Profiel: Raspoetin

De heilige zondaar

Echt een toeristische attractie van de eerste orde is de kamer waar de Russische mysticus Grigori Raspoetin op 16 december 1916 werd vermoord, in het Joesoepov-paleis aan het Moikakanaal in Sint-Petersburg, nog niet geworden. Dat ligt vooral aan het personeel, een gezelschap grijs geüniformeerde dames van middelbare leeftijd die naar oud-oostblokkiaans model om de drie meter staan opgesteld en aan wie niets verraadt dat de tijden van het communisme en de daarbij horende normen aangaande service en hartelijkheid inmiddels verstreken zijn. Ongelovig, met iets van deceptie en verachting, ontvangen ze de nieuwsgierige bezoeker als deze er na dagen telefoneren en na betaling van een niet kinderachtige som harde dollars eindelijk in is geslaagd een afspraak te maken voor de bezichtiging van de ruimte.

«Wat zoekt u toch hier?» vragen ze streng. «Waarom wilt u per se die kamer zien? Er zijn in dit paleis zo veel mooie dingen. Wist u dat het Joesoepov-paleis nog bijna geheel in originele staat is en eigenlijk het mooiste paleis van Sint-Petersburg is? Wat dacht u van de Moorse badkamer? Of de balletzaal? Waarom wilt u nu uitgerekend die godvergeten kelder in?»

Aan de kamer zelf, gelegen in een via een lange, smalle wenteltrap te bereiken kelder van het paleis, ligt het niet: men heeft zich in ieder geval ingespannen om aan de primaire behoeften van de gemiddelde ramptoerist te voldoen. Er zijn wassenbeelden van de legendarische gebedsgenezer en van een zijner moordenaars, Felix Joesoepov, zoals zij er die noodlottige avond in 1916 moeten hebben bijgezeten: Raspoetin in zijn satijnen boerenhemd aan tafel, nog in zalige onwetendheid starend naar een fles van zijn geliefde madeira-wijn; Joesoepov druk in de weer zijn gast te entertainen, in afwachting van het moment dat het door hem toegediende gif begint te werken en de slachtpartij kan beginnen.

Een kleine foto-expositie vertelt het verhaal van Raspoetin, van zijn armetierige jeugdjaren in een uithoek van Siberië, zijn omzwervingen als bedelmonnik door het grote Russische rijk tot aan zijn komeet achtige opkomst in de salons van de Petersburgse aristocratie vanaf 1903, toen hij zou uitgroeien tot veruit de meest invloedrijke adviseur van tsaar Nicolaas II en vooral tsarina Alexandra.

De laatste foto is het afschrikwekkende portret van de «heilige zondaar» (de term is van Raspoetin-biograaf Brian Moynahan) zoals dat na zijn dood door de politie werd gemaakt nadat hij in bevroren staat was opgedregd uit het donkere water van de Neva: een wurgkoord rond zijn hals, het gezicht ingeslagen, een kogelgat in het voorhoofd.

Het andere deel van de expositie is gewijd aan de moordenaars. Felix Joesoepov, telg uit een steenrijk aristocratisch geslacht, verwant aan de Romanovs, kijkt met de superieure blik van de dandy de camera in, poserend naast zijn al even gracieuze vrouw Irina, een nicht van de tsarina. Joesoepov bekocht zijn moord op Raspoetin met een verbanning uit Rusland, hetgeen hem ironisch genoeg van een wisse dood redde toen kort daarna de revolutie uitbrak en de nieuwe machthebbers korte metten maakten met types zoals hij. Hij vestigde zich in Californië waar hij in zijn levensonderhoud voorzag door een bestseller te schrijven over de moord, en waar hij er zelfs nog in slaagde een forse schadevergoeding te incasseren nadat hij een Hollywood-filmproducent had aangeklaagd wegens een zijns inziens onjuiste weergave van de gebeurtenissen op 16 december 1916.

De met ons nedergedaalde gids heeft kennelijk meer sympathie voor Joesoepov dan voor diens slachtoffer. Ze vertelt enthousiast over de onmetelijke rijkdommen van de familie, die grote olievelden aan de Zwarte Zee beheerde, en over de excentrieke, zo niet decadente levensstijl die de Joesoepovs daaraan ontleenden. Zo mocht Felix zich graag als publieke vrouw uitdossen en aldus de straten van Petrograd onveilig maken.

Over Raspoetin is ze korter aangebonden. Gevraagd of het museumpje weleens wordt bezocht door hedendaagse volgelingen van Raspoetin, slaakt ze een diepe zucht. «Gelukkig niet», zegt ze dan, om snel de trap naar boven op te schieten, weg uit de drukkende atmosfeer van het kleine inferno.

Nog steeds ligt er een taboe op de nagedachtenis van Raspoetin. Voor veel Russen vertegenwoordigt hij nog altijd de personificatie van het Kwaad, of in ieder geval van een macht waar een verstandig mens zich niet gaarne mee associeert. Maar lang zal dat niet meer duren. Heden is er, heel voorzichtig, een rehabilitatieprogramma in werking getreden ten aanzien van het bête noire van de Russische geschiedenis. De regisseur daarvan is historicus Edvard Radzinsky, met stip nummer één als het gaat om het grossieren in de betere Romanov-romantiek. Radzinsky schreef het boek Rasputin: Zhisn i smert (leven en dood), dat onlangs uitkwam in een Engelse vertaling (The Rasputin File) en aansluit op The Last Tsar, de onverbiddelijke internationale beststeller van Radzinsky uit 1992.

Radzinsky’s boek heeft twee gezichten. Enerzijds lijkt hij aan te sturen op eerherstel voor Raspoetin, anderzijds kan ook hij zich nog niet geheel heen zetten over de angst die Raspoetin bij de Russen oproept. De enigmatische Raspoetin vertegenwoordigt de irrationele, oncontroleerbare, mystieke onbuigzaamheid van de Russische ziel, die ook in het nieuwe millennium een nog altijd niet te verwaarlozen factor vormt waarmee ernstig rekening dient te worden gehouden door degenen die waken over de ontwikkeling van de Russische toekomst, zo schrijft de biograaf.

Met het succes van The Last Tsar groeide Radzinsky uit tot een bekende tv-persoonlijkheid. Hij geldt als een van de vurigste bestrijders van het communisme in heden en verleden. Zijn boek over de moord op de tsarenfamilie was onderdeel van een grootscheeps rehabilitatieprogramma ten aanzien van het tsaristische Rusland.

De vraag is nu of hij voor Raspoetin hetzelfde kan doen. In zijn tsarenboek kon Radzinsky meevaren op de golven van de nieuwe populariteit van de monarchistische gedachte in postcommunistisch Rusland. In het geval van Raspoetin ligt dat wat gecompliceerder. Door vele monarchisten wordt Raspoetin nu juist gezien als de man die het einde der Romanovs veroorzaakte, zoals hij ter linkerzijde van het politieke spectrum juist altijd werd verketterd als een uitwas van diezelfde monarchie.

Op grond van een vuistdik dossier vol nieuwe feiten over leven en dood van Raspoetin dat hij via een Russische verzamelaar in handen kreeg nadat deze te koop waren aangeboden bij veilinghuis Sotheby’s, komt Radzinsky in zijn boek tot een heel wat positiever beeld van Raspoetin dan men is gewend in het Russische taalgebied.

Het dossier waar hij zijn boek op baseert, dateert uit de eerste maanden van revolutionair Rusland, toen de bolsjewisten nog niet aan de macht waren en een speciale onderzoekscommissie in opdracht van de voorlopige regering de misdaden van het tsarisme onderzocht. Vooral de talrijke verklaringen over Raspoetin, zoals die in het rapport worden afgegeven door vele bekenden en vrienden van de Siberische mysticus, vullen het bestaande Raspoetin-beeld op tal van essentiële punten aan.

Dat Raspoetin wel degelijk over speciale gaven beschikte, kan op grond van het dossier onmogelijk worden betwist. Er zijn verklaringen dat hij in een visioen de Russische nederlaag in de oorlog tegen Japan in 1905 voorspelde, het begin van het einde van het tsarendom. Toen hij een portret van Karl Marx zag, zou de vrijwel ongeletterde Raspoetin puur op grond van zijn intuïtie hebben voorzien dat de ideeën van deze man de Russische geschiedenis in de greep zouden krijgen.

Op de tsarenfamilie had Raspoetin in ieder geval een positieve invloed, aldus Radzinsky. De aan hemofilie lijdende tsarevitsj had baat bij zijn aanwezigheid, en of dit louter en alleen voortkwam uit Raspoetins overdonderende charisma wordt door Radzinsky betwijfeld. In zijn ogen moet er wel degelijk sprake zijn geweest van een paranormale gave die al stamde uit Raspoetins vroegste jeugd, toen hij paarden wist te genezen door in hun oor te fluisteren.

Ook was Raspoetin volgens zijn Russische biograaf wel degelijk oprecht in zijn extatische godsdienstbeleving. Volgens Radzinsky bleef Raspoetin heel zijn leven een — geheime — aanhanger van de Khlyst-sekte, een curieus gezelschap van heremieten en flagellanten die het koninkrijk Gods op aarde zochten en zich tot grote afkeuring van de Russisch-orthodoxe kerkvaderen regelmatig stortten in rituele orgiën.

Raspoetin, aldus Radzinsky, was inderdaad een seksmaniak, alsmede een machtswellusteling, gek op geld en invloed, maar tegelijkertijd was hij volstrekt oprecht toegewijd aan Nicolaas, Alexandra en hun vijf kinderen. Dat vertrouwen gold vice versa even goed. Nadat ze in 1918 waren geëxecuteerd, werden op de lichamen van de keizerlijke familie medaillons gevonden met daarin het portret van hun twee jaar eerder vermoorde huisvriend.

In de ogen van Radzinsky had Raspoetin het vermogen om de Romanov-familie van de ondergang te redden. Kern van zijn boek is dat Raspoetin, die zich altijd al als een tegenstander van de Russische betrokkenheid bij de Eerste Wereldoorlog had laten kennen, er waarschijnlijk in geslaagd zou zijn de tsaar te bewegen tot een vredesakkoord met de Duitse Kaiser als hij in 1916 niet zou zijn vermoord. In dat geval, zo speculeert hij, had dat nog tijdig de dreigende revolutie afgewend en had de geschiedenis van Rusland een geheel andere draai genomen. In ieder geval behoorden de moordenaars van Raspoetin inderdaad tot de kringen die de oorlog koste wat het kost wilden doorzetten en vooral gebrand waren op de tsarina, die met haar Duitse afkomst als een gevaar voor het instandhouden van het Russische oorlogsmoreel werd gezien.

Een van de handlangers van Felix Joesoepov in de conspiratie tegen Raspoetin was Vladimir Poerisjkevitsj, een van de meest reactionaire leden van de Doema ten tijde van de moord.

Raspoetin was inderdaad een doorn in het oog van dit aartsreactionaire milieu. Zij haatten Raspoetin niet alleen door de roddels die wilden dat hij het bed deelde met de tsarina (een aantijging waar Radzinsky overigens geen aanwijzingen voor heeft gevonden), ze haatten hem nog meer door zijn eigenzinnige visie op de Russische politiek. Alleen al het feit dat Raspoetin joodse vrienden had (hoewel hij tegelijkertijd relaties onderhield met de beruchte antisemitische organisatie De Zwarte Honderd), was in dit milieu al reden voor de opperste verdenkingen.

Door hem te executeren, bewerkstelligden ze meteen de ondergang van alles wat hen dierbaar was: het feodale Rusland van vadertje tsaar. Om dat onrecht ongedaan te maken, is het wellicht de hoogste tijd dat de Russisch-orthodoxe kerk overgaat tot heiligverklaring van Raspoetin als weer een martelaar van kerk en vaderland. Nicolaas en Alexandra gingen hem daar al in voor.