Tot gisteren. Toen werd bij mij, bij een routineonderzoek, kanker geconstateerd.
Razend was ik. ‘Kanker!’ riep ik. ‘Ik had mij de vrijheid anders voorgesteld!’
Ik sloeg m'n hoofd tegen de muur en vervloekte de held van mijn jeugd. Pas bij het ochtendkrieken kwam ik tot rust. In het aangezicht van de dood drong de essentie van dat (eigenlijk afgezaagde) verhaal tot mij door. Het halen van sigaretten is een parabel voor een nieuw begin in de breedste zin des woords. De wegloper liet veel méér achter dan zijn naasten. Hij brak met zijn hele verleden. Dat pakje sigaretten heeft hij nooit gekocht. In werkelijk stopte hij met roken, iets waarvan ik mij heb voorgenomen het in een volgend leven óók te doen.