FILM Elle s’appelle Sabine

DE HEL VAN HIER EN NU

De echte horror in het leven van de krankzinnige Sabine Bonnaire (38), zusje van de Franse filmster Sandrine Bonnaire, verschijnt als woorden op een filmscherm, witte letters tegen een zwarte achtergrond. In een voice-over leest Sandrine ze zacht voor: vijf jaar in een gesticht, verkeerde diagnose, automutilatie en allerlei narcoleptische medicijnen die Sabine de mogelijkheid ontnamen voor zichzelf te zorgen en, nog het ergste neveneffect, die haar geheugen schoonveegden.
Elle s’appelle Sabine, geregisseerd en gefotografeerd door Sandrine Bonnaire, is een fascinerende film over waanzin en herinnering, over tederheid en de liefde tussen twee zusjes. En ook over de complexe relatie tussen lichamelijke schoonheid en het beeld. Over dit laatste: Sandrine Bonnaire komt slechts een paar seconden voor de camera, maar onvermijdelijk is dat de kijker zich haar treffende opkomst herinnert in films als Patrice Leconte’s Monsieur Hire (1989) en Claude Chabrols La cérémonie uit 1995. Het confronterende is dat haar zusje Sabine, zeker op jongere leeftijd, zich eveneens een natuurtalent toont voor de lens van de camera. Dat blijkt uit videobeelden die Sandrine maakte tijdens een reis die de zusjes jaren geleden naar New York ondernamen. Sabine is betoverend mooi; haar grote, donkere ogen dartelen van opwinding, haar lange zwarte haar en meisjesachtige, lenige lichaam maken het plaatje compleet. Wie is hier de filmster?
Als lyrische herinneringen verdwijnen deze pijnlijk mooie beelden in een fade, en komen we terecht in de hel van het hier en nu: Sabine, inmiddels moddervet, kromgebogen, lopend als een oude vrouw, kwijlend als een baby. En na al die jaren eindelijk een soort van diagnose: ze lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis: ‘psychoinfantilisme’, met als complicatie een ernstige vorm van autisme. De helse jaren in de psychiatrische inrichting hebben hun tol geëist. Sabine lijkt verloren. Ze woont nu in een privé-tehuis voor waanzinnigen, en in deze omgeving volgt zusje Sandrine haar gedurende een paar dagen. Deze actuele beelden worden versneden met de dromerige flashbacks van Sabine als meisje, als de beauty met de afwisselend lachende en verontrustende blik. Dit contrast máákt de film; contrast tussen heden en verleden, droom en werkelijkheid, waarmee cineast Sandrine een vraag stelt: bestaat de oude Sabine nog? Is het meisje van vroeger nog verstopt ergens in het doolhof van de krankzinnige geest van de middelbare vrouw van nu?
Elle s’appelle Sabine valt te lezen als een poging van Sandrine om het verleden ‘terug’ te halen, om vorm én zin aan de herinnering te geven. Dat is onmogelijk, en dat maakt de tragedie van Sabine Bonnaire des te afschuwelijker. Dat blijkt ook als Sandrine aan Sabine een dvd laat zien met beelden van hun vakantie in Amerika. Wanneer de lachende Sabine als mooi meisje in beeld verschijnt, barst de oudere, kwijlende Sabine op de bank in tranen uit. ‘Nee’, zegt ze, ‘ik huil niet… het zijn tranen van blijdschap.’ Maar haar ogen blijven doods als ze dat zegt.
Een moment om nooit te vergeten komt als Sandrine voor het eerst in beeld verschijnt, tegen het einde van de film. De context is niet helemaal duidelijk, maar opeens zijn de zusjes bij elkaar, náást elkaar, tegen elkaar, en dan pakt Sabine haar zus vast, doet haar ogen dicht en zegt: ‘Ik ruik Sandrine’s haar!’ De scène is zo intiem, zo prachtig. En bijna onwerkelijk. Want de eerlijkheid ervan tilt de film boven de middelmaat uit. Wat we zien, is wat het is: liefde, tederheid en de tragiek van de verloren tijd.

Te zien vanaf 11 september