Het IJ-festival

De held in jezelf

Geen helden meer? Natuurlijk wel. Ze zijn alleen niet meer de onaantastbare halfgoden van vroeger. Tegenwoordig is iedereen een held. Ergens diep van binnen. Dat leert het festival aan de andere kant van het IJ.

Wie zijn de helden van onze tijd? Op deze vraag poogt het Over het IJ-festival, dat de afgelopen weken in Amsterdam-Noord plaatsvond, een antwoord te geven. Reflecties op de aard, de betekenis of de functie van het fenomeen held ontbreken. Hier wordt slechts getoond. Helden in alle maten en soorten bevinden zich in een dertigtal containers die staan opgesteld op het Heldenplein op de NDSM-werf.
Dat het tegenwoordig een fluitje van een cent is om een held te worden, blijkt wel uit het boegbeeld van het festival: schipper Henk. Wat zijn de heldendaden van Henk? Dat hij dagelijks twee blikjes Fanta light drinkt? Dat hij de weinige kleren die hij nodig heeft als geüniformeerd man bij c&a koopt? Dat hij pas is gestopt met roken? Nee. Henk is een held omdat hij de festival gangers over het IJ heen en weer pendelt.
Daarmee is de toon gezet. Het begrip held is aan ernstige inflatie onderhevig. De tijd dat je het predikaat held moest verdienen door naar de maan te vliegen, door naakt in Playboy te poseren of iemand van de verdrinkingsdood te redden, is definitief voorbij. Filmsterren, bekende Nederlanders, politici en de kaasboer op de hoek — het zijn allemaal helden. Neem de dakloze Van N. die in Den Haag teksten op muren kladt en daarom door beeldend kunstenaar Karin Langeveld tot held is uitgeroepen.
Ook sportpresentator Umberto Tan gaat tegenwoordig als held door het leven. In container 21 wordt hij door Kuno Terwindt — zelf ook ongetwijfeld een held — over zijn métier aan de tand gevoeld. En dat veel meisjes verwoed barbiepoppen verzamelen is bekend, maar om dit tuttebelletje tot held te bombarderen, is op z'n zachtst gezegd een beetje naïef.
In de container van Astrolight Radio is het een knusse bedoening. De wanden zijn bedekt met posters van Frans Bauer, Koos Alberts en andere vertolkers van het levenslied. De vrijwilligers van Astrolight, een zender die 22 uur per week uitzendt in de gouden driehoek Purmerend-Almere-Amsterdam, worden op handen gedragen door duizenden betalende abonnees. Het is een uit de hand gelopen hobby, verzucht Ria. «We draaien zelfs in crematoria. En we doen aan stervensbegeleiding. Afgelopen oudejaarsavond werden we gebeld door een trouwe luisteraar die op sterven lag. ‹Ik wil Bep en Ria zien›, zo luidde haar laatste wens. Nou, die oliebollen kunnen dan wel even wachten.»
In container 04 lijken we op the real thing te stuiten. Aan de wanden hangt een tiental opgeblazen foto’s van overstromingen en dijkdoorbraken. Ze getuigen van de waters noodramp in Tuindorp Oostzaan in 1960. Een pronte blonde dame vertelt hoe de huizen onder het water verdwenen en dat het niet minder dan tien dagen duurde voor al het water weer was weggepompt. Navraag leert dat Corry Fellinga zelf hoog en droog in Amsterdam-Zuid zat op het moment van de ramp, maar als voorzitter van het Historisch Archief geeft ze graag bekendheid aan de echte helden van deze nare episode: niet de hulpverleners, maar de bewoners die dagenlang bezig zijn geweest om alle viezigheid van slib en riolering van hun tapijt te schrobben.
Het zijn deze huis-, tuin- en keukenhelden die de boventoon voeren. De helden ondanks zichzelf. Natuurlijk ontbreekt Elvis Presley (een verkreukeld lijk onder de spinnenwebben) op dit Heldenplein niet. En natuurlijk brengt Harm Petten, een geestelijk gehandicapte zanger, een ode aan Bruce Springsteen. Jimi Hendrix («Zo vrij zijn als een hippie!») moet het doen met de eveneens verstandelijk gehandicapte acteurs van Lebelle, die vooral hun energie steken in een krachtig V-teken: «Peace! No more war!» Madonna, Marilyn Monroe en lady Di bevinden zich onder de hoede van verzamelaar Priscilla Smith. In een tot tienerkamer omgebouwde container betoogt ze dat ze zich identificeert met het «rebelse» van haar heldinnen: je lekker nergens iets van aantrekken. Helaas moet zelfs de grootste held zich aan de bustijden houden en Priscilla maakt zich snel uit de voeten om op tijd thuis te zijn.
Zoek de held in jezelf — dat is de boodschap die vele containers uitdragen. Maar natuurlijk! In een tijd dat iedereen met zijn kop op tv wil, dat webcam en karaoke hoogtij vieren, zijn jij en ik in één moeite door ook een held. «Ik ben een held» heet container 10, die is volgeplempt met A-viertjes waarop bezoekers zichzelf karakteriseren. Ik ben een held omdat… «omdat ik nooit nee zeg». Ik ben geen held omdat… «ik verslaavd ben geweest». Dit tenenkrommende proza zet zich voort in container 11, waar zich de Heldenregistratie bevindt. Officiële documenten met pasfoto bevestigen de zelfgekozen status van held, waaronder een «duivenredster», een «vader en moeder van twee fantastische dochters» en iemand die «toch is gaan klimmen ondanks hoogtevrees».
Afgezien van het hoge homevideo-gehalte is hier ook sprake van een contradictio in terminis. Het is onmogelijk om je eigen held te zijn, omdat een held qualitate qua op een voetstuk staat. Zelfs als het je eigen broer of vader is. Het karakteristieke van een held is immers dat hij ten enenmale onbereikbaar is. In plaats van al die nephelden spreken daarom de twee ouderwetse helden op Heldenplein het meest tot de verbeelding. Helden uit de oude doos die met gevaar voor eigen leven de nek hebben uitgestoken. In een container die aan de Duitse bezetting is gewijd, vertelt een gedistingeerde heer vol passie over zijn vader die indertijd bij de Arbeidsdienst werkte. Niet alleen was hij gewiekst in het vervaardigen van valse papieren, ook redde hij zo'n acht- tot tienduizend joden het leven door hun papieren te vernietigen, zodat ze nooit werden opgeroepen.
In container 12 huist Dingeman Coumou, die zich inzet voor de zaak van Poncke Princen. «Eigenlijk doe ik niet aan helden», verontschuldigt hij zich, «maar Poncke Princen heeft recht op eerherstel. Er zijn wel meer ‹foute› opvattingen in de koloniale geschiedenis herzien: Multatuli is alsnog gerehabiliteerd en Van Heutsz is juist van zijn sokkel getrokken. Dus waarom niet Princen, nu hij nog leeft?» De contacten van Coumou met Princen reiken niet verder dan Ponckes broer Kees. Hij kan slechts hópen dat Kees Poncke zal vertellen over zijn container hier…
Echte helden worden zeldzaam.
Over het IJ-festival, Heldenplein, Amsterdam-Noord, t/m 11 augustus