Kunst 2

De heilige Nicolaas II

Beeldende kunst: Het laatste tsarenpaar in de Hermitage Amsterdam

Nicolaas II, tsaar aller Russen, werd geboren op de feestdag van de profeet Job. De betekenis daarvan ontging hem niet, zoals hij tijdens zijn leven herhaaldelijk zou opmerken: «Ik ben er heimelijk van overtuigd dat ik voorbestemd ben voor een vreselijke beproeving, en dat ik mijn beloning niet op deze aarde zal ontvangen.» Dat kwam uit. Oorlog en revolutie zouden de dynastie van de Romanovs overrompelen en vernietigen. In 1917 deed Nicolaas gedwongen afstand van de troon; op 17 juli 1918 werd hij met zijn familie in Jekaterinburg door een peloton bolsjewieken doodgeschoten. Dat was een taai klusje dat door de schutters slordig werd uitgevoerd. De aanvoerder van het executiepeloton, Joerovsky, schreef: «Toen het schieten ophield bleek dat de dochters, Alexandra, de hofdame Demidova en Alexei nog leefden. We begonnen ze af te maken. Alexei zat als bevroren, en ik schoot hem dood. Er werd op de meisjes geschoten, maar zonder veel resultaat, en dus begon Jermakov met zijn bajonet, maar dat hielp ook al niet, en dus schoten we ze recht door het hoofd. Pas later, in het bos, ontdekten we waarom het zo moeilijk was om Alexandra en haar dochters dood te krijgen: de bajonet had hun korsetten niet kunnen doorsteken.»

Nicolaas II was, op z’n vriendelijkst gesteld, de ongelukkige, goedbedoelende gevangene van een bizar Byzantijns systeem, een staatsorde die zó rigide, zó autocratisch en zó in zichzelf gekeerd was dat de tsaar wel op een andere planeet leek te leven – in elk geval een heel stuk dichter bij God dan de gewone Russische burger. Op de regering was hij door zijn tirannieke vader volstrekt niet voorbereid en hij was vooral een slapjanus, die in vergaderingen gewoon was de mening van de laatste spreker over te nemen. In militaire zaken was zijn onkunde catastrofaal.

Binnen de eeuwige, statische orde van het Russische hof leefde Nicolaas vooral voor zijn gezin, waaraan hij verknocht was, voor zijn vrouw, die hij innig liefhad, en voor zijn verdere familie, waartoe aan het begin van de Eerste Wereldoorlog vrijwel alle gekroonde hoofden van Europa hoorden. Die kring was hecht. In 1910 zat in alle Europese staten – met uitzondering van Frankrijk en Zwitserland – een vorst op de troon. De keizer van Duitsland, Nicolaas’ neef, schreef hem vaak dingen als: «Beste Nicky, vandaag hadden we geweldige sport. We schoten 4600 fazanten en ik haalde er 1001 neer! Met 1184 schoten! Liefs aan Alix en de jongen. Willy.»

Hoe star en hoe absurd die wereld wel niet was is te zien in het BBC-kostuumdrama The Lost Prince van Stephen Poliakoff, een weergaloos portret van de Britse koninklijke familie voor en tijdens WOI. Daarin komt de Russische familie op bezoek in Engeland. De hypernerveuze George V ontvangt zijn neef, de vier beeldschone dochters, het ziekelijke zoontje en de formidabele Alexandra op zijn buitenhuis. Men wandelt hysterisch ontspannen door de tuin. De koning en de keizer kuieren voorop, arm in arm; daarachter schrijden de tsarina met parasol, de dochters in witte zijden japonnen en met hoeden, de prinsjes in matrozenpak, dan de ministers, de hofhouding, de bedienden. Zonder erbij na te denken kiezen de heren een route over het gazon. De stoet stokt. Alexandra blijft staan aan de rand van het gras. Zij kan niet verder. Zij heeft niet de juiste schoenen aan. Urenlang staat de complete menagerie stil, in de tuin, totdat een bediende uit het Russische verblijf de goede schoenen heeft gehaald. Dan pas wandelt men verder. Niemand zegt een woord, niemand klaagt: zo is de orde der dingen nu eenmaal, in Rusland.

Verblind door de glans van die absolute macht, doof voor het oproer in de straten en niet in staat tot een relativerende omgang met gewone, verstandige mensen stortte Nicolaas zichzelf, zijn familie en tot op zekere hoogte zijn land en zijn volk in het ongeluk, een ondergang die in Rusland wel Rasputinshina wordt genoemd, naar de demonische monnik die het tsarenpaar vanaf 1906 ving in een bijna hypnotische, religieuze obsessie.

In 1998 werd het ongelukkige gezin van Nicolaas feestelijk herbegraven in Sint-Petersburg. De voormalige despoot ondergaat sindsdien een transformatie tot een onzelfzuchtige en devote martelaar voor Rusland en de orthodoxie. Binnen de Russisch-orthodoxe kerk roert zich een krachtige factie die Nicolaas en de tsarina Alexandra heilig verklaard wil zien. De voortekenen zijn gunstig. Er worden al wonderen vermeld. Her in der in Rusland schijnen iconen van Nicolaas mirre te wenen. In Jekaterinburg bouwt men een kathedraal met het altaar pal boven de plaats delict. Voor de canonisatie moet nog onomstotelijk worden vastgesteld dat de herbegraven botten echt die van Nicolaas zijn, een onderzoek waarvoor ook wijlen prinses Juliana, naar verluidt, een buisje bloed heeft afgestaan. Per slot was Nicolaas een verre achterneef.

De tentoonstelling Nicolaas en Alexandra in de Hermitage Amsterdam kan misschien het best gezien worden als een onderdeel van die campagne. Het is een hagiografie, een nogal starre expositie, die – misschien onbedoeld – iets van de beklemmende stagnatie van Nicolaas’ hofleven oproept. Dignitarissen grijnzen u aan; Fabergé-producten glimmen, baljurken en parade-uniformen staan wezenloos op poppen opgeprikt en de teddyberen van de arme tsarevitsj zijn nog als nieuw. De «gewone» wereld ontbreekt vrijwel geheel. Er is geen boer te zien, geen revolutionair pamflet te lezen. Zelfs Raspoetin blijft beperkt tot een onschuldige pastel. Maar op een filmpje uit (nota bene) het Nederlands Filmmuseum is te zien dat er toch leven in de vorst zat: met wat makkers gaat hij zwemmen. Jolig springt de tsaar van het steigertje. Eindelijk een glimlach.

‹Nicolaas en Alexandra: Het laatste tsarenpaar›. Hermitage Amsterdam, t/m 13 februari

‹The Lost Prince› wordt waarschijnlijk aangekocht door een Nederlandse omroep