Seksueel geweld in Egypte

De hel van Tahrir

Voor vrouwen is het Tahrirplein in Caïro uiterst gevaarlijk. Tijdens demonstraties vonden vele groepsverkrachtingen plaats. Ook een Nederlandse stagiaire werd deze zomer slachtoffer. Maar de eerste rechtszaak moet nog beginnen. Voor vrouwen is het Tahrirplein in Caïro uiterst gevaarlijk. Tijdens demonstraties vonden vele groepsverkrachtingen plaats. Ook een Nederlandse stagiaire werd deze zomer slachtoffer. De eerste rechtszaak moet nog beginnen.

Medium egypte

Op maandag 1 juli verschijnt er rond het middaguur een kort bericht op de website van de nos. Een Nederlandse vrouw van 22 is aangevallen op het Tahrirplein in Caïro, en mogelijk ook verkracht. Internationale media pikken het nieuws op, en melden dat het om een journaliste gaat. Het AD bericht dat ze naar het plein was gekomen ‘om foto’s te nemen’. Buitenlandse Zaken houdt de kaken onderwijl op elkaar. De avond ervoor, 30 juni, heeft het NOS Journaal dan al wat schokkerige beelden van de Egyptische televisie vertoond, vergezeld van triomfantelijk Arabisch commentaar (‘Hoppa, ze kleden haar uit!’). In het Veluwse Putten zit Willemijn Heijnsdijk op dat moment voor de tv. Ze schrikt. Haar kleindochter Tessa is in Caïro. Ook 22 jaar oud. Maar nee, denkt ze meteen, dit is vast iemand anders. Zoiets overkomt Tessa niet.

Ruim drie maanden later zit Tessa Heijnsdijk (niet haar echte naam) met een grote kop thee aan het raam van een Utrechts café. Ze is tenger, klein en met haar blonde haar onmiskenbaar Hollands. Haar studie internationale betrekkingen, zo vertelt ze, rondde ze dit voorjaar af met een scriptie over de Arabische lente. De regio lonkte. Waarnaartoe precies maakte niet uit. In de lente kreeg het plan vaste vorm: drie weken Caïro, daar stage lopen en de cultuur leren kennen. Het zou bij zes dagen blijven.

Tessa: ‘Ik ging werken voor een organisatie die bewustwording wil creëren over verkiezingen en het stemrecht. Dat was althans de bedoeling. Veel werk was er niet te doen. Op straat voelde ik me als vrouw niet echt veilig. Mensen keken me na, sommigen maakten wenkende geluiden. Tegelijkertijd dacht ik: waarom zou ik bang zijn? Ik ben twee keer in de Palestijnse gebieden geweest – daar was de sfeer nooit vrouwonvriendelijk. Als westerse houd je jezelf toch voor: ik ben een onafhankelijke vrouw, wat maakt iemand mij. Ondertussen liep de spanning in Caïro op. Op Tahrir kreeg ik flyers in mijn handen gedrukt die protesten aankondigden voor 30 juni, de dag dat president Morsi precies een jaar aan de macht zou zijn. Als internationals vonden we het heel spannend. We spraken met mensen op de markt, en wisselden meningen uit. Ik heb nog gevraagd of het veilig was om te demonstreren, en kreeg te horen dat ik me geen zorgen hoefde te maken. “Neem wel een paar mannen mee”, zeiden sommigen.’

Op vrijdag 28 juni ging ze ’s avonds met een Engelse vriend en een Braziliaanse journalist naar een café, waar ze live naar de beelden van Tahrir keken. ‘Op tv kwamen gezinnen met kinderen voorbij’, herinnerde ze zich. ‘Het oogde gemoedelijk. Mensen waren aan het klappen en dansen, vaders hadden kinderen op hun nek, geschminkt en al. Ik had me voorgenomen niet naar de demonstraties te gaan, maar nu dacht ik: hier wordt geschiedenis geschreven, op dit plein. Nu gaat de democratie het winnen van de dictatuur. Hier moet ik bij zijn.’ De drie besloten even een kijkje te nemen, maar namen zich voor kort te blijven. Tessa verstopte haar blonde haar voor de zekerheid onder een sjaal.

‘Een grote groep mannen liep ons in de rug. Zeker tien of twintig. Ze begonnen te duwen, en me in mijn kont te knijpen’

Op het plein leek er aanvankelijk geen vuiltje aan de lucht. ‘Het was rustig, met links en rechts vooral straatverkopers. Er werd geklapt, gedanst. We liepen richting de metro, aan de noordkant van Tahrir, om vanaf daar naar huis te gaan. Vlak bij de metrotunnel ging het plotseling mis. Een grote groep mannen liep ons in de rug. Zeker tien of twintig moeten het er geweest zijn. Ze begonnen te duwen, en me in mijn kont te knijpen. Ik schrok, en begon te huilen. Ik greep me aan die Engelse vriend vast. Toen brak er chaos uit. Er vielen eetkraampjes om, en we kregen een plens thee over ons heen. Heel snel hebben ze me toen ingesloten. Mijn vrienden werden weggemoffeld, gestript en beroofd.

Er kwamen meer mannen bij, ik denk wel vijftig. Ze scheurden mijn kleren uit en trokken mijn slipje naar boven kapot. Eerst zaten ze alleen aan mijn borsten, maar algauw drongen ze overal bij me naar binnen. Van voren en van achteren verkrachtten ze me, met tien handen tegelijk soms. Ze trokken me aan mijn haren, kwamen met hun kartelige nagels in me. Een jonge Egyptenaar die ik niet kende, greep me vast, en zei: “God sent me to save you.” Al moet ik mijn leven ervoor geven, ik ga je redden. Aan die gedachte heb ik me vastgeklampt. Soms verdween hij uit het zicht, maar dan vocht hij zich een weg terug. Hij is tot het einde bij me gebleven. Ik weet niet of ik het zonder hem had overleefd.’

Hoe ze ook schreeuwde en worstelde, de begerige meute liet niet los. Ze besefte dat ze bij bewustzijn moest blijven. ‘Het bloed stroomde langs mijn benen, zoveel dat ik ervan schrok. Het zat op hun handen, hun gezichten, overal. De pijn voelde ik toen niet meer, die zou ik overleven, maar ik realiseerde me dat ik niet te veel bloed mocht verliezen.’ Ze zucht, herpakt zich dan. ‘Als ik flauwviel, werd dat mijn dood. Dat wist ik zeker. Dan hadden ze me ergens op een rustig plekje kunnen afmaken. Gelukkig bleef ik bij bewustzijn. Ik heb zelfs een paar ogen uitgekrabd. Ik voelde het slijm aan mijn vingers. Beet, dacht ik dan.’

Ofschoon de camera’s op het plein alles live volgen, greep politie noch leger in, bang de massa tegen zich in het harnas te jagen. Tessa: ‘Het leger en de politie stonden ver weg, aan de rand van het plein. In mijn geval was ingrijpen hoe dan ook zinloos; mijn belagers waren met te veel.

‘Op de pleinen heerst algehele wetteloosheid. Op Tahrir is het ieder voor zich. Mannen weten dat ze daar vrij spel hebben’

Pas na meer dan een uur werd ik gered. Een aantal helpers slaagde erin me een woning binnen te loodsen. De deur werd gebarricadeerd, en er kwam een dokter bij die het bloeden probeerde te stelpen. Ik kreeg een abaja (lang gewaad – jjh) aan, en werd op een brancard gelegd. Maar eenmaal buiten ging de worsteling gewoon verder, en trokken ze me van de brancard af. Opnieuw dook iedereen op me. Een grote vent heeft me toen als een rugbybal opgepakt, en me in de klaarstaande ambulance gesmeten. Ik moest daar weg.’ De hel van Tahrir was toen geweken. Vanuit de ambulance sprak ze de voicemail in van haar vader, die het eerste vliegtuig naar Caïro nam. Ze werd dezelfde avond geopereerd, en vloog twee dagen later terug naar Nederland.

Tessa’s nachtmerrie is er, wreed maar waar, een uit velen. In Egypte vonden de aanvallen deze zomer bijna dagelijks plaats. Maar liefst 91 gevallen van seksueel geweld werden er tussen 30 juni en 3 juli gerapporteerd, waaronder een aanzienlijk aantal groepsverkrachtingen. Human Rights Watch repte van een ‘epidemie’. Opvallend vaak volgden de aanvallen hetzelfde patroon: een vrouw wordt door een kleine groep mannen gescheiden van haar vrienden, omsingeld en verkracht. Omstanders doen mee, of helpen de belagers door potentiële helpers met messen en stokken af te houden.

Voor buitenstaanders lijkt het geweld een postrevolutionair fenomeen. Met graagte doken internationale media op het verhaal van de Zuid-Afrikaanse cbs-presentatrice Lara Logan, nadat zij op de avond van Mubaraks aftreden in februari 2011 het slachtoffer was geworden van een beestachtige aanval. De koppeling met de revolutie was snel gemaakt. Ten onrechte, benadrukken mensenrechtenorganisaties. Al onder Mubarak werden bendes betaald om vrouwelijke demonstranten aan te randen. In 2006 ontketende een Egyptische blogger een fiks debat toen hij een filmpje naar buiten bracht waarop drie vrouwen tegelijk belaagd werden.

Dat neemt niet weg dat de straten van Caïro sinds het begin van de revolutie onveiliger zijn geworden voor vrouwen, met de laatste week van juni als absoluut dieptepunt. Dalia Abd El Hameed, onderzoekster bij het Egyptian Initiative for Personal Rights, maakt zich grote zorgen. ‘Voorheen ging het vooral om intimidaties, scheldpartijen op straat. Nu zie je het vooral bij grote demonstraties, en heviger bovendien. Grote groepen mannen die vrouwen de kleren uit scheuren, betasten en met scherpe voorwerpen verkrachten.’ Een belangrijke oorzaak is de algehele wetteloosheid op de pleinen van grote steden. Op Tahrir is het ieder voor zich. Mannen weten dat ze daar vrij spel hebben. Ter illustratie: de eerste rechtszaak tegen een (groeps)verkrachter moet er in Egypte nog komen.

‘Er is een maatschappelijk klimaat ontstaan waarin seksueel geweld toelaatbaar wordt geacht door veel Egyptenaren’

En dan is er nog – stopverf onder de verklaringen – de seksuele frustratie. Op Pakistan na is er geen land dat vaker op het woord ‘seks’ googlet. Nagenoeg iedere vrouw (dat wil zeggen: 99,3 procent) in Egypte is wel eens seksueel geïntimideerd, of erger, zo bleek uit een in april gepubliceerd rapport van het VN-agentschap voor vrouwenrechten. Daarbij gaf bijna de helft te kennen dat dit sinds de revolutie erger was geworden, tegenover 44 procent die geen verschil zag. De kleding (liberaal of niet) maakt geen verschil, het tijdstip op de dag evenmin. Meest voorkomende plek: op straat, nauw gevolgd door het openbaar vervoer.

Over de politieke achtergronden laat het rapport zich niet uit, en gezien de cijfers is dat begrijpelijk. De schaal van de intimidatie maakt elk politiek vingerwijzen (‘het zijn de Moslimbroeders’) bij voorbaat onzinnig: iedereen doet eraan mee. Getrouwde mannen evengoed als minderjarige pubers. Ook Heba Morayef, directrice van Human Rights Watch in Caïro, gelooft niet dat er een politieke groepering achter het geweld zit. ‘Zo eenvoudig is het niet’, laat ze in een telefonisch interview weten. ‘Dit is een structureel probleem waar vrouwen op een dagelijkse basis mee te maken hebben’. De rol van seksuele frustratie moet volgens haar niet overdreven worden: ‘Het gaat om meer dan alleen psychologische factoren. Er is een maatschappelijk klimaat ontstaan waarin seksueel geweld toelaatbaar wordt geacht door veel Egyptenaren. Kijk naar het openbaar vervoer, waar elke dag vrouwen betast worden alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. De staat moet hen beschermen, maar faalt daarin.’

Als reactie zijn er sinds 2011 actiegroepen opgericht met namen als Operation Anti-Sexual Harassment/Assault (OpAntiSH), HarassMap en Tahrir Bodyguard. Samen vullen ze het vacuüm dat autoriteiten op de pleinen hebben laten ontstaan. Door middel van uitkijkposten, noodnummers en veilige corridors moeten vrouwen voor een aanval behoed worden. Soms werkt dat. Vaker nog komen vrijwilligers te laat. Met name HarassMap pakt het grondig aan. Anonieme meldingen via internet of sms worden in een online kaart verwerkt, zodat duidelijk is wat de gevarenzones zijn. Daarna bezoeken vrijwilligers de wijk, en gaan met omwonenden in gesprek. Het doel: buurtbewoners en kioskhouders ertoe bewegen hun straat of buurt tot een veilige zone te maken.

Er zijn tekenen van verbetering, hoe klein ook. Zo heeft het woord ‘taharosh’ (aanranding) het laatste decennium zijn intrede gedaan in de taal, waar er voorheen van ‘flirten’ werd gesproken. De jonge muzikante Yasmine El Baramawy werd in november vorig jaar verkracht, en diende met zes anderen een officiële aanklacht in. Ook stapte ze met haar verhaal naar de media, onder haar eigen naam welteverstaan – een zeldzaamheid in het van schaamte vergeven Egypte.

Volgens Noora Flinkman, zelf werkzaam bij HarassMap, is er niettemin nog een lange weg te gaan: ‘Ik hoor nog veel te vaak de bekende stereotypen, de geijkte uitwegen; dat vrouwen te bloot gekleed gaan, en er zelf om gevraagd hebben, of dat mannen nu eenmaal zo zijn.’ In feite, zo meent Dalia Abd El Hameed, voelen mannen zich in hun positie bedreigd. ‘Vrouwen worden de laatste jaren steeds mondiger. Ze zijn zichtbaarder in de publieke ruimte en de politiek. Ik zie het geweld als een poging om dat terug te draaien.’

Terugkerend probleem is dat politie en leger de aanvallen niet serieus nemen. Wat heet, er zijn gevallen bekend waarbij ze deelnemer waren. Tessa herinnert zich het bezoek van de politie in het ziekenhuis, twaalf man sterk. ‘Hun eerste vraag: wat had je aan?’ Van de wetgevende macht valt al even weinig te verwachten. Na een golf van aanvallen tijdens demonstraties eerder dit jaar liet de Shura Raad (zeg maar de Egyptische Eerste Kamer) weten dat vrouwen de terreur voor hun eigen rekening moesten nemen, aangezien ze zelf het gevaar hadden opgezocht. In Tessa’s geval kwam het niet tot een proces-verbaal, omdat de autoriteiten erop stonden een lichamelijk onderzoek uit te voeren. Twee dagen later welteverstaan, toen zij al in het vliegtuig terug zat. De vraag is of het uitmaakt. Elk strafonderzoek, ook dat van Baramawy, is tot nu toe stukgelopen op de identificatie van de daders.

Tessa nipt nog eens van haar jasmijnthee. Ze is inmiddels voor de tweede keer geopereerd, en heeft lang moeten uitrusten. Nu maakt ze weer lange dagen. Wraakgevoelens koestert ze niet. ‘Daar schiet ik niks mee op. Wel heb ik een keer overwogen om een filmpje te maken. Dat je een aantal Egyptische vrouwen ziet, allemaal naakt met alleen maar een hoofddoek om, die om alle mannen van die avond heen gaan staan, en hun de handen afhakken. Maar dan nep hè. Zo van: dit gebeurt er als je ooit nog onze vrouwen aanraakt.’

Beeld: Johann Rousselot / Laiuf