Edward St Aubyn (interview)

De hel van de familieband

Ter gelegenheid van de vertaling van Mother’s Milk – genomineerd voor de Britse Booker Prize – was de Engelse schrijver Edward St Aubyn even in Nederland. ‘Mijn boek gaat over moederdepressie.’

EDWARD ST AUBYN
MOEDERMELK
Vertaald door Nicolette Hoekmeijer
Meulenhoff, 253 blz., € 18,90

Niet voor het eerst is er werk vertaald van de Engelse schrijver Edward St Aubyn (1960, Londen). Al in de jaren negentig werd zijn romantrilogie Some Hope in Nederland uitgebracht, ondanks prima kritieken zonder veel succes. Toen bekend werd dat zijn nieuwe roman Mother’s Milk in oktober 2006 genomineerd was voor de prestigieuze Man Booker Prize veranderde de schrijfcarrière van St Aubyn op slag.
‘Het is een mysterie en ook beangstigend hoe machtig een dergelijke commerciële prijs eigenlijk is’, zegt de gedistingeerde St Aubyn bij zijn bezoek aan Amsterdam. ‘Plotseling kreeg ik ook op de trilogie en mijn andere twee boeken jubelende kritieken, alsof de inhoud niet hetzelfde is als begin jaren negentig. Het lijkt in literatuurland steeds meer te gaan om status in plaats van inhoud.’
De nominatie voor Mother’s Milk, onlangs in vertaling uitgekomen als Moedermelk, is echter zeer gerechtvaardigd. In vergelijking met de trilogie is deze roman niet alleen bijna wreed eerlijk, maar ook teder. Zelden kom je een dergelijke combinatie tegen van eigenzinnig taalgebruik, onderkoelde, bijtende humor, haarscherpe observatie, compassie en goede leesbaarheid. De uitstekende vertaling van Nicolette Hoekmeijer draagt daar zeker aan bij.
In de trilogie Some Hope, die in oktober van dit jaar onder de titel Wat heet hoop eveneens bij Meulenhoff zal verschijnen, verhaalt het eerste deel over de verkrachting van de vijfjarige Patrick Melrose door zijn vader. Als hij bij Eleanor, zijn moeder, in de slaapkamer troost komt zoeken, blijft zij met de rug naar hem toe staan en schrijft een cheque uit aan de stichting Save The Children in India. In deel twee is Patrick een adolescent die kampt met een verwoestende alcohol- en heroïneverslaving. Hij moet de as van zijn vader in New York ophalen. In deel drie vindt Patrick een zeker zelfrespect terug.
‘Een verminkte bevrijding’, zoals St Aubyn het uitdrukt: ‘Het vertellen van de waarheid kan je vrijmaken. Althans, tot op zekere hoogte. Maar mijn schrijverij is zeker niet therapeutisch. Het blijft een curieuze bezigheid. Alleen op een kamertje met een blocnote en een tekstverwerker. Het is geen confrontatie met mensen of mijzelf. Het is het strippen van vermommingen, als het pellen van een ui of beter nog als het ontbladeren van een artisjok, totdat het hart zichtbaar wordt. Dit alles in de hoop dat je iets kunt communiceren. Vervolgens wordt het vaak totaal genegeerd.’
In Moedermelk is Patrick een typische Engelse cynische advocaat, een slapeloze observatiefreak van boven de veertig die nu zelf twee zoons heeft en een vrouw die gebukt gaat onder haar kinderen en doodsbenauwd is om dezelfde fouten te maken als haar eigen moeder. Het is het ultieme relaas over de hel van de familieband. Het opvoeden van kinderen, het huwelijk, overspel, vriendschap en euthanasie.
Toch lijkt het hier om een autonoom boek te gaan, want er zijn verder geen duidelijke verwijzingen naar de trilogie. St Aubyn: ‘Het is een op zichzelf staande roman. Toen ik begon met het schrijven van deze tekst had ik op geen enkele manier het idee dat ik een vervolg aan het maken was. In feite schreef ik zonder enige achtergrondinformatie en onbevangen aan een geschiedenis. Ik had het verhaal net zo goed in de 22ste eeuw op Mars kunnen situeren. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat het om een vergelijkbare familie ging. Toen heb ik als “eerbetoon” dezelfde namen gebruikt. Lezers van Some Hope zullen het grote huis in Frankrijk herkennen. Eleanor geeft hier als dwangmatige filantroop haar hele hebben en houden weg aan een vage New Age-beweging.’
Het onvermogen van Eleanor om zichzelf en haar kinderen te redden bereikt in dit boek het absolute hoogtepunt. ‘Als Some Hope ging over de paternalistische depressie, dan gaat Mother’s Milk over de moederdepressie.’
In een van de eerste grote interviews geeft St Aubyn toe zelf als kind door zijn vader te zijn misbruikt. Toch had hij geen enkele behoefte om zijn romans onder pseudoniem te schrijven: ‘Dat druist tegen al mijn bedoelingen in. Mijn boeken zijn niet geschreven om te shockeren. De dingen die ik beschrijf zijn op zich al zo schokkend dat ingetogenheid nodig is om de bevreemdende atmosfeer neer te kunnen zetten. Ik wil juist transparant zijn. De transformatie van leugens, teleurstellingen en taboes in kunst interesseert mij. Waarom zou je teruggaan naar de groeve als het standbeeld al is gemaakt? Een pseudoniem is een beweging in de tegenovergestelde richting. Alhoewel het wel handig was geweest, want boekhandelaren wisten nooit onder welke letter ze me in de kast moesten zetten. Nu lig ik prominent bij de kassa’s.’
In Moedermelk zijn in vergelijking met de trilogie de portretten humaner, en er wordt een groter scala aan emoties belicht. De roman begint met een zeer overtuigend verslag van hoe het is om geboren te worden, vanuit het perspectief van Robert, de eerste zoon van Patrick. Na een paar jaar wordt er een broertje geboren: Thomas. Dan ontstaat de ultieme broederrivaliteit. Thomas is nog te jong om speeltjes te hebben die Robert zou kunnen stelen. Daarom eigent hij zich in een wonderschone bespiegeling – waar het boek pagina na pagina mee gevuld is – de enige ervaring van Thomas toe: diens geboorte.
‘Robert lijdt al jong aan het leven. Het is uiteraard niet zijn stem. Het gaat om zijn preoccupaties verwoord door zijn vader, moeder, oma en later zijn broer. De verteller is een constante die op die wijze probeert om de best mogelijke beschrijving te geven van de situatie. Het zijn niet de zinnen van Robert. Hoewel kinderen zeker wel in staat zijn om over de diepste zaken na te denken. Dat zie ik bij mijn eigen nakomelingen.’
Dat zou wellicht ook kunnen verklaren waarom de scènes over kinderen in Moedermelk zo adembenemend zijn. Edward St Aubyn schrijft met ongekend inzicht en heeft de gave om de diepste ellende lichtvoetig en desondanks intens te beschrijven. Waar in het verleden zijn boeken slechts bewonderd werden door een handvol kenners, heeft hij met Moedermelk een stap gezet naar een wereldwijd publiek.