Hoofdcommentaar

De heimelijke bondgenoten Mak en Wiegel

Hoera. De schuld van alle ongerief staat vast. Elk maatschappelijk probleem heeft een adres: de islam. Nog even het postbusnummer van de profeet opzoeken en de finale correspondentie kan beginnen. Ook als schuld niet eenduidig is, staat schuld kennelijk vast. Dat is link omdat het de werkelijk schuldigen in de kaart speelt. Een duivel die op één grote hoop schijt, ondermijnt onze rechtsorde en versterkt de voedings bodem voor rekruterende terroristen.

Afgelopen weekeinde lagen de voorbeelden weer voor het oprapen. Zondag had Buitenhof ex-minister Jan Pronk, speciaal afgevaardigde van de VN in Soedan, en oud-eurocommissaris Frits Bolkestein aan tafel voor een tour d’horizon: van Darfur en de Europese dienstensector tot de toestand van het land plus de recente publicaties van Geert Mak en Geert Wilders. Toen Pronk een lans brak voor een interventie in Darfur vroeg Bolkestein of de oorlog daar iets van doen had met de islam. Pronk antwoordde. Nee, niet met godsdienst. Strijders én slachtoffers zijn moslim. Ja, wél met politiek. De Arabische wereld laat zich weer van een slechte kant zien. Bolkestein kon een tevreden glimlach niet onderdrukken.

Dit wordt een patroon. In NRC Handelsblad had Leon de Winter, columnist van Elsevier, zaterdag een pagina tot zijn beschikking. In een open brief zaagde De Winter al tutoyerend Geert Mak doormidden. Dat jijen suggereerde een conflict binnen één familie, de pasfoto’s van De Winter en Mak maakten het beeld compleet. De Winter koos de kaarsrechte weg voor zijn betoog. Omdat De Winter geen materialist is en economie ondergeschikt acht, beperkte hij zich tot de «sociaal-psychologische werkelijkheid». Aangezien de islam en de Arabieren tijd verspillen met «arrogante genoegzaamheid» wordt het niks. De moslims daar lopen dermate achter dat hier geen sprake kan zijn van pacificatie. «Maar jij blijft, als een ouderwetse Arabier, onverdroten de schuld bij de Ander, ofwel het Westen en de zionisten, leggen», aldus De Winter, die het in zijn tekst tweeduizend woorden lang ook over schuld had.

Mak een Arabier, discussie gesloten. Dat is op zich niet erg. Dat hoort bij pamflettisme. Ware het niet dat de open brief van De Winter niet over Maks Gedoemd tot kwetsbaarheid ging maar over niets minder dan het wereldraadsel. Dat is wel erg. Want het pamflet van Mak gaat niet over het wereldraadsel maar over Nederland: over de pacificatiedemocratie die bij het grof vuil is gezet, en over de introvertie die zich van ons heeft meester gemaakt.

Waarom roept Gedoemd tot kwetsbaarheid zoveel tegenstand op? Met de vormvergelijking tussen Der ewige Jude en Submission heeft Mak onnodig munitie verschaft. Ook al is het een pamflet, historische parallellen missen vaak doel. Stalin mag dan wel ijdel worden gebruikt, nazi’s zijn nog net zo’n taboe als twintig jaar geleden. Zij het omgekeerd: toen werden ze ingezet als ultiem gevaar, nu als unieke uitzondering.

Omdat de aanvallen op Mak zich daartoe echter niet beperken, moet er meer aan de hand zijn. Welnu. Mak heeft een onaangename tweedeling aan het licht gebracht: de scheiding tussen de gewone burgers en het denkende deel der natie.

De statistieken bewijzen dat. Van Gedoemd tot kwetsbaarheid zijn al bijna honderdduizend exemplaren verkocht. Dat is zeven keer meer dan de losse verkoop van NRC Handelsblad of Elsevier en veertig keer meer dan die van De Groene Amsterdammer. Dit commerciële succes jaagt pas echt schrik aan. Als zijn pamflet in een krant of weekblad was verschenen, zou het effect kwantitatief niet zichtbaar zijn geworden. Nu blijkt uit veel betrouwbaardere cijfers dat de weerstand tegen het revolutionaire doel van de religiecritici, die alle wegen naar Rome willen laten leiden, actiever aan het worden is. Terwijl de opiniepeilingen voor de volksliberalen stagneren – Wilders bungelt rond vijf zetels, de LPF loopt langs de afgrond en de VVD krijgt een zeteltje winst – hebben krap honderd duizend burgers hun portemonnee getrokken: nota bene voor een politiek pamflet, toch geen klassiek cultuurgoed in Nederland.

De tweede angst vloeit daaruit voort. Mak heeft de openbare meningsvorming naar de provincie gehaald en de grootstedelijke voorhoede daarmee beroofd van het alleenrecht op dit publieke podium. Mak is binnen een maand een van de belangrijkste publieke stemmen van Nederland geworden: een vertolker van grote groepen wellevende burgers die in abstracto ook huiverig zijn voor de oprukkende islam en vooral het islamitisch terrorisme, maar in concreto gewoon een kop koffie met hun buren willen kunnen drinken zonder onmiddellijk van collaboratie te worden beschuldigd. Voor hen heeft minister Verdonk twee gezichten. Prima dat ze een imam die weigert haar een hand te geven aan de schandpaal nagelt. Maar straks gaat ze er bij het middageten nog doorheen kakelen als iemand voor zijn boterham wil bidden.

In dit verdeelde land neemt Amsterdam een eigen positie in. De stad is op volle toeren. Tempo en richting – burgemeester Cohen had gisteren moeten aftreden, wie het bestaan van God niet ontkent is een holbewoner – zijn een kopie van de jaren zestig. Net als vier decennia geleden willen de publieke meningsvormers in Amsterdam de randvoorwaarden bepalen van de openbare discussie. Wat er in Rotterdam gebeurt, boeit de hoofdstedelijke meningsvormers nog maar amper. De praktijk van burgemeester Opstelten voldoet niet aan de theoretische eisen. Het gevecht moet zich in de bovenbouw blijven afspelen. Die houding is paars op zijn kop. Zoals tegenstellingen in de jaren negentig werden ontkend of verstopt, zo worden ze nu omarmd en uitvergroot. Mak heeft dit monopolie op de spelregels doorbroken en verschoven: naar de kern van de historische canon, waar om wordt gesmeekt zonder hem te willen kennen. En dat is niet de bedoeling van de canonisten.

Mak staat bovendien niet alleen. Interessant wordt nu wat Hans Wiegel gaat doen. Wiegel heeft minstens één eminente kwaliteit: hij voelt aan zijn nieren wat er leeft. Zijn inbraakpoging in de VVD is niet alleen ingegeven door zijn afkeer van staatkundige omwentelingen die afbreuk doen aan het huis van Thorbecke, maar ook door de notie dat de VVD in haar jacht op de Fortuyn-kiezers haar natuurlijke achterban hardhandig heeft verwaarloosd en vervreemd. De werkende bevolking heeft genoeg van de ideologisering van elk ongerief. Liefde is te veel gevraagd, maar saamhorigheid is er nog steeds de norm.