De held van limburg

NUTH, zondagmiddag, kort na twaalven. Café De Raadskelder tegenover de St. Bavokerk doet goede zaken. De kerk is juist uit en de ‘kleine pilsjes’ vinden gretig aftrek. Achter het raam dat uitkijkt op de Dorpsstraat leggen zes mannen een kaartje. Een treurige kerel, alleen aan de tap, kijkt wat mistroostig voor zich uit. Veel stilte.

Als een vreemde, met kennelijk onverstaanbare westerse tongval, in deze zondagse vrede de weg vraagt, is er eindelijk gespreksstof. ‘Wablief? Wie zoekt u? Oh, maar zeg dat dan meteen! U zoekt Reneeke!’
De barjuf steekt een sigaret op en mengt zich met onvervalst zuidelijke tongval in het gesprek: 'René, die hebben ze zo laf laten vallen hè? De paspoorten, dat is al jaren geleden, maar nog steeds heeft hij daar last van. Hij was gewoon een zondebok.’
De man weer: 'Zondebok? Limburger zul je bedoelen! Als het een Hagenees geweest was, dan hadden ze ’m laten zitten. Limburgers zijn in de politiek altijd de zondebokken. Zelfs René was daar niet tegen bestand. Ik heb altijd op hem gestemd omdat hij van hier is en hart heeft voor de mensen.’
De barjuf: 'Ach, hoe heet hij ook al weer? Ik heb dit jaar maar voor dat jong uit Valkenburg gekozen. René steunde hem, dus het zat wel goed. Maar hoe je naar zijn huis moet? Links langs de kerk naar beneden, de heuvel op en aan het eind de hoek om.’
DAAR WAS HIJ weer, de keizer van Limburg: René van der Linden, oud-Kamerlid, oud-staatssecretaris. De televisie bracht het gewezen Kamerlid prominent in beeld toen vorige week in Maasbracht het initiatief werd genomen tot meer zelfstandigheid voor het CDA in Limburg. Aan een achteraftafeltje overlegde Van der Linden voorafgaand aan de vergadering met wat partijgenoten uit de regio. Typisch de achterkamertjescultuur van het CDA, grapte Den Haag Vandaag. 'Zeer kwalijk’, zegt Van der Linden. 'We waren bezig met de voorbereidingen van een grote familiegezinsdag, het begin van de campagne voor de statenverkiezingen. Den Haag Vandaag vroeg nog: zit u samen te zweren? Natuurlijk niet, zei ik, wij bereiden een familiegezinsdag voor. Maar dat wilden ze kennelijk niet horen.’
In de prachtige hoeve van Van der Linden aan de rand van Nuth lijkt zich een generale repetitie voor de familiegezinsdag af te spelen. Iedereen is thuis en verstout zich in de woonkamer aan koffie met vlaai, groentesoep, toastjes met garnalensalade en wat dies meer zij. René van der Linden probeert ondertussen uit te leggen hoe het nu komt dat hij in Limburg een lokale held is, maar in Den Haag na de paspoortaffaire nooit meer helemaal heeft kunnen aarden.
Hij doet er wat luchtig over. Oké, hij zal dan misschien de bekendste politicus van Limburg zijn, maar dat heeft hij slechts te danken aan de wijze waarop hij zich als volksvertegenwoordiger heeft opgesteld: eerst de regio en dan pas Den Haag.
Van der Linden: 'De mensen hier weten precies wat ze aan me hebben. Ze kennen me door en door. Ik heb ze ook altijd met voorkeur behandeld en aandacht gegeven. Aandacht voor mensen is een stukje erkenning voor wat ze betekenen, voor wat ze doen. Dat vergeet de politiek wel eens. Een Kamerlid is niet een soort super-ambtenaar in Den Haag. Nee! Een politicus moet met al zijn vezels in de samenleving staan.’
EN DAT STOND Van der Linden ook, menen de stamgasten in het dorpscafé. Het is alleen wat sneu dat lokale faam ten koste lijkt te gaan van landelijk succes, analyseren ze de moeizame gang van 'eeuwige belofte’ Van der Linden.
Bij zijn aantreden als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken werd Van der Linden in 1986 door de Haagse Post nog getypeerd als de 'verpersoonlijking van de winning mood der christen-democraten’. Twee jaar later was hier nog weinig van over. In september 1988 moest hij aftreden nadat een parlementaire enquêtecommissie tot de conclusie was gekomen dat hij de Kamer niet juist had ingelicht over de voortgang van de ontwikkeling van een nieuw fraudebestendig paspoort. De werkelijke fouten in het dossier waren echter onder Lubbers I door Van der Lindens voorganger Van Eekelen gemaakt. Ook hij, inmiddels minister van Defensie, moest aftreden.
Na jaren stilzwijgen onthulde Van der Linden vorig jaar in Vrij Nederland dat er een deal bleek te zijn tussen de fractievoorzitters van beide regeringspartijen. Waar een VVD'er geofferd werd, moest ook een CDA'er vallen.
Terug in Limburg stond de telefoon roodgloeiend: steunbetuigingen van kiezers en medestanders. Ze hadden hem gepiepeld daar in Den Haag, betoogden de streekgenoten die hem in Nuth weer als held in de armen sloten.
Om te laten zien dat een 'krasje in het politieke gelaat’ geen reden is om helemaal te verdwijnen, keerde Van der Linden kort na de kwestie terug in de Tweede Kamer. Zijn eigen Limburgse aanhang was hem immers nog altijd trouw. Een terugkeer als staatssecretaris (nu van Landbouw) in Lubbers III of als Commissaris van de Koningin zat er niet meer in, daarvoor was hij te zeer beschadigd.
De affaire in 1993 rond het binnenhalen van bedrijfsgelden voor het Limburgs partijbureau, maakte van Van der Linden helemaal een tragische held. Het was nu niet de kamerfractie die hem liet vallen, maar partijvoorzitter Van Velzen. Deze hekelde de rol die Van der Linden bij de fondswerving had gespeeld. Na extern onderzoek bleek er met het omstreden fonds niets aan de hand, maar de verhoudingen tussen Nuth en Den Haag waren tot een dieptepunt gedaald.
Van der Linden stapte naar aanleiding van het Haagse wantrouwen uit het partijbestuur van het CDA-Limburg, maar bleef tot begin dit jaar in de Kamer. De vernieuwingsdrang van het CDA maakte een eervolle hoge plaats op de lijst voor de laatste parlementsverkiezingen onmogelijk. 'Kamerleden die bekend zijn, zijn nou eenmaal gevaarlijk voor de anonieme leiding’, legde oud-Kamerlid Gualthérie van Weezel uit op Van der Lindens afscheidsreceptie.
Weer telefoontjes. Nu van verontwaardigde kiezers. 'Us Reneeke’ had toch best nog wat jaartjes met voorkeurstemmen de Kamer in gekund? In 1989 haalde hij immers ook het ontzagwekkende aantal van 34.000 voorkeurstemmen. Maar Van der Linden hield de eer aan zichzelf.
DE BOEDEL WERD overgenomen door de Valkenburgse jongeling Camiel Eurlings. Eurlings stond op een onverkiesbare plaats, maar haalde met de voorkeurstemmen van de trouwe kiezers van Van der Linden toch het kamerlidmaatschap. Van der Linden bleef actief in het CDA-Limburg. Ondertussen werkte hij achter de schermen met de nieuwe afdelingsvoorzitter Frissen aan de 'eigenstandige’ coming out van de Limburgse kamerkring. De lang gekoesterde wens van meer inspraak voor het zuiden lijkt hiermee uit te komen.
De geruchten dat het CDA-Limburg nu zou gaan opereren naar het voorbeeld van de politieke vrienden van de CSU in de Duitse deelstaat Beieren, waren niet van de lucht. De Franz Josef Strauss van Limburg ontkent echter zo ver te willen gaan, al heeft het Duitse model voordelen en is de riante electorale positie van de CSU erg aanlokkelijk. Toch: 'Alle mensen die het CDA-Limburg door de plannen afschilderen als een bedreiging voor het CDA, zijn de partij niet welgezind. Ik zou liever een vergelijking willen maken met VNO-NCW. Binnen het grotere geheel van deze organisatie heb je zelfstandige eenheden. Zo moet het in het CDA ook: Den Haag creëert een kader waarbinnen de regio’s eigen verantwoordelijkheid nemen. Een regio die zich onderscheidt door veel kiezers en veel leden, moet veel te vertellen hebben binnen het CDA, terwijl een regio die er maar weinig van brouwt niets te vertellen moet hebben. Wij willen op een aantal punten onze eigen boontjes doppen. Al is Nederland maar een klein land, de verschillen per regio zijn groot. Verschillen in volkscultuur, verschillen in gewoonten, in benadering en natuurlijk in de relatie tussen burger en politiek. Hier in Limburg staan we veel dichter op de mensen, er is veel grotere betrokkenheid. Of dat nu om politiek gaat of om de fanfare.’
Want dat lijkt het geheim van het bekendste Kamerlid uit de provincie: dicht bij de mensen staan. Van der Linden: 'Voor mij is het doodnormaal om verantwoording af te leggen in de regio. Voor een hoop politici uit de Randstad is dat onbegrijpelijk omdat ze niet op de lijst zijn gekomen door een grote aanhang, maar omdat ze geliefd zijn bij het partijbestuur. Kleine groepjes mensen in Den Haag bepalen tegenwoordig voor het volk uit welk bakje ze moeten eten. Maar zo werkt het niet! Het gaat om volksvertegenwoordiging. De politiek kan alleen maar aanhang blijven houden als de kiezers het gevoel hebben dat de politiek er voor hen is, en niet omgekeerd. De afstand tussen Den Haag en de provincie is gevoelsmatig gigantisch groot. Hierdoor lijkt het alsof alles buiten de Randstad buiten beschouwing blijft.’
Hij is zich bewust van zijn eigen faam. Zonder aarzeling: 'De partij zou veel meer gebruik moeten maken van mensen zoals ik, mensen met een grote aanhang. Iedere regio heeft van die mensen. Zonder inmenging van Den Haag zouden zij gekandideerd moeten kunnen worden. Er is geen democratie ter wereld waar, zoals in Nederland, de lijsten nationaal centraal worden opgesteld. Niet de stemgerechtigden kiezen hier wie er in Den Haag moeten komen, maar de politici kiezen hun kiezers! Als ik in het buitenland vertel dat er bij ons volksvertegenwoordigers in de Kamer zitten met, pak ’m beet, 47 stemmen, dan vinden ze dat onbegrijpelijk.’
VAN DER LINDEN is de politicus van de toekomst, denkt hij zelf. Duidelijk opkomen voor de regio, luisteren naar de mensen in de straat, spreekuur aan huis en netjes de telefoontjes van verontruste burgers afhandelen. Regionalisering is ook helemaal ín, weet hij. Lokale televisie wint aan populariteit en als straks de euro er is, vervagen de grenzen al helemaal. Niets heeft Den Haag dan nog in te brengen. Collega-politici in het buitenland hebben al jaren door dat de regio zwaarder weegt.
Van der Linden: 'Bij de Raad van Europa, waar ik vroeger werkte, kwamen soms mensen niet opdagen omdat ze belangrijke activiteiten in hun kiesdistrict hadden. Dat is de juiste volgorde: je moet altijd de regio de voorkeur geven. Politieke partijen zoeken allemaal naar methoden om dichter bij de mensen te komen. Je slaagt daar pas echt in als je een gemengd districtenstelsel zoals in Duitsland invoert. Nu zal de Kamer daar niet snel toe overgaan, want zeker de helft ondertekent dan zijn eigen politieke doodvonnis. Maar het is toch prachtig: één stem op de lijst en één stem op de persoon.’
Toch weer Duitsland als voorbeeld. Al verklaart Van der Linden zélf dat het CDA-Limburg de kloof met Den Haag niet op de spits wil drijven en het dus niet tot een afsplitsing zal komen; met de CSU-variant zou het voor de christen-democraten in Limburg een makkie worden om de provincie helemaal naar eigen hand te zetten. Als de Franz Josef Strauss van het Limburgse heuvelland wacht oud-Kamerlid René van der Linden een gouden toekomst.