddels pas een dag voor zijn overlijden officieel bekendmaakte dat hij aan hiv leed?

Het pijnlijke antwoord: geen enkel verhaal. Bovenstaande vragen zouden de bouwstenen kunnen zijn voor een indringend psychologisch drama, met een door paparazzi opgejaagd hoofdpersonage dat ondanks zijn roemruchte podiumpersoonlijkheid worstelt met zijn seksualiteit, zijn naar verluidt excessieve drank- en drugsgebruik, zijn ziekte. Maar Bohemian Rhapsody is een opgepoetst geheel zonder plek voor strubbelingen of rafelranden. Het draait om Queen in volle glorie. De nummers van de groep? Tja, die ontstonden plotseling, als we deze film moeten geloven: nooit wordt er geploeterd of gerepeteerd, laat staan gefaald. We zien Mercury naar een weiland kijken, het moment erna begint hij uit het niets het nummer Bohemian Rhapsody te componeren. Wat leidt tot die ingenieuze songstructuur, en breder: wat de groep drijft en wat ze wil vertellen – we komen er in deze film niets over te weten. Er is nooit sprake van enige crisis, van welke aard dan ook, en momenten van zelftwijfel of mentale worstelingen bestaan niet.

Het altaar dat voor Freddie Mercury wordt opgetuigd is wel erg groot, en erg leeg

Natuurlijk, voor een ruim twee uur durende film die decennia omspant moeten zaken versimpeld en samengeperst worden, dat maakt een deel van de online verwijten van Queen-liefhebbers ook een tikkeltje lachwekkend. Toch raken die kritische geluiden wel degelijk aan een wezenlijke tekortkoming van Bohemian Rhapsody: Mercury wordt door deze aanpak wel heel rimpelloos. Zeg gerust: vlak. ‘No looking back, only forward’, horen we hem – in een overigens voortreffelijke vertolking van de Amerikaanse acteur Rami Malek – aan het begin van de film zeggen. En precies op die manier lijken de scenarioschrijvers Bohemian Rhapsody benaderd te hebben. Hoe Mercury alleen al bij bovenstaande opvatting komt, wat hem motiveert of voortstuwt: ik had het heel graag willen weten, maar elke mogelijke terugblik of analyse wordt weggedrukt door de volgende hit die om aandacht schreeuwt.

Het is een intrigerend en ook wat frustrerend gedachte-experiment: hoe de Britse komiek en acteur Sacha Baron Cohen deze film voor zich zag. Aanvankelijk zou hij de hoofdrol spelen en nauw bij het script betrokken worden. Zijn plan was opvallend genoeg om af te stappen van zijn gebruikelijke komische toon en om juist ook af en toe kritisch te zijn op Mercury; hij wilde aandacht besteden aan Mercury’s ziekte, zijn omslag naar steeds extremere kostuums en feesten, de vele seksuele contacten die hij op den duur had. Na drie jaar stapte Cohen op wegens ‘creative differences’ met de rest van de filmcrew.

Later gaf hij uitleg. ‘There are amazing stories about Freddie Mercury’, zei hij. ‘The guy was wild. There are stories of little people with plates of cocaine on their heads walking around a party.’ Dergelijke verhalen hebben in de uiteindelijke film niet eens zijdelings een plaats gekregen. Cohen had steeds meer onenigheid met vooral de producenten, die wilden dat het niet de rauwe, ‘outrageous’ zestienplus-film zou worden die Cohen voor ogen had en dat de nadruk minder op Mercury’s karakter zou liggen en meer op Queen en hun ‘legacy as a band’.

© 20th Century Fox

Wie die producenten zijn? Onder anderen Queen-gitarist Brian May en -drummer Roger Taylor, evenals Queens manager Jim Beach. Drie figuren die in de film vrij veel aandacht krijgen, zeker als je bedenkt dat Mercury zowel muzikaal als karakterologisch de boeiendste van het stel was. Meer dan een ode aan een overleden muziekgigant maakt het van Bohemian Rhapsody een verhaal van de overlevenden, die niet alleen zichzelf op de voorgrond manoeuvreren maar ook geen kritische noot over hun voorman willen of durven kraken. Mercury is wat hen bindt, tragisch genoeg nog steeds nu die bijna dertig jaar dood is; Mercury was het imposante uithangbord van Queen, Mercury is de naam die nu de meeste bezoekers naar de bioscoop trekt, en dus moet Mercury vooral glansrijk naar voren komen en mogen in zijn slipstream een paar medestanders ook in het zonnetje worden gezet.

Maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat de Mercury die decennia geleden zo’n groot publiek voor zich won, de geconflicteerde, extreem goede zanger die tot aan zijn dood door raadsels werd omringd, een veel boeiender figuur was dan deze platgeslagen, gekuiste filmversie. Is dit hoe zijn voormalige bandgenoten hem werkelijk zien? Of is dit hoe ze denken dat het publiek hem wil zien, hoe Hollywood een held het liefst vereert: eenzijdig en foutloos, door en door goed met hooguit een paar foute vrienden in de buurt die hem heel kort een wereld van (ergerlijk braaf weergegeven) feesten in trekken?

De boel romantiseren is van tijd tot tijd best charmant, elementen simplificeren is voor een veel tijd omspannende film als deze zelfs nodig, en uiteraard mogen er in cinema bepaalde mythes in stand gehouden of juist versterkt worden. Het probleem van Bohemian Rhapsody is ook niet dat er met de werkelijkheid is gesjoemeld, maar dat het verhaal dat eruit voortkomt zo tandeloos is – en zo bezien valt de onrust onder sommige Queen-fans goed te begrijpen. Ze verzetten zich, anders dan het in eerste instantie lijkt, niet tegen deze film omdat ze vinden dat hun held meer waardering verdient, maar juist omdat het altaar dat in Bohemian Rhapsody voor Mercury wordt opgetuigd wel erg groot en tegelijkertijd erg leeg is. De zanger wordt op het witte doek vervormd tot een vrij rechttoe-rechtaan-muzikant, die moeiteloos hits aaneen rijgt en nauwelijks lijdt onder, tja, wat dan ook. Het complexe verhaal over zijn geaardheid is hier gereduceerd tot een kant-en-klaar coming out-verhaal, inclusief een geheel verzonnen acceptatie door zijn ouders (die hij hier in werkelijkheid nooit over inlichtte). Alsof Mercury’s diepste verlangen een accepterende aai over de bol van zijn vader was, en alsof hij, toen hij die kreeg, mentaal bevrijd was en zorgeloos door het leven kon gaan.

Wat overblijft is een glimmend en stuiterend geheel dat gedragen wordt door een overtuigende hoofdrolspeler, een razend tempo en een voor fans ongetwijfeld behaaglijke stroom van hoogtepunten, verwijzingen, bijfiguren en concertbeelden. En er is natuurlijk de onverwoestbare muziek, maar daar is geen suikerzoet omhulsel voor nodig.


Bohemian Rhapsody is nu te zien